ReportageKalversector

In Nederland bouwt zich een bevroren stuwmeer aan kalfsvlees op

Bert en Trees Blom aan het werk tussen de kalveren in Didam.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

De kalversector had al een imagoprobleem en nu wordt deze vorm van veehouderij ook nog eens ongekend hard geraakt door de ingestorte afzetmarkt vanwege corona. De vorig jaar begonnen familie Blom had zich geen slechtere start kunnen bedenken. ‘Crisis tot 2023 ? Nou, dat gaan wij niet volhouden.’

Zo af en toe staat Trees Blom te stampen op de stalvloer. Zich tussen de kalveren afvragend waarom ze nou uitgerekend op een boer verliefd moest worden. En dan ook nog een uit een familie met een kalverhouderij, de tak van sport in de veehouderij die het in coronatijd wel erg zwaar heeft. ‘Wat ons financieel nu boven het hoofd hangt, stond niet in ons slechtste scenario toen we vorig jaar het bedrijf overnamen van Bert zijn ouders.’

Of de schade voor Trees (33) en Bert Blom (36) uit het Gelderse Didam nog erger wordt, hangt mede af van de kalverhandelaar, die vandaag een koppel van ruim tweehonderd slachtrijpe kalveren zal inspecteren. Komt hij ze inderdaad, zoals afgesproken, volgende week halen? 

De sector voor kalfsvlees is zwaar afhankelijk van horeca en export. Met name in Duitsland, Frankrijk en Italië staat het jonge, malse vlees hoog op het menu. Maar ook in die landen is door coronamaatregelen de vraag naar dit luxeproduct flink afgenomen. Reden voor de Vereniging voor Kalverhouders vrijdag steun te vragen aan Landbouwminister Schouten vanwege de nood bij familiebedrijven als die van Blom.

Door de gedaalde prijs voor het vlees kijken ze bij Blom nu al tegen een verlies aan van 120 euro per kalf. Voor het hele jaar verwachten ze voor anderhalve ton in de min te gaan. Als de handelaar de dieren tenminste blijft ophalen. Maar dat is met een ongekende vraaguitval – grofweg driekwart van het totaal – nog helemaal niet gezegd.

Blank en rosé

Kalveren worden in twee soorten gehouden. Die voor het blanke vlees leveren voor veel kalverhouders nu nog beperkte problemen op. De dieren zijn doorgaans eigendom van een verwerker, die een contractueel vastgelegde vergoeding betaalt. Het risico ligt bij een partij als de Nederlandse VanDrie Group – de grootste producent van kalfsvlees in Europa.

‘Het perspectief is niet best’, erkent een woordvoerder van VanDrie. Een financiële prognose durft ze nog niet te geven. ‘Het is voor ons hopen dat er snel een versoepeling komt in de horeca. Want 70 procent van het vlees gaat nu al naar de vrieshuizen, waardoor het direct al de helft minder waard is.’ 

In Nederland bouwt zich inmiddels een bevroren stuwmeer aan kalfsvlees op.

Voor de kalverhouder zelf doen de problemen zich vooral voor bij het tweede type kalveren, die worden gehouden voor het wat minder dure rosévlees. Naast 550 blankvleeskalveren hebben ze er daarvan bij Blom 675 staan. Hier komt het ondernemerschap om de hoek kijken, want voor de rosékalveren hebben ze geen contract en zijn ze afhankelijk van een handelaar. Maar dan moet er wel handel zijn.

Als bij Blom alles draait zoals bedoeld, gaan er iedere tien weken zo’n 225 rosékalveren weg en komen er weer evenveel bij. Maar wat nu gebeurt: de dieren blijven langer staan. Dit kost niet alleen extra voer, maar het inkomen wordt ook uitgesteld. Bovendien duurt het langer voordat een nieuwe ronde dieren de stal in kan.

Als oud-loopbaancoach weet boerin Trees Blom hoe ze financieel overzicht moet houden. ‘Het geeft enige rust dat we weten dat we dit tot het einde van het jaar kunnen volhouden’, zegt ze. ‘Het maakt het wel weer spannend als ik hoor dat de crisis wel eens tot 2023 kan duren. Nou, dat gaan wij niet redden.’

Niet geliefd

De kalversector is niet geliefd onder dierenwelzijnsorganisaties en milieuclubs. Vanwege de leefomstandigheden van de jonge dieren in dichte stallen en de vraag waarom uit onze buurlanden jaarlijks zo’n 800 duizend kalveren – vooral stiertjes, want ongeschikt als melkvee – hierheen moeten komen. Ongeveer de helft van de hier geslachte kalveren komt daarmee uit het buitenland, terwijl meer dan 90 procent van het vlees weer verpakt terug de grens over gaat en wij hier met een stikstof- en mestprobleem blijven zitten.

De Partij voor de Dieren wil daarom al langer een importverbod op kalveren. Om ook de binnenlandse aanwas van kalveren te stoppen, wil de partij in coronatijd ook een fokverbod voor melkveehouders – een koe moet jaarlijks een kalf krijgen om melk te kunnen geven.

Na alle ‘negatieve verhalen over de sector’ staan weinig kalvermesterijen te springen om journalisten te ontvangen. Trees en Bert Blom wel, want in hun ogen hoeven ze zich niet te schamen voor hun aandeel in de ‘intensieve veehouderij’. Dit was reden om na de overname van vorig jaar direct de staldeuren open te gooien voor bezoekers.

‘Boter, kaas en kalveren’, zegt Bert Blom. ‘Dat houd ik mensen vaak voor. Kalveren zijn een restproduct van zuivelproducten die veel mensen lekker vinden. Wij zorgen goed voor deze dieren en voorkomen dat waardevol vlees verloren gaat.’

Voor de familie Blom blijft het nog even onzeker, horen ze even later van de inkoper in de stal. De markt staat nog te veel onder druk om nu al te kunnen zeggen of hij volgende week ‘de stal kan leegrijden’. Wat de handelaar wel denkt te weten, met volle vrieshuizen en een kalvermarkt die wel heel kwetsbaar blijkt in crisistijd: ‘Er zullen structureel minder kalveren worden gehouden. De wereld van twee maanden geleden, die komt niet meer terug.’

Lees ook

Afwasser springt bij op aspergeveld vanwege wegblijvende Polen: ‘Wel een beproeving’
Door corona-angst en gesloten grenzen blijven veel seizoensarbeiders in Oost-Europa. Bij de oogst komen boeren handen tekort. In het Brabantse Cromvoirt springen keukenmedewerkers de aspergeteler bij. ‘Ze doen het geweldig, natuurlijk, want volgend jaar mogen ze deze asperges zelf bereiden.’

Fruitteler ziet Polen met corona-angst naar huis vertrekken: ‘Ik houd dit een paar maanden vol, maar niet het hele jaar’
Waar veel sectoren niet weten wat ze met hun personeel aan moeten, maken fruittelers zich zorgen over een gebrek aan menskracht. René Simons zag de eerste Polen al vertrekken uit angst voor dichte grenzen en coronabesmetting.‘Als mijn mensen ook ziek worden, dan heb ik echt een probleem.’

Nu zien we wel kans om boeren in de buurt op te zoeken
Mensen hebben meer tijd, kopen bewuster en mijden de supermarkten. Streekboeren zien hun omzetten daarom enorm stijgen. ‘Nu werk ik thuis en kan het wel.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden