In Oostenrijk een tweede leven gekregen

Tegenslagen heeft Frenk Schinkels (45) genoeg gekend. Donderdag nog bij zijn Oostenrijkse club Austria Kärnten, waar een speler zelfmoord pleegde....

Robèrt Misset

Op het terras van zijn hotel buigt Frenk Schinkels zich over een lijst met transfervrije voetballers uit Nederland. ‘Ik krijg koekenbakkers zat aangeboden’, zegt de hoofdtrainer en technisch directeur van Austria Kärnten, de bespeler van het nieuwe EK-stadion in Klagenfurt.

De Oostenrijkse Nederlander heeft zijn Rotterdamse bravoure behouden. ‘Ik heb er negen man uitgegooid, zij toonden geen karakter. Ze lagen liever aan het strand dan dat ze kwamen trainen. Ze dachten zeker dat het stadion doelpunten ging maken. Ik houd van teamgeest. Ik heb een grote familie, daar moeten we ook alles samen doen.’

Sinds hij in 1985 uit Nederland emigreerde, heeft Schinkels de Oostenrijkse mentaliteit leren kennen. ‘Hier gaat alles bequem, gemakkelijk zoals ze zeggen. Ach joh, dat doen we morgen, dat werk. Die gemakzucht heb ik er bij mijn ploeg wel uitgekregen. Ik heb de ploeg drastisch verjongd en de salarissen afgetopt.’

Als gouverneur van Karinthië behoedde Jörg Haider Austria Kärnten hoogstpersoonlijk voor de ondergang door twee miljoen euro in de club te pompen. De bouw van het Wörthersee-stadion had de omstreden, extreemrechtse politicus al eerder gefinancierd. ‘Zonder Haider geen voetbal in Klagenfurt, aldus Schinkels. ‘Dat stadion heeft 70 miljoen euro gekost, dat kon alleen Haider neerzetten.’

Na het EK moet het stadion op last van de bewoners deels worden ontmanteld. Schinkels: ‘Ik heb tegen Haider gezegd: laat mij nou lekker werken, dan vul ik die hut wel voor je. Het is typisch Oostenrijk zoals dat hier gegaan is. Onder protest van de omwonenden is het stadion gebouwd.

‘Ze gingen akkoord, omdat de gemeente zei dat de bovenste ring er na het EK zou worden afgehaald. Iedereen snapt wel dat je een stadion van 70 miljoen niet nog eens gaat renoveren. Dan haal je bovendien een deel van de intimiteit weg. Maar hoe het straks verder moet, is nog onduidelijk.’

Schinkels kent de reputatie van Haider. ‘Hij zegt dingen waar veel Oostenrijkers blij mee zijn. Als Haider roept dat alle buitenlanders eruit moeten, heeft hij mij niet bedoeld. Zo extreem ziet hij dat ook niet. Haider wil de mensen weren die zich weigeren aan te passen aan de Oostenrijkse cultuur. Als twee mensen op mijn verjaardagsfeestje de tent slopen, wil ik ze ook uit mijn huis hebben.’

Schinkels speelde in Oostenrijk voor diverse clubs en werd als trainer landskampioen met Austria Wien. Maar als product van de Hollandse voetbalschool voelt de voormalige jeugdspeler van Feyenoord en oud-prof van AZ en Excelsior zich in zijn tweede vaderland een roepende in de woestijn.

Schinkels: ‘Oostenrijkers kunnen fantastisch organiseren, maar ze begrijpen niks van voetbal. Ze denken alleen aan de korte termijn: we halen om twee voor twaalf vier spelers en dan gaan we om twaalf uur beginnen. Ik probeer een filosofie voor de lange termijn te ontwikkelen en dan is het moeilijk werken in Oostenrijk.

‘Moet ik discussiëren met bestuursleden die van toeten noch blazen weten. Het is alsof je een kind acht keer uitlegt waarom je je hand niet op een hete kachel moet leggen. Maar als ze eindelijk weten dat het pijn doet, krijg ik weer met nieuwe bestuurders te maken. Zo zit ik in een vicieuze cirkel.

‘Na de zege van Oranje op Italië sloeg iedereen me op de schouders. Moet ik dus voor de negende keer uitleggen dat wij een fantastische opleiding hebben en het jeugdvoetbal in Oostenrijk niets voorstelt. En bij clubs die de jeugd wel belangrijk zeggen te vinden, krijgen ze geen kans om zich te ontwikkelen. Kopen ze toch liever een slager uit Roemenië om zich te kunnen handhaven in de Oostenrijkse Bundesliga.’

Die armoede weerspiegelt zich volgens Schinkels in de Oostenrijkse ploeg. ‘In het Oostenrijkse voetbal staan te veel mensen in de keuken die alleen kunnen serveren. Ze kijken alleen naar de fysieke aspecten. Je moet hier over een stadion kunnen springen, maar ze leren je niet hoe je moet schieten.

‘Oostenrijk heeft geen creatieve spelers meer. Pogatetz is een benenbreker bij Middlesbrough, Stranzl een degelijke verdediger van Spartak Moskou. Prödl gaat naar Werder Bremen, hij is ook een verdediger en dan heb je het over de besten. Een Sneijder of een Van der Vaart, jongens met ideeën, vind je niet bij de Oostenrijkers.’

Schinkels belt zijn column voor een Oostenrijkse krant door en spaart zijn nieuwe landgenoten niet. ‘Gelukkig heeft Oostenrijk een punt gepakt van Polen en kan de ploeg zich tegen Duitsland nog kwalificeren voor de kwartfinales. Een mislukt EK straalt immers ook op de Oostenrijkse trainers af. Ik ben landskampioen geweest met Austria Wien, maar dan zeggen ze: het is maar Oostenrijk.’

Zo negatief als Hans Krankl wil Schinkels zich niet uitlaten. Het icoon van Oostenrijk, voormalig topschutter en bondscoach, riep de bond vorig jaar nog op de nationale ploeg terug te trekken voor het EK. ‘Dat vond ik zo gemakkelijk’, zegt Schinkels. ‘Ik leg de vinger ook op de wonde. Alleen gefrustreerde mensen als Krankl schoppen wild om zich heen.

‘Hij heeft als bondscoach 43 spelers getest, maar geen enkel systeem in de ploeg gebracht. Krankl trainde zoals hij voetbalde. Voorzet, boem goal. Je moet het voetbal ook begrijpelijk maken voor de jeugd en dat kan Hans niet.’

Schinkels speelde nog met Krankl in de Oostenrijkse ploeg, onder de regie van de legendarische Ernst Happel. In 1992 scoorde Schinkels in de met 3-2 verloren oefeninterland tegen Nederland in Sittard. ‘We verloren van een Oranje met Gullit, Rijkaard en de broertjes Koeman. Ik speelde de laatste twaalf minuten en maakte met mijn kop de 3-2. Na afloop riep een teamgenoot: we hadden nog 3-3 kunnen maken.

‘Waarop ik zei: dan had de trainer me er eerder moeten inzetten. Happel stond op en zei: ‘Du Zauberer, hij noemde me altijd tovenaar, jij met je grote bek. Maar hij kon het wel waarderen. Happel vocht tegen kanker en was toen al doodziek. Na mijn opmerking durfde iedereen te lachen. Happel had nog steeds een enorm charisma.

‘Die man is een godheid in Oostenrijk, al riep hij in de laatste maanden vooral medelijden op. Van Hanegem heeft hem in Sittard nog bezocht. Willem barstte in tranen uit, toen hij zag hoezeer Happel was afgetakeld.’

Met zijn geboortestad heeft hij geen affiniteit meer, zegt Schinkels, in een soms curieuze mengelmoes van Nederlands en Duits. ‘Ik blijf een Rotterdammer. Ik mis het Holland uit mijn jeugd, niet het Nederland van nu waar ik me niet meer veilig voel. Ik ben geschrokken van de verloedering in Rotterdam. Ik denk dat Nederland te liberaal is. In Oostenrijk is de levenskwaliteit veel hoger.’

Aan de 22 jaar in Nederland hield Schinkels hetzelfde imago over dat zijn jeugdvriend Mario Been zolang heeft achtervolgd. ‘Ik voel me inderdaad verwant met Mario. Hij is de enige in Nederland met wie ik nog contact heb. Mario heeft bij NEC bewezen dat hij rijp is voor een topclub.

‘Ik begrijp niet dat Feyenoord hem nog te onervaren vindt. Wat heeft Gert-Jan Verbeek dan van de wereld gezien? Zeg dan dat je Mario niet wilt hebben.

‘Ik was vroeger ook een vervelend ventje. Ik wilde alleen maar leuk zijn. Maar clowns horen niet op een voetbalveld. Ik was ook niet goed genoeg en ging het met grappen en grollen compenseren. Zo werd ik te extreem.’

Hij gaf scheidsrechter Luinge een schop en werd voor acht maanden geschorst. Schinkels: ‘Het ging niet goed met de zwangerschap van mijn eerste vrouw en mijn ouders besloten te scheiden. Ik ontplofte als het ware. Ik was een zondagskind, ik dacht alleen aan plezier. Met tegenslagen kon ik helemaal niet omgaan.’

Hij heeft ze leren te pareren, zoals bij zijn club Austria Kärnten waar de volgende dag totale verslagenheid heerst na de zelfmoord van de Poolse oud-international Adam Ledwon. Schinkels heeft onmiddellijk een priester laten komen om een rouwdienst te organiseren. ‘Die jongen zat al een tijdje aan de alcohol, omdat zijn vrouw hem had verlaten en met de kinderen was teruggegaan naar Polen.

‘Een teamgenoot wilde met hem praten en trof hem dood in zijn huis. Hij had een afscheidsbrief geschreven en zich opgehangen. Adam was een geweldige jongen. Hij ging altijd voorop in de strijd en dan doet hij dit. Het werpt nu al een schaduw over het seizoen.’

De dood van zijn speler voert hem onbewust terug naar het noodlottige ongeval in 1995, toen zijn eerste echtgenote met haar auto tegen een boom reed. Ze was op slag dood. Oostenrijk ging meteen om hem heen staan, vertelt Schinkels. ‘Ik bleef achter met vier kleine meisjes, waaronder een tweeling. Ik kreeg hulp van allerlei instanties, sindsdien ben ik echt van dit land gaan houden.

‘Die meiden hebben me de kracht gegeven om verder te gaan. Ik moest knokken voor hen, al was het extra zwaar omdat ik veel schulden had. Mijn vrouw en ik hadden een koffiehuis dat niet liep. Ik moest 2 miljoen shilling, 300 duizend gulden terugbetalen. Ik heb alles aangepakt, zelfs treinstations sneeuwvrij gemaakt en prospecten rondgebracht.

‘Verder bleef ik bij kleine clubjes voetballen en gaf ik training om uit die financiële ellende te komen. Gelukkig leerde ik daarna mijn huidige echtgenote kennen. Door haar huis te verkopen, hielp ze mij er weer bovenop. Bij haar kreeg ik nog een zoon, Romario Ronaldo. Hij kan, net als ik vroeger, niet tegen zijn verlies. Dan gaat hij huilen.’

Geestelijk heeft Schinkels het alleen kunnen redden. ‘Tot 1995 is alles me komen aanwaaien. In één klap moest ik leren overleven. Ik zat na de dood van mijn vrouw in een Oostenrijks praatprogramma met een psychiater die mij ongevraagd tips ging geven hoe ik met dit verlies moest omgaan.

‘Ik heb beleefd geluisterd en die man gevraagd of hij getrouwd was en kinderen had. Ja, hij had een gezin en alles ging prima. Ik antwoordde: u leest boeken, u vertelt mij wat u geleerd heeft. Hoe kunt u oordelen over mijn situatie? Hoe kon die psychiater weten wat er door mij heen schoot, toen die bewuste nacht plotseling een politieagent voor mijn neus stond om me te vertellen dat mijn vrouw was verongelukt?’

Na al die jaren kan Schinkels het nog nauwelijks onder woorden brengen. ‘Het voelde alsof ik in zee werd gegooid met twee stenen aan mijn voeten. Het was zwart om me heen, er was niets meer. Ik moest het alleen verwerken, de kinderen konden me niet helpen. Mijn vader is wel een enorme steun geweest.’

Vorige week stond Esther in gedachten weer naast hem, toen hun oudste dochter trouwde. ‘Ik zat even stuk. Ik moest de microfoon afgeven, toen ik zei dat haar moeder er helaas niet bij kon zijn. De priester had tijdens de kerkdienst ook gezegd dat we Esther niet moesten vergeten. Ik heb gehuild en met mij onze 200 gasten.’

Schinkels neemt een slok koffie en zegt na een korte stilte: ‘Ik krijg er nog kippenvel van. Maar het was mooi Esther op die wijze te kunnen gedenken. Ze zou zo trots zijn geweest als ze had kunnen zien hoe haar oudste dochter zich heeft ontwikkeld. Een tolle meid zeggen ze hier. Zij heeft toch het meeste geleden onder de dood van haar moeder.’

Nu is het voor Schinkels zelf tijd geworden zijn vleugels uit te slaan. ‘Oostenrijk blijft mijn basis. Dit land heeft me een tweede leven gegeven. Maar ik wil graag als trainer de top halen, in de Bundesliga, eventueel in Spanje.’ Lachend: ‘En misschien kunnen Mario Been en ik samen bij Feyenoord nog eens onze jongensdroom vervullen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden