FUTURE CITIES

'In onze gedachten zijn wij allang het Parijs van Afrika'

Waar liggen de belangrijkste metropolen van de toekomst? Consultancyreus McKinsey wees er na onderzoek tien aan. V ging kijken wat daar broeit en wat de machinaties achter de boom zijn. Bezoek 1: Kinshasa, wervelende toekomstige modehoofdstad.

Kinshasa: alle bomen uit de koloniale tijd moesten wijken voor 15 kilometer nieuwe vierbaansweg, die nu het stadscentrum verbindt met de luchthaven. De ingreep scheelde twee uur reistijd. Beeld yvonne brandwijk

Op de vierbaansweg in het hart van Kinshasa geldt het recht van de sterkste. Boven aan die hiërarchie prijkt een onverwachte speler: een robot die het verkeer regelt. Onder een dakje van zonnepanelen torent hij hoog boven de menigte uit. Hij heeft een roterende torso, lichten op zijn borst en armen, een ingebouwde camera met een snelheids meter en een flashy zonnebril. 'Hij lijkt op zijn collega', zegt een voorbijganger. Ze wijst naar een agent, inderdaad met identieke zonnebril. 'Er is één verschil', voegt ze toe. 'Naar de robot wordt geluisterd.'

Na decennia van westerse dominantie, een dictator en een burgeroorlog, beleeft Kinshasa zijn eigen 'Dubai-moment'. De groei van het nationaal inkomen bedroeg afgelopen jaar voor de tweede achtereenvolgende keer bijna 9 procent en daarmee behoort de Democratische Republiek Congo tot de snelst groeiende economieën ter wereld. Over tien jaar verdient een op de vijf inwoners van Kinshasa een middenklasse-inkomen, voorspelt McKinseys Global Institute. Het adviesbureau plaatste de stad in een rapport over Global Cities of the Future in de toptwintig van hotspots for growth in 2025.

Future Cities

Lees, hoor en zie Kinshasa bewegen in de longread op volkskrant.nl/futurecities

Future Cities wordt gesteund door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, het Freepress/Postcodeloterijfonds voor journalisten en het 'Innovation in Development Reporting Grant'-program van het European Journalism Centre (EJC), gefinancierd door de Bill and Melinda Gates Foundation.

In de geschiedenis van Kinshasa is duidelijk een nieuw hoofdstuk aangebroken. De grote vraag is: hoe gaat dat eruitzien? Dagelijks vestigen duizend nieuwkomers zich in deze stad van tien miljoen. De droom om net zo te leven als in de rest van de (westerse) wereld is zo groot dat de ambitie voelbaar is tot in de sloppenwijken. Kinshasa is elektrisch. Maar wat broeit er precies? Wat is nu al merkbaar van de aanstaande boom? Wat doen ze goed in Kinshasa? Hoe is de verandering tot stand gekomen? Wie zijn de hoofdrolspelers in deze transitie?

Een belangrijke succesfactor voor de opkomst van Kinshasa is de levendige creatieve energie die overal in de stad voelbaar is. Zoals bij Louison Mbeya, een van Kinshasa's topontwerpers, die we ontmoeten op een modeshow van het Institut Supérieure des Arts et Métiers (ISAM), de enige publieke modeacademie in centraal Afrika. Mbeya is 31, onberispelijk gekleed in een kanariegeel jasje met pailletten. Zijn Prada-zonnebril houdt hij tijdens de show op. In de pauze vertelt hij dat hij in tien jaar heeft meegedaan aan zestig modeshows. In zijn Nokia staan de privénummers van bekende Afrikaanse artiesten als Papa Wemba en Werrason. Zijn vaste clientèle, zegt hij. Als Mbeya later die week bij een concert van Werrason een broederlijke omhelzing van de zanger krijgt, blijkt dat geen grootspraak. Veel tijd om te praten is er niet. Louison Mbeya schudt handen en kust hooggehakte dames gedag. Je zou haast denken dat het zijn show was.

De Kinois, de inwoners van Kinshasa, grijpen elke dag aan om stijlvol gekleed voor de dag te komen. Beeld yvonne brandwijk

Bruisend

Een dag later gaat hij ons voor een steeg in, balancerend over de betonnen platen die het riool moeten bedekken. Hij draagt een zwart overhemd en een broek in een felle Afrikaanse print. Voor het interview matteert hij zijn gezicht met babypoeder. 'Welkom in mijn atelier', zegt hij terwijl hij een metalen deur opzij duwt. Een kaars de elektriciteit is uitgevallen verlicht twee naaimachines, een kookplaatje op de grond en wat kledingstukken die als kunstwerken aan de grauwe muur hangen. De ruimte is exact even breed als de zeven paar merksneakers die tegen de muur staan.

Dit is Kinshasa, waar succes en roem geen garantie zijn voor geld en succes. Kinshasa verbaast, verrast en slingert je heen en weer tussen spiegelglazen kantoortorens met namen als Future Tower, en de Cité, de immer uitdijende volksbuurten, waar 40 procent van de mensen geen toegang heeft tot schoon drinkwater en leeft van minder dan 1,25dollar per dag; niet eens genoeg voor één maaltijd. Als je het zo bekijkt, zou de stad allang 'dood' moeten zijn. Maar Kinshasa bruist, borrelt en leeft. In Bandal, de wijk van Louison Mbeya, zijn de plastic tuinstoelen op de terrassen zeven dagen in de week vanaf 6 uur gevuld. Op de barbecue rookt verse vis uit de Congorivier, er wordt muziek gemaakt en het nachtleven gaat door tot minstens 6 uur de volgende ochtend. Iedereen is bezig en altijd onderweg. Met het verkopen van belminuten, maniok (cassave), water of zakdoekjes. De Kinois, de inwoners van Kinshasa, zijn muzikant, bandenspecialist, kapper of fotograaf in de openlucht of ontwerper in een sloppenwijk.

Congo is een zogenoemde weak state: de overheid is niet in staat haar burgers te beschermen en voor ze te zorgen. Om te overleven doe je als Mbeya, die als 17-jarige op straat kwam te staan nadat zijn vader kort na zijn moeder aan aids was overleden. Je accepteert dat de staat vooral neemt en weinig geeft. Je improviseert en gaat rommelen aan de schoenen van je broer omdat je geen geld hebt om een paar op maat te kopen. Zo ontdek je dat je stijlgevoel hebt. Want als je toch schoenen op maat maakt, waarom zou je ze dan niet meteen mooier maken?

Maar met creativiteit alleen red je het niet, zelfs niet in Kinshasa. Mbeya kan het ver schoppen, maar voor het zover is, heeft hij een fabriek nodig om zijn ontwerpen in series te maken, een winkel waar hij zijn mode kan verkopen en een investeerder voor een startkapitaal. Vooralsnog ontbreekt die mode-industrie in Kinshasa. Traditioneel maken Kinois hun kleding zelf, al dan niet met hulp van een stylist. Er zijn geen internationale modeketens, McDonald's of Starbucks in Kinshasa. Er is een levendige handel ontstaan van inwoners die naar Europa en China reizen om ready-to-wear-kleding te kopen, die thuis op kledingfeestjes wordt verkocht of uitgeleend.

De sapeurs van Kinshasa

Stijl kent een lange traditie in Kinshasa - begonnen als een protestbeweging.

Dat de modesector bloeit nu de economie groeit, is niet verwonderlijk. Er stijlvol uitzien zit in Congo diep geworteld in historie en cultuur. Jongeren in Kinshasa die tegen het regime van Mobutu protesteerden, deden dat niet met woorden of beelden, maar met kleding. Onder het mom van nieuw nationalisme veranderde de dictator de naam van zijn land in Zaïre en verbood de 'koloniale dracht', waaronder de stropdas. Jongeren die weigerden het traditionele Afrikaanse kostuum, de abacost, te dragen, kleedden zich uit protest in merken uit Europa. Hun beweging noemden ze la Sape (Société des Ambianceurs et des Personnes d'Élégance, de Vereniging van Sfeermakers en Stijlvollen). La Sape is materialisme met een doel; het gaat over chic et cher, maar vooral over hoop en trots.

Nog altijd is de sapeur de held van de sloppenwijk, zijn materialisme geeft aanzien: ondanks armoede en vuil kan hij eruitzien als een dandy, een gentleman met glanzende schoenen. Waar de traditionele sapeurs koketteren met westerse merken, maakt de nieuwe generatie sapeurs haar mode zelf. Ze noemen de nieuwe stroming La Ecosape en maken kleding van papier of van zaden die door hun glans lijken op parels. 'Waarom zouden we reclame maken voor westerse merken?', zeggen ze. 'Wij zijn trots op onze eigen mode.'

De vader van Guyjo Kilenge Kabema (25, op de foto) was een sapeur. Hij stuurt zijn zoon vanuit Engeland elk jaar met Kerst een koffer merkkleding. Beeld Yvonne Brandwijk
'Sapeurs' vinden hun kleding belangrijker dan eten. Ze hebben allemaal hun eigen stijl. Beeld Yvonne Brandwijk
Kinshasa bruist: het uitgaansleven gaat elke nacht tot zeker 6 uur in de ochtend door. Beeld Yvonne Brandwijk

Potentie

Maar verandering hangt in de lucht, want dankzij de booming economie en een stabiele politiek zijn de blikken van internationale bedrijven steeds vaker op Congo gericht.

De Democratische Republiek Congo (DRC) is zo groot als West-Europa en heeft de potentie een van de rijkste landen in Afrika te worden. In de bodem zit onder andere 30 procent van de wereldvoorraad diamant, 60 procent van het kobalt en 10 procent van het koper. Met het water uit de Congorivier kan het hele continent van energie worden voorzien. De bodemschatten waren lange tijd aanleiding voor ellende: plunderingen, oorlog en inmenging door buurlanden. Maar sinds de vredesovereenkomst in 2003 en de eerste vrije verkiezingen (sinds de onafhankelijkheid in 1960) vier jaar later, lijkt de weg naar welvaart geplaveid. In Oost-Congo is het nog altijd onrustig, maar Kinshasa ligt 3.500 kilometer van het oorlogsgebied vandaan, even ver als van Amsterdam naar Caïro.

Dagelijks arriveren op N'djili Airport buitenlandse investeerders, expats en mijnbouwprofessionals. In de hoofdstad is een bouwgekte ontstaan; allemaal hebben ze kantoren nodig om te werken, hotels om te overnachten en appartementen om te wonen.

Het Nederlandse modemerk Vlisco, fabrikant van de kleurrijke waxprints, besloot zes jaar geleden als eerste Europese modebedrijf een kantoor en een flagshipstore te openen in Kinshasa. Volgens group director Monique Gieskes keek modebewust Afrika altijd al naar Congo, maar nu de economie groeit zijn mensen nog bewuster met mode bezig. 'Er trendy en modebewust uitzien zit in de Congolese cultuur en mentaliteit', zegt ze. 'De kleuren van de prints die wij in Congo verkopen zijn feller dan in de andere Afrikaanse landen. Hier is het geel feller dan de zon en het blauw bijna elektrisch. Dat zegt iets over de Congolese vrouw: ze wil gezien worden. Zij is het stralende middelpunt. Here I am.'

Op het centrale plein in de hoofdstad laten gezinnen zich chic gekleed fotograferen. Beeld Yvonne Brandwijk
De plastic tuinstoelen op de terrassen zijn elke avond vanaf zes uur doorlopend gevuld, zeven dagen per week, tot diep in de nacht. Beeld Yvonne Brandwijk
Beeld de Volkskrant

Succesverhalen

Wat het doet als een internationaal bedrijf zich in Kinshasa vestigt en investeert in een sector, blijkt als we met Gieskes de centrale markt op lopen. 'Mama Monique', roepen de marktvrouwen vanuit een zee van gekleurde prints. 'Madame Vlisco.' De vrouwen omhelzen haar alsof zij de verpersoonlijking is van het betere leven. Tijdens het regime van Mobutu (1965-1997), die westerse mode had verboden, smokkelden ze de stoffen het land in, vertellen ze. Ook daarna moesten ze reizen om de wax hollandais in te kopen bij tussenpersonen in Togo, Benin of Europa.

Nu ze direct zaken doen met de stoffenfabrikant is het leven rustiger en zijn de verdiensten beter. Ze kunnen tenslotte de kleuren en dessins bestellen die zijn afgestemd op de wensen van hun klanten. En hebben we de verkoopafdeling gezien? Vlisco maakte een overkapping tegen zon en tropische regenbuien, nette tafels en bredere gangpaden. Niet omdat ze aan ontwikkelingswerk doen, het verkoopt beter.

Later in een groene buitenwijk vertelt Madame Sera eenzelfde succesverhaal. Ze werkt dertig jaar als couturière en door de komst van Vlisco veranderde haar bescheiden naaiatelier in een serieus bedrijf, met de vrouw van de president als klant. In haar vrijstaande huis lopen wonen en werken door elkaar heen. Tussen de palmbomen in de tuin zoemen de naaimachines, patronen tekenen doet ze in de woonkamer. De grote verrassing wacht op zolder: daar toveren dertig medewerkers lachend de ene na de andere waxprint om tot een op maat gemaakte jurk.

Vlisco opende de flagshipstore om een ander publiek te bereiken dan de dames die op de markt kopen. Als de dames in de winkel een couturière vragen, bevelen de verkoopsters Sera aan. Ze maakt ook de kleding voor de shows en in de winkel is een bescheiden collectie van haar ontwerpen te koop.

Het China-Congo-Contract

China steekt miljarden in de infrastructuur van Congo in ruil voor grondstoffen.

De Chinezen doen goede zaken in Afrika en zeker ook in Congo. Dat land heeft wat China niet heeft: grondstoffen. En China heeft wat Congo niet heeft: geld. Zo kwam in 2009 een bijzonder ruilcontract tot stand: China bouwt voor 6miljard dollar wegen, luchthavens, ziekenhuizen, spoorwegen, huizen en universiteiten, en mag in ruil daarvoor het tienvoudige aan grondstoffen uit de bodem halen.

Dirk-Jan Koch werkte destijds als diplomaat bij de Nederlandse ambassade en doceerde aan de Katholieke Universiteit van Kinshasa. Aanvankelijk was hij kritisch over de Chinese inmenging. ‘De Chinezen geven leningen aan corrupte Congolese autoriteiten en lappen de mensenrechten aan hun laars, daarmee ondermijnen ze onze initiatieven voor beter bestuur. Als er 6 miljard van de Chinezen op de plank ligt, heeft het voor Nederland geen zin meer te dreigen de hulpkraan van 30 miljoen euro dicht te draaien, schrijft hij in zijn boek De Congo Codes. Maar hij stelde zijn mening bij: ‘Het contract heeft de infrastructuur in Kinshasa ontzettend verbeterd. Bovendien profiteert de bevolking zo voor het eerst van de verdiensten uit de mijnbouw. Het mooie hiervan is dat er geen cash aan te pas komt. Een ziekenhuis of asfaltweg stop je niet in je binnenzak.’

Unieke dresscode

Vlisco's airconditioned flagshipstore is nog een exoot te midden van de straatverkopers die zakjes water of avocado's torenhoog op hun hoofd hebben gestapeld. Maar die tijd zal snel voorbij zijn. Begin dit jaar opende een Libanese investeringsmaatschappij de allereerste shoppingmall, met winkels van een Libanese keten. Een tweede winkelcentrum is in aanbouw; nog voor de eerste paal de grond in ging, waren alle lokalen verhuurd. Over tien jaar barst het hier van de galeries, boutiques en shoppingmalls, net als op Mandela Square in Johannesburg, voorspelt Gieskes. 'De kansen liggen hier voor het oprapen. We hebben tien miljoen mensen en allemaal zoeken ze hun unieke dresscode.'

Kinshasa heeft alles in huis om een modestad van formaat te worden; van creatieve aanpakkers die kunnen teruggrijpen op hun culturele bagage tot een potentiële afzetmarkt om van te watertanden. Met een gemiddeld jaarinkomen van 200euro is Congo het armste land ter wereld, volgens het Internationaal Monetair Fonds. Maar dankzij een bloeiende informele economie waarin 70 procent van het geld wordt verdiend staat de gemiddelde Kinois er minder beroerd voor dan de officiële cijfers doen vermoeden. Driekwart heeft genoeg geld voor een mobiele telefoon en belminuten. Bovendien bieden nieuwe bedrijven en investeerders werkgelegenheid, waardoor een middenklasse ontstaat. Een jong fenomeen, want tijdens het Belgische bewind mochten Congolezen slechts tot het derde jaar van het middelbaar onderwijs naar school. Ook Mobutu probeerde, uit angst voor een kritische stem, te voorkomen dat een kapitaalkrachtige middenklasse ontstond.

Hoe groot de middenklasse is, weet niemand. Statistieken zijn in Congo zeldzaam zelfs over het inwonertal van Kinshasa wordt gespeculeerd. Op het handgeschreven briefje dat we krijgen van het ministerie van Volkstelling zij sturen jaarlijks ambtenaren langs de deuren staan drie miljoen mensen minder dan in een rapport van de Verenigde Naties.

Zonder cijfers geen middenklasse, zeggen professoren van de Universiteit van Kinshasa beslist. Bankdirectrice Félicité Singa Boyenge, CEO bij FiBank en de eerste vrouw in Congo op een dergelijke positie bij een bank, durft het wel aan. 'Je bent blind als je durft te beweren dat Congo geen middenklasse heeft', zegt ze. Haar eigen staf behoort tot de middenklasse. Ze kunnen een huis huren (zie kader rechts), een auto kopen en reizen. Als je in Europa een MBA hebt gehaald, kun je als assistent-directeur in het bedrijf van Boyenge 2.000 dollar per maand (1.815 euro) verdienen.

Danseres bij een concert van de in Congo populaire artiest Werrason. Beeld Yvonne Brandwijk

Motor voor de vooruitgang

Boyenge heeft gelijk: als je goed kijkt, zie je de nieuwe middenklasse overal. Op zaterdag bij Erik Kayser, de nieuwe Parijse bakker die taartjes verkoopt voor vier dollar per stuk, bij Chez Flore, waar families op zondag lunchen terwijl de baby kraait in de Maxi-Cosi en de oudere kinderen op de tablet Angrybirds spelen. En bij een concert van de populaire artiest Warreson: entree kost 20 dollar en populaire bandleden krijgen als bonus diverse keren 100 dollar op hun bezwete hoofd geplakt.

Door de toegenomen werkgelegenheid formaliseert de geldstroom, wat weer leidt tot een nieuwe economische impuls. In tien jaar is het aantal banken verdrievoudigd. '6 procent van de Congolezen heeft een bankrekening, de rest bewaart zijn geld in het matras', zegt Boyenge, die vindt dat je nu hier moet zijn om in de toekomst te profiteren. Bovendien gaan de ontwikkelingen razendsnel: het is nog maar drie jaar geleden dat de overheid besloot de salarissen van een miljoen ambtenaren via de bank te gaan betalen.

De belofte van een boom brengt de Congolese diaspora terug naar huis zowel Gieskes als Singa Boyenge studeerde en woonde in Europa. Doordat zij internationale ervaring linken aan lokale perspectieven zijn ze een belangrijke motor voor de vooruitgang.

Aan de oever van de Congorivier kan tegenwoordig ook worden geflaneerd. Beeld Yvonne Brandwijk

Exposure

'Je hoort het overal, de toekomst ligt in Afrika. Waarom zou ik dan in Parijs blijven als het gebeurt op de plek waar ik vandaan kom?', zegt Gloria Mteyu (31). De ontwerpster, gekleed in sober zwart met als opvallend detail een gouden tijger in haar oor, is een eigentijdse wereldburger. Ze werd geboren in Congo, ging in Zambia naar kostschool, studeerde in New York en aan de modeacademie in Milaan. In Parijs werkte ze als ontwerpster voor John Galliano. Ze kwam terug met een hoofd vol ideeën en een rugzak vol ervaring, maar zekerheid had ze allerminst.

Afwachten was geen optie. 'Je moet ervoor zorgen dat je meegroeit met de ontwikkeling van je land. Als je komt als alles is ontwikkeld, kun je alleen nog profiteren van de kruimels.' Terug in Congo organiseerde ze twee jaar geleden de eerste Kinshasa Fashion Week. Via persbureau Reuters hoorde de wereld dat Congo behalve rebellen ook ontwerpers heeft, en goeie bovendien. 'In onze gedachte zijn we allang het Parijs van Afrika', lacht Gloria. 'In Kinshasa zijn we dol op Zara en Versace, en het is leuk als je die merken hier straks kunt kopen, maar we worden pas echt een modestad als Congolezen ook hun eigen designers gaan dragen.' Talent genoeg, zegt ze, het is een kwestie van exposure. En laat zij die nu net zelf creëren.

Vinex op een opgespoten eiland

Midden in de rivier verrijst een middenklasseparadijs: Cité du Fleuve.

Westers wonen in Congo kan op Cité du Fleuve. Geen gebrek aan water of elektriciteit, op de wegen geldt een snelheidsbeperking en er zijn parkeervakken. Ongekende orde in chaotisch Kinshasa. Kopers zijn vooral de Congolezen die terugkeren nu de economie aantrekt.

Kinshasa is de snelst groeiende stad van Afrika beneden de Sahara. Alleen al om de nieuwkomers de komende twintig jaar te huisvesten, moet de stad uitbreiden met een gebied zo groot als Rotterdam, inclusief havens en water, berekende de Franse ontwikkelingsbank AFD. Downtown zijn zeker veertig gebouwen van meer dan tien verdiepingen in aanbouw. Maar er is één plek waar de toekomst letterlijk onder je voeten ontstaat: Cité du Fleuve. Het zand van twee rivieren die bij Kinshasa samenkomen, wordt gebruikt om vierhonderd hectare moerasgebied met 4 meter op te hogen. Op de twee kunstmatige eilanden in de Congorivier die op deze manier ontstaan, verrijst de komende jaren een compleet nieuwe stad, met kantoren, een hotel, bioscoop, restaurants, een shoppingmall, villa's aan het water en tienduizend appartementen. 'Heel Kinshasa leeft met zijn rug naar het water, dit is de eerste en de enige plek waar je aan het water kunt wonen', zegt Robert Choudury, een Frans-Libanese ict-ondernemer die na de millenniumcrisis zijn geluk beproefde als handelaar in mineralen in Congo. Het oorspronkelijke idee was land winnen en dat verkopen, vertelt hij, maar omdat bebouwd land meer opbrengt, bouwt hij huizen, shoppingmalls en wegen. 'Als het project af is, is het land vijf tot tien keer meer waard.' Choudury staat boven op een appartementencomplex in aanbouw. Aan zijn voeten ligt het zwembad, achter hem 6.000 hectare moeras en zandbanken. Aan de overkant ligt Brazzaville. Het is de enige plek ter wereld waar twee hoofdsteden elkaar aankijken.

De appartementen worden verkocht vanaf 175 duizend dollar, 1.200 dollar per vierkante meter. Voor Kinshasa spotgoedkoop, volgens Choudury. 'Voor een gated community betaal je downtown drie keer zoveel.' Anno 2015 zijn er 150 appartementen opgeleverd, het dubbele aantal is verkocht. De helft van het aantal verkopen komt voor rekening van mensen uit de diaspora die terugkeren nu de economie aantrekt. Voor hen is de westerse orde aantrekkelijk: ruime huizen waarin werkt wat moet werken, altijd water en elektriciteit. Wie de maximumsnelheid overschrijdt of buiten de vakken parkeert, kan rekenen op een boete. Investeerders zijn huiverig: de geplande shoppingmall is om die reden nog niet gerealiseerd. Toch ziet Choudury in de stad steeds meer projecten zoals Cité du Fleuve ontstaan. 'Wij hebben bewezen dat het kan: investeren in Congo en nog geld verdienen ook.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden