In Oostenrijk voel ik mij nooit echt thuis

Oostenrijk is een moeilijk vaderland voor een schrijver – en misschien nog meer voor een schrijfster. Men heeft de mogelijkheid er te blijven, maar dan moet men er wel rekening mee houden zich vaak behoorlijk vreemd en geïsoleerd te voelen....

Natuurlijk kan men de situatie ten tijde van Stefan Zweig niet vergelijken met die van nu, maar het is een feit dat ik me in mijn eigen land nooit echt thuis heb gevoeld. Daar zijn verschillende redenen voor, waarop ik hier niet nader wil ingaan. In ieder geval probeer ik op enigszins constructieve wijze om te gaan met mijn gecompliceerde verhouding met Oostenrijk. Ik woon in Wenen – voor een vrouw als ik de enige plaats in Oostenrijk waar men kan bestaan – en als het me daar te benauwd wordt, wat met enige regelmaat het geval is, dan ga ik een tijdje naar het buitenland.

‘Als de afstand tot je vaderland verandert, verandert ook de binnenmaat.’ Ook een zin uit Die Welt von Gestern. Drie maanden gastauteur in Amsterdam zijn, vond ik daarom een buitenkansje.

Woonboot
Ik houd van Nederland en van Amsterdam. In 1993 scheelde het zelfs maar weinig, of ik had er een woonboot gekocht. Tja, misschien is het maar goed dat het er niet van is gekomen * In ieder geval kreeg ik afgelopen september, toen mijn vliegtuig de landing op Schiphol inzette en ik vanuit de lucht de grote kassen zag, de geometrische patronen van de lijnrechte kanalen, waarvan het water naar mij opglinsterde, en vooral de kolossale uitgestrektheid van de zee in al haar nuances van blauw, groen en grijs, meteen een duidelijk warmer en ruimer gevoel. Oostenrijk is een landstaat, die nergens grenst aan de zee. Althans sinds het einde van de monarchie. In Wenen, dat zo ver in het oosten ligt, zo ver verwijderd van de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan, dringt dat pijnlijk tot je door.

Woonboot
Nee, dan mijn woonstede aan de Geldersekade! In Wenen woon ik op de eerste verdieping, ingeklemd tussen twee kleine binnenplaatsjes, wat af en toe claustrofobische toestanden oproept. Ik moet daar voor het raam gaan staan en het hoofd heffen om een stukje hemel te zien.

Woonboot
In Amsterdam woonde ik plotseling in de hoogte, in een royale maisonnette onder het dak met een wijde blik op hemel, aarde en water. Ik kreeg weer lucht. De ruimte boven had kleine ovale vensteropeningen, net patrijspoorten van een schip, en de huiskamer met het fraaie balkenplafond beneden had drie grote vensters. Ik ontwikkelde al heel snel de gewoonte om, als de zon scheen, het middelste raam open te zetten, op de vensterbank te gaan zitten – de rug tegen het kozijn geleund, de benen helemaal uitgestrekt en zo’n lekkere stroopwafel in de hand – en naar de voetgangers, fietsers, auto’s, bussen, trams, schepen en treinen beneden te kijken, de drukte van de stad. Een ideale positie voor een schrijver – vanuit de hoogte observerend, maar met de mogelijkheid de trap af te dalen en je onder de mensen te mengen.

Woonboot
Het spectaculairst was het uitzicht op de nieuwe Openbare Bibliotheek van Amsterdam, of liever het hele Oosterdok, met zijn drukke bouwactiviteiten, de enorme, langzaam draaiende kranen. Ik hoor nog het doffe geluid van de betonnen palen die de grond in worden geramd – een merkwaardig iets voor een iemand uit een landstaat als Oostenrijk: een stad die op houten en betonnen palen staat, lijkend op Venetië, maar vele malen levendiger en veel minder museaal.

Woonboot
De hemel boven Nederland is door de nabijheid van de zee heel anders dan de hemel boven Wenen met zijn barokke schaapjeswolken. Niet weinig tijd heb ik gedood met het kijken naar de voorbijtrekkende wolken en de meeuwen in hun vlucht, waarvan er af en toe eentje neerstreek op de top van de gevel van het huis tegenover. Het licht veranderde voortdurend, waardoor de bibliotheek er steeds anders uitzag. ’s Ochtends had zij soms een zachtrode tint, bij slecht weer was ze grijs en ’s avonds, als de vele ramen het licht van de laagstaande zon weerkaatsten, had zij een oranje weerschijn. ’s Nachts doofden haar ontelbare lichtjes eensklaps.

Woonboot
Dat was het wijde perspectief. En dan was er ter rechterzijde nog de nabijere, intiemere uitkijk op de gracht beneden, waar een gebrekkige oude man de beide zwanen voerde die soms van het IJ naar hier afdwaalden, waar kleine kajuitboten met interessante namen als Lolita voor anker lagen en waar zich in de wijnrood geverfde bodems van oude roeiboten met het voortschrijden van de herfst steeds meer geel loof verzamelde.

Woonboot
Aan de andere kant van de gracht stond een rij mooie oude bakstenen huizen met klokgevels, trapgevels, tuitgevels en hoe ze ook allemaal mogen heten, poppenhuizen, bijna zoals ze staan uitgestald in het Rijksmuseum. ’s Avonds waren de gordijnen zelden dicht, de blik werd onweerstaanbaar aangetrokken door de mensen die bij helder of gedempt licht zich door het huis bewogen, opstonden, gingen zitten, met elkaar spraken, gingen liggen – men werd onwillekeurig een voyeur. Soms stond de volle maan boven deze gevels en blonk het zwarte water in zijn schijnsel.

Woonboot
Het zwarte water van de grachten. Knus, maar ook luguber, gevaarlijk. Als ik ’s nachts voor het raam stond en als gehypnotiseerd de bewegingen van de stad gadesloeg, kon ik me de bespiegelingen van Paul Auster over Amsterdam in The Invention of Solitude levendig indenken:

Woonboot
‘He wandered. He walked around in circles. He allowed himself to be lost. [*] It occurred to him that perhaps he was wandering in the circles of hell, that the city had been designed as a model of the underworld, based on some classical representation of the place. Then he remembered that various diagrams of hell had been used as memory systems by some of the sixteenth century writers on the subject. And if Amsterdam was hell, and if hell was memory, then he realized that perhaps there was some purpose to his being lost.’

Woonboot
De kringen van de hel. Of een spinnenweb. Boven mijn werktafel hing een reproductie van de stadskaart van Cornelis Anthonisz uit 1544, en het werd mij duidelijk dat ik in het middelpunt van het spinnenweb zat. De spin zelf, haar woorden en zinnen tot lange zijden draden spinnend?

Woonboot
Een goede plek in ieder geval. Vanuit mijn onneembare bolwerk – en er heeft inderdaad een bolwerk aan de Geldersekade gestaan, namelijk de stadsmuur, maar die is afgebroken en vervangen door een rij huizen – had ik een uitstekend overzicht over de publieke gebeurtenissen: eerst het gedrang van de deelnemers aan de citymarathon in hun witte T-shirts onder mij op de Prins Hendrikkade en twee maanden later, nadat de bomen aan de gracht hun bladeren al hadden verloren, Sinterklaas, met witte baard en rode mantel rijdend op zijn schimmel richting koninklijk paleis, begeleid door Zwarte Pieten, koetsen en sousafoonblazers.

Woonboot
In feite had ik permanent daar boven kunnen blijven zitten, ik zou niet het gevoel hebben gehad dat ik veel miste. Maar nu en dan moet men zich uiteindelijk ook bewegen. Een kennis had me een oude fiets van het merk Gazelle geleend. Over het lichtgehavende zadel had ik een gele plastic zak van de Franse wijnhandelketen Nicolas getrokken. Het was een bijzondere belevenis me in Amsterdam onder het fietsvolk te begeven.

Woonboot
Uit de rijstijl van de Amsterdamse fietsers kunnen – met alle geboden voorzichtigheid – enkele van hun karakteristieke eigenschappen worden afgeleid: intelligentie, zacht anarchisme, maar tegelijk ook respect en oog voor de ander. Ik kon me gemakkelijk inpassen en soms, als ik vol blijdschap om de stralende herfstkleuren door het Vondelpark pedaleerde en door een regenbui werd overvallen, als ik naast, voor of achter de geboren Amsterdammers over het fietspad stoof, overviel mij een euforisch gevoel van verbondenheid en solidariteit.

Woonboot
Noch op de fiets, noch in het openbaar vervoer of te voet voelde ik me ooit onzeker in deze stad. Ook niet als ik ’s nachts langs de rood verlichte raambordelen richting Schreierstoren liep, waar mijn huis stond. Ik woonde immers pal naast de Walletjes. Een sympathieke buurt, rondom de fraaie Oude Waag gelegen – hoerenbuurt, Chinezenbuurt, toeristenbuurt, woonbuurt, alles tegelijk, druk, maar ook gezellig met de vele cafés en restaurants en de zaterdagse bio- en vlooienmarkt op de Nieuwmarkt. Soms bezocht ik de boeddhistische tempel op de Zeedijk, haalde er voor een milde gift zo’n opgerold papierstrookje met wijze spreuk en gebruikte het als orakel, een soort fortune cookie.

Woonboot
Een andere plek in Amsterdam die ik betoverend vond en waar ik veel tijd doorbracht, was de Hortus Botanicus. Het perk met de vleesetende planten bijvoorbeeld: fantastisch, wat voor vallen deze carnivoren zetten om niet te verhongeren – de slachtoffers blijven kleven, worden naar binnen gezogen, vastgeklemd, vallen in valkuilen en vinden geen uitweg meer uit fuikachtige kanalen. Of het vlinderhuis met de reusachtige uilvlinders en de ongelooflijk mooie en tere, doorzichtige glasvleugelvlinders, die in het Engels glasswings heten en in het Spaans treffend espejitos, spiegeltjes dus.

Woonboot
Gedurende de drie maanden van mijn verblijf in Amsterdam heb ik niet alleen nu en dan mijn woning aan de Geldersekade, maar ook de stad verlaten, temeer daar ik vlak bij het Centraal Station woonde. Na een lezing in Rotterdam bijvoorbeeld wilde ik per se, ondanks het stormachtige weer, over de Erasmusbrug naar de haven en naar Hotel New York lopen, uit pure nostalgie.

Woonboot
In 1968 was ik immers, als scholiere uit het landelijke Karinthië, die nog niet verder was gekomen dan Wenen en Istrië, vanaf deze pier met de SS Rotterdam naar New York gevaren. Als een van de honderden Europese jongeren die een jaar lang in de Verenigde Staten zouden doorbrengen. Nederland, bekend om zijn openheid naar de wereld, opende zodoende ook voor mij via dit schip bij wijze van spreken de poort naar de wereld, want staande op het dek van de SS Rotterdam ontwaarde ik heel vroeg op een ochtend in augustus de skyline van New York.

Woonboot
Later die dag stond ik even voor het standbeeld van Erasmus van Rotterdam, en daarna, op de weg terug naar het Goethe-Instituut, bleef ik staan voor het standbeeld van een andere, mij onbekende, persoon, wat een fietser ertoe bracht af te stappen en mij uit te leggen dat het een monument was ter herinnering aan een man die tijdens de bezetting door de Duitsers gewoon was opgehaald, zonder reden, voor altijd.

Woonboot
Aan het einde van het korte gesprek, dat zich ontwikkelde, verontschuldigde ik me voor wat de generatie van mijn ouders Nederland heeft aangedaan.

Woonboot
Want wat de verbondenheid van de politieke geschiedenis van mijn land met Nederland betreft, zijn er enkele donkere bladzijden. Tweemaal moesten de Nederlanders zich een bezetting van de kant van Oostenrijk laten welgevallen: de eerste keer in de 16de eeuw door het Huis Habsburg en vierhonderd jaar later door het Duitsland van Hitler, in de persoon van Arthur Seyss-Inquart, de Oostenrijkse rijkscommissaris in Nederland. Beide malen was het in de eerste plaats te doen om economische uitbuiting – zowel voor zijn inlijving in het Habsburgse rijk in de 15de eeuw alsook voor de Tweede Wereldoorlog was het land zeer welvarend; en beide malen heeft Nederland zich met succes geweerd en zijn onafhankelijkheid bevochten c.q. herwonnen. Het verzet tegen de Habsburgers, met name tegen de rigide geloofspolitiek van koning Filips II en de radicale vervolging van niet-katholieken door de Spaanse hertog van Alva, leidde ten slotte tot de internationale erkenning van de Republiek der Verenigde Nederlanden bij de Vrede van Westfalen van 1648. Het plan van Seyss-Inquart om van het land na de verwachte eindoverwinning als ‘soortverwant Germaans volk’ een deel van Duitsland te maken, is gelukkig mislukt.

Lichtheid
In ieder geval kan ik met recht en reden beweren dat ik me in de aangenaam te verdragen lichtheid van Amsterdam van de minder aangenaam te verdragen zwaarte van Wenen heb hersteld en bovendien in mijn vogelnestje aan de Geldersekade een en ander op papier heb kunnen zetten. De vrije en door het humanisme gekenmerkte sfeer van Amsterdam lijkt me heel wat bevorderlijker voor de artistieke inspiratie dan de altijd nog van de sporen van een absolutistische monarchie en van acht jaar Hitlerdictatuur doordrongen sfeer van de stad aan de Donau.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden