In Israël weinig begrip voor eerlijke soldaten

Het heet in Israël de ‘eerst schieten, dan huilen’-traditie: soldaten die na terugkeer van het slagveld piekeren over wat ze eigenlijk hebben gedaan.

Immers: ‘dat hadden jullie ook wel eerder kunnen bedenken’ (zegt links), of: ‘stel je niet aan, we vechten voor ons voortbestaan’ (zegt rechts).

De karakterisering is veelvuldig gevallen na de verhalen van Israëlische soldaten over het doodschieten van vrouwen en kinderen tijdens de 22-daagse oorlog in de Gazastrook. In de krant Haaretz stond het vrijdag zelfs boven de publicatie van nog meer fragmenten: ‘Eerst schieten en dan huilen, 2009’. De soldaten getuigden van hun ervaringen tijdens een terugkomdag van een militaire school.

Commandant Aviv – niet zijn echte naam – van de Givati Brigade vertelt dat hij bewoners van een huis vijf minuten de tijd gaf om naar buiten te komen ‘Daarna kammen we het huis uit van verdieping tot verdieping’, zei hij tot zijn mannen, ‘en dat betekent dat we schieten op alles wat beweegt.’

Een soldaat vroeg hem om uitleg: ‘‘Wat is niet duidelijk’, zei ik, ‘we willen immers geen onschuldige burgers doden?’ En hij zei: ‘Oh? Iedereen daar is een terrorist, dat staat vast.’’ Zijn maten sloten zich erbij aan. ‘‘We moeten iedereen vermoorden die daarbinnen zit, iedereen in Gaza is een terrorist’, en meer van die dingen die de media in hun hoofd pompen.’

Het Israëlische leger heeft een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar aanleiding van de gepubliceerde verhalen, met als mogelijkheid dat de krijgsraad misdaden door soldaten bestraft. Israëlische mensenrechtengroepen willen een onafhankelijk onderzoek, om te voorkomen dat militairen zaken in de doofpot stoppen. De Verenigde Naties hebben eerder al die suggestie gedaan.

Hoewel de meeste Israëliërs achter het overweldigende offensief in Gaza stonden, werden er al tijdens de oorlog vraagtekens bij gezet. Op een spotprent lagen een paar soldaten aan de rand van Gaza in het gras. ‘We hebben straks in ieder geval genoeg meegemaakt om een film te maken’, zei een van hen.

Het was een verwijzing naar de animatiedocumentaire Waltz with Bashir, die toen nog tot de kanshebbers voor een Oscar behoorde. Regisseur Ari Folman gaat daarin na wat zijn rol was bij het bloedbad in de Palestijnse kampen Sabra en Shatila tijdens de Israëlische invasie in Libanon in 1982.

Het beroemdste voorbeeld van soldatenverhalen is het boek De zevende dag, waarin onder meer schrijver Amos Oz een rondgang maakt langs reservisten. Het verscheen kort na de Zesdaagse Oorlog in 1967 en vrijwel elk antiquariaat in Israël heeft het op voorraad.

‘Toen we mensen zagen naderen uit de richting van de Jordaan, gaf ik opdracht meteen te vuren na een waarschuwing’, vertelt Haggai daarin. ‘We doodden een van hen. Toen het allemaal voorbij was, ben ik gaan kijken wat er was gebeurd. De man die we hadden gedood was een Arabische boer, hij had niks met het leger te maken. Ik voelde me er slecht over.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden