Achtergrond Emoji's

In Japan – het land van oorsprong – zijn de emoji’s alweer uit

Historicus en kunstenaar Lilian Stolk deed onderzoek naar de emoji en vond een aantal opmerkelijke zaken.

Het Japanse woord ‘emoji’ heeft niets met ‘emoties’ te maken.

Ze zijn uit de dagelijkse communicatie niet meer weg te denken: de emoji’s op WhatsApp. Van liefdesverklaringen tot smoesjes voor de baas – alles kan in zo’n chatsymbool worden samengebald.

Veel onderzoek is er naar het uit Japan overgewaaide fenomeen niet gedaan. Terwijl het volgens historicus, kunstenaar en emoji-expert Lilian Stolk net zo serieus te nemen valt als het alfabet. Voor Het zonder woorden-boek, dat dinsdag verschijnt, deed Stolk naar eigen zeggen de ‘eerste brede studie naar emoji’s’. Ze reisde onder meer naar Japan om de bedenker te spreken. 

Ook hield ze een enquête onder zesduizend emoji-gebruikers, waaruit onder meer bleek dat het symbool van een meisje met omhooggestoken handen op zeventien verschillende manieren begrepen kan worden. De een ziet haar juichen, de ander ziet een balletdanseres en weer een ander denkt dat ze met haar handen in het haar zit. 

Vijf opmerkelijke bevindingen:

1. Het Japanse woord ‘emoji’ heeft niets met ‘emoties’ te maken.

‘Emoji’ is een samenvoeging van het Japanse ‘e’, wat ‘beeld’ betekent, en ‘moji’, wat ‘karakters’ betekent. Volgens Stolk illustreert dat hoe emoji’s in de trend van de steeds visueler wordende communicatie passen. ‘De twee populairste apps - Instagram en Snapchat - gaan over het delen van beeld’, legt ze uit. ‘Door het sturen en ontvangen van foto’s of emoji’s vindt evengoed een gesprek plaats als via e-mails of gesproken woorden.’

2. Emoji’s zijn oorspronkelijk gemaakt voor weerberichten, niet om gevoelens te uiten.

Toen in 1999 internet voor telefoons werd ontwikkeld, kwam Shigetaka Kurita in Japan op het idee van de serie afbeeldingen, om grote lappen tekst op kleine telefoonschermpjes te vermijden. Het zonnetje bleek een prima weerbericht. Onder de eerste 176 symbolen bevonden zich slechts vijf gezichtsuitdrukkingen.

Smileys, emoticons en emoji’s: wat is wat?

Emoticons zijn volgens Stolk met leestekens gevormde gezichten, zoals :-). Emoji staan op het symbolentoetsenbord van de smartphone. En een smiley is het gele lachende gezichtje dat al in de jaren zestig ontworpen werd - de ‘opa’ van alle emoji-gezichten.

Emoji’s werden in Japan snel populair en kregen pas tien jaar later voet aan de grond in het Westen. Toen Apple in 2009 de iPhone in Japan aan de man wilde krijgen en Google hetzelfde deed met Gmail, stelde de Japanse provider één voorwaarde: de emoji’s moesten worden geïntegreerd. Die Japanse oorsprong is volgens Stolk nog goed te zien aan de oververtegenwoordiging van sushi, Japanse tekens en Japanse gebaren.

3. In Japan zijn emoji’s alweer uit.

In Japan zelf zijn emoji’s volgens Stolk allang uit de mode. ‘Op LINE, de Japanse WhatsApp, sturen gebruikers nu massaal stickers naar elkaar. Dat zijn grotere plaatjes, van bijvoorbeeld een superhysterisch konijn of een beer die altijd dezelfde gezichtsuitdrukking heeft.’ Gebruikers kunnen deze ‘emoji’s 2.0’ ook zelf maken. ‘Ik sprak in Japan een jongen die het suf vond om steeds hetzelfde symbool voor ‘goedemorgen’ te sturen en elke dag een variant maakte.’ Grote kans dat ook wij over tien jaar geen emoji’s meer gebruiken, verwacht Stolk.

4. Voor de hersenen is het zien van emoji’s gelijk aan het zien van echte gezichten.

Voor een onderzoek van de Japanse neuroloog Masahide Yuasa keken proefpersonen naar lachende emoji’s, foto’s van lachende mensen en met leestekens gevormde smileys. Bij het zien van een lachende emoji werd het gedeelte in de hersenen geactiveerd dat ook gezichten herkent, zegt Stolk. Bij het zien van foto’s van lachende mensen was dat alleen het geval als de gefotografeerde een bekende was. Bij de leestekensmiley ( :-) ) werd helemaal geen voorstelling van een gezicht gemaakt. ‘Een knipoog-emoji van een vriend kan dus hetzelfde gevoel oproepen als een echte knipoog’, zegt Stolk. ‘Dat verklaart meteen de populariteit van emoji’s.’

5. Communiceren met emoji’s lijkt op de manier waarop apen met elkaar communiceren.

Taalwetenschapper Neil Cohn laat volgens Stolk zien dat emoji-communicatie een ‘semantische soep’ is. Een aap die een banaan wil, roept in apenkreten- en gebaren iets als: ‘Coco, coco, banaan, wil, coco, banaan, banaan, wil’, waarbij de volgorde van de woorden niet uitmaakt voor de betekenis. Toen Cohn voor zijn onderzoek studenten vroeg in emoji’s te uiten wat ze willen bereiken in hun leven, kwamen ook zij doorgaans met een serie emoji’s waarbij de volgorde irrelevant was voor de betekenis van hun toekomstdroom. Volgens Stolk laat dat zien dat emoji’s op zichzelf een primitieve vorm van communicatie zijn. ‘Het werkt als toevoeging op het alfabet, niet als vervanging ervan.’