In Ofunato overleven ze op kopje rijst

OFUNATO - De afgelopen vijf dagen heeft Takiko Kinno op de grond geslapen in een propvolle sporthal zonder licht of stromend water. Zij leeft op schamele porties voedsel, die in het begin uit niet meer bestonden dan anderhalf kopje rijst.


Maar het zwaarste, vindt ze, is de onzekerheid over hoe lang ze hier zal moeten blijven, in dit vissersplaatsje in het noorden van Japan, dat bij de tsunami van vorige week goeddeels werd verwoest.


'We hangen hier in het luchtledige', zegt de 69-jarige Kinno, die de sportzaal deelt met 500 anderen, van wie de meesten 60 jaar of ouder zijn. 'We weten niet waar we zullen wonen, hoe ons leven eruit zal zien en hoe lang het zal duren, voordat we hier wegkomen.'


Het is een lot dat ze deelt met tienduizenden anderen in het noorden van Japan. In getroffen plaatsen zoals Ofunato hebben mensen die dakloos zijn geraakt door de tsunami onderdak gevonden in honderden scholen, ziekenhuizen en sportzalen. In Ofunato, een stad met 41 duizend inwoners, zijn er 61 van dergelijke provisionele opvangplaatsen, voor in totaal 8.400 personen.


Vaak leven ze in erbarmelijke omstandigheden, met weinig meer dan een dak boven hun hoofd. Dagenlang zitten ze nu al in het duister en de kou. De situatie is nog verslechterd door een storm die woensdag een lading sneeuw meebracht en de temperatuur in veel verwoeste gebieden tot onder het vriespunt deed dalen.


De ontberingen laten zien hoeveel moeite Japan heeft het hoofd te bieden aan de gevolgen van de tsunami, die ongeveer 700 duizend mensen dakloos heeft gemaakt. Terwijl de media en de oppositie kritiek hebben op het optreden van premier Naoto Kan, zeggen de mensen hier dat ze sowieso al weinig vertrouwen in de centrale regering hadden.


'De centrale regering heeft een enorme schuld, geen geld, dus we hoeven op niets te rekenen', zegt Noriko Kikuchi (71), die ook onderdak heeft gevonden in de sporthal.


Toch begint er mondjesmaat hulp binnen te druppelen. Meestal in de vorm van voedsel en water, afgeleverd door het leger.


Twee dagen geleden arriveerden er vier noodtoiletten en ging er gejuich op, toen de stroomtoevoer gedeeltelijk werd hersteld, zodat de geëvacueerden voor het eerst weer wat licht hadden.


Maar er is nog aan alles tekort. De bewoners van het geïmproviseerde opvangtehuis hebben zich al dagen niet gewassen of andere kleren kunnen aantrekken. Voor Japanners, die dwepen met hun dagelijkse ritueel van een warm avondbad, is dat extra zwaar.


Velen van hen hebben niet meer dan de kleren die ze aan hadden toen ze voor de tsunami op de vlucht sloegen. Dus zitten ze nu vast; ze hebben geen geld voor een taxi of om boodschappen te kunnen doen. De golven hebben alles wat zij bezaten weggespoeld. En in veel gevallen ook hun spaarcenten.


Veel oude Japanners bewaren hun spaargeld in een kast, niet op de bank. Wie een bankrekening had, kon niet op tijd geld opnemen omdat de pinautomaten niet werkten door de stroomstoringen.


'Als het kon zou ik morgen vertrekken', zegt Emi Sasaki (64), die met haar dochter en kleindochter in de sporthal verblijft. 'Met geld en een telefoon kan ik op z'n minst nog proberen een huis te zoeken, waarin ik kan wonen.'


De mensen proberen de dagelijkse, ordelijke routine van het Japanse leven in stand te houden. Bij de ingang staan keurige rijen schoenen en laarzen. Iedereen loopt rond op sokken.


Maar er zijn ook verschillen, die stress veroorzaken: het gebrek aan privacy, de geur van honderden ongewassen lichamen. En de angstkreten elke nacht tijdens de zoveelste naschok.


Ze voelen zich afgesloten van hun gezinnen en van de buitenwereld. Er zijn geen telefoons, geen kranten en er is geen toegang tot internet.


Doordat snelwegen zijn verwoest, verloopt de bevoorrading door de overheid traag. 'We hebben geen idee wat er met ons gaat gebeuren', zegt Kikuchi. Zijn woning en het stalletje waar hij sigaretten verkocht, zijn door de golven verwoest. 'Ik kan mijn familie of vrienden niet bellen om hulp te vragen.'


Zelfs degenen van wie het huis werd gespaard, wonen in een staat van afzondering die dit rijke en moderne land niet meer heeft gekend sinds de Tweede Wereldoorlog. Grote delen van Noord-Japan zitten zonder stroom, water en verbindingen voor mobiele telefoons.


Aan vrijwel alles is een tekort: van rijst tot benzine. Veel winkels zijn leeggekocht of dicht. Bij benzinestations staan rijen van vele honderden meters.


Maki Niinuma, een 30-jarige huisvrouw, zegt bang te zijn voor haar kinderen, vooral voor haar zoontje van 7 maanden. Haar huis staat nog overeind, maar de benzineschaarste maakt het moeilijk voor haar om boodschappen te doen. Ze wil voldoende benzine in de tank van haar auto hebben om naar een ziekenhuis te kunnen rijden als haar baby ziek wordt.


Ze heeft onvoldoende babyvoeding. Daarom geeft ze haar kind de minder voedzame rijstepap. 'Als ik onvoldoende te eten heb, kan ik dat wel verdragen. Maar ik maak me zorgen over de voeding van mijn kinderen.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden