In Jimmy Scotts carrière zat echt alles tegen

Veel van zijn collega's waren onder de indruk van Jimmy Scott (75), maar het succes dat de zanger verdiende kreeg hij niet, schrijft zijn biograaf....

Jimmy Scott is zonder twijfel één van de invloedrijkste stemmen uit de jazzgeschiedenis. Alle grote zangers en zangeressen kennen hem - en toch wordt hij in vrijwel geen enkel jazzboek genoemd. Maar zoals David Ritz in zijn biografie Faith in Time op meeslepende maar gelukkig niet al te dramatische wijze duidelijk maakt: Jimmy Scott doet eigenlijk niet mee in deze wereld. Hij leeft in een ander universum, één waar de tijd een ander verloop heeft. Zo is zijn veertig jaar oude meesterwerk Falling in love is wonderful pas nu verkrijgbaar.

Er zijn weinig musici wier leven op zo'n hartverscheurende manier weerklinkt in hun muziek als bij Jimmy Scott. De inmiddels 75-jarige zanger is zijn leven lang gepiepeld door iedereen die er de kans toe zag: managers, platenbazen, vriendinnen, zijn eigen familie en willekeurige passanten.

Jimmy Scott lijdt aan het Kallman Syndroom, een erfelijke aandoening waardoor je nooit in de puberteit komt. Behalve een feminien uiterlijk heeft Scott dus een uitzonderlijke hoge stem. Maar wat Scott uniek maakt is zijn tergend trage timing. Als 10-jarig jongetje werd hij er al door zijn moeder op gewezen dat hij achter de tel zong. 'Ik had een ander gevoel voor ritme dan de rest', zegt Scott. Het bleek op zijn hele leven betrekking te hebben.

Toen Jimmy als 18-jarige zijn podiumdebuut maakte tijdens een optreden van de saxofonisten Ben Webster en Lester Young reageerde het publiek dolenthousiast. Maar zijn idool Lester Young zei: 'Je bent een bediende, ga maar gewoon terug naar waar bediendes horen: achter het podium.' Pas jaren later bedacht Scott dat 'Young alleen wilde voorkomen dat ik naast mijn schoenen zou gaan lopen'.

Vanaf zijn debuut verliepen alle optredens van Scott ongeveer hetzelfde: hij werd raar aangekeken, genegeerd of uitgescholden, maar zodra hij begon te zingen werd het muisstil in de zaal en na afloop waren zelfs de grootste botterikken tot tranen toe geroerd.

Scott was hecht bevriend met musici als Billie Holiday, Charlie Parker en Doc Pomus. Hij was vaste invaller voor Dinah Washington, Nancy Wilson baseerde haar stijl volledig op die van Scott, Quincy Jones gaf hem de bijnaam 'Crying' Jimmy Scott en de acteur Joe Pesci - begonnen als zanger - was idolaat van hem. Ondanks de erkenning door collega's zat bij Scotts carrière alles tegen wat je maar kunt bedenken.

De enige plaat van Charlie Parker waarop hij te horen is vermeld tot op de dag van vandaag allerlei zangeressen op de hoes, maar nooit de naam van Jimmy Scott. Eind jaren veertig werkte hij enkele jaren bij het orkest van Lionel Hampton, die het publiek wijsmaakte dat de 27-jarige Jimmy 16 jaar oud was omdat dat beter verkocht. Ondertussen werd Jimmy uitgebuit door Hamptons vrouw Gladys, die de zaken regelde. De enige hit die Scott in zijn leven zou scoren was Everybody's somebody's fool met het orkest van Hampton. Zijn naam heeft nooit op de hoes gestaan.

Ook later werd het succes hem afgenomen. Scotts I won't cry anymore werd in 1952 veel gedraaid op de radio, dus liet het label Columbia het nummer inzingen door Tony Bennett, kocht de discjockeys om en ging ervandoor met het succes. 'Tony verontschuldigt zich er nog altijd voor als ik hem zie. Dan zeg ik dat dat niet hoeft. Hij kon er niks aan doen dat hij bij het goede label zat.'

Door zijn haast naïeve vriendelijkheid kwam Jimmy voortdurend in aanraking met de verkeerde personen. De meest destructieve zakelijke relatie had Scott met de beruchte platenbaas Herman Lubinsky van Savoy. Deze liet hem in de jaren vijftig steeds nieuwe contracten tekenen in ruil voor wat geld, zonder zich werkelijk in te zetten voor Scotts muziek.

Wat Jimmy's grote doorbraak had moeten worden, werd zo de desillusie van zijn leven. Toen in 1962 de immens populaire zanger, pianist en producer Ray Charles zijn eigen label Tangerine opzette, wilde hij als eerste zijn held Jimmy Scott opnemen. Falling in love is wonderful is één van de beste balladplaten ooit gemaakt. Subtiel gearrangeerde strijkers, ongeprononceerde blazers en de bluesy piano van Ray Charles vormen de perfecte achtergrond voor Scotts dwars door je ziel heen snijdende stem. Maar toen de plaat in de winkels lag en radiostations na de eerste keer draaien al door luisteraars werden platgebeld, kwam Herman Lubinsky in actie. Hij had nog ergens een papiertje waarop stond dat Jimmy onder exclusief contract stond bij Savoy. Falling in love is wonderful werd onmiddellijk uit de winkels gehaald en mocht niet meer op de radio gedraaid worden. Later zou Lubinsky hetzelfde nog eens uithalen bij de eveneens prachtige plaat The Source op Atlantic, die een paar jaar terug voor het eerst is verschenen.

In de jaren zeventig en tachtig namen velen aan dat Jimmy Scott dood was. In werkelijkheid had hij baantjes als ziekenverzorger, ober of bediende. Sinds het einde van de jaren tachtig is zijn carrière weer kruipend op gang gekomen en heeft hij enkele meesterlijke jazzballadplaten opgenomen als All the Way, Dream, But Beautiful en Holding Back the Years waarop hij op zijn onnavolgbare manier met popballads aan de haal gaat. Zijn stem is minder gecontroleerd dan vroeger, maar Jimmy Scott grijpt je nog altijd vast in een intense omhelzing waardoor de tijd even stilstaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.