vier factoren rechts-extremisme in Oost-Duitsland

In het oosten van Duitsland gloort het rechts-extremisme, hoe komt dat?

Zondag zijn er regionale verkie­zingen in de Duitse deelstaten Brandenburg en Saksen. De rechts-populistische partij Alternative für Deutschland (AfD) kan de grootste partij worden. Wat maakt de AfD in het oosten zo populair? Vier factoren die een rol spelen.

Alternative für Deutschland op verkiezingstoer in Dresden’, de hoofdstad van de deelstaat Saksen. Beeld REUTERS

1. Het oosten is minder bedeeld

Oost-Duitsers verdienen minder, gemiddeld 82 procent van het loon dat West-Duitsers verdienen met hetzelfde werk. Ze hebben kleinere pensioenen, minder vermogen, zijn lager opgeleid en gaan vaker van school zonder diploma. Politici van regeringspartijen brengen hier vaak tegenin dat het beter gaat met het oosten dan ooit. Ook dat klopt, zo is de werkloosheid in 15 jaar gedaald van 20 procent naar 7 procent, en is de koopkracht aanzienlijk gestegen. Maar dat neemt het gevoel van achterstelling niet weg. Uit de jaarlijkse Saksen-Monitor van de regionale overheid, blijkt dat 52 procent van de Saksen zichzelf ‘tweederangsburger’ voelt.

Ook een doorn in het oog: het lagere voorzieningsniveau, zoals een tekort aan artsen en gebrekkig openbaar vervoer. Het verbeteren van publieke voorzieningen staat bij alle politieke partijen hoog op het programma. Maar de AfD rekent eenvoudig af met de posters van de Groenen en de CDU over onderwijskwaliteit en artsen: ‘Jullie hadden 30 jaar de tijd’, plakken ze erbij.

2. Het oosten is ondervertegenwoordigd

Duitsland heeft al bijna veertien jaar een Oost-Duitse bondskanselier, maar verder is het lang zoeken naar Oost-Duitsers op machtige posities. Volgens een onderzoek van de universiteit Leipzig is het aantal Oost-Duitse chefs in het bedrijfsleven landelijk maar 1,7 procent en – veelzeggender – in het oosten zelf maar 23 procent. Met andere woorden: dertig jaar na de val van de Muur heeft ruim driekwart van de van de bedrijven in het oosten een baas uit het westen.

In de landelijke politiek is de vertegenwoordiging iets beter, maar bij lange na niet fiftyfifty. Bovendien ­komen veel politici die in Oost-Duitsland verkiesbaar zijn uit het westen, en kennen ze de bevolking van hun kiesdistrict nauwelijks. Bij de AfD maken veel lokale en regionale politici deel uit van de plaatselijke middenstand, zijn ze lid van de vrijwillige brandweer en trainen ze de jeugd bij de voetbalclub. In die zin is de AfD, meer dan CDU en SPD, een Oost-Duitse ‘volkspartij.’

Geen enkele landelijke krant heeft een Oost-Duitse hoofdredacteur en Oost-Duitse landelijke media bestaan niet. Dat geeft veel mensen in Oost-Duitsland het idee dat er alleen maar over hen wordt geschreven met een West-Duitse blik. En dan is het een kleine stap naar het door Pegida bedachte en door de AfD gretig overgenomen ‘Lügenpresse’.

3. Het oosten is bang en wantrouwig

Onder die rationeel verklaarbare onvrede zit een tweede, veel ongrijpbaardere laag. In weekblad Der Spiegel spreekt socioloog Raj Kollmorgen van diepgewortelde angsten. Angst voor welvaartsverlies, verandering in het ­algemeen en angst om belazerd te worden door West-Duitse politici. Die angsten komen voort uit de grote (economische) onzekerheid in de jaren vlak na de eenwording en het handelen van de Treuhand. De instelling die Oost-Duitse bedrijven moest privatiseren of liquideren handelde daarbij per definitie ondoorzichtig en soms in het belang van het West-Duitse bedrijfsleven.

Het gevoel belazerd te worden zien ze bevestigd als de regering Merkel op- eens miljarden uittrekt om Griekenland te redden of vluchtelingen op te vangen, terwijl ze die miljarden niet overheeft voor het gelijktrekken van Oost- en West-Duitsland.

Volgens politicoloog Hans Vorländer hadden veel Oost-Duitsers te hoge verwachtingen van de democratie, waardoor het idee ontstond dat ze belazerd waren en dat de CDU en SPD van hetzelfde laken een pak waren als de communistische SED in de DDR.

Vollende die Wende. Niet voor niets staat op de verkiezingsposters van de AfD, ‘maak de Duitse hereniging af’. Daarmee verbindt partij de onvrede van nu met de moed van de DDR-burgers die in 1989 de straat opgingen om te demonstreren en maakt ze AfD-stemmers tot de erven van die vreedzame ­revolutionairen.

4. Het oosten heeft minder ervaring met migratie

Nog steeds drijft de AfD in het oosten vooral op de kurk van de vluchtelingenpolitiek. De woorden konzequente Abschiebekultur (consequente uitzetcultuur) liggen de Brandenburgse kandidaat Andreas Kalbitz en zijn Saksische collega Jörg Urban in de mond bestorven. Terwijl de Oost-Duitse deelstaten in veel minder vluchtelingen hebben opgenomen dat bijvoorbeeld Beieren en Noordrijn-Westfalen – in absolute zin. Relatief hebben de Oost-Duitse deelstaten veruit de meeste vluchtelingen opgenomen, omdat er in de DDR vrijwel geen immigranten waren. 

Een studie uit 2017 toont aan dat dit ten dele verklaart waarom xenofobie en racisme in het oosten wijder verbreid zijn dan in het westen. Maar het ontbreken van migranten in de DDR is nog geen sluitende verklaring of excuus voor het floreren van het extreem-rechtse gedachtegoed in het oosten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden