In Ivoorkust is voetbal een zalfje tegen de hevige pijn

Rubriek Ruimte op links in de Volkskrant van dinsdag 29 maart

Voetballen in Ivoorkust? Kan niet. De dood spookt door de straten. De competitie is stilgelegd. De interland tegen Benin, voor de kwalificatie van de Afrika Cup, is zondag gespeeld in Accra, in buurland Ghana.

Libië? Japan? Hillen? Cruijff? Ivoorkust, mag dat ook even aandacht? Precies een jaar geleden reisden fotograaf Dubbelman en ik van Accra naar Abidjan. Vijftien uur met de bus, op een toeristenvisum, door een schitterend oerwoudlandschap. Telkens vielen douaniers of soldaten de bus binnen, om opnieuw alle tassen van passagiers te doorzoeken en spullen af te pakken. Waarom de fotograaf twee camera’s bij zich had? ‘Eentje voor veraf en eentje voor dichtbij’, zei hij. Nou, vooruit.

We zagen langs de weg jongens voetballen. Ivorianen bleken een mooi, trots volk, maar bijna overal was spanning voelbaar. Overal was armoede, en angst voor de sterke arm van de staat. We schreven een verhaal over voetbal en politiek, over aanvaller Didier Drogba die regelde dat in 2008 een kwalificatiewedstrijd in het opstandige noorden werd gespeeld. Voetbal hielp bij het werken aan nationale eenheid.
In het stadion is iedereen een olifant, luidde de kop boven het artikel in de WK-bijlage, als variatie op de bijnaam voor de nationale ploeg, de Olifanten. In het voetbalstadion is iedereen gelijk.

Maar ook Ivoorkust is meer dan een voetbalstadion. Alassane Ouattara won in het najaar van 2010 de verkiezingen, maar Laurent Gbagbo weigert op te stappen als president. De strijd laait op. Tientallen, misschien al honderden doden zijn betreurd, niemand heeft ze geteld. Ze halen de voorpagina’s bijna nooit. Die zijn bestemd voor Libië en Japan, voor Hillen en Cruijff.

Af en toe is daar een flard op een journaal. Het zijn angstaanjagende beelden van vluchtende mensen, die via het raampje een overvolle bus in kruipen. Weg van het strijdgewoel. Weg, naar de buurlanden.

Vooral in Abobo, een volkswijk in het noorden van Abidjan, leveren aanhangers van Ouattara hevige strijd met het leger van Gbagbo.
Selay Kouassi, journalist en vorig jaar begeleider tijdens ons verblijf in Ivoorkust, schrijft in een mail dat hij vooral binnen blijft. ‘Het land vervalt in steeds grotere chaos.’ Dat is netjes gezegd voor het proces van afglijden naar burgeroorlog. En: ‘De problemen zijn te groot voor de diplomatieke gaven van de voetballers.’

Nee, naar de wedstrijd is hij niet geweest. Zondag won Ivoorkust van Benin, met 2-1, na een achterstand. Drogba scoorde twee keer. Verheugd schrijft Selay dat er in Abobo naar het schijnt niet is gevochten tijdens het duel. De aanhangers van Ouattara en Gbagbo zochten de tavernes op en keken tv, of ze luisterden naar de radio. Het is een bijna klassiek verhaal, het verhaal van voetbal dat wapens doet zwijgen, het is bijna te mooi om waar te zijn.

Hij voegt toe dat hij vanuit zijn appartement mensen hoorde juichen bij de Ivoriaanse doelpunten, tot kilometers ver.
Dat is in ieder geval iets. Voetbal als zalfje tegen de pijn, met een werking van anderhalf uur.

Willem Vissers

Twitter: @vkwillemvissers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden