In het licht van de wereldliteratuur

WERELDLITERATUUR is, sinds Goethe, een ingeburgerd begrip. In het Westen. Wat er precies mee bedoeld werd, vraagt nu een hoop (historisch) onderzoek, maar duidelijk is dat het woord van meet af aan, in de verlichte achttiende eeuw, verbonden is geweest met de 'onbegrensdheid' van de literatuur....

Die 'onbegrensdheid' hield in dat de waarde van de westerse literatuur zich niet beperkte tot één cultuur of één taalgebied; ze was universeel. Wat schrijvers in hun romans, toneelstukken, filmscenario's, gedichten en wat dies meer zij (hoorspelen bijvoorbeeld, zoals Under Milkwood van Dylan Thomas) onder woorden brachten, was niet alleen thuis, tussen de schuifdeuren, van betekenis, maar overal, in de hele wereld.

Een gedicht van Goethe of Schiller, een sonnet van Shakespeare of Petrarca, een toneelstuk van Voltaire of Vondel bracht in Duitsland, Engeland, Frankrijk, of waar dan ook in Europa evenzeer de handen op elkaar als in Japan, Nieuw-Zeeland, Mexico of Colombia.

Tegenwoordig hebben we de neiging wat verbaasd naar deze westerse megalomanie te kijken, omdat we - veel beter over de wereld geïnformeerd dan Goethe - weten dat er contreien zijn waar men andere waarden koestert dan in de binnenstad van Amsterdam, op Trafalgar Square of aan de voet van de Seine, om over New York nu maar even te zwijgen.

Door reizen en studie hebben wij andere culturen (ook de meest 'primitieve') beter of misschien wel überhaupt leren kennen, en de optelsom van fysieke activiteit en geestelijke inspanning (niet alleen op het gebied van zeden en gewoonten, maar ook op het gebied van de taalwetenschap; Chomsky geloofde dat alle talen in de kern hetzelfde waren) heeft ons met het idee vertrouwd gemaakt dat er volstrekt respectabele en autonome beschavingen zijn, die er niettemin andere waarden op nahouden dan wij, of tenminste - als er mogelijkerwijs dan toch ergens diep verborgen van een soort universele tien geboden sprake zou zijn - een andere hiërarchie van waarden.

Geen moeilijker discussie in het postkoloniale tijdperk dan die over de universaliteit van waarden.

Ik kom erop door de bundel Stranger Shores van J.M. Coetzee.

In dit boek brengt de Zuid-Afrikaanse schrijver, die zich na Disgrace ook in Nederland een grote populariteit heeft verworven - in Engeland kreeg hij al twee keer de Booker Prize -, een aantal stukken samen die hij eerder onder andere in The New York Review of Books publiceerde.

Die besprekingen zijn om een aantal redenen interessant. In de eerste plaats natuurlijk omdat Coetzee zelf zo'n voortreffelijk schrijver is. Dat maakt hem als criticus heel leesbaar, en het geeft vanzelf ook gezag. In de tweede plaats omdat hij uit Zuid-Afrika afkomstig is, een verscheurd land waarvan de bewoners nog dagelijks de prijs voor het kolonialisme en racisme uit het verleden betalen, en in de derde plaats omdat hij beroepshalve zijn leven lang de literatuurwetenschap heeft beoefend en dientengevolge een literaire eruditie heeft, die de kennis van een gemiddelde liefhebber ver te boven gaat.

Interessant aan Coetzee is ook dat hij meer talen dan alleen het Engels machtig is. Hij leest, zo blijkt, in elk geval Duits en Frans, wat nog niet zo uitzonderlijk is te midden van de vaak zeer bekwame besprekers van The New York Review of Books, maar ook Nederlands, waardoor hij in dit internationale forum gefundeerde beschouwingen over Harry Mulisch, Cees Nooteboom én. . . Marcellus Emants ten beste kan geven.

Om met die laatste te beginnen. Hoe vaak wordt in Nederland nog aandacht aan hem besteed? In 1994 verscheen een herdruk van Een nagelaten bekentenis in de reeks Nederlandse Klassieken van Prometheus/Bert Bakker. Ton Anbeek, hoogleraar in Leiden, schreef toen in zijn voorwoord: 'Voorzover er een Nederlandse canon bestaat, behoort dit boek ertoe.'

Het was een compliment met een postmoderne slag om de arm ('voorzover er een Nederlandse canon bestaat' - natúúrlijk betaat die, Ton), maar het wás een compliment.

Kennelijk heeft ook Coetzee, als Zuid-Afrikaan, een dergelijke waarderende gedachte gekoesterd, want hij vertaalde het boek (A Posthumous Confession) en schreef er een voorwoord bij.

Dat voorwoord is in Stranger Shores overgenomen, en daardoor krijgen nu ook degenen die de Engelse editie van Een nagelaten bekentenis niet in de kast hebben staan, de gelegenheid te zien hoe Coetzee z'n Engelstalige lezers over onze Emants en zijn prachtige boek bijpraat, maar we zien ook wat er gebeurt als ons trotse bezit even de veilige plaats tussen de schuifdeuren verlaat en in het volle licht van de wereldliteratuur wordt gezet: dat wil zeggen als Coetzee Emants met andere auteurs van confessiones, zoals Rousseau en Dostojewski, vergelijkt. Dan is het eindoordeel streng doch rechtvaardig: 'Emants, a lesser thinker, a lesser artist, a lesser psychologist (as who is not?), remains bound in Rousseau's toils.'

Zulke oordelen, van vooraanstaande (wereld)schrijvers over Nederlandse literatuur, zijn zeldzaam - en daardoor alleen al de moeite waard -, maar wat hier gebeurt, is ook op een andere manier van belang. Bij Coetzee dient de 'wereldliteratuur' zich consequent als standaard aan, als. . . onweerlegbare standaard. Daardoor krijgen de oordelen over Harry Mulisch (naar aanleiding van The Discovery of Heaven) en over Cees Nooteboom ('novelist and traveler') een haast, laat ik zegen, volwassen status.

Met Mulisch heeft hij meer te stellen dan met Nooteboom ('whether he likes it or not, Nooteboom is part of the tourism industry'), maar in beide gevallen gaat het niet alleen om Coetzees persoonlijke waardering, maar ook om de context die hij z'n kritiek geeft, en dat is een context die voorvloeit uit zijn positie van Zuid-Afrikaans schrijver in een wereldtaal.

Wat ik daarmee bedoel, is dit: de standaard die Coetzee hanteert, is niet alleen die van de wereldliteratuur (en dus van de internationale literatuurwetenschap, die bestaat bij de gratie van die literatuur), maar ook die van iemand uit een land dat hevige politieke conflicten heeft gekend en voorlopig nog wel even innerlijk verscheurd zal blijven.

Coetzee ziet de relatie politiek/literatuur, of zo u wilt werkelijkheid/literatuur anders dan een willekeurige criticus uit een vol, maar akelig kleingeestig oord als Nederland. In alle stukken van Coetzee dient de politieke realiteit zich aan - met alle gevolgen van dien voor zijn analyses -, zonder dat dit ten koste gaat van de aandacht voor het besproken boek als kunstwerk. Want, dat begrijpt Coetzee als geen ander: een roman is pas iets als de al of niet historische werkelijkheid die erin aan bod komt, is getransformeerd tot iets anders, iets wat voorgoed aan de werkelijkheid is ontstegen en 'geest' (schepping, creatie, kunst) is geworden, en daarom niet meer in termen van 'realiteit' ('echt gebeurd', 'heel realistisch') beschreven kan worden.

Kenmerkend voor deze beschouwingen, over Daniel Defoe, over Samuel Richardson, over Dostojevski, over Brodsky, over Borges, maar ook over landgenoten als Gordimer en Breytenbach - het is écht een heel rijk boek - is de voortdurende 'grensoverschrijding' waaraan Coetzee al lezend, analyserend, wikkend en wegend, gestalte geeft. De grens over van Zuid-Afrika naar Nederland, de grens over naar Egypte (een mooi stuk over de Nobelprijswinnaar Mahfoez) en naar Amerika; de grens over in de tijd, terug naar Richardson en Emants. En zo verder. De belangrijkste grens die hij overschrijdt - en daarmee raakt hij de kern van de hedendaagse wereldliteratuur - is die van de ene taal naar de andere. Vertalingen worden heel consciëntieus besproken. Prachtig, en ook een beetje treurig is het verhaal over de lotgevallen van Kafka in Engeland (waar men ook vandaag de dag nog zijn neus optrekt voor literatuur in een andere taal dan het Engels).

Het meest sprak mij aan het essay over de vertaling die William Gass van Rilkes Duineser Elegien heeft gemaakt. In deze beschouwing zie je hoe twee zulke uitleenlopende culturen als die van de oude, en door sommigen gedateerd geachte, verfijnde Middel-Europese dichter Rainer Maria Rilke, en die van de eigentijdse, door de wol geverfde Amerikaanse literator en academicus Gass op elkaar botsen en versmelten. Met een scherp oog voor de details doet Coetzee verslag van dit proces. Het is mooi om te zien hoe de Amerikaan tot de bodem van zijn linguïstische en artistieke vaardigheden is gegaan om de ongrijpbare Rilke tot landgenoot te naturaliseren.

Vaak mislukt het, maar aan het eind heeft hij het - tot ingehouden vreugde van Coetzee - begrepen: '. . .lyrics that love, however pure or passionate or sacrificial, could never have achieved by itself. . . lines only frailty, terror, emotional duplicity even, could accomplish - the consequence of an honesty bitter about the weakness from which it took its strength'.

Bitter about the weakness from which it took its strength. . .

Hier is een Amerikaan doorgedrongen tot een dichterschap dat hij bij hem om de hoek niet zo gemakkelijk gevonden zou hebben. Hier gaat iemand met z'n hele Amerikaanse hebben en houwen een vergane Praagse, Weense en Parijse wereld binnen - en als hij eruit komt, is hij niet meer dezelfde als daarvoor, zoals het cliché luidt.

Coetzee laat vele van zulke al of niet geslaagde metamorfosen zien, en geeft ons daarmee als het ware terloops en onbedoeld meer inzicht in wat het hedendaagse cultuurrelativisme is, rechtstreeks verbonden met de hedendaagse wereldliteratuur (en uiteraard met andere hedendaagse vormen van kunst die de hele wereld overgaan).

Dat heeft weinig met desinteresse in de eigen cultuur of met blasé, postmodern gedrag te maken. Integendeel. Het is het enige serieuze politieke standpunt dat men vandaag de dag in de republiek der letteren kan innemen. Die waarheid ligt aan Coetzees schrijven, lezen en oordelen ten grondslag.

Eigenlijk zegt hij heel eenvoudig dat de liefde niet van een kant kan komen.

Dat kan alleen de haat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden