REPORTAGESuikerfeest in Libanon

In Libanon is een maaltijd bijna niet meer te betalen: ‘Voor ons zal er dit jaar geen Suikerfeest zijn’

Steeds meer inwoners van Libanon telen hun eigen groente en fruit, omdat die in de winkels onbetaalbaar worden.Beeld Mohamed Azakir / Reuters

In Libanon dreigt honger. Eten is haast onbetaalbaar geworden door de al jaren slepende economische en politieke crisis. Corona gaf het laatste zetje. Zo krijgt het Suikerfeest dit weekeinde een rafelrandje.

In Libanon, een land met een grootse eetcultuur, is de maaltijd niet langer iets om naar uit te kijken. Gehakt? Een onbetaalbare luxe, omgerekend 21 euro per kilo. Kip? Hooguit twee keer per week. Kaas? Kan niet meer op een gewoon inkomen. De kaas maakt noodgedwongen plaats voor yoghurt. ‘We eten niet meer wat lekker is, maar wat goedkoop is’, zegt ­Bilal Mansour, 34 jaar. Met een aangebroken flesje water en een pakje sigaretten, zoals veel Libanezen neemt hij het vasten tijdens de ramadan niet strikt, wacht hij in de hoofdstad Beiroet op het moment dat moslims officieel weer mogen eten.

Bilal weet wat er op tafel komt. Geen feestmaal, zoals in andere jaren, maar één gerecht, hooguit twee. Iets met aardappelen of rijst. Een salade. Zeker geen jallab, het siroopdrankje dat in normale tijden het zoete anker is van de ramadan. Zoiets gewoons als jallab is nu onbereikbaar. En het Suikerfeest dit weekeinde? Bilal, die een goede baan heeft als inkoper bij een bedrijf dat universitaire studieboeken importeert, kijkt moeilijk. ‘Voor ons zal er dit jaar geen Suikerfeest zijn.’

Libanon verkeert in een vrije armoedeval. Dat is opvallend, want tot voor kort was dit land qua economie een Arabische middenklasser: minder rijk dan de Golfstaten maar welvarender dan Marokko en Egypte. Zeker, in Libanon valt de elektriciteit elke dag uren uit en is het kraanwater niet drinkbaar. Maar tot een paar maanden geleden waren Libanese privéscholen bereikbaar voor kinderen van middenstanders, lagen supermarkten vol westerse merken en was op zondag brunchen met de hele familie in een restaurant een uitje voor de gewone man.

Nu dreigt in Libanon honger.

‘Eet van eigen grond’

Een ‘grote voedselcrisis’ is aanstaande, stelde de Libanese premier Hassan Diab deze week in een ingezonden stuk in The Washington Post. ‘Veel Libanezen zijn al gestopt met het kopen van vlees, fruit en groente en zullen binnenkort geen brood meer kunnen betalen.’ Diab smeekt Europa en de Verenigde Staten om een noodfonds.

Evenmin geruststellend is een on­linecampagne van regisseur Nadine Labaki – internationaal bekend van de film Capernaum – getiteld ‘Plant mijn hart’. Oftewel: eet van eigen grond, in het land waar je van houdt. Het is een ode aan haar vaderland, mensen die vrolijk moestuintjes aanplanten. Maar de boodschap is gitzwart. Om te overleven, zal Libanon een autarkische samenleving moeten worden.

Ja, hoe kon het zover komen?

Natuurlijk, op het laatst gaf de coronalockdown het finale zetje. Maar zoals in bijna alle Afrikaanse en Arabische landen waar de Verenigde Naties waarschuwen voor een voedseltekort voor het eind van dit jaar vanwege covid-19, is het onderliggende probleem groter. In een buurtsupermarkt in de wijk Nieuwe Weg, een volkswijk in Beiroet op de breuklijn van het rijke centrum en de arme zuidelijke buitenwijken, begint Bassam Hajjar, een emeritus hoogleraar in de economie aan de Libanese Universiteit die hier toevallig boodschappen doet, een spontaan college als de financiële chaos ter sprake komt. ‘Libanon is een bedelaar. Wij verbouwen zelf niks, we importeren alles.’

Libanese pond

Om de import makkelijk te maken, is de lokale munt, het Libanese pond, gekoppeld aan de dollar. In Beiroet kon je tot vorig jaar met dollars en ponden door elkaar betalen. Libanese banken waren grootleverancier in dollarrekeningen. Met woekerrentes trokken ze buitenlandse klanten. Toen de investeerders vorig jaar argwaan kregen en hun geld kwamen halen, bleken er niet voldoende harde dollars om de rekeningen te dekken. Libanese banken stellen zich inmiddels openlijk op het standpunt dat een bankrekening slechts virtueel geld bevat en contant uitbetalen een overbodige luxe is. Dollars zijn vrijwel alleen nog op de zwarte markt te krijgen, tegen woekerkoersen. Het pond keldert in waarde. ‘Corruptie is hier overal’, zegt Hajjar. ‘Geld van de internationale gemeenschap zal in de zakken van de dieven verdwijnen.’

Ook Coca Cola is vertrokken

De eigenaar van de buurtsupermarkt wijst om zich heen. Geen Unilever-chips meer, maar chips uit Syrië. Koekjes uit Turkije. Marlboro-sigaretten zijn ingeruild voor het lokale merk Ceders. De rotonde die de toegangspoort vormt tot de Nieuwe Weg heet Cola, naar de Amerikaanse frisdrankfabriek die hier vroeger stond. Vorige maand verliet het Coca Cola-concern Libanon. Vanwege de valutaproblemen wordt het steeds moeilijker om hier zaken te doen. Niet ver van de Cola-rotonde steekt een oudere dame, ze heet Hassana Shaaban, haar handen omhoog. Geen trouwring. Geen armbanden. ‘Ik heb mijn gouden sieraden verkocht. Want we hebben eten nodig en medicijnen.’

Overal in Beiroet verkopen mensen hun goud. En klinkt het als refrein: dit jaar geen Suikerfeest.

De airconditioned ijssalon van ­Wadad Naamani (43) zou normaal nu topdrukte beleven. Juist in de ramadan wil je de maaltijd afsluiten met haar zelfgemaakte schepijs. Wadad maakt moderne smaken zoals tiramisu, cheesecake en mango, maar ook een traditionele, bijna zoute delicatesse met pistachenootjes. Je mag proeven in kleine bakjes voordat je koopt. Helaas: haar grondstoffen komen uit het buitenland. Haar leveranciers eisen Amerikaanse dollars, niet het waardeloze pond. Daarom kunnen haar prijzen niet omlaag.

‘Hoeveel voor een kilo?’, vraagt een potentiële klant. Omgerekend 24 euro. De man vertrekt zwijgend.

Elders in Beiroet, in een buurt waar veel Syrische vluchtelingen wonen, neemt de armoede andere vormen aan. ‘Mensen vragen om één tomaat. Eentje,’ zegt Radwan Abdallah Naif (34), vijf jaar geleden gevlucht uit Aleppo, in zijn halfopen groentestalletje. ‘Het liefst een rotte tomaat, want dat is goedkoper. Ze wachten op de groente die je gaat weggooien.’

Naif kauwt midden overdag op een komkommer. Tijdens een ramadan waar het Suikerfeest erbij inschiet, mag je ook het vasten overslaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden