In mineur

Subsidie is er na de kaalslag nauwelijks meer in de hedendaagse muziek. Hoe houden jonge componisten toch het hoofd boven water?

Wie tot voor kort afstudeerde als componist in de hedendaagse muziek kwam in een wereld terecht waarnaar vanuit andere landen jaloers werd gekeken. Nederland kende sinds de jaren zeventig tientallen gespecialiseerde ensembles. Er was het Fonds Podiumkunsten met een budget voor opdrachtcomposities en een stipendiasysteem dat componisten voorzag van (gedeeltelijke) jaarsalarissen om zich artistiek te kunnen ontwikkelen. Van overal vestigden zich componisten in Nederland.


In 2013 zijn er nog maar twee gespecialiseerde ensembles die hun subsidie hebben behouden. De rest krijgt geen of weinig subsidie meer en probeert het uit te zingen met het hernemen van repertoire. De stipendia zijn afgeschaft, het Fonds Podiumkunsten is geslonken van 60 naar 43 miljoen (voor alle uitvoerende kunsten). Als een ensemble nu wil kunnen rekenen op geld voor een nieuwe compositie, moet de muziek in meerdere zalen uitgevoerd worden. Maar op die zalen is ook bezuinigd, dus ze programmeren liever veilig. De grote orkesten hebben voorlopig iets te veel zorgen om een jonge componist uit te nodigen voor hen te schrijven; als nieuwe muziek toch moet, dan maar een gevestigde beroemdheid.


Wat doe je dan, als jonge componist, als je opeens geen werk meer hebt?


Morgenavond staat het Muziekgebouw aan 't IJ in Amsterdam in het teken van de jonge componist. De avond, getiteld An Evening of Today, is georganiseerd door het Nieuw Ensemble. Er is muziek te horen van de beginnende scheppers van nu, zoals de twintigers Wilbert Bulsink en Thanasis Deligiannis. Beiden vertellen V over hun overlevingsplannen. Maar ook de dertigers Anke Brouwer en Michiel Mensingh, beiden ervaren en succesvolle componisten, gaan nu de gevolgen van de bezuinigingen voelen.


Extra: imterviews jonge componisten

Anke Brouwer (37):

Maandag had ze haar eerste afspraak in een psychiatrische instelling. Eenzame en depressieve ouderen begeleiden bij het schrijven van hun levenslied is het plan van componiste Anke Brouwer. In de zorg zijn immers de komende jaren mensen nodig. Nu doet ze het nog als vrijwilliger, maar ze hoopt dat dit idee haar binnen een jaar een baan zal opleveren. Langer kan ze het niet uitzingen op haar reserves.


Brouwer (1975), veelgevraagd componiste, gaat er al niet meer van uit dat ze nog van haar muziek kan leven. 'Sinds januari heb ik geen werk meer', zegt ze. 'Alle projecten die me zijn aangeboden, gaan niet door.' De afgelopen negen jaar heeft ze fulltime als componist gewerkt, voor onder andere het Radio Filharmonisch Orkest, het Concertgebouw, de Veenfabriek en het Asko|Schönberg.


Het idee van levensliederen slaat aan in de zorg, merkt ze. 'Hedendaagse muziek is vaak een intellectueel gebeuren. Hiermee ga ik terug naar de oerkracht van muziek.'


Componeren wordt een hobby, iets voor in het weekend. 'Daar hoef ik dan geen geld meer voor te krijgen', denkt ze. 'Want om het geld ben ik geen muziek gaan studeren.'


De carrièreswitch vereist wel scholing. 'Ik verdiep me in muziekcognitie, om inzicht te krijgen in de emotionele werking van muziek. Mijn vader is neurowetenschapper, die helpt me.' Dan is het tenminste gratis.


Michiel Mensingh (37)

'Mijn carrière zit juist in de lift, ik werk me over de kop.' Voor het komende jaar heeft Mensingh veel opdrachtwerk waar subsidie aan toegekend is. 'Ik zit in een soort droom', bekent hij, 'maar dat maakt het ook lastig: ik kom daardoor nog niet toe aan het nadenken over een plan B. Bel me over een paar maanden, en mijn situatie kan helemaal anders zijn.'


Mensingh is een veelzijdig componist. Hij geeft privéles en cursussen in muziektoepassingen op de computer. Afgestudeerd in zowel autonome compositie als muziektechnologie kan hij ook de commerciële wereld bedienen. Zo schreef hij jingles, filmmuziek, muziek voor commercials en maakte hij een bedrijfsfilm voor de gemeente Utrecht.


'Tot 2007 componeerde ik voor dertig procent toegepaste muziek, de rest was autonoom. Door de crisis namen de commerciële opdrachten af. Nu richt ik me bijna helemaal op eigen werk.'


Hoewel hij nu nog geen financiële zorgen heeft, wil hij de komende jaren zijn netwerk in de commerciële wereld toch weer opbouwen. De crisis gaat wel over; de kaalslag in de gesubsidieerde muziekwereld niet. 'Ik ben me altijd bewust geweest van de kwetsbaarheid van de gesubsidieerde muziek. Mijn vader is ondernemer, hij leerde me dat ik risico's moet spreiden.' Daarom grijpt hij nu alles aan wat hij kan. 'Ik leid twee levens.'


Thanasis Deligiannis (29)

De afgelopen jaren heeft hij in een callcenter gewerkt, serveerde hij in een Indiaas restaurant ('een nachtmerrie') en werkte hij in een filiaal van winkelketen Bershka ('acht uur per dag keiharde popmuziek aanhoren'). Nu moet Thanasis Deligiannis maar weer eens op zoek naar een bijbaantje. Zijn muziek opgeven, daar peinst hij niet over.


Les één op het conservatorium in Thessaloniki was: al ben je de beste van de wereld, componeren is een heel zwaar vak.


In 2007 emigreerde Deligiannis naar Nederland, voor zijn master. 'Een intuïtieve keuze', zegt hij, veel wist hij niet van ons land. Maar al gauw werd hem duidelijk dat het Nederlandse systeem geweldig was voor een jonge componist. 'Ik heb veel projecten met de ensembles kunnen doen, zonder dat ik me zorgen hoefde te maken over het salaris van de musici. Ik had toegang tot alle mensen met wie ik zou willen werken.' Dus hij liet weten aan al zijn vrienden: 'Kom hier ook studeren. Nederland is ideaal.'


Aan de Nederlandse conservatoria studeren veel internationale studenten, dat is al jaren zo. 'Maar nu richten ze zich weer op Nederlandse aanwas, zie ik. Voor het eerst bestaat het hele eerste jaar van de studie compositie in Amsterdam uit Nederlanders.'


In 2010 begon Deligiannis de klappen voor het eerst te voelen. Lacht: 'Letterlijk, want ik liep mee in de Mars der Beschaving - mijn voeten deden vreselijk pijn daarna.' Hij zag dat Amsterdam als centrum voor nieuwe muziek uit elkaar begon te vallen. 'De Gaudeamus Muziekweek is verplaatst naar Utrecht, uitgeverij Donemus krimpt in.'


Tegelijkertijd ontdekte hij tijdens een uitwisselingsproject in New York de elektronische muziek. 'Ik ging naar clubs, bestudeerde de dubstep. Ik heb mijn popkant ontdekt, zeg maar.' Nu richt hij zich het liefst op muziektheater, waar hij tot zijn grote tevredenheid samen met anderen een voorstelling maakt. 'Ik wil niet alleen aan een bureau zitten, ik wil samenwerken. Bij ensembles gaat het van: drie repetities en bam, optreden.


'Het vak van componist behelst steeds meer dan muziek schrijven alleen.' Voor An Evening of Today maakte Deligiannis niet alleen een compositie. Hij verzorgde ook de pr en een deel van de organisatie.


De componisten hebben zich, om het project door te laten gaan toen bleek dat het Nieuw Ensemble zijn subsidie grotendeels kwijt was, in werkgroepjes opgedeeld die gezamenlijk de organisatie ter hand namen. 'We investeren veel tijd in dit project, zonder zekerheid of we komende maand wel de huur kunnen betalen.'


Dat zal de toekomst wel worden van het vak, denkt hij: 'Er blijft een categorie over van een paar gevestigde, gesubsidieerde componisten die voor de ensembles schrijven. Daarnaast krijg je een groep experimentele kunstenaars, op wie het publiek afkomt omdat het nieuw is. Daartussenin zit niets. Crisis zorgt voor polarisering.'


Net als in New York, waar je óf in Carnegie Hall speelt óf, zoals hij meemaakte, in een keuken.


Deligiannis zit nu voor een paar uur per week in het artistiek team van het NE, evenals bij het Atlas Ensemble, en werkt aan het Conservatorium als assistent, zes uur per week. Dat zijn nu zijn weinige inkomsten. 'Ik heb wat geld apart gezet voor de komende jaren. Ik hoop dat de projecten waar ik aan werk mij kunnen ondersteunen.'


Ziet hij de toekomst als droefenis, of als interessante transitie? 'Dat laatste, en veel jonge collega's met mij.'


Wilbert Bulsink (29)

'Ik zat laatst te tellen: van de twaalf organisaties waarmee ik gewerkt heb, krijgen er nog maar twee subsidie.' Wilbert Bulsink lacht - een lach die wel cynisch bedoeld zal zijn. 'Aan pessimisme heb ik niets', zegt hij, 'daar kan ik niet op werken. Bitterheid kan ik me niet veroorloven.'


Sinds Bulsinks afstuderen, vijf jaar geleden, heeft hij een overzichtelijke en behoorlijk zorgeloze carrière gehad. 'Iemand belt met een verzoek, ik maak iets en lever het in.' De helft van de verzoeken moest hij afwijzen, hij kon zijn opdrachtgevers kiezen. Nu heeft hij tot de zomer werk, maar daarna is het onzeker. 'Ik moet maar gaan rondkijken, zelf projecten opzetten. De organisatorische kant is niet mijn favoriete bezigheid, maar als een project slaagt, is dat gaaf.'


Bulsink won op zijn 15de het Prinses Christina Compositie concours. Het Nieuw Ensemble voerde destijds zijn prijswinnende werk uit. Ook het Nederlands Blazers Ensemble selecteerde hem in zijn jaarlijkse wedstrijd voor jong componeertalent. In 2008 studeerde hij met onderscheiding af aan het Conservatorium van Amsterdam. Hij heeft nog net van de vette jaren geprofiteerd om zichzelf te ontwikkelen tot een volwassen kunstenaar.


'Ik schrijf veel voor musici die naast hun vaste baan uit idealisme projecten opzetten met nieuwe muziek', zegt hij, 'maar van velen zal komend jaar die baan op de tocht komen te staan. Dergelijke projecten zullen dan wel niet meer kunnen. Alsof er een paar verdiepingen van een gebouw instorten.' Net als andere componisten heeft hij het musiceren weer opgepakt. Bulsink speelt toetsen in verschillende formaties. De afwisseling bevalt hem wel.


'Ik zou ook naar het buitenland kunnen gaan, dat heb ik nog nauwelijks gedaan.' Maar de Nederlandse hedendaagse muziek is eigenzinnig, en wordt misschien niet begrepen in andere landen, legt hij uit. 'Nederland heeft de afgelopen vijftig jaar echt een eigen muziekscene opgebouwd. Er is veel ruimte voor improvisatie, er wordt geëxperimenteerd met jazz en pop.' De unieke ensemblecultuur, het woord valt weer.


'Ik weet niet waar de mythe vandaan komt dat er zo weinig animo is voor nieuwe muziek', zegt hij. 'Wij componisten zouden te weinig met het publiek bezig zijn. Maar het Muziekgebouw aan 't IJ zit zo vaak vol. Ik zie steeds een enthousiast publiek - en dat is heus niet alleen maar ons kent ons - dat veel naar concerten gaat en echt geraakt wordt door de nieuwe muziek.' Dan wijst hij op de krant die voor hem ligt. 'De PvdA wil van de popsector een topsector maken, las ik van de week. Maar we hebben al een topsector.'


EXTRA: AN EVENING OF TODAY


Donderdag 28 februari staat het Muziekgebouw aan 't IJ in Amsterdam in het teken van de jonge componist. De avond, getiteld An Evening of Today, is georganiseerd door het Nieuw Ensemble, het gezelschap dat gespecialiseerd is in hedendaagse, vooral niet-westerse muziek. In alle zalen, zelfs buiten en op de gang is muziek te horen. De avond werd deels gefinancierd via crowdfunding, een financieringsmethode die inmiddels veelvuldig wordt benut in de nieuwe muziek.


Info: aneveningoftoday.com


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.