'In Oezbekistan kies ik diplomatieke aanpak'

Rotterdammer Hans Verèl (42) werd een jaar geleden de eerste westerse trainer in de voormalige Sovjet-Unie. In de centraalaziatische republiek Oezbekistan tracht hij Pachtakor te modelleren naar Europees voorbeeld....

Van onze verslaggever

Paul Onkenhout

ARNHEM

De Nederlandse voetbaltrainer kuierde in afwachting van de wedstrijd op het atletiekbaantje en dacht even dat het gejuich in het stadion van Kokand voor hem was bestemd. 'Vijftien-, twintigduizend mensen waren door dolle heen. Achter mijn rug werd een schaap het veld opgedragen. En spartelen dat beest!

'Ik dacht: nee hè, het zal toch niet. Maar toen zag ik een man met zó'n mes. Nog meer gejuich. Werd dat schaap ter plekke geslacht en vervolgens achter een van de doelen in een put gegooid. De mensen reageerden uitzinnig, alsof hun club kampioen was geworden. Dat bleken ze daar voor elke thuiswedstrijd te doen, om het geluk af te smeken.'

- Hielp het?

'Nee. We wonnen met 2-1.'

Hans Verèl (42) is sinds een jaar trainer en bondsadviseur in Oezbekistan en de schok van het onbekende kan er heftig zijn, zoals in Kokand. Hij woont en werkt in de hoofdstad, Tasjkent, als technisch adviseur van Pachtakor.

De Rotterdammer eet er rijst met schapevlees, om vijf uur 's ochtends soms, en maneouvreert behoedzaam tussen de tradities in de centraalaziatische, islamitische republiek op zevenduizend kilometer afstand van Nederland. Verèl is de eerste westerse trainer in een van de voormalige staten van de Sovjet-Unie. De kans is groot dat hij binnenkort ook de nationale ploeg onder handen mag nemen.

'Alles is anders daar. Sommige dingen stuiten me tegen de borst, maar wie ben ik om te zeggen dat ze eeuwenoude gewoonten moeten veranderen. Ik kijk en luister veel. Ik ben daar ook maar binnen komen vallen.

'Als het over voetbal gaat, kan ik mijn gang gaan en alles veranderen wat ik wil. Maar er is zoveel meer. Als het om religieuze of politieke zaken gaat, stel ik me zeer behoedzaam op. Ik beschouw mezelf als een Nederlandse ambassadeur in een ontwikkelingsland. Dat vereist een diplomatieke aanpak.'

In Nederland was Verèl trainer van FC Den Bosch, RBC, NAC, Dordrecht '90 en RKC. De voorzitter van Vitesse, Aalbers, vroeg hem in december 1994 of hij er iets voor voelde om twee jaar in Tasjkent te werken. Aalbers heeft zakelijke banden met Oezbekistan en is een goede bekende van de president van het land, de communist-oude-stijl Karimov.

Al eerder had Verèl besloten niet meer aan carrièreplanning te doen. 'Geen leven is zo onzeker als dat van een voetbaltrainer.' Drie jaar geleden zou hij met zijn gezin naar Zuid-Afrika trekken. Het huis was al verkocht, maar op het laatste moment werden de afspraken geannuleerd. 'Daar zaten we dan.'

Ditmaal werd meteen besloten dat vrouw en dochter zouden achterblijven in Nederland. 'Verhuizen kan ik vooral mijn dochter niet aandoen. Ze is op de leeftijd van jongens, zit op dansles en in Tasjkent is geen westerse school.'

In Oezbekistan woont hij als een vorst, zegt hij zelf. 'Hoewel de meeste Nederlanders daar anders over zullen denken.' De kans om te vereenzamen krijgt hij niet en dank zij een fanatiek gevolgde cursus Russisch kan hij zich redelijk verstaanbaar maken.

'Oezbeken zijn zeer gastvrij en ik ben daar, tja, een man van aanzien. De grote feesten vinden 's ochtends plaats, vanaf vijf uur. Dan krijg ik een bord plof voorgezet, rijst met schapevlees. Vrouwen worden niet uitgenodigd, die zitten thuis. Vrouwen, vinden de Oezbeken, zijn er om te koken en kinderen te baren.

'Dat accepteer ik, maar ik sta er soms nog steeds versteld van. Op bruiloften mogen de vrouwen pas later komen. En voordat de bruid binnenkomt, wordt ze op haar voet getrapt door haar man, als waarschuwing dat ze altijd onderdanig en gehoorzaam moet zijn.

'De eerste zes, zeven maanden had ik een jongedame als tolk. Voor uitwedstrijden moeten we vaak uren reizen. Maar een vrouw in de bus, dat mocht niet, dat zou ongeluk brengen. Toen heb ik een compromis verzonnen. Ze reisde wel mee, maar het laatste stukje, van het hotel naar het stadion, ging ze op eigen gelegenheid. Dan konden ze haar niet de schuld geven van een nederlaag.'

In Tasjkent wordt van hem verwacht dat hij Pachtakor, een van de drie clubs in Tasjkent en vorig seizoen vierde in de hoogste afdeling, modelleert naar westers voorbeeld. Er is vooral veel niet in Oezbekistan; tweede elftallen bestaan niet, jeugdspelers worden niet opgeleid en sport-medisch ligt het terrein volledig braak. Na elk bezoek aan Nederland brengt Verèl koffers vol bandages en smeersels mee terug.

'Maar alle spelers van Pachtakor zijn wel full-prof en worden goed betaald. Wie voetbalt, is bevoorrecht. Spelers maken kans op een flat en dat is heel wat in een land waar je soms twintig, vijfentwintig jaar moet wachten op een woning.'

Tot begin februari blijft hij in Nederland. Pas eind maart begint het seizoen in Oezbekistan. Op verzoek van Aalbers heeft Verèl, in verband met de promotie van Thijssen bij Vitesse, in Arnhem tijdelijk de A-junioren onder zijn hoede.

Voetbal is voetbal, maar vergelijkingen met de situatie in Nederland trekt Verèl niet. En dus kijkt hij niet vreemd op als voor een wedstrijd van Pachtakor een ernstig kijkende man het woord neemt in de kleedkamer. 'Dat is een inspecteur van de bond die de spelers waarschuwt dat ze zich netjes moeten gedragen en niet mogen vloeken. En indien nodig wordt dat in de rust nog eens herhaald.

'Als een speler de scheidsrechter uitscheldt, wordt hij het veld uitgestuurd en voor vier of vijf wedstrijden geschorst. Iedereen in Oezbekistan kent de scheldwoorden, maar niemand gebruikt ze in het bijzijn van anderen. Ik doe het soms wel, gekscherend. En dan ligt de hele groep prompt op de grond van het lachen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden