In Iran heerst 'blinde woede' en frustratie over leiders

'Ik wil gewoon dat onze leiders vertrekken. We denken morgen wel na over de consequenties'

De afgelopen week was Iran het toneel van protesten in tachtig steden en dorpen. Maar het leven lijkt in Teheran gewoon door te gaan. Demonstreren is moeilijk in Iran. Maar er heerst wel degelijk woede: 'Ik wil dat de geestelijken vertrekken. Ze hebben mijn leven verwoest.'

Studenten tijdens een demonstratie in Teheran, 30 december. De fotograaf is niet in dienst van persbureau AP en de foto is door AP buiten Iran verkregen. Foto ap

Het is moeilijk om te demonstreren in Teheran. Je moet je verbergen, doen alsof je een passant bent. Pas als er genoeg mensen zijn die aan de onderlinge blikken van verstandhouding begrijpen dat ze allemaal willen demonstreren, dan is het wachten op het startsein. Meestal is dat iemand die een leus inzet. Veel tijd is er daarna niet: de politie, ook de geheime, is overal.

De afgelopen zeven dagen was Iran het toneel van protesten in tachtig steden en dorpen. Waar Teheran in 2009, tijdens de 'groene revolutie', het centrum van alle protest was, lijkt het leven er nu gewoon door te gaan. Acht jaar geleden gingen hier drie miljoen mensen de straat op om te protesteren na de herverkiezing van de ultraconservatieve Mahmoud Ahmedinejad tot president en de arrestatie van diens politieke rivalen. Dit keer zijn er alleen kleine protesten, waar honderden mensen aan meedoen. Gisteravond ging Farhad, een 33-jarige cybersecurity-expert, de straat op, op zoek naar andere demonstranten. 'Er was niemand', zegt hij. 'Misschien zijn ze bang, of hebben ze geen zin.'

De Iraanse staatsmedia hebben geen oog voor mensen als Farhad. Zij besteden uitgebreid aandacht aan de tienduizenden mensen die woensdag in verschillende steden de straat op gingen voor pro-regeringsdemonstraties. Mensen zwaaiden met Iraanse vlaggen en foto's van de hoogste geestelijke leider, ayatollah Ali Khamenei, en schreeuwden leuzen als: 'Wij offeren het bloed in onze aderen aan onze leider.'

De staatsmedia leken te willen laten zien hoeveel steun de autoriteiten nog genieten. Het spel is over en uit, zo zeggen de generaals. 'Dit is het einde van de opruiing', verklaarde Mohammed Ali Jafari, het hoofd van de Revolutionaire Garde, tevreden.

Die 'opruiing' begon vorige week donderdag in de stad Mashhad met een kleine demonstratie die was georganiseerd door conservatieve hardliners. Zij wilden de gematigde president Rouhani in een kwaad daglicht stellen, en stelden hem verantwoordelijk voor de zwakke economie. De protesten verspreidden zich al snel over het hele land en gingen niet langer over Rouhani alleen: het hele establishment, zowel de conservatieven als de hervormingsgezinden, werden door een gefrustreerde bevolking ter verantwoording geroepen.

Niet de stedelijke middenklasse gaat de straat op, zoals in 2009, maar de inwoners van dorpen en provinciestadjes die zuchten onder de hoge inflatie en de enorme werkloosheid in Iran. Juist deze groep vormde de afgelopen decennia de ruggengraat van het islamitische regime. Zij zijn over het algemeen conservatief, bekijken moderne invloeden met argwaan en zijn trouwe volgelingen van de sobere levensstijl die de staat propageert.

Maar aanhoudende droogte heeft mensen uit de dorpen verdreven, naar de nabije steden, waar ze geen werk kunnen vinden. Toegang tot satelliettelevisie en, nog veel belangrijker, mobiel internet, heeft hun wereld vergroot. 'Op Instagram zag ik een foto van een vrouw in Teheran, in haar SUV, die schreef dat ze 3.000 dollar per maand spendeert aan haar huisdieren', vertelt Mehdi (33) uit Izeh, een stadje in de arme provincie Khuzestan, die niet wil dat zijn achternaam gebruikt wordt. 'Van dat geld kan iemand hier een jaar lang leven. Ik werd boos.'

In Teheran, de hoofdstad, zit Mohammed Alinejad achter het stuur van zijn afgetrapte Peugeot als hij hoort dat er in Mashhad wordt gedemonstreerd. 'Ik juichte', zegt hij. 'Ik wil dat de geestelijken vertrekken. Ze hebben mijn leven verwoest.'

Hij werd door een granaatscherf geraakt tijdens de acht jaar durende Iran-Irak-oorlog. Er zit nog steeds een scherf vast in zijn hoofd. Omdat hij een gehandicapte veteraan is, kan zijn zoon worden vrijgesteld van militaire dienst (die in Iran 24 maanden duurt), maar toen hij dat probeerde te regelen, liep Alinejad vast in de bureaucratische molen die alle Iraniërs kennen. 'Ik moest smeergeld betalen, anders zou niemand me helpen, en aan het eind van het liedje liep het op niets uit.'

Wat hem betreft zijn de geestelijken schuldig aan alles wat er mis is in het land: de privatiseringen, corruptie, ongelijkheid en lange werkdagen voor weinig geld. 'Het interesseert me niet of ons land het volgende Irak of Syrië wordt', zegt Alinejad. 'Ik ben zo gefrustreerd over onze leiders, dat ik gewoon wil dat ze vertrekken. We denken morgen wel na over de consequenties.'

'Ze zijn boos, en hebben daar alle recht toe, maar er is niets meer dan die blinde woede - geen enkel plan voor wat er moet volgen', zegt Hamidreza Faraji, een verkoper van cosmetica en honing die zelf maar moeilijk rond kan komen. Hij staat in zijn winkel, die, net als alle andere in de buurt, vrijwel leeg is. 'We zullen moeten leven met deze leiders. Tenzij er een beter alternatief komt.'

Meer over