Column

In mijn dromen komt het verleden terug

Vijver

 

Zomaar een ochtend waarop ik voor de zoveelste keer wakker word, moeizaam de dag inga, alsof er te veel dagen aan voorafgingen, mijn hoofd zwaar van een droom, die ik staande onder de douche, me allengs energieker voelend, probeer thuis te brengen. Mijn moeder kwam er in voor. Een vijver en, vreemd genoeg, eenden. De droom weekt een herinnering in mij los. Ik was kind, stond met mijn moeder en actrice aan de rand van de vijver van het Haagsche Bosch (dat schreef je toen nog met sch), liet een zeilbootje varen en zag eenden neerstrijken op het water. In mijn dromen komt het verleden steeds meer terug. Er is veel van.

Gisteren bekeek ik met onze vriendin Annemarie Oster, die ook uit een toneelgeslacht komt, oude toneelfoto's van stukken waarin mijn moeder speelde. Dat begon al vroeg, in 1920. Daarvan herkenden we de acteurs niet. Maar in de jaren daarna doemden steeds vaker namen van toneelspelers op die we gekend hebben, sommigen slechts van naam, anderen in werkelijkheid. Bij het publiek van nu zijn de namen voor het grootste deel al in vergetelheid geraakt. Daarom is het mij een eer ze nog één keer op te rakelen: Cor Ruys, Fons Rademakers, Paul Steenbergen, Myra Ward, Ank van der Moer, Mary Dresselhuys, Jan van Ees, Else Mauhs, Rie Gilhuis, Mimi Boesnach, Enny Meunier, Adolphe Engers, Cruys Voorbergh, Guus en Cor Hermus, Fie Carelsen, Rika Hopper.

Ik vind een foto van Cor Ruys waarop een opdracht aan mijn grootvader, die ik in een aanval van familieziekheid maar even aanhaal. Behalve acteur was mijn opa ook schrijver van toneelstukken en nog later toneelcriticus, over wie het verhaal in Den Haag ging dat het doek pas opging als Broedelet binnen was. De opdracht uit 1923 luidde: 'Aan Johan W. Broedelet, den fijnen psycholoog en compositeur van zoovele rollen, den regisseur wien ik vele schoone successen dank. In groote erkentelijkheid aangeboden door z'n vriend Cor Ruys.'

Later op de dag lees ik een gedicht dat enigszins aansluit bij mijn droom en herinnering. Het is van de gekwelde Engelse dichteres Sylvia Plath, die zich in 1963 van kant maakte. Het gedicht heet Kind en staat in de bundel Winter Trees (Uit. Faber and Faber, 1975):

'Je klare oog is het enige volkomen mooie ding.

Ik wil het vullen met kleur en eenden,

De dierentuin van het nieuwe

Wiens namen je overdenkt -

Aprils sneeuwvlok, Indiaanse pijp,

Kleine stengel zonder rimpel,

Vijver waarin beelden

Groots en klassiek zouden moeten zijn

Niet dit verwarde handengewring

Deze donkere zoldering zonder ster.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.