In juni kwamen de indianen

Oer-Hollands was het dorp Beverwijck in Amerika met zijn bruggetjes, huisjes en armenzorg. Twaalf jaar lang bloeide er de beverhandel....

Peter Stuyvesant had er schoon genoeg van in 1652. De directeur-generaal van de kolonie Nieuw-Nederland, een enorm gebied rond het huidige New York City, had al jaren ruzie met de Amsterdamse eigenaren van een groot stuk land in het noorden: Rensselaerswijck. Tegen Stuyvesants zin lieten die eigenaren de grond rond Fort Oranje, aan de bovenloop van de Hudson, door kolonisten volbouwen met huizen. Die belemmerden het zicht op mogelijke Engelse aanvallers.

Stuyvesant loste het slepende probleem op een welhaast moderne Nederlandse manier op: hij legaliseerde de boel. Rond het fort liet hij een cirkel van drieduizend voet trekken. Alle grond daarbinnen werd eigendom van de West Indische Compagnie (WIC) - de westelijke tegenvoeter van de VOC. De kolonisten mochten blijven wonen, en kregen nu grondbrieven van de WIC.

Op die manier kreeg de Compagnie controle over de bewoning. En de inwoners vonden het niet erg. Ze waren van hun patroonheren af en hoefden nog maar één gulden belasting te betalen per verhandelde bever. Al gauw was het fort omringd met huizen en straten.

Zo begon, zegt neerlandica en historica dr. Janny Venema, het Nederlandse dorpje Beverwijck. Twaalf jaar lang zou de beverhandelspost aan de Noortrivier (de latere Hudson) bestaan voordat die door de Engelsen werd veroverd en verder zou gaan als Albany, de hoofdstad van de staat New York. Donderdag promoveerde de emigrante Venema aan de Vrije Universiteit Amsterdam op de geschiedenis van dat Beverwijck.

Beverwijck, A Dutch village on the American Frontier 1652-1664 is een omvangrijk boek vol details over het dagelijkse leven in deze nederzetting. Ze heeft het kunnen schrijven, zegt Venema, omdat er over Beverwijck enorm veel documentatie is. 'In de archieven van New York State liggen zo'n twaalfduizend documenten die betrekking hebben op Nieuw-Nederland.'

Het zijn onder meer correspondenties tussen Stuyvesant en de WIC, raadsnotulen van Stuyvesant en zijn raad, grondbrieven, gerechtsnotulen uit Fort Oranje en notariële akten uit Beverwijck. Bovendien spitte Venema de rekenboeken door van de diakonie van de Eerste Nederlandse Gereformeerde Kerk in Beverwijck. Dat was de enige kerk die de streng calvinistische Stuyvesant wilde toestaan. De nog altijd bestaande kerkgemeenschap in Albany heeft de archieven bewaard.

Jarenlang boog Venema zich over al die papieren. Negentien jaar geleden emigreerde ze naar Albany en kreeg belangstelling voor zijn geschiedenis. Ze ontmoette er Charley Gehring, een linguïst die met zijn New Netherland Project al sinds 1974 probeert de Amerikanen te interesseren voor de Nederlandse voorgeschiedenis van de staten New York, New Jersey, Delaware en Connecticut. Venema werkte er lang aan mee als onderzoekster en transcribeerde duizenden documenten. Uiteindelijk besloot ze zich aan het proefschrift te wagen.

Aan Beverwijck viel haar allereerst op, zegt Venema, dat het zo'n oer-Hollands dorp was. De nederzetting lag midden in de wildernis, maar de schouten en schepenen moesten net als in Holland de orde bewaken, geholpen door de burgerwacht of schutterij, die voor iedereen verplicht was. De gereformeerde kerk had een mooi gebouw in het centrum, zorgde voor de armen en regelde huwelijk, geboorte en begrafenis.

De kleine huizen werden steeds dichter op elkaar gebouwd en waren ingericht als in Hollandse stadjes, met een voorkamer waar werd gewerkt, een achterkamer, een zolder en een kelder. Straten, hoewel van zand, lagen in een ordelijk patroon, met als hoofdweg de Jonckerstraet. Er woonden bakkers, brouwers, smeden. Over de beken waren bruggetjes gebouwd alsof het grachten waren. In de winter, als de rivier was dichtgevroren, hielden de inwoners arresleeraces op het ijs.

'Waarschijnlijk werd er ook Sinterklaas gevierd', aldus Venema. En de rijkste inwoners bestelden de nieuwste mode uit Europa, blijkt uit brieven.

In 1652 woonden er in Beverwijck ruim tweehonderd mensen, vertelt Venema. Eén document meldt dat er in september 1652 rond het fort 38 huizen staan 'en forder getimmer'. Door het aanvankelijke succes van de beverhandel waren er in 1660 al meer dan duizend inwoners.

Voor al die nieuwe kolonisten - overigens lang niet altijd uit de Republiek - moet de aankomst in Beverwijck, ondanks het Hollandse karakter, een grote cultuurschok teweeg hebben gebracht. In Beverwijck draaide alles om de handel in beverhuiden. Die werden aangeleverd door indianen vanuit het grote achterland in het westen. Vaak arriveerden ze over de Jonckerstraet - een oud indianenpad. Ze kwamen soms met honderden naar het dorp.

De seizoenen bepaalden het ritme van de handel. In de winter vroor de rivier dicht en lag het leven stil. 'De Beverwijckers gingen maar bij elkaar op visite', zegt Venema. In april en mei voeren de eerste handelaren uit Nieuw-Amsterdam en uit de Republiek de rivier op. Ze hadden goederen bij zich die ze met de Beverwijckers verhandelden.

Rond juni kwamen de indianen met hun bevers. Maar vooral toen het aantal inwoners steeg en er minder bevers werden aangevoerd, probeerden kolonisten de indianen te onderscheppen en hun bevers te bemachtigen voordat ze het dorp bereikten.

In de regel echter liepen de indianen met hun huiden van huis naar huis. Ze logeerden bij de inwoners, van wie sommige 'taalsmannen' als tolk fungeerden bij officiële vergaderingen. Venema vond ook aanwijzingen dat inwoners speciale wildenhuisjes, of 'hansiooshuisjes' bouwden, waar ze handelden met de indianen, 'of ze misschien ook wel entertainden'.

De beverhandel was lucratieve business, ook voor de indianen. Er werden zelfs oorlogen over gevoerd. Beverwijck, aan de westoever van de Noortrivier, lag oorspronkelijk in het gebied van de Mahicanen, een Algonquin-stam.

Wegens de handel werden die echter naar de oostkant van de rivier gedrongen door de Mohawks, een Irokezen-stam. Deze 'Maquaesen', zoals de Hollanders ze noemden, waren in de tijd van Beverwijck daarom de belangrijkste handelspartners.

In sommige jaren werden er wel dertig- tot veertigduizend beverhuiden aangeleverd, zegt Venema. Geld circuleerde er niet: er werd in natura betaald, en meestal met kralen van schelpen. De indianen kenden die grote symbolische waarde toe, maar ook de Hollanders betaalden elkaar onderling met dit sewant.

Zo ontstond er een vreemde vermenging van Hollandse en indiaanse cultuur. De indianen verschaften zich westerse goederen zoals textiel, ketels en zelfs wapens. Alcohol kregen ze ook, al was dat wettelijk verboden. De Beverwijckers wenden langzaam aan maïs. En graan vervoerden ze van hun 'bouwerijen' soms in uit boombast gemaakte kano's.

Vanaf 1658 ging het minder goed met Beverwijck. In dat jaar verschenen er voor het eerst geen indianen in de zomer - ze waren elders oorlog aan het voeren. Later gebeurde dat vaker. Veel inwoners die op krediet hadden ingekocht bij de scheepshandelaren, waren opeens bankroet.

Toen kwam de kerk in het geweer, met haar calvinistische normen en waarden. In de rekenboeken ontdekte Venema dat de kerk, gesteund door de overheid, een actief armenbeleid had opgezet. Ze deelde niet alleen brood, hemden, 'een half hert' en brandhout uit aan de verpauperden, maar zette ze ook aan het werk. Aan wat waarschijnlijk het eerste armenhuis van Noord-Amerika was, hebben de armen zelf ook meegewerkt.

In 1664 verscheen een Engelse vloot voor Manhattan en werd heel Nieuw-Nederland aan de Britten overgedragen. In het huidige Albany zijn bijna geen resten van Beverwijck meer te vinden, zegt Venema, op een paar straatnamen na en veel Nederlandse namen in het telefoonboek.

Soms duikt er iets op bij bouwwerkzaamheden. Venema maakte een kaart van het plaatsje, met biografische informatie over de inwoners, om archeologen te helpen. Verder, zegt ze, zijn in de omgeving nog altijd prachtige beverdammen te bewonderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden