In Milaan is Marco nog steeds koning

In Amsterdam was hij prins, in Milaan koning. Het verleden van Marco van Basten vloeit vandaag samen tijdens AC Milan - Ajax, in de kwartfinales van de Champions League....

Tien jaar na zijn laatste wedstrijd als voetballer is San Marco weer eens in San Siro, als toeschouwer bij het duel tussen de twee clubs die hem zijn aureool bezorgden, Ajax en AC Milan. Milaan zwelgt soms in weemoed bij de herinnering aan het fenomeen.

Het tafereel is kostelijk: klanten wachten voor de glazen deur van de fanwinkel tot de lunchpauze voorbij is. Het personeel is zo vriendelijk geweest de videoband met de honderd mooiste AC Milan-doelpunten van Van Basten te draaien, waarvan bij het honderdjarig bestaan van de club (in 1999) 150 duizend stuks over de toonbank vlogen.

Een Japans stel giert van het lachen bij het hupje dat hoorde tot Van Bastens ritueel voor een strafschop. Even later staan de twee zelf te oefenen op het kekke sprongetje. Een Nederlands tienermeisje, te jong om Van Basten in volle glorie te hebben aanschouwd, kijkt gefascineerd naar het scherm. Nee, zij heeft die doelpunten nog nooit gezien. 'Pa, ik kijk nog even', zegt ze tegen haar ongeduldige vader.

Het valt Ajax-elftalleider David Endt altijd op hoe tegenstanders opkijken naar Marco van Basten als hij, de stagiair in Ajax' trainersstaf, zich bij de kleedkamers ophoudt. 'Dat zijn magische momenten.' Maar toen AC Milan onlangs in de Arena voor de Champions League speelde, was het weerzien een feest: trainer Ancelotti, assistent Tassotti, speler Costacurta, hun hart maakte ook een sprongetje. Maldini en Van Basten omhelsden elkaar alsof ze broers zijn.

Endt: 'Daar kon je zien hoezeer Milan hem aan het hart ligt. In Milaan heeft hij zijn succesvolste tijd beleefd. In Nederland was hij een prins, in Milaan is hij koning geworden. Daar heeft hij ook verdriet gehad om zijn gedwongen afscheid. Misschien klinkt het pathetisch, maar ik denk dat voorzitter Berlusconi hem als een zoon beschouwde.'

Nog een tafereel: Italiaanse mannen praten voor de poorten van trainingskamp Milanello, op het platteland buiten Milaan, over hún club. Niet te volgen, zo snel als dat gaat, op twee woorden na die telkens terugkeren: Van. Basten. Hier, op Centro Sportivo Milanello, waar beierende kerkklokken op deze paasdag een devoot karakter geven aan de rust, maakte Van Basten in augustus 1995 bekend dat hij zou stoppen, ruim twee jaar na zijn laatste wedstrijd. De hoop op een rentree was vervlogen, de enkel gesloopt. Vice-voorzitter Galliani zei: 'Het voetbal verliest zijn Leonardo da Vinci.'

Elke club van naam en faam heeft zijn museum. De schatten van San Siro, het stadion dat sinds 1980 officieel Guiseppe Meazza heet, zijn keurig verdeeld. Loop bij binnenkomst linksaf naar de blauw-zwarte Inter-kant. Rechts is de rood-zwarte afdeling van AC Milan.

Maak een wandeling door de geschiedenis sinds 1899: de oudste bal van Italië, Rivera, Amarildo, Altafini, sigarenbandjes met voetballers, foto's, opstellingen.

Bij de laatste vitrines is de afdeling met Rijkaard, Gullit en Van Basten, van wie de laatste twee onlangs zijn uitgeroepen tot beste spitsenkoppel in de Italiaanse geschiedenis. Van Basten krijgt de meeste aandacht; met de Europa Cup, met een kroon op het hoofd. Inderdaad, een koning.

Zijn tragiek is onderdeel van de mythe. Op 26 mei 1993 speelt hij in München, naar later blijkt, zijn laatste wedstrijd; de finale van de Champions League tegen Olympique Marseille. Boli en Di Mecco zijn de slagers die onophoudelijk op de lemen enkels van de reus inhakken.

Kijk naar elftalfoto's in het museum: op die van 1992/93 staan ze nog alledrie, de Tulipani del Milan. Een seizoen later is Gullit vertrokken naar Sampdoria (later keert hij terug) en is Rijkaard naar Ajax. Van Basten staat nog op de foto in tenue. Aan voetballen zou hij niet meer toekomen.

Natuurlijk, de verering kent ook nuances. Voorzitter Pellegrino van de Milan-fanclub uit Nederland zegt: 'Jullie denken altijd dat Milan zijn successen te danken heeft aan de drie Hollandse jongens, maar het was een topploeg omdat juist iedereen zo goed was: Baresi, Maldini, noem ze allemaal op.

'Het is wél zo dat in Nederland topsporters soms na twee, drie jaar zijn vergeten. In Italië worden ze vereerd, tot het einde der dagen. Rivera, Schnellinger, Sivori, Altafini, iedereen herkent ze en iedereen zal over ze blijven praten.'

Maar overal is roem aan slijtage onderhevig. Jongetjes in trainingspak veroveren het museum. Ze verzamelen zich rond het shirt van Sjevtsjenko, het idool van nu. Hun trainers kijken naar de trui van Van Basten, met de foto van het afscheid op 18 augustus 1995, voor een duel tegen Juventus.

Een samenvatting van beeld én foto: Van Basten loopt, emoties onderdrukkend, een beetje nonchalant over het veld, gekleed in een bruin suède jasje, rose overhemd en vale spijkerbroek. Hij zwaait met de linkerhand. Trainer Capello, vaak zo nors en kortaf, barst uit in een onbedaarlijke huilbui, gelijk een kind wiens bolletje ijs uit het koekje is gevallen. De trainers in het museum lezen hardop de tekst op het scorebord: Grazie Marco.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden