In Indonesië worden Chinezen de 'Joden van Azië' genoemd

Beeld reuters

Mijn rode onderbroek jeukte een beetje. Niet omdat hij rood was, maar omdat hij splinternieuw was. Alles was gisteren rood en splinternieuw. Op de bank lagen rode kussens die ik nooit eerder had gezien, mijn bed was overtrokken met onbekende rode lakens en zelf was ik donderdag naar de kapper geweest, had ik mijn nagels geknipt, mijn rode shirt aangetrokken en vers rood ondergoed, dus ook ik was zo goed als nieuw en klaar voor het feest. Het was vrijdag Imlek, Chinees Nieuwjaar, en aangezien er Ko-, Tan- en Sim-bloed door mijn schoonfamilie stroomt, ontkwam ook ik er niet aan om dat gepast te vieren.

De shoppingmalls van Jakarta hadden de kerstversieringen nog niet opgeruimd of ze waren alweer helemaal bekleed met rood en goud en Chinese lettertekens. Merry Christmas veranderde in Gong Xi Fa Cai. De kerstballenkraampjes verkopen nu Chinese leeuwtjes, hondjes en lampionnetjes, en aan de plafonds hangen papieren vuurdraken. De drukte van de ijsbaantjes heeft plaatsgemaakt voor duizelingwekkende Barongsai-shows van mannen in een leeuwenpak die tussen hoge palen heen en weer springen.

Verboden

De tempels walmden van de wierook en 's avond was er overal vuurwerk. De hele familie kwam op bezoek: Ko's, Tans en Sims. Ze kwamen mandarijnen en zoetigheid eten en envelopjes met geld (ang pao) uitdelen aan de kleintjes. Allemaal of het nooit anders is geweest.

Het was wel degelijk anders, en niet eens zo lang geleden. Tientallen jaren mochten Indonesische Chinezen alleen maar in het geniep Chinezen zijn. Mijn Nieuwjaarsfeestje zou uiterst clandestien en achter gesloten gordijnen zijn gevierd en nergens in de stad zou iemand het lef hebben gehad Gong Xi Fa Cai op een spandoek te schrijven. Omdat dat was verboden door president Soeharto. Die verbood alles: de scholen, de taal, de kranten en de cultuur. Chinezen kregen zelfs een speciale code in hun paspoort, een geniepig cijfer dat altijd alles moeilijker maakte en vooral ook duurder. Ook Chinese namen werden bij de wet verboden. Dus heet Kho Iet Nio nu Cecilia, werd Kho Tjoan Nio Katharina en ken ik Kho Djie Tjoa alleen nog maar als Harry.

Joden van Azië

De 'Joden van Azië' worden ze genoemd, want zo wordt er tegen ze aangekeken: ze zijn anders, ze zijn rijk, ze hebben hun eigen religie en hun eigen taal en ze vormen een besloten gemeenschap waar je nooit echt tussenkomt. Ze kennen ook hun eigen Kristallnachten: in de jaren zestig zijn veel Chinezen vermoord en zijn er nog meer het land uit gevlucht. En in 1998, in de chaos rond het aftreden van Soeharto, waren zij opnieuw een doelwit voor rampokkende bendes. Daarvan kun je in Glodok, het Chinatown van Jakarta, de uitgebrande sporen nog altijd zien, zo vers is het. Pas in 2000, onder president Abdurrahman Wahid, werden al die verboden afgeschaft. Nu wordt er weer Mandarijn geleerd, wemelt het van de Chinese uithangborden en is Chinees Nieuwjaar in Indonesië zelfs een nationale feestdag.

Ik heb er jaren geleden nog reportages over gemaakt, want destijds was dat nieuws. Nu is het alweer gewoon. Iet Nio maakte haar befaamde varkensschotel, Djie Tjoa ging zoals altijd voor in gebed, en iedereen keuvelde over nieuw geboren kinderen, gezondheid en aanstaande huwelijken. En straks mag ik mijn oude kleren weer aan. Gong Xi Fa Cai.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden