In het Indonesische Rangkasbitung is het dringen bij het net geopende Multatuli-museum

'Multatuli geeft Lebak een gezicht'

Het heeft even geduurd, maar een speciaal museum over Multatuli is nu geopend in Rangkasbitung, waar hij heeft gewoond. Het Multatuli Huis in Amsterdam doneerde een eerste druk van de Max Havelaar.

Bezoekers van de opening van het Museum Multatuli laten zich fotograferen bij het beeld van Saïdjah Foto michel maas

De familie Karta Nata Nagara was uitgenodigd, maar is thuisgebleven. Javanen vergeten nooit. Zelfs na vijf generaties is de woede over wat Eduard Douwes Dekker onder de naam Multatuli over hun voorvader heeft geschreven nog niet weggezakt. Dat die Hollander die zulke nare dingen schreef over hun over- over- overgrootvader Raden Adipati Karta Nata Nagara, nu een museum krijgt, en een icon wordt van hun Lebak, daar moet de familie niets van weten.

Het is er niet minder druk om. Terwijl de omliggende straten door de zondagse car free day in een braderie zijn veranderd, stroomt de pendopo (open voorportaal) voor het 'Museum Multatuli' vol met genodigden in batik. Deze mensen zijn allemaal wél blij met het museum, dat ze te danken hebben aan het huidige 'hoofd van Lebak', de bupati (regent) Iti Octavia Jayabaya. Die doet wat ze nodig vindt, en laat alle kritiek langs zich afglijden.

'Bouw er een fatsoenlijke weg van', kreeg Iti te horen. 'Wegen aanleggen kunnen we altijd nog', zegt de nieuwe bupati. 'Dit museum geeft Lebak een gezicht, en dat is veel belangrijker voor onze toekomst dan een nieuwe weg.' Lebak en Multatuli zijn volgens haar onverbrekelijk met elkaar verbonden. De 'toespraak tot de hoofden van Lebak' is een van de bekendste passages uit de klassieke Max Havelaar.

Zij weet zeker dat er mensen op af zullen komen. 'Er komen nu al toeristen. Ze komen overal vandaan, want de hele wereld kent Lebak. Maar tot nu toe kwamen ze hier en was er niets te zien. Nu hebben ze dit museum en kunnen ze zeggen: wij zijn in Lebak geweest, waar Multatuli woonde.'

De bupati lijkt in niets op de 'hoofden van Lebak', die er in Havelaars toespraak van langs krijgen omdat zij de bevolking uitzuigen voor hun eigen gewin. Iti is niet van adel, maar afkomstig uit het volk. Zij lijkt eigenlijk meer op Multatuli zelf dan op die adellijke Radens voor wie het arme volk en heel Lebak een zorg kon zijn.

Dertig jaar gepraat

Meer dan dertig jaar is er alleen gepraat over het museum, en zelfs bij het Multatuli Huis in Amsterdam geloofde niemand meer dat het er ooit nog van zou komen, vertelt conservator Klaartje Groot. 'Maar ineens kwam er schot in en toen vonden wij het mooi om iets te kunnen schenken. Wij hebben in het Multatuli Huis geen roofgoed om terug te geven, maar wij hadden wel voorwerpen die wij graag aan ze hebben gegeven.'

Die voorwerpen hebben een ereplaats, omdat zij meteen zo'n beetje de ruggegraat van de collectie vormen: een eerste druk van de Max Havelaar, in het Frans, een foto van Multatuli met de Adipati van Lebak, een litho van een portret van Douwes Dekker uit 1864, en een tegel: 'een vloertegel die mogelijk in de gang van het huis heeft gelegen', zegt Groot. 'Daar moet hij nog overheen gelopen hebben.'

Het museum probeert iets méér over Multatuli en over de Max Havelaar te vertellen dan wat iedereen al weet. Dus meer dan dat hij eigenlijk Eduard Douwes Dekker heette en zijn vrouw Tine. Het probeert ook méér over kolonialisme te vertellen, of beter: het anti-kolonialisme. Ook daarom is het museum een beetje omstreden: het voegt zich niet helemaal naar de geschiedenis zoals die in de Indonesische scholen wordt gedoceerd.

'Een zwart-witversie van de geschiedenis', noemt de Indonesische historicus Bonnie Triyana dat. 'Geschiedenis van het kolonialisme is veel ingewikkelder dan de mensen denken. Voor veel Indonesiërs is het simpelweg een geschiedenis van een blanke overheersing. Die was er natuurlijk, maar in werkelijkheid was er toch een grijs gebied waarin de lokale adel bijvoorbeeld een grote rol speelde.' Het zwart-witverhaal over 'de blanke tegen Indonesiërs' schiet tekort, zegt hij: 'Onze geschiedschrijving is racistisch.'

De Britse historicus Peter Carey ziet een andere vorm van racisme in de geschiedsschrijving: 'Het wordt tijd dat de Indonesische geschiedenis niet langer geschreven wordt door blanken zoals ik, maar door Indonesische historici. Na de fysieke bevrijding, wordt het ook tijd voor een bevrijding van de geest.'

Soekarno

Dit is het soort discussies waar de oprichters van het Museum Multatuli van dromen. Het moet mensen die in de zwart-wit traditie zijn opgevoed aan het denken zetten.

Die snappen natuurlijk dat een galg vertelt wat er met je kon gebeuren als je je verzette, maar zien in dezelfde kamer een portret van Soekarno op de muur geschilderd, de eerste president, die de Max Havelaar als een van zijn grote inspiraties beschouwde. En daarmee zit er dus zelfs aan de Indonesische revolusi een grijs Hollands tintje. En dan zijn er natuurlijk ook die corrupte adellijke hoofden die hun volk uitzogen om de Hollanders te plezieren.

Zelfs voor de secretaris-generaal van het ministerie van Cultuur, Hilmar Farid, lijkt dat nieuw: 'De nauwe band tussen de kolonialen en het feodalisme is nog niet zo vaak belicht.'

Het applaus is beleefd, en als de bupati vervolgens het lint heeft doorgeknipt persen alle bezoekers zich gedwee achter haar aan door het kleine museum. Het is de moeite waard, want aan de andere kant van het gebouw wacht een traktatie. Daar wordt een bronzen Multatuli-beeldengroep onthuld: een levensgrote Saïdjah en schattige Adinda, en in het midden de kolossale Multatuli zelf.

Iedereen weet wat dit betekent. De een na de ander klimmen ze twee trapjes op om Saïdjah een hand geven, naast Adinda te zitten, voor de boekenkast te staan, of te leunen tegen het bronzen boek dat de reuzen Multatuli zit te lezen.

Het is selfietime!