In mijn humeur leidden alle wegen naar Fritzl en Hitler

null Beeld null

Waar Oostenrijk beroemd om was behalve skiën, vroeg mijn zoon. Tja. Hitler en Fritzl. Gelukkig bereikte het kabelbaantje net zijn bestemming zodat wij onze handen vol hadden aan ski's, stokken, helmen en kleine broertjes. Had ik even tijd om kindvriendelijker feitjes te bedenken over deze gastvrije, absurd dure winterbestemming.

De kinderen werden in een klasje gedumpt, en we konden aan de afdaling beginnen. Als beginner ben je al blij op de been te blijven terwijl je zo horizontaal mogelijk de piste af slalomt: tien haarspeldbochten had ik nodig om een meter te dalen. Met constant geroetsj van rap naderende skiërs in mijn rug, skiërs van wie ik alleen maar kon hopen dat ze me tijdig zagen. Eén keer hoorde ik een vloek, en een snowboarder (een adrenalinespons voor wie skiën niet gevaarlijk genoeg is) kukelde langs me; hij had besloten zich liever ter aarde te storten dan mij omver te kegelen, de schat. Ik had hem graag bedankt, maar ik was even bezig met niet doodgaan.

Mijn vrouw wachtte regelmatig bergafwaarts op me, verwachtingsvol omhoog kijkend of ik al iets aan het breken was. Toen we bij een restaurantje kwamen, stelde ik een korte lunchpauze voor: ik was hard op mijn kont gevallen en het leek me prudent even mijn ruggenwervels na te tellen.

Na een in rode saus drijvende currywurst met bijbehorende frieten (een culinair walhalla bleek Oostenrijk niet) wilden we afrekenen. Ik wapperde met mijn pinpasje, maar de ober zei: 'Nur Cash'.

Interessant. Ik had wel zin deze discussie aan te gaan: Een restaurant waar de grote neonletters 'EET HIER NIKS TENZIJ JE CONTANT GELD HEBT' op de gevel ontbreken, dat je alleen skiënd kunt bereiken. Hoe moesten wij hier aan geld komen? Gniffelend zei ik Entschüldiging, gnädiger Herr, maar als we niet kunnen pinnen, heeft u pech.

Nou, dat zag hij dus anders. Wij waren degenen die pech hadden. We moesten wat hem betrof maar helemaal naar beneden skiën, pinnen in het dorp, de kabelbaan omhoog nemen tot boven op de berg en daar weer naar beneden skiën tot we weer bij zijn restaurant aankwamen. Ik bestudeerde zijn gezicht, maar zag geen twinkeling in zijn ogen. Ja, Oostenrijkse humor, het zou kunnen bestaan. Toen wij na een paar woorden over en weer pissig opstonden om gehoorzaam naar een pinautomaat te skiën. vroeg hij: 'Bleibst du hier?' Het was geen verzoek. Ik was godverdomme onderpand terwijl mijn vrouw op geldsafari ging. En had hij mij du genoemd?

Na een eenzaam en strontchagrijnig halfuur had ik de laatste milliliter Spezi uit mijn glas gezogen. Een serveerster met zwartgeverfd haar (alle vrouwen hier hadden zwartgeverfd haar - vraag me niet waarom) vroeg me of ik wat wilde bestellen. 'Nein', zei ik in mijn botste Duits. 'Super!', zei ze, en liep weg. Kreeg ik ook nog een kwak sarcasme op mijn bordje met vernedering!

Gelukkig had ik nu tijd om na te denken wat ik mijn zoon over Oostenrijk wou leren. Van Luyns zijn feitjesmannen, hij moest wel een irritante betweter kunnen uithangen als dit land bij zijn vriendjes ter sprake kwam. Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk? Weense Wals? Bossen? Eenzaamheid? Waanzin? In mijn humeur leidden alle wegen naar Fritzl en Hitler.

Toen brak de zon door. Plots was het weer heerlijk en idyllisch: de sneeuw was sneeuwwit, de lucht hysterisch blauw en de bossen begonnen te zingen... Natuurlijk: The Sound Of Music! De Von Trapps! Dáár was Oostenrijk beroemd om! Nou, daar kwamen ze goed mee weg.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden