In Iran gaat het niet om steniging, maar om de angst; Stuur alle asielzoekers maar terug

Kader Abdolah is in 1985 uit Iran gevlucht en in 1988 als politiek vluchteling naar Nederland gekomen. Hij reageert op het ambtsbericht van Buitenlandse Zaken over Iraanse asielzoekers....

KADER ABDOLAH

Van onze medewerker

Kader Abdolah

Men heeft voorzichtig, heel voorzichtig een ambtsbericht geschreven. Men heeft vijfduizendnegenenveertig woorden zachtjes op papier getikt om de Iraanse asielzoekers terug te kunnen sturen.

Verschrikkelijk. Hoe kan men zulke dingen verzinnen en dan 's nachts het hoofd op een kussen leggen en rustig gaan slapen? Hoe durft men 's morgens vroeg in de spiegel te kijken en te zeggen: 'Ik ben het. Ik heb het eindelijk voltooid.'

Gefeliciteerd. U bent geweldig.

Stuur alle Iraniërs maar terug naar huis. Nederland is uw land. U mag zelf bepalen wie daar wonen. De Iraanse asielzoekers mogen ook zelf weten of ze zich verzetten tegen dit ambtsbericht, of niet. Misschien zullen ze braaf in een vliegtuig gaan zitten en zwaaien.

Verschrikkelijk. Het is geen ambtsbericht, maar een masker. Een masker met een valse glimlach. Het is een poging om met vijfduizend vochtige, Hollandse woorden de dictator een beetje aardiger te laten zijn.

Iraniërs zijn helemaal gek geworden. Stom, ze laten hun doden achter en vluchten weg. Dichters en hoeren, monarchisten en anarchisten, katten en muizen, wolven en schapen zijn met z'n allen op de vlucht. Zo'n rare gebeurtenis heeft de geschiedenis nog nooit meegemaakt.

Men wil met het ambtsbericht de vlucht van die idioten verhinderen.

'De onderstaande informatie is mede gebaseerd op gegevens afkomstig van de Nederlandse vertegenwoordiging in Teheran', staat er in het bericht.

De Nederlandse vertegenwoordiger in Teheran is niet schuldig. Hij vertelt over wat hij gezien heeft. Maar hij heeft niets gezien. Eigenlijk kan hij niets zien van een land waar alles achter de gordijnen gebeurt.

'Zijn de afgelopen drie jaren geen gevallen bekend van steniging.'

'Van een actief vervolgingsbeleid tegen homoseksuelen is geen sprake.'

'Geen gevallen bekend waarbij de doodstraf is opgelegd wegens afvalligheid jegens de islam.'

Waar zijn jullie in godsnaam mee bezig? De dictatuur weet al lang dat de steniging niet meer helpt. Homoseksuelen kijken wel uit om er openlijk voor uit te komen. Men gaat zich niet melden als men afvallige is.

Meneer! Geachte meneer, het gaat niet om zulke uitzonderlijke gebeurtenissen. De mensen die op de vlucht zijn, zijn niet allemaal homoseksuelen. De vrouwen zijn ook niet op de vlucht omdat ze overspel zouden hebben gepleegd. Begrijpt u me goed. Het gaat om simpele dingen. Om een baard die steeds groeit.

Vorige week heb ik een brief ontvangen van een neefje. Hij was nog niet geboren toen de dictator kwam. En hij was een kleuter van vier toen ik het land moest verlaten. Nu heeft hij voor het eerst een brief aan mij geschreven: 'Oom! Ik hoop dat je onder Gods hoede staat. Wat doe je in het land van zondaars.' Met zijn brief heeft hij een recente foto gestuurd, waarop hij met een geweer poseert. Hij heeft een baard.

Allemachtig, het jongetje van twaalf heeft de baard van een geestelijke. Slechts in de schaduw van zo'n regime kan bij een jongetje van twaalf zo'n baard groeien.

Het gaat om angst, meneer. De angst. Kinderen controleren hun ouders. Vaders moeten van hun zonen bidden, anders gaan ze alles verklappen.

Ik heb het niet over de intellectuelen, niet over de politieke gevangenen, ook niet over de mensenrechten. Ik heb het over gewone alledaagse dingen.

Af en toe ontvang ik een brief zonder naam, maar door het handschrift weet ik wel wie de brief geschreven heeft. Het verhaal over een vader. Hij heeft een zoon van zes. Regelmatig maakt hij zijn kleine zoon voor zonsopgang wakker, brengt hem in het donker naar de badkamer, wast zijn gezicht met koud water en maakt hem goed wakker. Daarna brengt hij hem naar de woonkamer en doet het licht aan.

'Wat gaat vader nu doen?, zegt hij duidelijk tegen het jongetje.

'U gaat bidden', antwoordt hij.

De vader gaat richting Mekka staan en bidt. Als het afgelopen is, brengt hij zijn zoon weer naar bed. Hij moet wel. Omdat het jongetje zijn vader een paar keer in zijn onschuld heeft verraden bij de juf.

Het gaat om angst, om een slangeëi dat in je mouw broeit.

Vorige week was er een bruiloft op de veertiende verdieping van een flat in Teheran. De mensen van de Nederlandse ambassade hebben het zonder twijfel gehoord. Men zong. Men danste. Waarschijnlijk waren mannen en vrouwen onder één dak. Ineens vallen de mannen van de dictatuur het huis binnen. De bruidegom snelt naar het raam en springt in de lucht.

Het is een Kafkaiaanse situatie geworden in mijn vaderland. Het gaat niet over homoseksuelen, maar over Abas Maroefie. Bij het kruispunt van de Bazar van Teheran trok men zijn kleren uit. En een jongetje van twaalf slaat 76 zweepslagen op zijn rug. Waarom? Dat weet niemand. Waarom 76 slagen en geen 41? Je krijgt geen antwoord.

Abas Maroefie is een schrijver die in de redactie van een literair blad zit, zoiets als Vrij Nederland. Er staan vijf dikke romans en twee poëziebundels op zijn naam.

Angst. Mijnheer. De angst. Het is het regime van de geestelijken en de kinderen. Een jonge vrouw laat haar blote geschoren been even van onder haar chador aan een man, de man, zien. Plots stopt er een jeep en er stappen een paar flinke vrouwen uit, grijpen haar vast en steken haar been in een zak vol levende kakkerlakken.

Nee, steniging hoeft niet meer in mijn land. Angst, de schaduw van de angst op de mensen is voldoende.

Hadi al Hasan is mij zeer dierbaar. Anderhalve maand geleden kwam hij vrij na negeneneenhalf jaar cel. Hij zat bij dezelfde ondergrondse beweging als ik. Ik hoorde dat hij kapot was, uitgeput, geestelijk gestoord toen hij naar huis kwam. Hij was niet gelovig, bad ook helemaal niet voor zijn gevangenschap, daarna bad hij zeventien keer per dag. Daarmee probeerde hij zijn achterstand in te halen. Hij sliep niet meer naast zijn vrouw, dacht dat ze niet gelovig genoeg was. Hij verkocht zijn huis en deelde het geld aan de arme mensen uit. Vervolgens huurde hij een huis voor zijn gezin. Niemand begreep waar hij mee bezig was. Ook ik kon niets doen. Ik zat hier in Nederland. Op een nacht riep hij zijn vrouw naar beneden.

'Luister', zei hij. 'Straks als de dag aanbreekt ga ik dood. Ik wil afscheid van jou nemen.'

'Hoezo dood? Waarom dood?'

'Het is een geheim. Een geestelijke heeft het me in de gevangenis bekendgemaakt.'

Hij bad voor de laatste keer. Toen ging hij in bed liggen. Zijn vrouw zat boven in stilte te huilen. Toen de dag aanbrak, ging ze voorzichtig naar beneden. Haar man lag met gesloten ogen in bed.

'Hasan! Hasan', riep ze.

Hasan werd wakker.

'Ach. Je leeft. Je bent niet dood.'

'Volgens de Nederlandse ambassade in Teheran keren Iraniërs die in Nederland een verblijfsvergunning hebben gekregen, regelmatig voor korte tijd met een Iraans paspoort terug naar hun land zonder problemen te ondervinden', staat in het ambtsbericht.

Wie zijn die mensen die naar de ambassade gaan om een paspoort te krijgen? Het zijn de mensen die niets meer te verliezen hebben. Uitgeputte vluchtelingen. Ze zoeken naar rust. Ze zoeken naar een schoot om hun voorhoofd op te leggen. De dictator biedt zijn schoot aan.

Laat ze gaan.

Ik heb het niet over asielzoekers, maar over mijn angst. Stuur alle asielzoekers maar weg. Ook alle vluchtelingen. Dat mogen jullie zelf weten, maar één ding moet duidelijk worden. Weg met het masker. Weg met die vijfduizend zakelijke woorden. En weg met die valse glimlach.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden