In Nigeria na Boko Haram: 'Schaal van vernieling is ongekend in de wereld'

Uit enkele steden in het noorden van Nigeria is de gewelddadigste terreurorganisatie ter wereld verjaagd. Carlijne Vos reist mee met de eerste artsen ter plaatse.

Een man staat te midden van de resten van zijn huis. Beeld Sven Torfinn

Twee jonge artsen staren onder het kabaal van de helikopterwieken naar de leegte beneden hen. De dakloze karkassen van huizen en desolate dorpen en akkers tussen het groen van het Sambisawoud bieden een onheilspellende aanblik. Zwermen vogels vormen de enige beweging in het landschap, naar wat zich onder het gebladerte afspeelt is het vooral gissen.

Dit woud is nog steeds het domein van de fundamentalistische beweging Boko Haram, die sinds 2009 terreur zaait in de provincie Borno in het noordoosten van Nigeria. In die bossen worden duizenden vrouwen en meisjes vastgehouden die tijdens terreuraanvallen zijn buitgemaakt om uitgehuwelijkt te worden. En vanuit diezelfde bossen worden nog steeds aanslagen beraamd en burgers van hun huizen verjaagd, ook al beweert de Nigeriaanse overheid dat Boko Haram 'technisch verslagen' is - de verkiezingsbelofte van de nieuwe president Buhari.

Dokter Ernest Okoli (33) en zijn collega Mbam Matthew (32) zijn afkomstig uit de Nigeriaanse hoofdstad Abuja en hebben geen idee wat ze daar beneden in de 'bevrijde' stad Gwoza zullen aantreffen. De gedachte dat Boko Haram ook vanuit het bos naar boven kan vuren, zoals de piloot zojuist achteloos heeft gesuggereerd, benauwt ietwat. Matthew grinnikt zenuwachtig als hij zijn kogelvrije vest de helikopter in zeult. 'Ik ben nog nooit op zo'n missie geweest.'

En dan gaan ze ook nog naar een stad waar nog nauwelijks hulpverleners zijn geweest. Okoli en Matthew zijn de eersten die gestationeerd worden in Gwoza, de meest afgelegen stad in Borno, aan de grens met Kameroen. De mannen gaan een kliniek van Unicef runnen, maar konden de stad niet eerder bereiken dan vandaag. De reden: Boko Haram pleegt nog steeds aanvallen op vrijwel alle toegangswegen vanuit de hoofdstad Maiduguri naar de bevrijde gebieden. Het zijn in de praktijk geïsoleerde stipjes op de kaart. Na de laatste aanslag op een humanitair hulpkonvooi, eind juli, zijn de veiligheidsmaatregelen opnieuw aangescherpt. Sindsdien moet de inderhaast door de VN ingezette helikopter uitkomst bieden.

Offensief

Na landing op de militaire basis in Gwoza worden de passagiers onder zwaarbewapend escorte van het leger rondgeleid. Gwoza blijkt grotendeels in puin te liggen. De wegen liggen bezaaid met uitgebrande autowrakken, scholen en klinieken zijn in brand gestoken of opgeblazen, net als de enige zendmast, de elektriciteitscentrale, de rechtbank, de moskee en het paleis van de emir. 'Deze schaal van vernieling is echt ongekend in de wereld. Dat tref je zelfs niet aan in Irak of Afghanistan', verzucht legercommandant Haroon Ibrahim Audu. 'En welk doel dient dit in vredesnaam? Het is niet te begrijpen.'

Sinds het geïntensiveerde offensief van het leger wordt langzaam duidelijk welke humanitaire ramp zich in het binnenland heeft voltrokken onder de terreur van Boko Haram. Steden als Bama, Gwoza en Damboa blijken met de grond gelijkgemaakt. De bevolking raakte uitgehongerd nadat ze door Boko Haram was verjaagd van huis en akkers en beroofd van vee en voedselvoorraden. Wie tegenstribbelde werd geëxecuteerd, duizenden jonge jongens en meisjes werden geroofd om als strijder of 'echtgenote' te dienen.

De schade die Boko Haram heeft aangericht in het noorden van Nigeria overtreft de somberste verwachtingen. Volgens de Global Terrorism Index is Boko Haram de dodelijkste en gewelddadigste terreurorganisatie ter wereld. Zelfs Islamitische Staat (IS), waarbij Boko Haram zich vorig jaar zou hebben aangesloten, zou terugdeinzen voor zulk buitensporig geweld tegen burgers. Achter de alomvattende destructie en terreur lijkt geen strategie te schuilen. Een deel van de terreurorganisatie lijkt nu een mildere koers te willen varen onder de nieuwe door IS tot leider uitgeroepen Abu Musab al-Barnawi, om te voorkomen dat ze nog meer burgers van zich afstoot.

Bevrijd van Boko Haram, maar verstoken van hulp

In enkele steden in het noorden van Nigeria is de gewelddadigste terreurorganisatie ter wereld teruggedreven. Bekijk hier het scrollverhaal.

Rantsoen

Velen sloegen uit angst voor Boko Haram op de vlucht. Wie dat niet lukte, zat muurvast op het platteland zonder enige toegang tot voedsel of tot de hulp, die nog steeds moeizaam op gang komt. In Gwoza is het leger, dat de stad al in maart 2015 bevrijdde, daarom zelf maar vast burgers gaan helpen. De militairen deelden hun rantsoen, legden waterleidingen aan en openden verlaten huizen 'waar nog een dak op zat' voor de duizenden inwoners uit de omliggende dorpen die daarna naar de vernielde, maar bevrijde stad zijn gevlucht. In anderhalf jaar tijd heeft slechts een keer een hulpkonvooi met voedsel Gwoza bereikt.

Om het voedseltekort te beperken patrouilleert het leger dagelijks rond de stad in een kring van 5 kilometer doorsnee, zodat boeren veilig op het land kunnen werken. 'Het levert lang niet genoeg te eten op, maar het is beter dan niets', zegt de commandant. Ook zijn de soldaten kinderen les gaan geven. In een voormalig distributiecentrum met een zwartgeblakerd plafond zingen kinderen het alfabet: 'L van leeuw, M van mango, N van noten.' De militairen kijken met hun kalasjnikovs onder de arm vertederd toe.

De provisorische kliniek voor bevallingen en kleine operaties is nog zo'n humaan initiatief van de legertop. Trots vertelt hoofdcommandant Laguda hoe hij mensen op bloedgroep heeft laten indelen om bloedtransfusies te kunnen geven. 'We hebben hier geen bloedbank', zegt Laguda. 'We moesten wat, anders zouden mensen doodgaan. We waren compleet afgesloten van de buitenwereld.'

In anderhalf jaar tijd heeft slechts een keer een hulpkonvooi met voedsel Gwoza bereikt. Artsen van Unicef zijn de eersten die in de stad worden gestationeerd. Beeld Sven Torfinn

De twee artsen van Unicef kunnen aan de slag in het voormalige politiebureau - een van de weinige overgebleven gebouwen in de stad met een dak erop. Daar treffen ze één lokale gezondheidswerker achter een gammele opklaptafel, en op de grond voor de provisorische kliniek een lange rij wachtende patiënten. Drie fonkelnieuwe ziekenhuisbedden, twee infuusstandaarden en stapels ondefinieerbare dozen met medicijnen staan onaangeroerd langs de kant. 'Dit kan niet langer wachten', zegt dokter Okoli terwijl hij resoluut zijn mouwen opstroopt en zijn stethoscoop om zijn nek hangt. 'Ik begin meteen.'

Op dat moment wordt een bewusteloze tiener binnengebracht op een hobbelende handkar; hij is zojuist ingestort door ondervoeding en uitdroging. 'Wie heeft er suiker?', roept de jonge arts. 'Een biscuitje?' In de kersverse kliniek van Unicef is niets. Geagiteerd stuurt hij iemand eropuit om met zijn eigen geld een infuus met een zoutoplossing te kopen.

Vluchtelingen miljoenen in acute nood

De afgelopen anderhalf jaar zijn meer dan 1,5 miljoen burgers uit de provincie Borno naar de hoofdstad Maiduguri gevlucht. Maar lang niet iedereen heeft zichzelf in veiligheid weten te brengen. Nog steeds verblijven vermoedelijk 2 miljoen inwoners in afgelegen gebieden op het platteland.

Hulporganisaties schatten het aantal burgers in acute voedselnood in Nigeria op 4,5 miljoen. Maar hulp kan hen nauwelijks bereiken, gezien de precaire veiligheidssituatie.

Gevangengehouden

De 6 maanden oude baby op de schoot van Fati Uselan (20) is er ernstig aan toe; ze is vel over been en reageert nauwelijks meer op haar omgeving. Drie dagen geleden wist Uselan te ontsnappen uit het Sambisawoud, waar ze twee jaar lang gevangen is gehouden door Boko Haram.

De baby kreeg ze na eindeloze verkrachtingen in het gedwongen huwelijk met een Boko Haramstrijder. Het kind kwakkelt al sinds de geboorte, omdat ze zelf te verzwakt was om het te voeden. 'Ik leefde van oude voedselrestjes en de wortels en bladeren uit het bos die ik steeds opnieuw vermaalde tot pap.'

Soldaten geven kinderen les. Beeld Sven Torfinn

Dokter Okoli schudt moedeloos zijn hoofd achter zijn geïmproviseerde consultatietafel. Zoveel ellende had hij niet verwacht, toen hij deze morgen per helikopter werd ingevlogen.

Grote bruine plassen maken de ongeasfalteerde straten in de hoofdstad Maiduguri vrijwel onbegaanbaar. In de ooit zo welvarende handelsstad van een kleine miljoen inwoners wonen nu ook nog eens 1,5 miljoen vluchtelingen. De zelfgebouwde krotten van takken, lappen en roestige golfplaten die op elke lege plek in en rond de stad zijn verschenen, zijn niet bestand tegen de moessonregens. In een pas ontstaan kampje op een oud industrieterrein in het centrum hangen overal doeken te drogen na de hoosbui van gisteren. De latrines die er zijn aangelegd door hulporganisaties als Oxfam en Save the Children, in een poging het leed te verzachten en bovenal uitbraken van cholera te voorkomen, lopen over.

'Kijk, dit is alles wat we te eten hebben.' Midden in de drek tilt een vrouw een deksel van de pan waarin een bodempje pap zit. Ya Indi (50) verloor haar man, twee zonen en een broer tijdens de laatste aanval van Boko Haram op haar dorp Dalori, nu drie maanden geleden. Met een honderdtal andere weduwen en hun kinderen heeft ze zich gevestigd in een donkere loods op het terrein.

Het is er bloedheet, op de grond liggen tientallen matten waarop de vrouwen in het duister hun geïmproviseerde huishouden runnen. Er is geen andere privacy dan wat de scheerlijnen met drogende kleren en de stapels pannen tussen de matjes kunnen bieden. Terwijl de meeste kinderen uit bedelen zijn, borduren de vrouwen de traditionele islamitische hoofddeksels die ze na ruim een week werk voor 2 à 3 euro hopen te verkopen.

Ondervoede baby's

Nog dagelijks arriveren nieuwe slachtoffers in de hoofdstad. Ze hebben honger, niets om naar terug te keren, zijn hun mannen of kinderen kwijt en zijn ernstig getraumatiseerd. In een kliniek van Unicef in het kamp Dalori, waar het leger duizenden bevrijde vrouwen en weeskinderen heeft ondergebracht, worden de ondervoede baby's gewogen. Van een tweeling van 8 maanden haalt geen van beiden de 4,5 kilo. Nadat het leger de stad had bevrijd is hun moeder te voet uit Bama gevlucht, omdat er niets meer te eten was. 'Het is hier verschrikkelijk geweest', zegt Gerida Birukila, het lokale hoofd van Unicef in Maiduguri. 'Mensen kwamen uitgehongerd en uitgeput binnen. Dagelijks stierven er mensen. Duizenden vrouwen blijken lange tijd ontvoerd te zijn geweest door Boko Haram, tweehonderd jonge meisjes kwamen hier zwanger binnen. De jongste was 12.'

Ook in het kamp Muna Garage aan de rand van de stad arriveren nog dagelijks nieuwe vluchtelingen. Een groepje vrouwen bouwt vakkundig een constructie van takken waarop een verhoogde vloer komt - een uitkomst in de regentijd - en een rond dak. De kleurrijk geklede nomaden zijn het gewend; ze verplaatsen een tot twee keer per jaar hun hut naar de plekken waar hun mannen het vee hoeden.

Tussen de honderden zelfgebouwde hutjes zijn hinkelbanen in het zand getrokken en is een enkele moestuin aangelegd. Geiten en kippen scharrelen door het kamp, de talloze kleine kinderen voetballen of baden in de regenplassen. In een vaal T-shirtje zit een kleuter tussen het drogende onkruid waarvan straks soep wordt getrokken - voor de meesten de enige maaltijd van de dag. Vakkundig slijpt hij de roestige messen aan elkaar voordat hij geconcentreerd verder gaat met hakken.

Nieuwe leider, nieuw beleid?

Boko Haram genoot aanvankelijk steun van de achtergestelde bevolking in het noorden van Nigeria, maar radicaliseerde na de dood van oprichter Mohammed Yusuf in 2009. De nieuwe leider Abubakar Shekau sloot zich vorig jaar aan bij IS. Deze zomer werd zijn leiderschap plots betwist door een nieuwkomer: Abu Musab al-Barnawi, naar verluidt een zoon van oprichter Yusuf. IS zou hem hebben aangewezen om Boko Haram weer op het juiste pad te brengen: geen geweld meer tegen vrouwen, kinderen en moslims, geen aanslagen op drukke plekken, wél gericht geweld tegen militaire doelen ter verwezenlijking van het kalifaat. De relatieve rust in Borno de laatste weken zou kunnen duiden op een strategiewijziging. Inwoners sluiten ook een praktischer verklaring niet uit: vanwege de regentijd is de bewegingsruimte van de terreurgroep gewoon even beperkt.

Eerste geit

Het leven in Muna Garage oogt vreedzaam, sommige ontheemden hebben zelfs kleine stukjes land gekregen om te beplanten of om vee te laten grazen. Duggia Ali (49) heeft net zijn eerste geit kunnen kopen. Hij peinst er niet over terug te gaan naar Dikwa, waarvandaan hij drie maanden geleden eindelijk kon vluchten nadat het leger de stad had bevrijd. 'Boko Haram heeft alles geroofd: ons geld, onze spullen, ons voedsel en ons vee. De kinderen namen ze mee om te vechten, mijn oudste dochter werd vermoord.' Behalve dat hij niets heeft om naar terug te keren, acht hij het risico te groot dat Boko Haram terugkomt zodra de militairen hun hielen lichten.

Zoals Ali blijven daarom de meeste slachtoffers zitten waar ze zitten. Tot groot ongenoegen van de regering die de ontheemden het liefst ziet terugkeren naar het platteland. Niet alleen om de hoofdstad te ontlasten, ook om een signaal af te geven. Deze week zwaait de gouverneur van Borno daarom hoogstpersoonlijk enkele bussen uit met vluchtelingen die terugkeren naar hun dorpen bij Monguno. Het is weer veilig, zo is de boodschap.

In het dorp Mainuk, 40 kilometer buiten Maiduguri, keren de eerste ontheemden vrijwillig terug. Na de zoveelste aanslag vorig jaar van Boko Haram hield het leeuwendeel van de dertigduizend bewoners het voor gezien en vertrok naar de hoofdstad. Op een erf neemt Al Haji Kolo Kader de schade op. Hij is gisteren teruggekeerd met zijn familie. 'In Maiduguri hielden we het niet meer uit. Het geld was op en we hadden geen eten meer.'

Nu is hij weer thuis en bij zijn land, maar het zal nog zes maanden duren voordat de eerste oogst er is. 'Geen idee hoe we in de tussentijd moeten overleven', zegt hij schouderophalend. Op zijn erf ligt wat graan te drogen, het enige dat hij terugvond. Vrijwel alle huisraad is gestolen of vernield. Van de honderd geiten die hij had, vond hij er drie mekkerend terug tussen de overwoekerde ruïnes. Hoofdschuddend lopen de teruggekeerde dorpelingen over de bergen stenen. Zelfs de moskee ligt in puin. 'Snap je dit nu? Ook voor de islam tonen ze geen respect.'

Beeld Sven Torfinn

Boven op de stapel stenen die eens zijn huis was, kijkt Adamo Abubakar verslagen om zich heen. Een schop hangt over zijn schouder, hij weet niet waar hij moet beginnen met opknappen. Geld voor bouwmaterialen heeft hij niet.

Verderop staat de oude Mousa Omara achter een kleedje met wat uien, pinda's, zeepjes en graan die hij op de pof heeft gekregen van oude zakenrelaties. Zodra hij wat verkoopt, betaalt hij ze terug. Zijn klanten biedt hij dezelfde service. Een oude vrouw koopt een zakje pinda's om notencakejes te maken die ze langs de weg verkoopt. Met de opbrengst kan ze de winkelier terugbetalen. Een andere manier is er niet. Niemand heeft geld.

'We worden hier zoals altijd vergeten', zegt een oudere man. 'We hebben hier nog nooit hulp gezien, we horen dat voedselhulp wordt gestolen. Als jongere krijg je hier nooit een baan. Wat heb je dan aan een opleiding? Wat heb je aan de overheid?'

Met zijn klacht legt de oude man de vinger op de zere plek. Het gevoel van onvrede en miskenning onder de etnische bevolking dat Boko Haram aanvankelijk met succes wist te mobiliseren, is niet verdwenen. Voor de Kanuri, een etnische minderheid die voortkomt uit een oude dynastie die rond het jaar 1000 heerste in het noorden van Nigeria en in de buurlanden Tsjaad, Niger en Kameroen rond het meer van Tsjaad, is er nog steeds geen enkel perspectief. De werkloosheid in de regio is torenhoog, de traditionele landbouwactiviteiten komen steeds verder in gevaar door de in rap tempo opdrogende Sahel, de overheid is corrupt en toont zich van oudsher ongeïnteresseerd in hun lot. Die fatale combinatie maakt jonge mannen nog altijd gevoelig voor de terreurorganisatie die hun dollars en bescherming biedt en een paradijselijk kalifaat voor de 'ware gelovigen' in het vooruitzicht stelt.

De baby van Fati Uselan (20) is ondervoed. Beeld Sven Torfinn

Zuivering

Het soms rücksichtslose optreden van het leger heeft bovendien niet bijgedragen aan het herstel van vertrouwen. Tijdens de 'zuivering' zijn talloze onschuldige burgers opgepakt of beschoten. Wie in de dorpen was achtergebleven, werd ervan verdacht bij Boko Haram te horen.

In een ziekenhuis in Maiduguri waar het Internationale Rode Kruis (ICRC) schotwonden behandelt en amputaties verricht, stikt Zacharias Kmar bijna van woede als hij vertelt hoe hij en zijn zoon van 12 zijn beschoten tijdens de bevrijding van Monguno. 'Het leger riep alle achtergebleven inwoners naar het plein en begon te schieten, terwijl ze 'Arabieren' riepen - we zijn namelijk Shuwa (etnische Arabieren, red.). Mijn oudste zoon werd gedood, mijn jongste hier was bijna zijn been kwijt omdat het ontstoken is geraakt.'

Niemand gelooft dat Boko Haram kan worden verslagen als de grondoorzaken van de problemen in het achtergestelde noordoosten van Nigeria niet worden aangepakt. 'Waar zijn de jonge mannen?', vraagt het lokale Unicef-hoofd Gerida Birukila als ze om zich heen wijst naar de vrouwen en kinderen in het vluchtelingenkamp. 'De mannen zitten nog in de bush. Gewoon te wachten tot ze opnieuw kunnen toeslaan.'

In Gwoza geeft legercommandant Laguda toe dat Boko Haram buiten de stad nog lang niet verslagen is. 'We struikelen nog steeds over mijnen en er zijn kleine roofovervallen. Die jongens moeten ook zien te overleven.' Van een strategie lijkt geen sprake, de terreurgroep lijkt voornamelijk uiteengevallen te zijn in bendes. De recente strijd om het leiderschap maakt het nog lastiger de beweegredenen van de terreurgroep te duiden of de gebeurtenissen te voorspellen.

Paleis

Voorlopig keren de vluchtelingen in Gwoza daarom niet terug naar hun dorpen. Vanuit de schaduw kijken ze naar de nieuwe tenten met de logo's van hulporganisaties UNHCR en IOM die in de brandende zon zijn opgezet tussen de kapotgeschoten ruïnes. Ze moeten verhuizen zodat de oorspronkelijke inwoners - vooral ambtenaren - weer hun huis in kunnen en het normale leven zijn loop kan krijgen. Boven aan de prioriteitenlijst staat de renovatie van het paleis van de emir, vertelt commandant Audu enthousiast. 'Als de koning terugkeert, geeft dat de Gwozanen het signaal dat het weer veilig is.'

Tenten van hulporganisaties UNHCR en IOM zijn opgezet tussen de kapotgeschoten ruïnes. Beeld Sven Torfinn
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden