AnalyseFemicide

In Nederland is vrouwenmoord een probleem, net als in de rest van Europa. Maar hier gaat niemand de straat op

Bijna elke acht dagen wordt in Nederland een vrouw vermoord omdat ze vrouw is. Toch is femicide hier, anders dan in Frankrijk of Spanje, nauwelijks een onderwerp. Hoe kan dat? En is er iets aan te doen?

null Beeld Manon van der Zwaal
Beeld Manon van der Zwaal

Ze werd in haar eigen appartement gevonden met een zak over haar hoofd, haar handen vastgebonden aan het bed, haar schedel ingeslagen. Verkracht, mishandeld. Het moordwapen – een wodkafles – staat op de laatste foto die de 21-jarige Nathalie die Oudejaarsdag in 2017 postte op haar Facebookpagina: ‘Iedereen fijne jaarwisseling en een gezond 2018 toe gewenst. Pas goed op jezelf’, schrijft ze.

De volgende dag hoorde haar moeder Cora Polak van een collega op haar werk in een verzorgingstehuis dat er brand was geweest in het appartementencomplex van haar dochter. ‘Ik vond het al zo gek dat ik geen appjes van haar had gehad – dat was heel ongewoon’, vertelt ze in haar huis in Tiel. Aan de muren hangen uitvergrote foto’s van Nathalie. In de eiken hoekkast ertegenover staan de enige spulletjes die niet door de brand zijn verwoest: een glazen asbakje, een peper-en-zoutstel en een knuffel.

Haar vader Stan: ‘Met die brand heeft hij geprobeerd zijn sporen te wissen.’ De dader, zo bleek later, was een kennis van Nathalie die haar al weken stalkte.

Vermoord door intimi

In Nederland worden er gemiddeld 40 vrouwen per jaar vermoord. In 2019 waren dat er zelfs 44, blijkt uit de jongste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). En hoewel er bijna twee keer zoveel mannen worden omgebracht – 81 in 2019 – is de moord op vrouwen anders van aard. Waar het bij mannen vaker gaat om afrekeningen in het criminele circuit of uit de hand gelopen vechtpartijen, worden vrouwen vooral vermoord door intimi. En dat is wereldwijd zo: per dag worden volgens een conservatieve schatting van de Verenigde Naties 137 vrouwen gedood door hun (ex-)partner of familie; ieder uur zes.

Ook in Nederland was in meer dan de helft van de gevallen de partner of de ex van de vrouw de (vermoedelijke) dader (bij mannen was dat 4 procent). In 7 procent betrof het een ouder, in 12 procent een ander familielid. En dan zijn er nog de stalkers, zoals bij Nathalie. Een op de tien vermoorde vrouwen werd vooraf gestalkt.

Het is de reden waarom internationaal steeds vaker de term femicide – afgeleid van homicide – wordt gebruikt: om aan te duiden dat het om een specifiek soort misdrijf gaat. ‘Vrouwen worden vermoord omdat ze vrouw zijn’, zegt emeritus hoogleraar en criminoloog Renée Römkens, die onderzoek deed naar partnergeweld. ‘En de oorzaak van dat fatale geweld is machtsongelijkheid. Femicide vindt opvallend vaak plaats op het moment dat de vrouw de relatie verbreekt of op een andere manier haar grenzen aangeeft. Zo’n man accepteert dat niet.’ Volgens Römkens heeft Nederland zelf het idee dat het een progressief land is. ‘Maar vergeet niet: bij ons zijn relatief veel vrouwen financieel afhankelijk van hun man, en dat werkt machtsongelijkheid in de hand.’

Ook in Nederland heersen nog veel stereotiepe opvattingen over mannelijk en vrouwelijk gedrag, zegt Kaouthar Darmoni, directeur van Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis: ‘Een man moet stoer zijn en een vrouw zorgzaam. We weten uit onderzoek dat mannen die stereotiepe opvattingen hebben over genderrollen meer geneigd zijn om geweld te gebruiken, en vrouwen met dergelijke opvattingen om het te ondergaan’, zegt Darmoni. En er is een duidelijk verband tussen huiselijk geweld en femicide. ‘Je moet de gendercomponent erkennen om er iets tegen te kunnen doen.’

In Europa groeit de aandacht voor deze vorm van vrouwenmoord. In Spanje en Frankrijk gingen vrouwen de straat op om hun regeringen te dwingen de moord op vrouwen aan te pakken. Rode schoenen op lege pleinen groeiden uit tot internationaal symbool van het verzet. De Parijse actiegroep Les Colleuses plakt sinds 2019 illegaal posters met antifemicideteksten als ‘Zij verlaat hem, hij vermoordt haar’ of ‘Maureen, 28 jaar, doodgeslagen door haar vriend’. In Frankrijk wordt elke drie dagen een vrouw vermoord: 83 van hen werden in 2018 gedood door een (ex-)partner. In Duitsland waren dat er 127, in het Verenigd Koninkrijk 89 en Italië 73. Daar spitten activisten de lokale kranten uit om het aantal femicides bij te houden, met het doel om hun regeringen aan te sporen het probleem te erkennen en aan te pakken. In Frankrijk resulteerde dat in een reeks maatregelen, waaronder een enkelband voor gewelddadige (ex-)partners. Het aantal femicides is sindsdien gedaald, maar Franse feministen waarschuwen dat dat ook het gevolg kan zijn van de lagere echtscheidingscijfers door de coronacrisis. Juist rond een scheiding lopen vrouwen immers meer gevaar.

Nauwelijks een onderwerp

In Nederland bleef het vooralsnog stil. Met bijna elke acht dagen een vermoorde vrouw lijkt het probleem bij ons misschien minder groot, maar afgezet tegen het aantal inwoners zaten we in 2018 volgens het Europees statistiekbureau Eurostat weliswaar onder het niveau van Duitsland, maar boven Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk. Toch is femicide in Nederland nauwelijks een onderwerp.

Natuurlijk is er grote ontsteltenis als een jonge vrouw wordt omgebracht door haar ex-vriend, zoals de 16-jarige Hümeyra overkwam in 2018. Bekri E. bleek haar al weken te stalken en te bedreigen. ‘Maar we zien zo’n moord als een individuele zaak, we zien niet het patroon dat erachter schuilgaat’, zegt Römkens. Politie en media blijven het maar hebben over ‘eergerelateerd geweld’, ‘een familiedrama’, ‘een moord in de relationele sfeer’ of, nog erger, een ‘crime passionel’, waardoor de aard van het probleem wordt gemaskeerd, vindt Römkens. ‘Het verhult dat het geweld gendergerelateerd is en de omvang ervan dringt niet door.’

Die verschillende termen werken ook bagatelliserend, vindt Darmoni. ‘Bij eerwraak denken we: dat is iets van migranten, dat is niet echt een issue voor ons. ‘Familiedrama’ is al net zo verbloemend, alsof het iets is wat een familie overkomt, terwijl het een daad is van een van de gezinsleden, namelijk de man.’

Als het in Nederland uit de hand loopt, wordt er ‘een stille tocht voor zo’n vrouw georganiseerd en c’est tout!’, zegt Darmoni. ‘Er komen geen massale demonstraties tegen het maatschappelijke probleem femicide, zoals in Frankrijk en Spanje.’

Ook voor Nathalie organiseerde een oud-klasgenoot een stille tocht. ‘Het was goedbedoeld’, zegt haar moeder Cora. ‘En natuurlijk ga je er naartoe, maar wij hadden er niets aan.’ Stan: ‘Achteraf bleek zelfs dat haar moordenaar er gewoon tussen heeft gelopen, bloemen heeft neergelegd, een ballon opgelaten. Onvoorstelbaar. Maar ja, anders valt het op, hè.’

Gestalkt

Net als Hümeyra bleek Nathalie al weken door haar moordenaar te zijn gestalkt – al had zij in het verleden geen relatie met hem gehad, zeggen haar ouders. Ze kende hem als de vader van een oud-klasgenoot. ‘Nathalie heeft er tegen ons nooit iets over gezegd’, zegt Cora, en ze heeft het ook niet gemeld bij de politie. ‘Het enige was dat ze regelmatig van telefoon wisselde. Dan zei ze: dat vind ik handig, dan ben ik meteen van iedereen af.’ De uitgelezen data van haar mobiel laten zien dat hij haar die hele Oudejaarsdag heeft lastiggevallen. Met korte berichtjes wimpelde ze hem steeds af. Maar hij bleef doorgaan.

Hoe hij is binnengekomen, weten haar ouders nog steeds niet. Om twaalf uur heeft ze haar buren buiten nog een gelukkig nieuwjaar gewenst. ‘Misschien is ze daarna haar chihuahua gaan uitlaten en heeft hij haar opgewacht’, zegt haar moeder. Wat zich die nacht precies heeft afgespeeld, zullen ze nooit weten – de dader veranderde steeds van verhaal. Eerst zou hij pas naar Nathalie in Buren zijn gefietst nadat hij op sociale media had gelezen dat er iets was gebeurd. Toen bleek dat hij eerder te zien was op beveiligingsbeelden, beweerde hij dat hij op de brand was afgekomen. Later bleek uit de gegevens van de modem in Nathalies appartement dat hij wel degelijk binnen was geweest – zijn telefoon had contact gemaakt. Toen gaf hij toe inderdaad seks met haar te hebben gehad. Maar het was allemaal vrijwillig: het vastbinden, de zak over haar hoofd. Zíj had die benzine zelf rondgesprenkeld, zij had hém geslagen. ‘Nou, ik hoop dat ze dat gedaan heeft’, zegt Cora, ‘uit zelfverdediging. Maar het was een tenger meisje. Ze had geen schijn van kans tegen hem. Ze zat in de val, in haar eigen huis.’

Net als veel daders van femicide had ook de moordenaar van Nathalie een gewelddadig verleden. Getuigen verklaarden tijdens de rechtszitting dat Gerard van D. vaker contact had gezocht met jonge meisjes, dat hij ze drogeerde en misbruikte. In het verleden heeft hij gevangengezeten voor verkrachting van een partner. Het is de reden waarom haar vader woedend is op de politie: ‘Die vent had allang opgesloten moeten zitten.’

null Beeld Manon van der Zwaal
Beeld Manon van der Zwaal

Vast patroon

De weg van een gewelddadige relatie of stalking naar moord verloopt volgens een vast patroon, ontdekte de Britse wetenschapper Jane Monckton Smith van de universiteit van Gloucestershire. Ze analyseerde 372 partnermoorden: de meest daders bleken een geschiedenis van mishandelingen, stalking of seksuele agressie hebben. De relatie die ze aanknoopten werd al snel serieus, waarna ze een dwingende controle op hun partner uitoefenden. In bijna alle gevallen was er sprake van een ‘trigger’ – de vrouw dreigde bijvoorbeeld de relatie te beëindigen. Daarna begon het stalken en dreigen, tot de relatie escaleerde.

Na haar onderzoek is Monckton politiemensen in het Verenigd Koninkrijk gaan trainen om het risico op femicide beter te herkennen.

Ook Nederlandse agenten wordt inmiddels geleerd om stalking sneller te herkennen en serieus te nemen. Aanleiding was het rapport van de commissie-Eenhoorn in 2016, ingesteld na de stalking en moord op verpleegkundige Linda van der Giesen. Daarna volgde een rapport van de inspectie naar hoe het wederom zo mis had kunnen gaan met Hümeyra. Conclusie: de politie en hulpverlening werkten niet goed genoeg samen, risico’s werden niet voldoende ingeschat en de politie was te zeer in beslag genomen door het opbouwen van een strafrechtelijk onderzoek.

Sinds maart 2019 maakt de politie daarom in alle regio’s gebruik van het zogenaamde SASH-formulier om het risico in te schatten. Agenten die geen stalkingexperts zijn, kunnen zo toch bepalen bij welke zaken er meer kans is op fysiek geweld of langdurig stalkinggedrag. Het ingewikkelde van het opsporen van stalking is namelijk dat het gaat om een patroon van op zichzelf niet strafbare handelingen, zegt Pauline Klomp, programmamanager Zorg & Veiligheid bij de Nationale Politie. ‘Iemand een bloemetje brengen of een appje sturen is niet verboden. Doe je dat iedere dag en zit de ontvanger er niet op te wachten, dan kan het toch heel beklemmend zijn.’

‘We hebben ook bij de politie te lang last gehad van wat we de Hollywooddoctrine noemen’, zegt haar collega, recherchepsycholoog Bianca Voerman. ‘Door alle romantische films en liedjes zijn veel mensen gaan geloven dat als je maar lang genoeg volhoudt, je het meisje wel krijgt’, zegt Voerman, die het boek Eerste hulp bij stalking schreef. ‘In onze hoofden heeft het idee zich vastgezet dat romantische liefde samengaat met bezitterigheid. Dat hebben we echt met voorlichtingsfilmpjes moeten veranderen bij agenten.’ Ieder basisteam in het land heeft inmiddels een stalkingsexpert en iedere dag wordt er handmatig een extra ‘zoekslag’ gedaan, waarbij het meldingssysteem wordt doorzocht op woorden als ‘ex’, ‘ex-partner’ en ‘lastigvallen’, om te kijken of er zaken over het hoofd zijn gezien die mogelijk toch met stalking te maken hebben.

Nog een probleem bij de opsporing van stalking: veel mensen denken onbewust – zo ook politiemensen – dat een vreemde die je lastigvalt gevaarlijker is dan een partner of ex. ‘Maar we weten uit de feiten: het grootste gevaar is je lief op de bank. Zeker bij een scheiding of zwangerschap’, aldus Voerman – het moment dat mannen hun vrouw verliezen of om een andere reden niet meer op de eerste plaats staan.

Nieuwe aanpak

De nieuwe aanpak is erop gericht stalking zo vroeg mogelijk te herkennen en in te grijpen. ‘Voorheen bestond politiewerk uit zo veel mogelijk boeven vangen’, zegt Klomp. ‘Dus: hoe kunnen we zo veel mogelijk bewijs voor strafbare feiten verzamelen, zodat we de stalker veroordeeld krijgen? Maar dat bleek onvoldoende effectief.’ De politie ging ervan uit dat de dreigende veroordeling een preventieve werking zou hebben, maar dat was niet zo: stalkers bleven hun slachtoffers lastigvallen, ook omdat er veel tijd overheen gaat voor een zaak voorkomt. ‘En hoe langer de situatie voortduurt, hoe dieper ze in een groef raken waar je ze maar moeilijk uit krijgt.’

De veiligheid van het slachtoffer moest voorop komen te staan. Agenten voeren nu in een vroeg stadium een ‘stopgesprek’, waarin de beginnende stalker te horen krijgt: ‘Als je hiermee doorgaat, maak je je schuldig aan een strafbaar feit.’ In de helft van de gevallen voorkomt dat een nieuwe melding.

Overigens zijn er ook vrouwelijke stalkers, zeggen Voerman en Klomp, en het taboe daarop is groot. ‘Dan ziet je omgeving je als bofkont, terwijl het net zo benauwend kan zijn’, aldus Voerman. Maar 81 procent van de stalkers is man. 75 procent van de slachtoffers is vrouw. En slachtoffers die zich bij de politie melden, zijn bijna altijd vrouw.

Snel hulp inschakelen

De politie schakelt ook eerder dan voorheen hulp in van Veilig Thuis, die jeugdzorg, verslavingszorg, ggz of schuldhulpverlening kan regelen. Als je stalking echt wilt stoppen, moet je volgens Klomp iemands gedrag veranderen ‘en daar hebben we hulpverlening voor nodig’.

Dat geldt ook voor alle andere vormen van huiselijk geweld (waar stalking onder valt). Want hoewel femicide in alle lagen van de bevolking voorkomt, hebben daders meer dan gemiddeld psychische problemen, een drugsverslaving of schulden, of zijn ze werkloos. Multiproblematiek, zoals dat in hulpverlenersjargon heet.

Bij een melding van huiselijk geweld wordt daarom standaard Veilig Thuis ingeschakeld. ‘Een slachtoffer zit niet te wachten op een strafrechtelijke vervolging. Die wil vooral dat het geweld stopt’, zegt Judith Kuijpers, directeur van Veilig Thuis Zuidoost-Brabant. Vaak zitten slachtoffers in een afhankelijke positie. Daders putten zich na de escalatie dikwijls uit in excuses en beloven beterschap. Daarna gaat het een tijdje goed, tot het geweld weer escaleert. ‘Vaak zie je dat vrouwen een flink aantal keer door zo’n golf heen moeten voor ze aangifte doen.’

Dat gold ook voor Sonja, die 24 jaar in een gewelddadige relatie zat voordat ze er vier jaar geleden eindelijk een punt achter durfde zetten. Dat was toen haar ex haar tegen de muur zette en haar keel dichtkneep. ‘Ik dacht: er moet iets gebeuren, een volgende keer overleef ik het niet.’ Ze was 16 toen ze hem ontmoette – stoer, knap, zeven jaar ouder. Het geweld sloop langzaam de relatie binnen. Aanvankelijk was het vooral gericht tegen anderen, waardoor Sonja zich door hem beschermd voelde.

Maar hij oefende ook op haar steeds meer macht uit. ‘Hij bepaalde wat ik aandeed en hoe laat ik thuis kwam.’ Als dat te laat was in zijn ogen, werd hij agressief. Dat mondde steeds vaker uit in ‘duwen tegen de muur, slaan, schoppen met stalen neuzen of me aan mijn haren de trap optrekken. Zijn blik veranderde dan – het was net of hij niet meer zichzelf was. Een levenloze blik.’ Toch durfde ze geen aangifte te doen. ‘Hij zei altijd: jij bent financieel afhankelijk van mij en je loopt bij een psycholoog, dus een rechter zal de kinderen altijd aan mij toewijzen.’

Na de wurgpoging regelde Veilig Thuis een ‘time-out’ en ze kreeg ‘een verzoek op locatie’ van de politie, wat zoveel betekent als: bij een melding komt de politie direct, zonder dat de beller hoeft uit te leggen wat er aan de hand is. Het was het moment waarop Sonja besloot een scheiding aan te vragen. Maar op de avond voordat zij en haar ex de scheidingspapieren zouden tekenen, drong hij het huis binnen en kregen ze ruzie. ‘Ik probeerde de politie te bellen, maar hij trok de telefoon uit mijn handen, waarbij mijn vinger brak. De telefoon gooide hij stuk. Op mijn blote voeten ben ik naar de buurvrouw gevlucht, waar ik alsnog de politie heb gebeld.’ Ze deed aangifte van mishandeling en hij kreeg twee jaar voorwaardelijk.

Genderneutrale aanpak

Ondanks de verbeterde aanpak van stalking en andere vormen van huiselijk geweld zijn de femicidecijfers niet gedaald. Volgens Darmoni heeft dat alles te maken met de genderneutrale aanpak in Nederland. De aangifte van een vrouw zou anders beoordeeld moeten worden; de politie zou moeten meewegen dat de risico’s op zwaar letsel en moord bij vrouwen veel groter zijn dan bij mannen.

Römkens vindt vooral dat het besef moet doordringen dat gendergerelateerd geweld geen privéding is: ‘Het is niet gewoon een relatieconflict, maar strafbaar gedrag waar een wetshandhavende taak past. Als je het een crime passionel of eergerelateerd geweld noemt, laat je de essentie weg: de vrouw is vermoord omdat de man in kwestie niet verdraagt dat zij de relatie verbreekt. Je ziet dan ook niet dat er een taak ligt voor het onderwijs: we moeten jongens en meisjes bewust maken van wat wel en niet mag in de liefde.’

Dat vindt ook haar collega Janine Janssen, lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties bij Avans die ook onderzoek doet naar (eergerelateerd) geweld voor de Nationale Politie en de Open Universiteit. ‘De term femicide heeft attentiewaarde en maakt duidelijk dat het geweld te maken heeft met ongelijke genderverhoudingen in de samenleving. Als man word je nog steeds meer gewaardeerd als je je mannelijk en macho gedraagt. En er zijn vrouwen die dat kennelijk nog steeds aantrekkelijk vinden, terwijl ze misschien meer baat hebben bij een leraar Frans met een postzegelverzameling.’

Maar een aparte strafbaarstelling, zoals in een aantal Zuid-Amerikaanse landen bestaat, is volgens Janssen niet nodig. Zoiets voegt volgens haar ook niets toe aan de aanpak. ‘De term femicide is contextloos, terwijl je als politie bij eergerelateerd geweld iets anders doet dan bij stalking. In het laatste geval heb je met één dader te maken en kun je bijvoorbeeld een huisverbod uitvaardigen. Bij eergerelateerd geweld zijn er meer potentiële daders en is een huisverbod een contra-indicatie; het heeft geen zin, omdat de volgende potentiële dader al klaarstaat.’

De Nederlandse genderneutrale aanpak lijkt ingegeven door de cijfers. 4 procent van de bevolking heeft in 2020 fysiek huiselijk geweld meegemaakt (kindermishandeling niet meegerekend), zo’n 520 duizend personen, blijkt uit cijfers van het CBS. Van hen laten bijna evenveel mannen als vrouwen weten dat ze zijn geschopt, geslagen of bedreigd. Ook de plegers zijn bijna even vaak man als vrouw.

Volgens Kuijpers van Veilig Thuis en Voerman van de Nationale Politie is het vaak niet zo simpel om aan te wijzen wie de dader en wie het slachtoffer is. ‘Er is eerder sprake van een gewelddadig systeem waarin geweld een manier van communiceren is geworden. Vader slaat moeder bijvoorbeeld, en moeder deelt een tik uit aan de kinderen, die op hun beurt elkaar schoppen’, zegt Voerman. ‘Om geweld te stoppen zetten we dus niet in op het aanwijzen van de dader – dat is immers de expertise van de politie’, zegt Kuijpers. ‘Wij zoeken naar oplossingen, omdat dat effectiever is gebleken. Als drank bijvoorbeeld een risico vormt, kun je afspreken dat een man niet meer thuiskomt als hij gedronken heeft. En misschien moet er in bepaalde gevallen óók hulp komen voor de vrouw, om te voorkomen dat ruzies escaleren.’

Voor slachtoffers voelt dat oneerlijk. Sonja, die inmiddels een nieuw leven heeft opgebouwd, rechten studeert en een opleiding volgt als ‘ervaringsdeskundige huiselijk geweld’, voelde zich door die ‘neutrale’ hulpverlening vaak niet serieus genomen. Haar kinderen werden gedwongen tot omgang met hun vader, ook al was dat tegen hun wil. Toen Sonja de gewelddadigheid van de vader naar voren bracht, kreeg ze te horen dat Jeugdzorg niet aan ‘waarheidsvinding’ deed. De aangifte die ze deed omdat hij haar zoon agressief had aangepakt, werd door toedoen van Jeugdzorg geseponeerd: ‘Als moeder moest ik niet willen dat de vader van mijn kinderen in de gevangenis zou komen.’

Sonja en haar ex staan vier jaar na dato nog altijd onder toezicht van een gezinsvoogd, waarvan ze graag af zou willen. ‘Vrouwen zoals ik hebben ons jaren laten vertellen wat we moeten doen, welke kleren we aan moeten, wat te koken, hoe laat we thuis moeten zijn. Ik wil nu weleens zelf over mijn leven gaan.’

Nieuw rapport

Uit een vorige maand verschenen rapport van Regioplan blijkt dat mannen en vrouwen weliswaar even vaak dader en slachtoffer zijn van geweld, maar dat mannen vaker, ernstiger en deels ook ander (bijvoorbeeld seksueel) geweld tegen vrouwen plegen. Vrouwen zijn ook vaker slachtoffer van (ex-)partnergeweld. En als vrouwen geweld plegen, doen zij dat vaker uit zelfverdediging.

Regioplan werd gevraagd de regering te adviseren, nadat deze vorig jaar op de vingers was getikt door de Raad van Europa. Nederland had immers de Istanbul-conventie ondertekend, waarin landen hadden afgesproken geweld tegen vrouwen te bestrijden. Maar met de genderneutrale aanpak van huiselijk geweld ontkent Nederland dat het geweld tegen vrouwen voortkomt uit maatschappelijke en economische ongelijkheid, aldus de Raad. En als je de oorzaken ontkent, kun je het probleem niet effectief aanpakken.

Kirsten van den Hul, Tweede Kamerlid voor de PvdA en persoonlijk begaan met het onderwerp, ook omdat ze zelf slachtoffer is geweest van huiselijk geweld, is blij met het rapport van Regioplan. ‘Het adviseert om alle interventies en hulpverlening gendersensitief te maken. Het slachtoffer moet weer centraal komen te staan en bij omgangsregelingen na een scheiding dient rekening gehouden te worden met de gevolgen van geweld.’

Nu wordt in Nederland vaak ingezet op gezamenlijk gezag en een bezoekregeling, terwijl de geschiedenis van het geweld niet in aanmerking wordt genomen. Volgens Van den Hul gebeurt dat vanuit het idee: waar twee vechten hebben twee schuld. ‘Er wordt vaak niet aan waarheidsvinding gedaan, waardoor de dader macht, controle en dwingend gedrag kan blijven uitoefenen op het slachtoffer en eventuele kinderen, en er dus geen einde komt aan het geweld dat het slachtoffer juist probeerde te ontvluchten.’ Zoals ook bij Sonja het geval is. In Spanje kunnen rechters volgens Regioplan bijvoorbeeld overgaan tot eenoudergezag bij huiselijk geweld.

‘Juist na een scheiding is het risico op femicide hoog’, zegt Van den Hul. ‘Een gendersensitieve aanpak is dus van levensbelang.’ De motie waarin ze vorige week vroeg om de aanbevelingen van Regioplan integraal over te nemen, werd verworpen, al komt er wel meer onderzoek naar geweld achter de voordeur.

Of dat de toekomstige femicidecijfers zal beïnvloeden, betwijfelen Voerman en Klomp van de Nationale Politie. Dat de moordcijfers op vrouwen niet dalen, staat volgens hen los van een genderneutrale of -sensitieve aanpak, maar heeft te maken met wat in de statistiek de ‘base-rate’ wordt genoemd – de kans dat iets gebeurt. ‘Als je achteraf naar het dossier van Hümeyra kijkt, denk je: hoe hebben we het over het hoofd kunnen zien?’, zegt Voerman. Maar dat is achteraf redeneren. De politie krijgt jaarlijks ongeveer 84 duizend meldingen van huiselijk geweld en 12 duizend meldingen die iets te maken kunnen hebben met stalking (waarvan er uiteindelijk rond de 2.400 uitmonden in een aangifte van belaging). ‘De ongemakkelijke waarheid is dat de base-rate te laag is om te kunnen voorspellen welke zaken uit de hand gaan lopen.’

Niet voor niets scrollt Klomp elke ochtend meteen door het nieuws, bang dat het weer ergens is misgegaan, ‘dat we iets over het hoofd hebben gezien’. Want hoewel er flinke stappen zijn gezet, die echt nodig waren, ‘wil dat nog niet zeggen dat het bij alle individuele agenten is geland’. Voerman: ‘Iedere zaak voelt als persoonlijk falen, juist omdat we zo hard bezig zijn met een verbeteraanpak.’

Levenslang

De ouders van Nathalie zullen binnenkort alles opnieuw moeten doormaken. Gerard van D. ging in hoger beroep tegen de uitspraak waarin hij 18 jaar cel met tbs kreeg. Door corona is de zaak uitgesteld. Cora en Stan wachten en zien ertegenop. Cora: ‘Het hele sectierapport weer aanhoren, waarin van hoofd tot teen staat beschreven hoe haar lichaam is aangetroffen – de botbreuken, de wonden. Je zou je oren dicht willen houden, maar het is je kind.’

Ze hebben therapie gehad. Stan: ‘Iemand die met zo’n lamp voor je neus heen en weer zwiept – ga toch weg!’ Cora: ‘EMDR. Maar de psycholoog zei ook: zoiets krijg je niet uit je hoofd gewist. Je blijft de beelden maar zien. Drie maanden na de moord mochten we haar appartement in. Alles was nog zoals op die nieuwjaarsnacht.’ Oliebollen op een schaaltje, een bakje chips, het bed met een stuk matras. De geur van verbrand mensenlichaam. ‘Ik ruik het nog. Het was een metalen bed dat loeiheet werd – ze heeft daar liggen bakken als op een grill. Het was de hel. Zwart geblakerd, de blaren hingen aan het plafond. Omdat haar gezicht in het matras gedrukt was, was dat deel relatief onbeschadigd.’

Stan: ‘Mag je dan haat voelen?’

Want wat is 18 jaar, vraagt Cora. ‘Is mijn kind 18 jaar waard? Hij heeft niet alleen haar leven genomen, maar ook dat van ons, van haar broer en zus en opa en oma. Al die vrouwen die worden vermoord door mannen die hen niet kunnen krijgen… Die mannen krijgen allemaal weer een kans. Maar wij? Wij hebben levenslang.’

Ze gaan iedere dag naar de begraafplaats. Ze kunnen niet anders. Alsof ze haar anders in de steek zouden laten. ‘We branden een kaarsje. Het is het enige wat we kunnen doen.’

Wat kunnen slachtoffers van stalking zelf doen?

Meld je in een zo vroeg mogelijk stadium bij de politie of Veilig Thuis. Wacht niet tot het uit de hand is gelopen.

Verzamel bewijs: bewaar appjes, e-mails en voicemailberichten.

Vermijd contact met de stalker, want elk moment van contact voedt zijn verslaving. Veel slachtoffers vinden dit lastig, omdat ze dan het gevoel hebben geen vinger aan de pols te kunnen houden.

Neem een nieuw nummer en/of e-mailadres dat je normaal kunt gebruiken. Je oude telefoon wordt een ‘stalkerphone’, waarop je bewijs verzamelt.

Maak een veiligheidsplan: bedenk wat je in welke situaties zult doen. Hiermee krijg je ook het gevoel van controle terug.

Meer huiselijk geweld tijdens de lockdown?

Het aantal meldingen van huiselijk geweld bij politie en Veilig Thuis is niet toegenomen tijdens de lockdown, maar hulpverleners vrezen dat dit komt doordat vrouwen minder kans zien om hulp te zoeken. Veilig Thuis heeft daarom sinds kort een laagdrempelige chatfunctie die 24/7 bereikbaar is. Onderzoek van emeritus hoogleraar Renée Römkens in samenwerking met Motivaction wijst uit dat 7 procent van de Nederlanders tijdens de coronapandemie partnergeweld in het gezin heeft meegemaakt. Dat is volgens haar een eerste aanwijzing dat die vorm van geweld wel degelijk is toegenomen en meer onderzoek behoeft.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden