In het kamp in Libanon valt de PVV-stemmer opeens stil

Als in het Limburgse Brunssum ophef ontstaat over de opvang van tweehonderd Syrische vluchtelingen, gaat burgemeester Luc Winants met enkele burgers naar een vluchtelingenkamp in Libanon. 'Op televisie krijg je dit niet te zien.'

Burgemeester Luc Winants (derde van links), ondernemer Jean Janssen en vrijwilligster Wendy Bedet praten met vluchtelingen in Libanon.Beeld Arie Kievit

Tussen de witte plastic tenten staat een man in een ruitjesblouse. Zijn fototoestel bungelt aan een koordje. Jean Janssen (47) heeft de 'unieke kans' om als gewone burger uit Brunssum, Limburg, een kijkje te nemen in een vluchtelingenkamp in de Bekaa-vallei in Libanon.

Oef, pas op, hij wil niet uitglijden in de drek. In het kamp bij het dorp Jdita hangt een doordringende urinelucht.

Dit is wat Nederlandse politici 'opvang in de regio' noemen. Opvang in de regio, dat vindt Jean, nog niet zo lang geleden actief voor de PVV, een uitstekend idee. Syrische vluchtelingen die in een tent in de Bekaa-vallei zitten, verblijven immers niet in Brunssum.

Maar hoe gaat dat eraan toe, opvang in de regio? Jean, die in het dagelijks leven eigenaar is van een bedrijf dat matrassen reinigt, had daar nooit zo'n beeld bij. 'Op televisie krijg je dat niet te zien.' In Libanon kijkt hij zijn ogen uit.

Een drama

Daar is Fatima Awad, een jonge vrouw uit Homs, Syrië, die zegt dat haar hier een drama is overkomen: vorige maand brandde haar tent af door een omgevallen kaars. Twee van haar kinderen, 10 maanden en 3,5 jaar oud, kwamen om in de smeulende lappen plastic, snikt ze. Haar man is in Turkije. Ze heeft slechts één wens: naar hem toe, en samen naar Europa.

'Een heftig verhaal,' zegt Jean.

Dat hij, Jean uit Brunssum, hier rondloopt tussen Syriërs in de Bekaa-vallei, is begonnen met het verzet tegen de noodopvang. Eind vorig jaar gonsde het rond in de stad in de voormalige mijnstreek: in het plaatselijke ziekenhuis, 'het Atrium' in de volksmond, worden 200 Syriërs gehuisvest.

Jean stond direct op z'n achterste benen en met hem half Brunssum, waar de aanhang voor de PVV van oudsher groot is. Syriërs, zo dichtbij en dan ook nog in hun eigen ziekenhuis, dat was al te gek. 'Niet hier. Waarom moeten wij problemen oplossen voor een conflict dat elders is?'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

In het kamp bij het dorp Jdita leven zo'n 275vluchtelingen. Er is één hurktoilet op 35 inwoners, de meeste kinderen gaan er niet naar school.Beeld Arie Kievit

Zoals in zo veel gemeenten in Nederland ontbrandde het verzet in Brunssum eind 2015 tijdens een tumultueuze raadsvergadering. De burgemeester, Luc Winants (CDA), een bedachtzaam pratende christen-democraat, kon ternauwernood de orde handhaven. Zijn indruk: de burgers realiseren zich niet dat de vraag óf er vluchtelingen komen, een gepasseerd station is. 'Dit is een internationale crisis. Je kunt niet in die of-vraag blijven hangen.'

Maar hoe maak je de inwoners dat duidelijk? Neem ze mee naar Libanon, opperde Simone Filippini, de directeur van hulporganisatie Cordaid. Zij wilde al langer 'een paar van die schreeuwers', nou ja pardon, gewone burgers die bezorgd zijn over de komst van vluchtelingen, laten zien hoe het eraan toe gaat 'in de regio'.

Dus staan ze nu onder de voorjaarszon in het Midden-Oosten. Drie inwoners uit Brunssum: Jean Janssen, de PVV-stemmer, Wendy Bedet, die vrijwilligerswerk doet in de noodopvang, en Roland Dijkstra, die als wijkagent te maken heeft met kritiek van inwoners op de komst van de vluchtelingen. Als enige spreekt hij zich niet zo uit, want dat past hem niet als rijksambtenaar.

Rillingen

Het kamp bij Jdita, daar zijn ze het over eens, oogt anders dan de noodopvang in Brunssum. De meeste kinderen gaan nooit naar school, er is geen douche en één smerig hurktoilet per circa 35 bewoners. 'Als wij zouden kamperen, zouden we hier nooit genoegen mee nemen', rilt Wendy. 'Dan zouden we zo'n programma bellen op televisie, over ellende op reis.'

Maar Jean is minder negatief. Hij stapt een tent binnen, oordeelt complimenteus: 'Het is opvallend hoe schoon de mensen het hier binnen houden.'

Wendy Bedet krijgt het te kwaad als een 34-jarige moeder haar verhaal vertelt. 'Ze woont hier al jaren, maar welke toekomst heeft ze?'Beeld Arie Kievit

Limburgers zijn ze, die tot een paar weken geleden - ze komen daar rond voor uit - Libanon niet op de kaart konden aanwijzen. Hun burgemeester, die wel eens in Marokko is geweest, moest zelf trouwens ook even met de ogen knipperen.

Wendy dacht van tevoren, toen ze las over de veiligheidsrisico's ter plaatse: 'Misschien toch even de dokter bellen voor een kalmeringstabletje.' Slechts 25 kilometer verderop, nog geen half uur rijden, is de grensovergang met Syrië.

Tussen de bomen in roze bloesem ontwaart ze een volgend weiland met tenten. 'Alweer een kamp.' Even verderop staan nog meer tentjes. 'Is dat ook een kamp?' De Bekaa-vallei staat vol met Syrische tentenkampen. Dat bij Jdita is relatief goed georganiseerd: hier is een regiment hulporganisaties actief, van Cordaid tot Unicef. Elders stutten vluchtelingen hun onderkomens met behulp van huisvuil.

Eigenlijk valt de vluchtelingenproblematiek best mee, oordeelt de gemeenteklerk van het buurdorp Taalabaya, Sadeq Mehiedinne, met een minzame lach. 'Sinds Europa de Syriërs verwelkomt, houden wij er hier minder over.' Buiten zijn huis geen foto's maken, waarschuwt een lokale hulpverlener aan de Limburgers die al klaarstaan met hun mobieltjes. 'Hezbollah wil dat niet en die is hier overal actief.'

Jean raakt niet uitgepraat over het onafgebouwde appartementencomplex dat hij heeft gezien in de Libanese hoofdstad Beiroet. Maar liefst 25 Syrische families hokten daar samen. De professionele matrassenreiniger uit Brunssum wist niet wat hij meemaakte. 'Die matrassen daar, zo vuil! Hele dunne dingen, en dat op die ondergrond. Je moet goede matrassen neerleggen, dan hebben de mensen minder klachten.'

Ja, wat vindt hij van opvang in de regio, nu hij de praktijk ziet?

'Het moet hier in de regio gebeuren. Dat vind ik nog steeds.' Maar, peinst de Limburgse ondernemer, je zou in de Bekaa-vallei meer moeten investeren. In scholen, elektriciteit, stromend water. 'Dan hebben de mensen het gelijk beter.'

Burgemeester Luc Winants: 'Dit is een internationale crisis. Je kunt niet in de vraag of er vluchtelingen zullen komen, blijven hangen.'Beeld Arie Kievit

Voor de ingang van het kamp bij Jdita zeggen Syriërs dat zij slechts dit willen: geld voor de overtocht naar Europa. 'Ik zou hulporganisaties willen vragen: help ons als familie naar Europa te reizen', smeekt Khalef al Khalid, een oudere man. De vrouwen om hem heen vertellen dat ze niet kunnen wachten om te vertrekken.

'Als ze in de regio blijven, kunnen ze straks weer gemakkelijk terug naar Syrië,' zegt Jean.

Maar dit moet hem van het hart: hij begrijpt dat ze aankloppen in Europa. Als de noodopvang in Brunssum er nu zou komen, zou hij daar niet meer tegen zijn. 'Ik verander niet van mening hè. Maar er zijn vluchtelingen die het hier echt moeilijk hebben. Die zijn voor mij welkom in Nederland.'


Libanon telt veel Syriërs niet

Officieel staan er bij de Verenigde Naties 1,1 miljoen Syrische vluchtelingen in Libanon geregistreerd. In werkelijkheid zijn het er veel meer: 1,5 miljoen. Maar sinds 6 mei vorig jaar worden nieuwe vluchtelingen niet meer ingeschreven door VN-vluchtelingenorganisatie Unhcr. De Libanese overheid, die tegen beter weten in hoopt dat de Syriërs snel terugkeren naar hun eigen land, probeert daarmee het probleem 'statistisch te camoufleren'. Het groeiende aantal Syriërs veroorzaakt onrust bij de autochtone bevolking van het religieus versplinterde en fragiele Libanon.

Genoeg geld om de vluchtelingenstroom in goede banen te leiden, is er nauwelijks. Volgens Unhcr is dit jaar in Libanon 2,4 miljard euro nodig om de ergste nood te ledigen. Vorig jaar was er echter maar 1 miljard euro beschikbaar. Nederland behoort tot de grootste donorlanden. Alleen al aan voedselbonnen en -tegoeden is de VN per week 10 miljoen euro kwijt.

De armste vluchtelingen bevinden zich in de Bekaa-vallei, een regio in Libanon die iets groter is dan de provincie Limburg. Volgens de laatste telling, voordat de overheid de registratie zo'n jaar geleden verbood, verblijven daar circa 370 duizend Syriërs. Velen verblijven in kleine vluchtelingenkampen op landbouwgrond, die door de lokale autoriteiten eufemistisch worden aangeduid als 'informele nederzetting van tenten'.

Elektriciteit en water zijn er schaars. Veel Syrische vluchtelingen hebben volgens de Unhcr niet altijd genoeg te eten, of moeten schulden maken om hun maaltijden bij elkaar te krijgen. Meer dan de helft van de geregistreerde vluchtelingenkinderen van 6 tot 15 jaar gaat niet naar school.

Dit is de eerste bijdrage van Ana van Es als onze nieuwe correspondent in de Arabische wereld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden