Reportage Noord-Korea

In Noord-Korea mag er plots genoten worden van het goede leven

Noord-Koreanen in een attractie. Beeld Getty Images

Sinds kort is de officiële boodschap in Noord-Korea dat er een nieuw tijdperk is aangebroken. Ineens lijkt er van alles mogelijk. Correspondent Marije Vlaskamp ging kijken of dat klopt. ‘Mijn leven is beter dan dat van mijn ouders.’

Op een zondagavond in het Zegepraal Jeugdpark zwieren lichtjes in alle kleuren van de regenboog door de nacht. Het zijn de lampjes van kermisattracties, die zo heftig zijn dat zelfs de stoerste jongen er wankelend uitkomt.

Tot tien uur ’s avonds is dit the place to be voor de studentenjeugd in de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang, zegt technologiestudent Kim Chol Jung (18). In de spelletjeshal hangt hij met zijn vriendengroepje bij een machine waarmee je wedstrijdjes armpjedrukken kan houden. Steels kijken de jongens of de mooie studentes van de Filmacademie wel zien hoe cool ze zijn.

Noord-Koreaanse man speelt een potje armpje drukken in het Zegepraal Jeugdpark. Beeld Getty Images

Maar van zijn spierballen moet de sprietige Kim het niet hebben. Hij heeft wel een goede smartphone: een Arirang, het populairste merk onder de drie miljoen Noord-Koreanen met een mobieltje. ‘In de ogen van je vrienden is het merk mobieltje niet belangrijk, we leven immers in een socialistisch land’, zegt hij. ‘Ik kies iets goeds voor mezelf.’

Sinds kort is de officiële boodschap in Noord-Korea dat er een nieuw tijdperk is aangebroken. Met het recente bezoek van de Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in aan Pyongyang is een opmerkelijke ontspanning ingetreden. Moon prees daarna bij de jaarvergadering van de Verenigde Naties ‘de nieuwe politieke weg’ die de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un zou zijn ingeslagen.

Ineens lijkt er van alles mogelijk. Vrede. Hereniging van de beide Korea’s. Het verzachten van de sancties tegen de Democratische Volksrepubliek Korea (DPRK), zoals het noorden zich officieel noemt. Grote stappen voor een conflict dat na de wapenstilstand van 1953 nooit is opgelost.

De anti-Amerikaanse propaganda die het straatbeeld van Pyongyang bepaalde, is vervangen door posters van mannen in goed gesneden colbertjes en rode stropdas – het lijken zakenlui, maar dit is het Noord-Koreaanse archetype van de intellectueel. Ze roepen op ‘de macht van wetenschap’ te ontwikkelen. Op andere posters staan arbeiders te trappelen om zich te wijden aan ‘de implementatie van het Vijfjarenplan voor economische ontwikkeling’.

Een groep Noord-Koreaanse vrouwen gaat op de foto tijdens een bezoek aan het Zegepraal Jeugdpark. Beeld Getty Images

Oppassers

Met engelengeduld vertalen de twee oppassers de slogans. Deze ‘minders’ worden aan elke buitenlandse delegatie vastgeplakt. Letterlijk: als schaduwen zijn meneer Kim en meneer Ri aanwezig bij elk gesprek, elk wandelingetje en elke maaltijd buiten het hotel. Van buitenlanders zonder meneer Kim en meneer Ri in hun kielzog worden Noord-Koreanen verschrikkelijk zenuwachtig. Dan gaan ze paniekerig hun meerderen bellen, net zolang tot de minders gevonden zijn.

Afhankelijk van de politieke situatie kunnen minders een hele persreis lang het meest onschuldige uitstapje naar bijvoorbeeld een supermarkt onmogelijk maken en elke vraag beantwoorden met agressieve politieke tirades, maar nu zijn meneer Kim en meneer Ri uitzonderlijk relaxed. Op verzoek tappen ze zelfs moppen. ‘Een jong stel maakt zich op voor de huwelijksnacht. Please be gentle with me, zegt het bruidje. De bruidegom gaat naar de badkamer en komt spiernaakt naar buiten. Hij heeft alleen zijn vlinderdasje nog om. Now I am a gentleman.’

Een keer mogen we vijf minuten onder begeleiding door een gewone straat wandelen, terwijl dat niet op het programma stond. ‘Mag ik ook even naar die kiosk, meneer Kim?’

Het mag. Ik zie een verzameling koekjes en flesjes frisdrank en een verkoopster die zich onder de toonbank verstopt. Vandaar dat het vrij bijzonder is dat de hoogopgeleide millennials van Pyongyang in het Zegepraal Jeugdpark niet wegduiken als je vraagt hoeveel zo’n paar zilverkleurige peep-toe pumps nou kost, en hoe een spelletje met die boksbal werkt. Een studente visagie koopt spontaan een kaartje om samen te rammen op een boksbalmachine. Ze heeft prachtig fonkelende glitteroogschaduw op en draagt hoge hakken onder haar strakke jeans. ‘Mijn schoonheid is niet helemaal natuurlijk, ik heb hulp uit een doosje’, giechelt ze.

‘Dit is het tijdperk van wetenschap en technologie, dat zal alles veranderen’, zegt student Kim. ‘Mijn ambitie is dan ook topwetenschapper worden.’

De Noord-Koreanen pochen dat de Arirang-telefoon honderd procent eigen makelij is, maar het mobieltje schijnt toch echt ‘made in China’ te zijn. In Noord-Korea wordt hij aangepast aan de beperkte mogelijkheden van het streng gecontroleerde Noord-Koreaanse ‘intranet’. Ga er de grens mee over en hij werkt niet meer.

Ja, Noord-Korea heeft internet, maar slechts een handjevol wetenschappers en politiek betrouwbare leden van de elite mogen online inhoud van buiten de totalitaire stolp bekijken, mits die van te voren is aangevraagd en van hogerhand goedgekeurd.

Beeld Getty Images

Online shoppen

Voor de rest van de bevolking, ruim 23 miljoen mensen, is er streng gecontroleerd intranet. Dat heeft nog altijd meer te bieden dan saai staatsnieuws. Bijvoorbeeld online shopping: Manmulsang is goed in thuisbezorgen, bij Future kun je afdingen. Op filmapps staan Chinese ziekenhuisseries en Koreaanse familiedrama’s. Er zijn gemuteerde versies van Candy Crush. Foto’s maken kan, ze delen via sociale media niet. Nog niet.

Ze noemen zichzelf geluksvogels, deze post-hongersnoodgeneratie. Ze zijn geboren aan het einde van de Zware Mars, de Noord-Koreaanse verbloemende term voor de verschrikkelijke jaren negentig. Niemand weet precies hoeveel mensen er toen zijn verhongerd of bezweken aan ziektes, veroorzaakt door chronisch voedseltekort. De schattingen lopen uiteen van 200 duizend tot 3 miljoen doden. Nu wordt de eerste generatie die is opgegroeid met een volle maag volwassen, in een tijdperk waarin genieten van het goede leven ineens mag. Student Kim: ‘Mijn leven is beter dan dat van mijn ouders. Onze Grote Leider, de Kameraad Maarschalk Kim Jong-un zorgt voor verhoging van de levensstandaard.’

In zijn nieuwjaarsspeech kraaide Kim Jong-un in januari victorie over het ‘definitieve succes’ van het kernwapenprogramma. Wetenschappers werken nu aan ‘massaproductie van raketten met kernkoppen’, economische ontwikkeling krijgt meer aandacht en het volk mag ‘de buikriem’ lekker laten vieren.

Ingeblikt fruit en varkensgehaktballen

Supermarkten in Pyongyang zijn kleurrijke uitstallingen van ingeblikt fruit, vriezers vol vlees en schappen Koreaanse frisdranken en sterke drank. Westers eten kan in Pyongyang: een biefstuk voor 70 euro of een pizzaatje. Ook lievelingsgerechten van de oude Kim Jong-il zijn tegenwoordig bereikbaar voor gewone stervelingen met geld op zak – of een Narea-betaalpasje, waarmee je wel kunt pinnen, maar niet rood kunt staan, want creditcards bestaan niet in Noord-Korea.

Met recepten voor varkensgehaktballen en eierpannenkoeken kijkt het kookprogramma op de Noord-Koreaanse staatstelevisie niet op een calorie meer of minder. Een variant op Eigen Huis en Tuin laat de geneugten van de aquariumhobby zien. Warenhuizen verkopen inderdaad allerlei soorten tropische vissen en hun behuizing.

Drie jaar geleden deden vissen toch vooral dienst als voedsel, niet als verfraaiing van het interieur. In 2015 kreeg boerin Kim Hyong Hui (49) negen diepbevroren vissen wegens haar verdiensten voor de staatsboerderij Chonsam in het zuidwestelijke kustdistrict Anbyon. De vissen werden afgeleverd met de complimenten van de Opperste Leider Kim Jong-un. Zo’n cadeau is een eer die zo groot is dat ze zichzelf met de stapel vis heeft laten vereeuwigen.

Kleding, voedsel, snoepjes, machines: al het goede dat op het volk neerdaalt was traditioneel een geschenk van de Kim-dynastie. Tegenwoordig kunnen mensen lekkernijen gewoon zelf kopen. De economische ontwikkeling die de supermarkten en warenhuizen mogelijk maakt, wordt nu in de propaganda evengoed verkocht als een liefdevol geschenk van Kim Jong-un aan zijn volk.

Noord-Koreanen doen boodschappen in een supermarkt in Pyongyang. Beeld AP

De grootste politieke show ter wereld

De Arirang-spelen in het Rungrado 1 Mei-stadion bieden een spoedcursus in de correcte eufemismen van Noord-Korea. Zo kan over de hongersnood uit de jaren negentig voorzichtig worden gesproken onder de naam De Zware Mars.

De Arirang-spelen zijn met zo’n 100 duizend deelnemers de grootste politieke show ter wereld. Het achtergronddecor wordt gevormd door 7.490 scholieren die dienst doen als een menselijk tv-scherm met bordjes, die ze op de seconde precies omdraaien. Zo ontstaan steeds wisselende landschappen, skylines en slogans. Daarbij komt een formatie computergestuurde drones en een orgie van marsmuziek, vuurwerk en acrobatiek en je hebt het nationalistische opium van de meest bedwelmende soort.

Regeringsbegeleider Kim duidt de hoofdstukken die ons door de moderne Koreaanse geschiedenis heen loodsen. ‘Dit hoofdstuk heet frustratie en ineenstorting.’ In 1989 begon de aftakeling van het Oostblok en de desintegratie van de grootste bondgenoot van de DPRK, de Sovjet-Unie. Dat wordt verbeeld als een woest kolkende zee met een klein vlekje rood waar mensen worstelen om hun banieren boven water te houden. ‘Onze kleine DPRK bleef als enige socialistische natie over terwijl onze internationale socialistische markt verdween.’

Toen in 1994 de aartsvader van de Kim-dynastie, Kim Il-Sung, ook nog eens overleed was de ellende compleet. Overstromingen en daarna droogtes zorgden voor misoogsten. De stalinistische planeconomie kon de klap van het wegvallen van de Sovjet-Unie niet aan. Het officiële staatsdistributiesysteem dat verantwoordelijk was elke Noord-Koreaan zijn levensmiddelen te verstrekken, voedde in 1997 slechts 6 procent van de bevolking.

De honger wordt indirect geïllustreerd met een beeld van overvloed – het tegenovergestelde. Een lied over Gouden Bergen, Gouden Velden, een Gouden Zee, waar overdreven gigantische hoeveelheden voedsel worden binnengehaald.

Ook de sancties hebben een eigen hoofdstuk. Duizenden dansers beschermen elk een eigen rood vlammetje, dat de geest van zelfvoorziening symboliseert. Ze groeperen zich rond twee evenwichtskunstenaars in twee met elkaar verbonden tredmolens, die vuurwerk spuiten. Met kunst- en vliegwerk houden ze de constructie in beweging. Volgens meneer Kim verbeeldt het tafereel de ingenieuze volksaard, opgebloeid door de ‘onderdrukking’.

Kernbommen en raketten zijn bij deze editie van de spelen weggelaten. Ook het deel over de Korea-oorlog is beknopt en er is geen enkele Amerikaan die wordt verpletterd, zoals vroeger gebruikelijk was. Volgens Kim is het ‘politiek niet het goede moment’ voor dat thema. Wel politiek correct: een overdosis vooruitgang in de vorm van dansscènes waarin torenflats worden gebouwd en scholieren nieuwe rugzakjes met studieboeken krijgen.

Hongersnood

Aan de hongersnood denkt ze nooit meer, zegt boerin Kim. ‘We aten soep met gras, we voelden de pijn van de honger. Die ervaring heeft onze natie vastberaden gemaakt: de volgende generatie gaat dat niet meemaken. Maar mijn herinneringen aan die tijd zijn weggezakt, want we eten al weer een jaar of achttien normaal.’

Mevrouw Kim heeft twee volwassen kinderen en een nakomertje, een comfortabele boerderij met uitzicht op de goudgele rijstoogst en wapperende rode vlaggen. Ze heeft geen behoefte haar horizon te verbreden, zegt ze. ‘Als de Korea’s herenigd zijn wil ik mijn land van noord tot zuid zien, verder weet ik genoeg over de wereld. Ik heb twaalf kanalen op mijn televisie.’

Opmerkelijk: op de kermis in Pyongyang zegt de hippe jonge generatie letterlijk hetzelfde als een bijna 50-jarige boerin. Technologiestudent Kim: ‘Ik wil alle uithoeken van mijn eigen land bereizen.’

Het is onmogelijk om hier erachter te komen wat mensen echt denken. Zijn hun uitspraken het resultaat van levenslange hersenspoeling of kiezen ze voor het veiligste antwoord? De houding van Noord-Koreanen in het openbaar lijkt nog het meest op die van acteurs in een toneelstuk dat vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week wordt opgevoerd.

Of ze nu fietsen, wandelen of de roltrap naar de metro nemen, in Pyongyang staan de gezichten neutraal en strak. Spreek mensen aan en de voorgeprogrammeerde antwoorden komen eruit. Ze glimlachen als de antwoorden vriendelijk van aard zijn, de gezichten betrekken als felheid is vereist, en de mimiek wordt opgewonden als de Noord-Koreaanse leiders te sprake komen. Heel soms geeft iemand iets persoonlijks vrij, over een lievelingsgerecht of de kinderen, daarna keren ze snel terug in de veiligheid van de slogans.

Beeld Getty Images

Glitter

In Pyongyang is iedere staatsburger onberispelijk gekleed en fysiek aantrekkelijk. De dames houden van bling, bijvoorbeeld een zilverdraadje langs de kraag en zilveren glanseffecten op een rok, die tot net boven die knie valt. Dit bescheiden geglitter wordt geaccentueerd met glimmende krullerige broches. Op de rechterborst, want de linker is het exclusieve domein van het Kim-speldje.

Er zijn meerdere speldjes. De keuze voor het speldje van de dag is een kwestie van individuele smaak en gevoel voor stijl, legt meneer Kim uit. De ene dag heb je zin in een subtiele ronde button met Kim Jong-Il, de andere dag vraagt je donkere colbert om een kloeke rode vlag met de portretten van twee generaties leiders. ‘Iedere Koreaan voelt zich geborgen als de Grote Leiders zo dicht mogelijk bij hem zijn. Je wilt gewoon niet naar buiten zonder speldje’, aldus Kim. Het is niet verplicht, maar Noord-Koreanen voelen zich prettig bij collectief gedrag, zeggen de minders. Je lacht als iedereen lacht, je klapt als iedereen applaudisseert.

En misschien is dat ook de reden dat dolfinarium Rungra tijdens een loflied op Kim Jong-un in een dierenshow alleen de schoonzwemsters laat optreden. De dolfijnen blijven even achter slot en grendel. Dolfijnen zijn eigenwijs, blijkt als een van de dieren het vertikt een kunstje te doen. De trainster kan op het water slaan wat ze wil, de dolfijn werkt niet mee. Met mensen loop je dat risico niet.

Persreis van een week

Correspondent Marije Vlaskamp bezocht in september de steden Pyongyang, Wonsan en Kaesong. De reis van een week was georganiseerd door GPI, een Nederlands consultancybureau dat sinds 1997 zaken doet met Noord-Koreaanse ict-bedrijven. Sinds 2014 verzorgt GPI samen met een Noord-Koreaanse organisatie tegen betaling reizen naar Noord-Korea, waaronder speciale persreizen voor journalisten.

Op deze reis gingen ook de Azië-correspondent van de Britse krant The Times mee, twee Britse documentairemakers, alsmede twee zakenmensen die uit persoonlijke belangstelling meereisden. Persreizen als deze zijn vrijwel de enige mogelijkheid om in Noord-Korea legaal als journalist te werken.

De reis viel in een periode dat Noord-Korea vrij veel bezoek van internationale pers toestond: ter gelegenheid van de militaire parade en het 70-jarig jubileum van de ‘Democratische Volksrepubliek’ werd een grote groep buitenlandse journalisten toegelaten. Ook de Zuid-Koreaanse president Moon nam een groep Zuid-Koreaanse pers mee tijdens zijn bezoek aan Pyongyang.

Wat viel het meeste op?

Voor correspondent Marije Vlaskamp was Noord-Korea een 'must see', zo vertelt ze in een interview. 'Anders begrijp je echt niet hoe compleet die isolatie is. Hoe die economie eruitziet, waar ze mee bezig zijn. Het feit dat iedereen in Pyongyang nu zonnepaneeltjes heeft hangen aan het balkon. Ik kan er nu veel beter over schrijven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.