AnalyseHerdenking Auschwitz

In ‘nooit meer Auschwitz’ ligt een universele vermaning besloten

‘Nooit meer Auschwitz’ is 75 jaar na de bevrijding van het gelijknamige kamp een universele vermaning tegen volkerenmoord. Maar lange tijd werden er alleen de Poolse slachtoffers herdacht.

Kinderen die door het Rode Leger werden bevrijd uit Auschwitz in januari 1945.Beeld TASS via Getty Images

Het bezoek dat de toenmalige Duitse bondskanselier Willy Brandt in december 1970 aan Warschau bracht, was memorabel vanwege zijn (spontane) knieval bij het monument dat aan de getto-opstand van 1943 herinnert. Eigenlijk had Brandt, als onderdeel van zijn pogingen zich met het Joodse volk te verzoenen, Auschwitz willen bezoeken. Daarbij had hij zich willen laten vergezellen door Heinz Galinski, de voorzitter van de Joodse gemeente in Berlijn.

Dit voornemen offerde hij te elfder ure op ‘aan de diplomatie’, zoals Der Spiegel het destijds formuleerde. De Poolse gastheren stelden namelijk geen prijs op zoveel boetvaardigheid tegenover de Joodse nazislachtoffers. Voor hen was Auschwitz de plek waar bovenal het Poolse leed moest worden herdacht – hoewel 90 procent van de ongeveer 1,1 miljoen mensen die er zijn omgebracht Joden waren. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Walter Scheel hield daar terdege rekening mee toen hij, in de wetenschap dat alle aandacht naar Brandt zou uitgaan, Auschwitz wél bezocht: hij liet elke verwijzing naar Joodse slachtoffers achterwege.

Auschwitz was toen, 25 jaar na de oorlog, vooral een altaar van het Pools nationalisme. En een strijdtoneel van de Koude Oorlog. Józef Cyrankiewicz, oud-gedetineerde van Auschwitz en de langst zittende premier van de volksrepubliek Polen, ontvouwde op deze plek graag zijn denkbeelden over het perfide kapitalisme, en over de Navo als erfgenaam van het Derde Rijk.

Gesloopt

Een groot deel van het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau was kort na de oorlog gesloopt door omwonenden die op zoek waren naar bouwmateriaal. Delen van het (verlaten) spoor dat naar de gaskamers leidde, liggen in bewoond gebied. De zogenoemde Bunker I, waar tienduizenden mensen zijn vergast, werd verbouwd tot een woonhuis. Het voormalige kamp Auschwitz I – tot 1939 een Poolse kazerne – deed (en doet nog steeds) dienst als museum. 

Dat het nazibewind wereldwijd vooral met Auschwitz in verband wordt gebracht, en niet (of beduidend minder) met de vernietigingskampen Sobibor, Belzec en Treblinka, hangt samen met ‘de Poolse agenda’, zegt Annemiek Gringold, conservator van het Nationaal Holocaust Museum in oprichting. ‘In die andere kampen zijn geen niet-Joodse mensen vermoord. Voor Poolse nationalisten zijn deze kampen dus minder relevant dan Auschwitz. Zij zoeken vooral erkenning voor de niet-Joodse slachtoffers.’ 

Nochtans wordt sinds 2005 op 27 januari, Holocaust Memorial Day, in Auschwitz specifiek de Shoah herdacht. In de woorden ‘nooit meer Auschwitz’ ligt de universele vermaning tegen volkerenmoord besloten. Daarvan was in de eerste naoorlogse jaren nog geen sprake, zegt Gringold. ‘In Nederland werden toen vooral de lotgevallen van voormalige politieke gevangen gememoreerd. Bij de nazigruwelen dacht men aan kampen als Natzweiler, Dachau en Buchenwald. Niet aan Auschwitz.’

Dat kwam door het beleid van de Londense oorlogskabinetten om de Joden niet als slachtoffergroep af te zonderen. Terwijl, zegt Gringold, in december 1942 al tamelijk accurate inschattingen de ronde deden over de omvang van de massamoord op Joden. 

Geen strategisch doelwit

Historici zijn het er nog steeds niet over eens waarom de geallieerden niets met deze informatie hebben gedaan. Mogelijk zagen zij de vernietigingskampen en de aanvoerlijnen daarnaartoe niet als strategische doelwitten. Hun prioriteit lag bij het verslaan van nazi-Duitsland. Mogelijk hebben ze ook getwijfeld aan de geloofwaardigheid van verhalen over moord op industriële schaal.

Voor de meeste Joden onderscheidde Auschwitz zich dan ook niet van andere bestemmingen in ‘het oosten’. Holocaustoverlevende Lex van Weren was zelfs ‘blij’ dat hij in november 1943 naar Auschwitz werd overgebracht, en niet naar het Oostenrijkse strafkamp Mauthausen. Daar had hij vreselijke verhalen over gehoord.

Die verhalen hoorde hij ook over Auschwitz – toen hij er eenmaal was gearriveerd. ‘Maar ik wilde het niet geloven’, citeerde Dick Walda hem in het boek Trompettist in Auschwitz. ‘Ik zag die crematoria roken en tóch wilde ik het niet geloven. Het ging mijn bevattingsvermogen te boven.’ 

Zo onbevattelijk was Auschwitz. Toen de Nederlands-Joodse verzetsstrijder Mirjam Pinkhof-Waterman in het concentratiekamp Bergen Belsen door medegevangenen werd geïnformeerd over hun ervaringen uit Auschwitz, wilde ze dat – hoe anti-Duits ze ook was – niet van hen aannemen.

Kilte

Misschien droeg de onbevattelijkheid van Auschwitz ook wel bij aan de kilte die Holocaustoverlevenden bij hun terugkeer in Nederland ondervonden. Joden die bij het Rode Kruis op zoek ging naar vermiste familieleden, werden doorverwezen naar de afdeling J – de letter die tijdens de bezetting in hun persoonsbewijs werd gestempeld. De hereniging met ondergedoken kinderen kwam vaak moeizaam tot stand. 

Overlevenden die kostbaarheden wilden ophalen die in bewaring waren gegeven bij niet-Joodse Nederlanders, kregen vaak nul op het rekest. Soms onder toevoeging van de gevleugelde woorden ‘Ze zijn vergeten jullie te vergassen.’ ‘Kennelijk had men in Nederland wel degelijk een vermoeden van wat Joden in het oosten was aangedaan,’ zegt Annemiek Gringold.

Ook in Israël was er aanvankelijk weinig aandacht voor de ervaringen van Holocaustoverlevenden. Gringold: ‘Bij het uitroepen van zijn onafhankelijkheid, in 1948, werd het land van alle kanten belaagd. Het had dus vooral behoefte aan sterke, weerbare mensen. Niet aan getraumatiseerde ouderen of zieken. Overlevenden die zich na 1948 in Israël vestigden, moesten snel Hebreeuws leren. Hun Europese verleden moest wijken voor hun toekomst in de Joodse staat.’

Israël wilde geen ‘natie van slachtoffers’ zijn, schreef historicus Keith Lowe. Dit betekende dat overlevenden zich moesten verantwoorden voor hun veronderstelde lijdzaamheid onder het naziregime. Voor hen en voor hun omgebrachte familieleden deden weinig vleiende kwalificaties de ronde. Van ‘menselijk stof’, tot ‘uitschot’ en ‘zeep’ – een verwijzing naar de mythe dat de nazi’s de lijken van Auschwitz tot zeep hadden verwekt. 

Pas na de berechting van Adolf Eichmann, in 1961, raakten Israël en de rest van de wereld vertrouwd met de aard en de omvang van de Shoah, en nestelde Auschwitz zich in het collectief geheugen.

Mijn bevrijding
75 jaar geleden werd ons land bevrijd en daar staat de Volkskrant uitgebreid bij stil. Bekijk hier hoe Nederland er precies 75 jaar geleden uitzag en ontdek telkens nieuwe persoonlijke bevrijdingsverhalen uit nieuw bevrijd gebied.

Of lees direct deze bevrijdingsverhalen
De Duitse Jood Paul Guggenheim woonde voor de oorlog al tien jaar in Nederland, maar dat gaf hem geen paspoort. Toen Paul via Cuba aan de Holocaust ontsnapte, wilde hij Nederland toch helpen ‘bevrijden van die beesten’. Zijn zoon ontdekte het verhaal door het koffertje dat tientallen jaren gesloten bleef, dan toch te openen.

In het huis van het gezin-Plompen in Valkenswaard zaten tijdens de oorlog Duitsers ingekwartierd: Hans en Karl. In hetzelfde huis zat later een Joodse vrouw ondergedoken. En zij was niet de laatste gast

Ze zijn de tachtig gepasseerd en merken dat de wonden van de Tweede Wereldoorlog 75 jaar na de bevrijding nog niet zijn geheeld. Kunnen nieuwe technieken hen helpen? Hoe Nederland omging met het psychische leed van de oorlog - toen en nu.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden