Jonge vluchtelingen

In hun tweede jeugd moeten ze alles nog verwerken

Na een levensgevaarlijke reis bereiken sommige alleenreizende jongeren? uiteindelijk Nederland. Nu ze niet meer in de overlevingsstand staan, komen hun trauma’s bovendrijven. Voor velen is het moeilijk om over hun ervaringen te praten.

Abdulaal (22) wil acteur worden. Hij houdt van aandacht, in de spotlights staan. Hij kwam op 17-jarige leeftijd vanuit Soedan alleen naar Nederland. Beeld Cigdem Yuksel
Abdulaal (22) wil acteur worden. Hij houdt van aandacht, in de spotlights staan. Hij kwam op 17-jarige leeftijd vanuit Soedan alleen naar Nederland.Beeld Cigdem Yuksel

‘Geef jouw hand ik neem je in mijn ­wereld’, staat er op Amins arm. Hij was 16 en net alleen in Nederland aangekomen toen hij de tatoeage liet zetten. ‘Ik begon te beseffen dat als iemand je vraagt waar je vandaan komt, ze niet echt naar je luisteren. Mensen willen niet weten wat voor persoon je bent. Ze geloven alleen maar wat ze op het nieuws of sociale media zien. Ze denken: Afghanen zijn agressief, elke dag ontploft er wel een bom daar. Dat is hoe mensen mij zien. Daarom heb ik dit geschreven, ik zeg ermee: vertrouw op me, ik ga een stukje van mijn wereld delen met je.’

Amin (20) is een van de jongvolwassenen die als kind zonder ouders naar ­Nederland vluchtte. Alleenreizende minder­jarige vreemdelingen (AMV’ers) heten ze in ambtelijke taal. Ze komen vooral uit Afghanistan, Marokko, Eritrea, Irak, Soedan en Syrië. Op zoek naar veiligheid en een beter leven zijn ze soms maanden- of zelfs jarenlang onderweg.

Abdulaal (22) kwam op 17-jarige leeftijd vanuit Soedan alleen naar Nederland. Per ongeluk, want eigenlijk was hij onderweg naar Engeland. ‘Ik stapte in de verkeerde trein.’ Ruim anderhalf jaar was hij onderweg, waarvan hij elf maanden in Libië wachtte op een mogelijkheid om over te steken.

Onderweg leerde hij de volksliederen van twaalf landen uit zijn hoofd. ‘Het Soedanese, Eritrese, Ethiopische, ­Libische, Syrische, Iraakse, Afghaanse, ­Marokkaanse, Algerijnse, Franse en Duitse’, somt Abdulaal op, ‘en het Wilhelmus ­natuurlijk.’ Het zijn de landen waar hij doorheen reisde of waaruit hij mensen ontmoette die net als hij hun land waren ontvlucht. ‘Dat deed ik om contact te maken. Mensen vinden het sympathiek als je iets van hun land weet.’

Het was een overlevingsmechanisme, maar ook een uiting van zijn talent en ambitie. Abdulaal wil acteur worden. En beroemd. Breed lachend laat hij op zijn telefoon zijn bonte verzameling ­selfies met BN’ers zien: Humberto Tan, ­Hanneke Groenteman, Arjen Lubach, Gerard Cox, Ronnie Flex. Meer dan tweehonderd selfies met BN’ers heeft hij inmiddels. ‘Ik wil worden zoals zij’, zegt hij. ‘Ik stap gewoon op ze af. Ik zorg er altijd voor dat ik minimaal vijf minuten met ze praat, dan neem ik een foto.’

Op Instagram is Abdulaals selfie­collectie te volgen op het account @selfiesafari1. Als kind al nam Abdulaal zich voor iemand te worden. In het door oorlog geteisterde Soedan kreeg hij die kansen niet. Zijn vader is over­leden, zijn moeder, broertjes en zusjes zijn nog daar. ‘Ik ben hierheen gekomen voor de veiligheid en vrijheid’, zegt hij, ‘de vrijheid om iemand te ­mogen zijn.’ Een mbo-theateropleiding is de eerste stap naar de verwezenlijking van zijn droom.

Het zijn meestal jongens die alleen op de vlucht gaan. De meesten zijn tussen de 14 en 18 jaar oud. De reis is gevaarlijk en fysiek zwaar. Onderweg verblijven kinderen op de vlucht veelal buiten, ze slapen in bossen of geïmproviseerde slaapplaatsen als kraakpanden of onder bruggen. Dat is al gevaarlijk voor jongens, meisjes lopen nog meer risico, onder meer op seksueel geweld. Alleen onder de groep Eritreeërs zijn opvallend veel meisjes.

Meron (22) is fan van Beyoncé. Denkt ze aan haar thuisland Eritrea dan ziet ze de kleur geel en mist ze haar moeder. Beeld Cigdem Yuksel
Meron (22) is fan van Beyoncé. Denkt ze aan haar thuisland Eritrea dan ziet ze de kleur geel en mist ze haar moeder.Beeld Cigdem Yuksel

Meron (22) is een van hen. Op haar Instagram- en TikTokaccounts kijkt een jonge vrouw zelfverzekerd in de ­camera. Op de ene foto heeft ze blauw gevlochten haar, op een ander een knalrode bos krullen. Meron is fan van ­Beyoncé. ‘Als ik me opmaak, mooi aankleed en mijn haren doe krijg ik meer zelfvertrouwen omdat ik mezelf cool vind en mooi. Net zoals Queen B.’

Muziek is voor Meron meer dan amusement, ze bestrijdt er haar demonen mee. ‘Toen ik net in Nederland was en ik last had van nachtmerries, ging ik naar de huisarts. Hij schreef me medicijnen voor en adviseerde me veel water te drinken. Dat hielp niet. Muziek draaien en dansen met mijn huisgenoten, dat helpt wel. Het doet me even vergeten wat ik heb gezien.’

Meron was 14 jaar toen ze uit Eritrea vluchtte, weg van haar stiefmoeder. Haar vader vluchtte al eerder en verblijft in een vluchtelingenkamp in ­Israël, haar biologische moeder had ze al jaren niet gezien. Zij werkt in Saoedi-Arabië om haar kinderen te onderhouden.

Een plan had Meron niet, dus strandde ze zonder geld bij de grens van Soedan. ‘Ik had geen geld om de smokkelaars te betalen die mensen door de Sahara naar Libië brengen. Toen ik mijn vader belde, werd die heel boos omdat ik was weggelopen. Ik moest twee maanden wachten voordat hij genoeg geld had verzameld voor de smokkelaars. Twee maanden als meisje alleen. Het was heel zwaar.’

De reis door de woestijn overleefde ze ternauwernood. ‘We hadden geen eten en drinken, we zijn beschoten door IS. Ik had niet gedacht dat ik het zou redden. Ik had mensen mijn moeders nummer gegeven. Mocht ik het niet halen, dan konden ze haar bellen om te zeggen dat ik dood was.’

Uiteindelijk belandde ze via Libië in Europa en kwam ze terecht in een asielzoekerscentrum in Zwolle. Na drie jaar procederen kreeg ze een tijdelijke verblijfsvergunning. Ondanks haar trauma’s kijkt ze vol optimisme naar haar toekomst: ‘Zodra het mocht, ben ik gaan werken. Ik heb vrienden gemaakt, de taal geleerd. Nu ga ik verder studeren. Over vijf jaar ben ik een ander persoon.’

Ook Abdulaal heeft een traumatische tocht meegemaakt. Tijdens de oversteek van Libië naar Italië viel zijn vriend overboord. ‘De regel was dat er in een noodgeval niet werd omgekeerd, er was net genoeg benzine aan boord om de overkant te halen. Wie in het water viel, werd achtergelaten.’ ­Abdulaal werd uiteindelijk – samen met 135 anderen – gered en opgepikt van de rubberboot. Hij was uitgedroogd en sterk ­vermagerd. Sinds 2016 zijn dergelijke reddingsacties in de Middellandse Zee steeds moeilijker geworden. Landen als Malta en Italië sloten hun havens, niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) worden gecriminaliseerd en de EU laat het gebeuren.

Jongeren die alleen naar Europa vluchten, het is geen nieuw fenomeen. In de jaren negentig kwamen veel ­minderjarigen vanuit de door burgeroorlogen geteisterde landen Sierra ­Leone en Angola. Ook in Nederland steeg hun aantal sterk, tot 7.800 in 2000. Als reactie daarop werd het beleid veel strenger. In de jaren daarna schommelde het tussen de 300 en 1.000 jonge vluchtelingen. In 2015 bereikte de hoeveelheid ­alleenreizende kinderen een kortstondige piek, met 3.500 kinderen, vooral uit Syrië. Sindsdien daalde het aantal weer fors, tot 1.045 in 2019.

Mo (22) houdt van de kleur roze. In Syrië mocht hij die kleur niet dragen, dat was voor meisjes. Toen hij als puber zonder ouders in Nederland kwam, voelde hij zich bevrijd. Nu studeert hij aan het Amsterdam Fashion Institute. Beeld Cidem Yuksel
Mo (22) houdt van de kleur roze. In Syrië mocht hij die kleur niet dragen, dat was voor meisjes. Toen hij als puber zonder ouders in Nederland kwam, voelde hij zich bevrijd. Nu studeert hij aan het Amsterdam Fashion Institute.Beeld Cidem Yuksel

Ook Mo (22), kwam in 2015 vanuit Syrië naar Nederland. ‘Ik was al een jaar niet buiten geweest uit angst voor ontvoering en het oorlogsgeweld toen mijn vader zei: jullie gaan weg.’ De toen 15-jarige Mo, zijn zus en zwager vertrokken halsoverkop naar Turkije om van daaruit naar Griekenland te gaan. ‘Na vier pogingen kwamen we eindelijk met een bootje aan op een Grieks eiland. De golven waren woest, de landing op de oever was heel onstuimig. We dreigden te pletter te slaan, iedereen vocht om als eerste veilig uit de boot te komen. Op zo’n moment is het ieder voor zich. Ik heb mensen in beesten zien veranderen.’

Tegelijkertijd zag Mo de goedheid van mensen. ‘De lokale bevolking ontving ons met open armen, we kregen water, bananen en dekens. Het was heel bijzonder.’ Terugkijkend beseft Mo dat hij geluk heeft gehad. ‘We kwamen aan vlak voordat de grenzen sloten en de mensen zich tegen vluchtelingen keerden.’

In reactie op de vluchtelingencrisis van 2015 bouwden EU-lidstaten hekken aan hun grenzen en intensiveerden ze de grenscontroles. Vluchtelingen terugsturen zonder procedure is gemeengoed geworden en gaat vaak gepaard met veel geweld. Toch blijven kinderen komen. ‘Er is geen weg terug, alleen vooruit’, zegt Jano uit Syrisch Koerdistan.

De Koerdisch-Syrische broertjes Jano en Shiro vluchtten in 2018 naar Europa. Ze waren toen 18 en 15 jaar. Shiro was op 12-jarige leeftijd al met zijn vader naar Turkije gevlucht. Jano bleef in de Noord-Syrische stad Afrin om voor zijn moeder, broertjes en zusjes te zorgen. In Istanbul maakten Shiro en zijn vader werkdagen van veertien uur in naai­ateliers, vaak ontvingen ze geen loon. Een toekomst in Turkije was er niet. Toen het geweld thuis in Afrin toenam, besloot hun vader dat Jano naar Turkije zou ­komen en samen met zijn broertje verder zou vluchten.

‘Natuurlijk wilden we liever met zijn allen vluchten’, zegt Jano, ‘maar voor mijn moeder en jongere broertjes en zusjes was de reis te gevaarlijk en zwaar.’ Vluchten is bovendien duur, 10 duizend euro per persoon is geen uitzondering. Met het hele gezin vluchten was financieel niet haalbaar. Hun vader bleef in Turkije om te werken en zo het gezin thuis te onderhouden en de reis te bekostigen.

De broers waren meer dan negen maanden onderweg, via de Balkanroute. Ze maakten voettochten van vijftien ­dagen, door besneeuwde berggebieden en mijnenvelden. Meerdere keren werden ze tegengehouden en in elkaar geslagen door Kroatische grenswachten.

Na aankomst in Nederland kon Shiro, destijds 16 jaar, voor het eerst in zeven jaar weer naar school. Hij is volledig gefocust op zijn toekomst, leert de taal en is hard aan het werk om personal trainer te worden. ‘We hebben meer dan 3.500 kilometer gelopen, onder andere over de zwarte bergen van Montenegro. Ik heb er benen als boomstammen van gekregen.’ Veel woorden maakt hij er niet aan vuil: ‘Het was heel moeilijk, nu is het klaar.’

Alleenreizende jongeren onder de 18 krijgen in Nederland een voogd van voogdij-instelling Nidos, worden opgevangen in speciale woonunits met leeftijdsgenoten en kunnen naar school. Maar ben je 18, dan is er minder begeleiding. Jongvolwassenen komen terecht in een regulier asielzoekerscentrum zonder toegespitste hulp en gaan niet naar school. Dat verschil wordt goed duidelijk bij Jano en Shiro. Terwijl Shiro naar school gaat, hulp krijgt en met andere jongeren begeleid samenwoont, verpietert de net 18-jarige Jano in een asielzoekerscentrum. Door de verveling en het gebrek aan perspectief heeft Jano ook meer last van zijn trauma’s dan Shiro. ‘Afleiding is het enige wat helpt’, zegt Jano.

De trauma’s waarmee veel van de jongeren kampen, worden versterkt door de onzekerheid over hun achtergebleven familieleden. Ook al zijn ze zelf eindelijk in veiligheid, hun gezinsleden zitten vaak nog vast in oorlogsgebieden. Het duurt lang voor er wordt beslist over aanvragen voor gezinshereniging, de bewijslast is hoog en het is vaak lastig voor familieleden om naar diplomatieke posten in buurlanden te reizen. Zo moest Shiro’s moeder vanuit Syrië een levensgevaarlijke tocht naar Turkije ondernemen om de juiste documenten bij de Nederlandse ambassade te krijgen. Shiro heeft zijn moeder al zes jaar niet gezien. Wanneer ze herenigd worden, is – twee jaar na aankomst in Nederland – nog steeds niet duidelijk.

Voor sommige jongeren kan de gezinshereniging juist lastig zijn. Zoals voor Mo. ‘Ik vertrok als een dik, afhankelijk ­papa’s-kind, maar onderweg moest ik ­levensbepalende beslissingen nemen. Niet mijn vader, maar ík bepaalde mijn toekomst en dat van ons gezin.’ Aangekomen in Nederland was hij niet meer de jongen die hij ooit was. Binnen een jaar vond een transformatie plaats. ‘Vluchten is afschuwelijk, de reis was verschrikkelijk. Tegelijkertijd ben ik blij dat ik heb kunnen ontsnappen aan de verstikkende greep van mijn traditionele gemeenschap. In Syrië moest ik me gedragen ­zoals anderen dat van mij verwachtten.’

Toen zijn ouders met behulp van gezinshereniging naar Nederland kwamen, was Mo bang zijn gewonnen vrijheid weer te moeten inleveren. ‘Feesten, mijn uitbundige kledingstijl, ik wist dat mijn ouders mijn nieuwe levensstijl niet zouden accepteren.’ Een jaar lang woonde Mo weer met zijn ouders en zusjes, het viel hem zwaar. ‘Natuurlijk wilde ik hen wegwijs maken in Nederland. Tegelijkertijd wil ik ook mezelf zijn, maar zij houden vast aan de persoon die ik ooit was. Dat is heftig.’ Inmiddels woont Mo weer op zichzelf, in Amsterdam, en is hij begonnen aan een modeopleiding. ‘Mijn nieuwe leven kan nu echt beginnen.’

De eerste jaren leren de minderjarige jongeren de taal in een internationale schakelklas (ISK), daarna stromen ze door naar het reguliere onderwijs en komen ze terecht tussen Nederlandse leeftijdsgenoten die meestal nauwelijks iets ­weten van hun achtergrond. ‘Onderweg heb ik veel doden gezien’, zegt Amin. ‘Rennend de grens over, slapen in bossen, een maand in een Griekse gevangenis, geen geld. Jongeren hier kunnen niet echt snappen hoe heftig de reis is.’

Tegelijkertijd is het contact met ­Nederlandse leeftijdsgenoten essentieel voor de integratie van jonge vluchtelingen. Abdulaal kwam na zijn procedure terecht in een studentenhuis in Utrecht. ‘Ik heb vooral van mijn vrienden Nederlands geleerd.’ Hij ziet er altijd modebewust uit. ‘Ik kies mijn kleding heel zorgvuldig. Ik zeg altijd: niemand hoeft te zien dat je honger hebt.’

Abdulaals talent valt op. Zijn vertolking van het nummer Ik woon niet waar ik ben geboren, leidde tot een ontmoeting met Stef Bos. Hij heeft al een grote rol gespeeld in het stuk Caligula van Theater Utrecht. ‘Ik wil bekend worden, want dan kan ik iets betekenen voor anderen en mensen helpen. Ik wil echt iets van mijn leven maken.’

Amin (20) luistert graag naar Afghaanse rap. De beats en lyrics geven hem moed. Zijn asielaanvraag is meerdere keren afgewezen. Beeld Cigdem Yuksel
Amin (20) luistert graag naar Afghaanse rap. De beats en lyrics geven hem moed. Zijn asielaanvraag is meerdere keren afgewezen.Beeld Cigdem Yuksel

Die kans is niet alle jonge vluchtelingen gegeven. Vluchtelingenkinderen krijgen in Nederland tot hun 18de bescherming, wat daarna gebeurt, is ­onzeker. Voor veel tieners hangt hun 18de verjaardag dan ook als het zwaard van Damocles boven het hoofd. Zo ook voor de Afghaan Amin. ‘Weet je hoe het is om bijna dood te gaan, te overleven, maar geen toekomst te hebben?’

Amin is al ontelbare keren verhuisd. Gevlucht van Afghanistan naar Iran, in zijn eentje door naar Europa. In Nederland van azc naar azc. ‘Het azc is voor mij als een bushalte. Je wacht op de bus, maar die gaat nooit komen.’ De eerste ­jaren in Nederland waren goed, zegt Amin. Hij ging naar school, durfde te dromen over de toekomst. ‘Het was een fijne tijd, maar ondertussen was ik bang. Ik wist dat sommige Afghanen na hun 18de worden gedeporteerd, ‘naar huis’. Maar ik weet niets van Afghanistan, ik heb er sinds mijn 5de niet gewoond.’

Nederland heeft, net als een aantal ­andere EU-lidstaten, Afghanistan veilig verklaard voor vluchtelingen. Ondanks dat het land al veertig jaar oorlog kent en al jarenlang bovenaan de ranglijst van de gevaarlijkste landen ter wereld prijkt. Ook Amin kreeg te horen dat hij naar Afghanistan zou kunnen terug­keren. ‘De Dienst Terugkeer en Vertrek zet me onder druk. Ik heb veel stress en kan niet slapen uit angst voor deportatie.’

Amin wacht nog altijd, inmiddels al vijf jaar, op een verblijfsvergunning. ­Terwijl zijn leeftijdsgenoten die stuk voor stuk krijgen, wil de IND zijn verhaal niet geloven. Na elke afwijzing voelt hij zich meer verloren. ‘Wie ben jij? Voor sommigen is die vraag heel makkelijk te beantwoorden’, zegt Amin. ‘Jij kunt zeggen: het land waar ik ben geboren, dat is mijn land. Ik kan dat niet; ik ben geboren in Afghanistan, met mijn familie gevlucht naar Iran. Ik heb geen Afghaans paspoort, noch van Iran, noch van hier. Dus waar kom ik vandaan? Wat is mijn identiteit? Geen idee.’

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Expositie en filmfestival

Wie ben je en wie wil je worden? En wat als je jezelf zou moeten heruitvinden? Voor haar project A New Beginning werkt fotograaf Cigdem Yuksel samen met jongeren die na hun vlucht naar Nederland op zoek gaan naar hun (nieuwe) identiteit. Zij uiten zich met tatoeages, gedichten, rap of Instagramposts. Ze zien er cool en stoer uit, maar zijn ook kwetsbaar. Samen met Yuksel zochten zij een manier om hun verhaal te vertellen.

Yuksel vroeg hen wat zij voelen als zij terugdenken aan hun reis, als zij denken aan hun angsten, nachtmerries, het gemis van hun ouders. Welk beeld, vorm en kleur zien zij voor zich? Hoe zouden ze dat uitbeelden? Ze vroeg hen ook naar hun toekomst. Hoe zien ze zichzelf, nu en later? Waar halen ze kracht en plezier uit?

Tijdens het Movies that Matter filmfestival (tot en met 25 april) is een buitententoonstelling met het werk te zien op het Spui, de Hofweg en het Buitenhof in Den Haag, tot 6 mei. Daarna zal de tentoonstelling door Nederland reizen. Vanaf eind mei is ze te zien in Amsterdam in samenwerking met de Melkweg, daar wordt ook een talkshow met muziek georganiseerd.

A New Beginning is onderdeel van het transmediaproject Shadow Game van Eefje Blankevoort en Els van Driel, gemaakt in samenwerking met journalist en vertaler Zuhoor al Qaisi. Dat project bestaat verder uit een documentaire, een serie korte follow-up docu’s, een impact campagne en een adventure game. shadowgame.eu

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden