In nieuwe bundel interviews met 19 PvdA'ers heb je bescherming nodig tegen rondvliegende modderkluiten

Column

.

Foto de Volkskrant

Toen Mariëtte Hamer een jaar of tien geleden fractievoorzitter was van de PvdA en zich teweerstelde tegen maatregelen waardoor het makkelijker zou worden om mensen te ontslaan, kreeg ze veel mailtjes met opbeurende teksten als: 'Volhouden, dan staat de PvdA tenminste ergens voor.' Want dat was een beetje uit beeld geraakt: stáát die partij nog ergens voor?

Als er een sleutelcitaat moet worden gedestilleerd uit de vandaag verschenen bundel interviews met PvdA-kopstukken en -critici door NOS-journalist Wilco Boom, dan zou ik voor het citaat van Hamer kiezen. Boom sprak negentien sociaal-democraten, van Lodewijk Asscher tot Giselle Schellekes, gemeenteraadslid in Nijmegen en als 30-minner een zeldzame 'jongere' in de partij - waarmee meteen veel gezegd is over de tragische vergrijzing van het partij-apparaat. En allemaal vragen ze zich op hun eigen manier af of de partij voldoende uitdraagt waar ze voor staat.

Boom heeft het mooi opgeschreven, onder de mistroostige titel De Neergang van de PvdA (mooier kunnen we het niet maken, wel duidelijker, zal de uitgever hebben gedacht toen hij een pakkende titel moest verzinnen), met fijne citaten.

Van Diederik Samsom die de bijeenkomst waarin zijn partij de recente verkiezingsnederlaag ging analyseren recenseert als One Flew Over the Cuckoo's Nest: 'Zuster Ratched, waar was ze?'

Van PvdA-europarlementariër Agnes Jongerius die over het viermanschap (Hans Spekman, Diederik Samsom, Lodewijk Asscher en Jeroen Dijsselbloem) dat de PvdA opgewekt door Rutte II en recht op de nederlaag af heeft geloodst, opmerkt: 'Van de reconstructie over de PvdA in de NRC keek ik vooral op van het feit dat ze zichzelf ook nog een titel hadden gegeven: De Vier van Dokkum. Sorry hoor.'

Van oud-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet, over de kabinetsformatie van 2012 waarin zes mannen aan tafel zaten en geen enkele vrouw: 'Verschrikkelijk. Zoiets wordt een nachtverblijf van jonge roofdieren.'

Maar toch. Na een bladzijde of tien daalde een grote vermoeidheid over mij neer. Omdat de opmerkingen ook tien jaar geleden hadden kunnen worden gemaakt. Of twintig. Over de permanente kloof tussen de verheven theorie en de wanordelijke praktijk.

Auteursfoto Wilco Boom

Alle negentien draaien ze op verzoek een deftig college af over de essentie van de sociaal-democratie, over de verbinding leggen tussen de middenklasse en de onderklasse, over het verheffen van vergeten groepen, over het verschil tussen gelijke kansen en gelijke uitkomsten, over georganiseerde solidariteit.

En alle negentien gieten ze vervolgens een emmer vol voorbeelden leeg van de ellendige praktijk. Waarin de kwetsbaarste mensen met de laagste IQ's mede door de PvdA uit de sociale werkplaatsen zijn gejaagd - veel geïnterviewden blijken zich plaatsvervangend te generen voor deze ontsporing van de gelijkekansendoctrine. Waarin, zoals Lodewijk Asscher zegt, 'de sociale rechtvaardigheid op veel plaatsen was verdwenen uit de manier waarop beleid wordt gemaakt. Alles ging over prikkelwerking en over hoe de arbeidsmarkt beter kan functioneren. Het wordt ons terecht verweten dat we daaraan hebben meegewerkt. ' En waarin de politiek uit de politiek is verdwenen en alles technocratisch is geworden.

Zet negentien PvdA'ers bij elkaar in een bundel en je moet bescherming regelen tegen rondvliegende modderkluiten. Veel van de modder is, geheel conform PvdA-traditie, gereserveerd voor de vorige voorman. Die kent z'n pappenheimers; vorig jaar al zong hij tijdens een bijeenkomst over zichzelf: 'We verloren met de kiezer elke klik, en da's allemaal de schuld van Diederik.'