reportage

In Hongarije is ook de herinnering aan de opstand tegen het communisme inzet van politieke strijd

65 jaar geleden kwamen de Hongaren in opstand tegen hun communistische regering en de Sovjet-Unie. Premier Viktor Orbán trekt de herdenking naar zich toe, tot ergernis van ooggetuigen en nabestaanden.

Róbert Békési (80) in de buurt van Corvin köz, in Boedapest. ‘Ik heb niet meegevochten, maar vanaf hier heb ik alles gezien.’ Beeld Akos Stiller
Róbert Békési (80) in de buurt van Corvin köz, in Boedapest. ‘Ik heb niet meegevochten, maar vanaf hier heb ik alles gezien.’Beeld Akos Stiller

Róbert Békési (80) stond ernaast toen de eerste schoten van de Hongaarse Opstand werden gelost. Hij loopt door dezelfde straat waar hij op 23 oktober 1956 was, naast het radiostation in Boedapest. Na een dag vol grote protesten wilde een menigte naar binnen om op de radio hun eisen voor hervormingen in het communistische land kenbaar te maken. Ook wilde ze studenten bevrijden die daar werden vastgehouden door de ÁVH (de geheime dienst).

Brandend van nieuwsgierigheid verliet de 15-jarige Róbert het huis van zijn oom en tante, die om de hoek woonden. ‘Ik heb niet meegevochten, maar vanaf hier heb ik alles gezien.’ De sfeer was uitgelaten, herinnert hij zich. Zijn bruine ogen boven zijn imposante grijze snor worden groot, hij spreidt zijn armen: ‘Het was alsof iedereen in een stinkende kamer zat en opeens alle deuren en ramen opengingen.’

Békési loopt langs de gevel waarop groot ‘Magyar Rádió’ (Hongaarse radio) staat. ‘Vandaag is dat Orbán Rádió’, zegt hij schamper. De Hongaarse politiek kan zijn goedkeuring niet wegdragen. Hij hekelt de onbarmhartigheid van de regering tegenover migranten. Bij de grenscrisis in 2015 hielp hij vluchtelingen met voedsel en kleding.

Je moet je tegen nationalisme en uitsluiting verzetten, vindt hij. Dat heeft te maken met zijn eigen levensverhaal. Als kind werd hij met zijn Joodse familie opgesloten in het concentratiekamp Strasshof. Zijn vader werd op de oever van de Donau doodgeschoten door Pijlkruizers (Hongaarse fascisten).

Toen hij als tiener die 23ste oktober 1956 in Boedapest de deur uitliep, kruiste de wereldgeschiedenis zijn leven voor de tweede keer. Hij vertelt hoe de ÁVH op de menigte begon te schieten. Békési, gedistingeerd geruit colbertje over zijn T-shirt, duikt theatraal in een portiek. ‘Zo zochten mensen dekking.’

Hij wijst naar de straathoek, waar hij een vrachtwagen zag verschijnen. Het Hongaarse leger sloot zich aan bij de opstandelingen. ‘Een militair begon wapens uit te delen.’ De menigte schoot terug. Wat volgde was een van de bloedigste opstanden achter het IJzeren Gordijn. Bijna drieduizend mensen stierven, ruim 200 duizend Hongaren vluchtten naar het buitenland.

Katalin Jánosi, kleindochter van Imre Nagy, voor het Imre Nagy-gedenkhuis in Boedapest. Beeld Akos Stiller
Katalin Jánosi, kleindochter van Imre Nagy, voor het Imre Nagy-gedenkhuis in Boedapest.Beeld Akos Stiller

Een rechts-nationalistisch sausje

Het is 65 jaar geleden dat de opstand uitbrak. Decennia later is een nieuwe strijd losgebarsten over de nagedachtenis aan 1956. De regering van Viktor Orbán trekt de herdenking de afgelopen jaren naar zich toe en overgiet deze met een rechts-nationalistisch sausje. Volgens critici verdraait Orbán de geschiedenis voor politiek gewin.

Hij zou de nagedachtenis aan Imre Nagy, een van de politieke leiders van de opstand, uitwissen omdat hij een (gematigde) communist was. Ook wordt Orbán verweten dat zijn beleid haaks staat op de idealen van 1956, die de menigte bij het radiostation zo graag de ether in wilde sturen: vrije pers, eerlijke verkiezingen, niet één partij die de dienst uitmaakt.

Zaterdag vindt de herdenking plaats in Boedapest, met een zogenoemde Vrijheidsmars. Oppositiepartijen houden een eigen herdenking. ’s Middags houdt Orbán traditioneel een toespraak. Vijf jaar geleden noemde hij daarin Brussel ‘het nieuwe Moskou’ en vergeleek de EU met de Sovjet-Unie. De historische gebeurtenis zelf raakt in de verdrukking.

Socioloog Mária Vásárhelyi (67), die onderzoek doet naar historisch bewustzijn in Hongarije, ziet het met lede ogen aan. Volgens haar leidt de regering opzettelijk de aandacht af van de verschillende groepen die aan de opstand meededen, zoals communisten die het oneens waren met de Sovjet-Unie, intellectuelen en studenten.

Het gewapende conflict en het Hongaarse karakter van de opstand staan centraal. De herdenking gaat nu bijvoorbeeld over ‘de jongens van Pest’, gewapende opstandelingen uit het gelijknamige stadsdeel. De regering zegt zich op de gewone man te richten. ‘Maar iedereen die links was, wordt uitgewist’, zegt Vásárhelyi.

Vásárhelyi vindt de huidige herdenking een gemiste kans. ‘We hebben in de Hongaarse geschiedenis weinig momenten om trots op te zijn. Maar 1956 is zo’n gebeurtenis. Toen trokken verschillende soorten mensen samen op, een zeldzaamheid in dit land.’ Haar vader was een van hen: hij werkte als perssecretaris voor de opstandige premier Imre Nagy.

Corvin köz in Boedapest, de binnenplaats waar de opstandelingen hun hoofdkwartier hadden. Beeld Akos Stiller
Corvin köz in Boedapest, de binnenplaats waar de opstandelingen hun hoofdkwartier hadden.Beeld Akos Stiller

Geen plek voor grijstinten

Begin november werd de opstand neergeslagen. Repressie volgde, onder de nieuwe leider János Kádár. Nagy en zijn bondgenoten werden met hun families gedeporteerd naar Roemenië, onder wie Vásárhelyi, toen 3 jaar oud. Nagy en enkele anderen werden in 1958 terechtgesteld. Haar vader kreeg gevangenisstraf. ‘Onder Kádár waren we de vijand. Onder Orbán zijn we dat opnieuw.’

Dit gevoel leeft ook bij Katalin Jánosi (69), de kleindochter van Imre Nagy. Ook zij werd na de opstand, 5 jaar oud, weggevoerd naar Roemenië. De studeerkamer waarin ze gasten ontvangt was vroeger de slaapkamer van haar opa. ‘Ik lag bij hem in bed toen we hoorden dat we weg moesten.’

In het heuvelachtige stadsdeel Boeda probeert zij de herinnering aan haar grootvader levend te houden. In een lichte Bauhaus-villa, de vroegere huurwoning van Nagy, zit nu een gedenkhuis. ‘Bij de huidige herdenking is geen plek voor grijstinten’, vertelt Jánosi. ‘Een linkse held is onacceptabel voor Orbán.’

Dat is niet altijd zo geweest. Een sleutelmoment in de val van het communisme in Hongarije was de herbegrafenis van onder andere Nagy. Na zijn executie werd hij op een geheime plek begraven, maar in juni 1989 kreeg hij alsnog een staatsbegrafenis op het Heldenplein in Boedapest. Jánosi herinnert zich dit als een periode van hoop en eensgezindheid. ‘De verdeeldheid die we vandaag kennen, kon ik me toen niet voorstellen.’

Bij de begrafenis sprak ook een jonge liberale politicus: de 26-jarige Viktor Orbán. De speech wordt gezien als de start van zijn politieke carrière. Sprak Orbán toen nog lof over Nagy, nu is hij een communist die vergeten moet worden, hooguit een martelaar. Eind 2018 werd zijn standbeeld clandestien verplaatst naar een minder prominente plek in de stad. ‘De regering respecteert mijn grootvader alleen om zijn dood, niet om zijn leven.’

Nagy verdient een genuanceerder beeld, vindt zijn kleindochter. Hij was een communist maar ook een populaire hervormer. Op 25 oktober riepen de opstandelingen dan ook massaal om Nagy bij het Hongaarse parlement. De aanwezige Sovjet-troepen richtten een bloedbad aan onder de demonstranten.

Menigte op een tank voor het Hongaarse parlement in Boedapest, 1956. Beeld Getty
Menigte op een tank voor het Hongaarse parlement in Boedapest, 1956.Beeld Getty

Vanwege het escalerende geweld moest Békési van zijn oom en tante de stad uit, naar het dorp buiten Boedapest waar zijn moeder woonde. Een andere oom schoot te hulp, de trotse bezitter van een motorfiets met zijspan vanwege zijn beroep als krantenbezorger. ‘Soms ging ik met hem mee, dan haalden we om middernacht de kranten op en bezorgden ze tot in de vroege ochtend op het platteland rond de stad.’ Nu hielp het voertuig ze ontsnappen aan de geweldsspiraal van de opstand.

Dat ging goed totdat ze klem raakten tussen de opstandelingen en de tanks van het Sovjet-leger. Békési herinnert zich een uitgebrande Russische tank met een dode soldaat ernaast. Hij houdt zijn hand op borsthoogte. ‘Hij was zo klein. Als je verbrandt, dan krimp je.’ Ze schuilden op de binnenplaats Corvin köz, waar de opstandelingen hun hoofdkwartier hadden. Het vreemde was, memoreert Békési, dat terwijl de tanks door de straten rolden, mensen bij winkels in de rij stonden voor eten. Op een rustig moment wisten Békési en zijn oom te ontkomen.

Op diezelfde binnenplaats staat nu een standbeeld van een jongen met een geweer, een van de ‘jongens van Pest’. Békési: ‘Die jongens hebben hard gevochten. Ze kunnen er niets aan doen dat ze door de overheid worden misbruikt.’ Hij begrijpt dat de regering met 1956 aan de haal gaat. ‘Dat is politiek. Maar waarom moeten ze altijd één ding ophemelen en de rest vertrappen?’

Beknopte chronologie

•Stalins dood in maart 1953 leidt tot politieke verandering in het communistische blok. In Hongarije wordt de gematigde Imre Nagy tot premier benoemd. Hij regeert van juli 1953 tot april 1955 en voert hervormingen door.

•Moskou is het oneens met deze koers en vervangt Nagy door zijn voorganger Mátyás Rákosi, die tussen 1948 en 1953 een terreurbewind voerde.

•De destalinisatie in 1956 heeft ook invloed op Hongarije. Rákosi wordt vervangen door een andere hardliner. Wat volgt is sociale onrust onder de Hongaren, die Nagy als premier willen.

•23 – 28 oktober 1956: protesten in Boedapest escaleren tot een massale gewapende volksopstand. Het Sovjet-leger trekt zich terug.

•4 november 1956: de Sovjet-Unie valt samen met andere landen uit het Warschaupact Hongarije binnen en slaat de opstand neer.

• Na de opstand komt János Kádár aan de macht. Grootschalige repressie volgt.

•23 november 1956: Imre Nagy en andere leden van de opstandige regering worden gevangengenomen.

•17 juni 1958: bekendmaking executie van Nagy.

•16 juni 1989: Nagy wordt herbegraven in Boedapest.

Mária Schmidt, de historicus die afgelopen jaren haar stempel drukte op het geschiedenisbeleid van de Hongaarse regering, wees een interviewverzoek van de Volkskrant af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden