In 'kruitvat' Shuafat is het niet moeilijk Israël te haten

De Palestijnse president Abbas bezoekt vandaag voor het eerst president Trump. Het Palestijnse vluchtelingenkamp Shuafat in Jeruzalem staat voor alles waar het conflict met Israël om draait. Mensenrechtenactivist Bassem Eid, die er opgroeide, leidt rond in het ommuurde getto.

Bassem laat de muur zien die is gebouwd door Israël rondom het kamp, om de nederzetting van het kamp te scheiden.Beeld Cigdem Yuksel

'Overal vuilnis, vuilnis, vuilnis.' Bassem Eid kijkt met afgrijzen rond in het Palestijnse vluchtelingenkamp Shuafat waar hij 33 jaar heeft gewoond. Israël is verantwoordelijk voor de toestand in het mistroostige oord, want het ligt binnen de grenzen van Jeruzalem. De VN-organisatie UNRWA zou de bewoners enig comfort moeten bieden, maar schiet in de ogen van Eid schromelijk tekort. En de Palestijnen zelf, kunnen die hun rotzooi niet gewoon opruimen? Eid, met zelfspot: 'We hebben nooit vrijwilligerswerk geleerd.'

Tikkende tijdbom

Een kruitvat. Een tikkende tijdbom. Zo noemen Israëlische media het uit zijn voegen barstende Shuafat-kamp. Als kind vond Eid onderdak in het toen nog piepkleine kamp, dat door Jordanië werd gesticht en in 1965 aan UNRWA werd overgedragen. Er was woonruimte voor zo'n vijftienhonderd mannen, vrouwen en kinderen, die - net als Eids familie - voornamelijk in de Oude Stad van Jeruzalem woonden. Nadat Israël twee jaar later heel Jeruzalem op de Jordaniërs had veroverd ('bevrijd', zeggen de Israëli's), groeide Shuafat uit tot een ommuurd Palestijns getto met naar schatting 80 duizend inwoners.

Shuafat staat voor alles waar het Israëlisch-Palestijnse conflict om draait. Vluchtelingen die het 'recht op terugkeer' eisen naar hun oorspronkelijke woonplek, of die van hun voorouders. Jeruzalem als 'eeuwige, ongedeelde' hoofdstad van Israël, óf gedeeltelijk als hoofdstad van een onafhankelijke Palestijnse staat. Veiligheid: Shuafat is voor Israëli's een no-go-area, en de gewelddadige Hamasbeweging heeft veel aanhang onder de verpauperde bevolking. Uitdijende Joodse nederzettingen rondom, die de Palestijnen steeds meer grondgebied ontnemen.

Een flinke muur scheidt het kamp van de rest van Jeruzalem.Beeld Cigdem Yuksel

Bassem Eid parkeert zijn auto, na een slalom langs kuilen in wegen vol water en modder, voor het huis waar hij opgroeide. Vroegere buren schudden hem de hand, omhelzen hem. Ze weten dat Eid (59) het ver geschopt heeft. Tegenwoordig geeft hij lezingen aan universiteiten in de hele wereld, van Hawaii tot Cambodja, van Pretoria tot Londen, over 'de Palestijnse kwestie.' Een genuanceerd verhaal, boordevol kritiek op de Palestijnse leiders.

Eid gaat op bezoek bij zijn broer Maher, die in slechte gezondheid verkeert. Eerst toont hij de vertrekken waar hijzelf woonde. 'Twee kamers voor een familie van zeven personen. We kregen er een stuk grond bij, om te kunnen bouwen. Toen we kwamen, was het hier woestijngebied.'

Palestijnse huizen, vuilnis, verderop een Israëlische nederzetting en rechtsboven de muur.Beeld Cigdem Yuksel

'Wonen? Overleven!'

Boven op de oorspronkelijke huisvesting, nu een schaars verlicht hol met graffiti, verrezen in de loop der jaren enkele verdiepingen. Daar wonen zijn broer Maher, diens vrouw en hun tien kinderen. 'Wonen? Overleven!', zegt Bassem Eid met stemverheffing. Hij wijst naar een paar plastic emmers waarin regenwater wordt opgevangendf dat door het dak lekt. Bij het openen van de gordijnen worden grote gele vlekken op de muur zichtbaar, eveneens veroorzaakt door lekkages. Een kleine straalkachel houdt de tochtige woonkamer niet warm.

'Dit is ons leven', verzucht Maher (66). 'Waar moet ik anders heen?' Wonen in het Shuafat-kamp heeft ook voordelen: bewoners betalen geen huur, geen belasting, geen kosten voor water en elektriciteit. 'En als ik geöpereerd moet worden, kan dat gratis in Jeruzalem. Het is beter onder de Israëli's te leven dan onder Abbas (de Palestijnse president, red.)', zegt Maher. Als werkloze heeft hij maandelijks recht op een Israëlische uitkering van 2.000 shekel (ruim 500 euro).

De explosieve groei van Shuafat heeft niet alleen te maken met de lage woonlasten, maar ook met het feit dat inwoners de status genieten van 'inwoner van Jeruzalem'. Daarmee kunnen zij, anders dan Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever, min of meer vrijelijk door Israël reizen voor werk en studie. Ze moeten dan wel dagelijks door de reusachtige controlepost van het Israëlische leger die de uit- en ingang van het kamp vormt. Het checkpoint is een gapend gat in een metershoge muur die Israël deze eeuw rond het kamp heeft opgetrokken.

Als Eid het bezoek aan zijn broer beëindigt, wordt hij uitgeleide gedaan door zijn 17-jarige neef Baha, een vrolijke jongen. Zeker, ook hij vindt het een hard bestaan. 'Het is hier veel te vol, als ik naar school ga in Jeruzalem moet ik soms uren wachten bij het checkpoint, door de muur voel ik me opgesloten.' Maar hij heeft hier zijn vrienden en wil pas weg als hij getrouwd is.

Bassem Eid wist dankzij een internationaal opgemerkte carrière als mensenrechtenactivist te ontkomen aan het kamp, waar hij zijn vier kinderen zag opgroeien. In 1999 kreeg hij van een Amerikaanse organisatie een prijs van 50 duizend dollar. 'We gingen direct weg. Dit is geen omgeving voor kinderen.' Hij verhuisde naar Beit Hanina, een nabijgelegen en relatief welvarende wijk in het Arabische oosten van Jeruzalem.

Eid laat ons zijn ouderlijk huis zien, in de kelder van het huis waar zijn broer nog woont.Beeld Cigdem Yuksel

Eid, die vloeiend Hebreeuws spreekt, combineerde zijn werk als medewerker van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B'tselem en later als directeur van de Palestijnse pendant PHRMG met hand-en-spandiensten voor de bewoners van Shuafat. Hij schreef namens de veelal ongeletterde bevolking brieven met klachten en wensen naar Israëlische overheidsinstanties. Een veelgehoorde klacht, tot op heden, is de haperende drinkwatervoorziening. De stank van de riolering en de vuilverbranding is een bron van ergernis.

Klachten over criminaliteit zijn er ook legio. Er zijn naar schatting duizenden vuurwapens in omloop; niet zelden worden die gebruikt voor roofovervallen of 'afrekeningen in het criminele circuit'. De handel in drugs, die al een bron van inkomsten was toen Eid in het kamp woonde, heeft er alles mee te maken. Een ter plaatse vervaardigde drug, 'Big Boy', maakt ondanks de onschuldige naam ook veel slachtoffers.

In de steek gelaten

Veel inwoners van Shuafat voelen zich in de steek gelaten door de Israëlische overheid, die geen enkel gezag uitoefent. Alleen als inwoners van Shuafat zich elders schuldig maken aan steekpartijen of andere vormen van 'terrorisme' tegen Joodse Israëli's, trekken leger en politie het kamp binnen om huizen van de daders en hun familie te vernielen, bij wijze van vergelding. Eid: 'Wie hier woont, heeft geen moeite om Israël te haten.'

Eid richt zijn pijlen ook op de VN-organisatie UNRWA, die immers speciaal is opgericht om Palestijnen een beter bestaan te bieden. 'De VN hebben de capaciteit niet om de 80 duizend mensen te helpen. UNRWA beheert een paar scholen, maar verreweg de meeste kinderen volgen onderwijs in Jeruzalem. Er is ook een medische post. Maar de organisatie voorziet niet in de grootste behoefte: goede woningen. Alles wat hier gebouwd wordt, is illegaal.'

Flats van elf, twaalf verdiepingen staan dicht op elkaar. Als er brand uitbreekt, is de ramp niet te overzien. Brandweerauto's en ambulances moeten elders uit Jeruzalem komen, en het is nog maar de vraag of ze zich snel hun weg kunnen banen door de nauwe straten waar verkeerschaos heerst.

Abbas bezoekt Trump

Kan het vredesoverleg tussen Israël en de Palestijnen hervat worden? Die vraag staat centraal tijdens het bezoek dat de Palestijnse president Mahmoud Abbas vandaag brengt aan het Witte Huis. President Donald Trump heeft herhaaldelijk gezegd dat hij streeft naar een oplossing van het conflict, en dat hij optimistisch is. 'Er is geen reden waarom er geen vrede is tussen Israël en de Palestijnen, geen enkele reden', zei hij onlangs in een interview.

De Fatah-partij van Abbas is verguld met het bezoek van Abbas aan Washington. Ook de Hamas-beweging, die Abbas geen greintje macht gunt in de Gazastrook, lijkt het belang ervan in te zien. Het kan geen toeval zijn dat Hamas aan de vooravond van het bezoek een manifest verspreidde waarin staat dat de vernietiging van Israël niet langer het ultieme doel is. Het stuk suggereert dat Hamas genoegen neemt met een onafhankelijke Palestijnse staat náást Israël. Hamas schurkt daarmee aan tegen Abbas.

Zelfs Eid, die meer dan de helft van zijn leven in Shuafat woonde, raakt af en toe de weg kwijt. Hij wil laten zien hoe dicht de groeiende Joodse nederzetting Pisgat Ze'ev het kamp genaderd is. De autorit gaat langs restaurant Happy Family en patisserie Sweet Place, namen die in deze omgeving op de lachspieren werken. Hij bereikt uiteindelijk een plek op nog geen halve kilometer van de nederzetting, die met grote witte huizen onder rode daken schril afsteekt tegen het haveloze Shuafat. In Israëlische termen is Pisgat Ze'ev geen nederzetting, maar een buitenwijk van Jeruzalem.

Eid, om zich heen wijzend: 'Ziehier Jeruzalem, al vijftig jaar een verdeelde stad. Zó verdeeld dat het nooit de hoofdstad van Israël kan zijn.'

Een regenbui in het vluchtelingenkamp.Beeld Cigdem Yuksel
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden