Reportage Stemmen in België

In het Waalse hartland van de gele hesjes is de proteststem nog ouderwets links

Waalse dorpen zijn het verlies van de zware industrie nooit te boven gekomen. Mensen hebben geen idee of ze ooit weer werk zullen vinden en hun omgeving verloedert. Ondanks corruptieschandalen stemmen bewoners maar weer op de socialisten. Al hebben ze er weinig vertrouwen in.

Een man voor zijn deur naast de lokale slager in het dorp Gouy-lez-Piéton, in het hartland van de gele hesjes. Beeld Pauline Marie Niks

Als Laurent Mousset moppert, doet hij dat met een glimlach. Het is 2 uur ’s middags en de 48-jarige elektricien staat voor een kleine supermarkt op straat, met een blikje bier in zijn hand. ‘Het leven in dit dorp?’ Hij grijnst. ‘Kalm.’ En daarna: ‘Er is hier niet veel te doen. Niet wat betreft werk, niet wat betreft vertier.’

De straten van Gouy-lez-Piéton, een gehucht nabij de Waalse stad Charleroi, zijn inderdaad leeg. Grauwe huizen die wel wat verf kunnen gebruiken, leunen tegen elkaar aan. De kozijnen zijn donker en in het asfalt zijn diepe wonden geslagen. Af en toe loopt er een vrouw met een kinderwagen over straat. Op een straathoek gaat een deur open en zet een oude man het vuilnis buiten.

Aanstaande zondag gaat België naar de stembus. De kiezers mogen drie vakjes rood kleuren: één voor het Europees parlement, één voor de regionale regering, en één voor de federale. Mousset stemt voor de Parti Socialiste, net als zijn ouders en grootouders altijd hebben gedaan, al verwacht er hij niet veel van. ‘We moeten zien te overleven met een klein salaris en betalen ook nog eens belasting voor de immigranten, voor het milieu, en voor al die andere zaken die volgens politici belangrijk zijn. Naar de kleine man wordt niet omgekeken.’

Rollende ogen

Dit geluid is vaker te horen in het dorp. In het enige café dat Gouy-lez-Piéton telt, en waar vroeg in de middag al stevig wordt gedronken, klinkt vooral moedeloosheid. ‘Het leven is duur, maar politici vullen hun zakken’, bromt een man met een grote snor die zijn naam niet wil zeggen. Bij de herenkapper rollen klanten met hun ogen. ‘Ik stem blanco. Geen van die politici verdient mijn steun’, zegt kapper David Allarts. De 81-jarige Jacques Dogniau schudt alleen maar met zijn hoofd. Hij zit voor het raam in zijn huiskamer, met achter zich, op het dressoir, talloze afbeeldingen van zijn geliefde, prijswinnende rottweiler, en één foto van zijn overleden vrouw. ‘Politici praten veel’, verzucht hij, ‘maar ze doen helemaal niets.’

Jacques Dogniau in zijn woonkamer, met talloze afbeeldingen van zijn geliefde, prijswinnende rottweiler op het dressoir. Hij weet niet op wie hij moet stemmen. ‘Politici praten veel, maar ze doen niets.’ Beeld Pauline Marie Niks

Het dorp bevindt zich in een van de armste provincies van België: het gemiddelde jaarinkomen in Henegouwen bedraagt 15.550 euro (cijfers uit 2016) en 15 procent van de mensen is werkloos. ‘De Waalse steden krabbelen de laatste jaren weer overeind’, zegt publicist en Wallonië-kenner Guido Fonteyn. ‘Maar de dorpen zijn het verlies van de zware industrie in deze regio nog steeds niet te boven gekomen. De situatie is triest: duizenden mensen hebben geen idee of ze ooit weer aan het werk komen en voor jongeren zonder opleiding is er weinig perspectief.’

De afgelopen jaren stond de Waalse Charles Michel van de centrumpartij Mouvement Réformateur (MR), aan het hoofd van de federale regering, maar dat heeft in de regio tot weinig triomf geleid. ‘De formatie liep in 2014 uiterst moeizaam omdat de grootste partijen niet met elkaar in zee wilden gaan’, legt Fonteyn over de telefoon uit. ‘De MR had nog geen 25 procent van de stemmen behaald, maar was uiteindelijk de enige Waalse partij die in de coalitie stapte. Bovendien namen veel mensen hun kwalijk dat ze bereid waren met de Vlaams nationalistische N-VA te regeren: dat is voor velen toch de club die Wallonië de schuld geeft van alles wat er in Vlaanderen mis is. De Walen voelden zich, kortom, niet vertegenwoordigd door deze regering.’

Graaigedrag, zelfverrijking en belangenvermenging

Het Waalse regioparlement wist in 2016 de trots wel aan te wakkeren door zijn ferme verzet tegen het handelsakkoord met Canada (CETA), waardoor de Europese Unie haar handtekening er niet onder kon zetten – al werd er later toch een akkoord bereikt. Deze triomf werd een jaar later echter overschaduwd door twee grote schandalen: eerst werden Waalse politici (voornamelijk PS-leden), die nevenfuncties bekleedden bij het overheidsbedrijf Publifin, verdacht van graaigedrag, zelfverrijking en belangenvermenging. Een half jaar later bleek dat de Brusselse burgemeester Yvan Mayeur (PS) zichzelf jarenlang stevige vergoedingen had toegekend, betaald met geld dat was bedoeld voor daklozenopvang.

‘Op dat moment leek de machtige Parti Socialiste te imploderen’, zegt Bart Maddens, politicoloog aan de KU Leuven, ‘maar het was 2017 – politiek gezien een eeuwigheid geleden. Niemand heeft het er nu nog over en de PS staat gewoon bovenaan in de peilingen.’

Verkiezingsposters in Gouy-lez-Piéton. Veel mensen in dit dorp hebben het vertrouwen in de politiek verloren. Beeld Pauline Marie Niks

Volgens Maddens is de kracht van de PS dat ze nog steeds overal aanwezig is: bij de vakbonden, bij het socialistische ziekenfonds en, in campagnetijd, in de wijken. ‘Zij vertegenwoordigen de Waalse arbeider op alle fronten, alsof de verzuiling hier niet is verdwenen. In Vlaanderen zie je dat veel ontevreden kiezers naar rechts zijn opgeschoven, maar er bestaat niet zoiets als het Waals Belang. De PS is nog steeds de partij waarvan ook de gele hesjes geloven, dat ze voor hun belangen vecht.’

Gele hesjes

Gouy-lez-Piéton bevindt zich in het hartland van die gele hesjes: enkele maanden geleden stonden talloze inwoners nog op rotondes te demonstreren tegen de almaar stijgende benzineprijzen en belastingen. ‘Mensen hebben het zwaar’, zegt Freddy Roulent, een van de drijvende krachten achter de voedselbank in het dorp. ‘Elke week helpen we zo’n tweehonderd gezinnen. Vooral alleenstaande moeders, zieken en werklozen.’ Dat is een record zegt hij. De afgelopen twee jaar is het aantal mensen verdubbeld. ‘En ik zie het niet snel beter worden.’

De 79-jarige Roulent woont al 56 jaar in het dorp, en hij heeft het hard achteruit zien gaan. Op het eerste gezicht lijkt het nog mee te vallen: er zijn twee mini-supermarkten, twee bakkers en een slagerij. Er is een treinstation en overdag rijdt er elk uur een bus naar Charleroi. Maar vroeger, vertelt Roulent, waren er maar liefst acht slagers. Om geld te pinnen, moet je nu naar het volgende dorp, 4 kilometer verderop, en het openbaar vervoer wordt steeds verder afgebouwd. ‘Zonder auto is het niet te doen. Als je die niet kunt betalen, zit je hier echt opgesloten.’

Freddy Roulent, een drijvende kracht achter de voedselbank van Goy-lez-Piéton, heeft het dorp de afgelopen jaren hard achteruit zien gaan. Beeld Pauline Marie Niks
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden