In het Engels haalt niemand zijn niveau

IJs & Weder

Het is een taal die de meeste hoogopgeleide Europeanen min of meer beheersen: congres-Engels. Een strikt functionele, kreukvrije, geurloze taal met een beperkte, basale woordenschat, aangevuld met vakjargon. Erg handig als je vaak presentaties houdt op internationale seminars, vakliteratuur bijhoudt of zaken doet in het buitenland. Nuttig voor academici. Maar eigenlijk is het een taaltje. Een ontbladerd Engels waar alle nuances, verfraaiing, dubbelzinnigheden en figuurlijke betekenissen zorgvuldig zijn uitgewied, want die zorgen maar voor verwarring. Toch is het dat taaltje dat volgens velen de voertaal moet zijn aan onze universiteiten.

Vier universitair docenten, Lucinda Dirven, Emilie van Opstall, Mieke Koenen en Piet Gerbrandy, geesteswetenschappers aan de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit, vinden dat een zorgelijke ontwikkeling. Zij schreven een Manifest tot behoud van het Nederlands. Een hartstochtelijk pleidooi, niet tegen het Engels, maar vóór het handhaven van hoogwaardig gebruik van de eigen taal aan hun faculteit. De moeite waard om te lezen; hun argumenten zijn sterk.

In de bèta- en gammavakken is taal een communicatiemiddel, bij de geesteswetenschappen - talen, geschiedenis, literatuur, filosofie - is de taal daarnaast zelf ook het hoofdonderwerp: taal over taalgebruik, denken over denkers, analyse van argumentatie en schrijven over schrijvers. Het allerbelangrijkste wat je bij de humaniora leert, is je zo goed mogelijk mondeling en schriftelijk uitdrukken.

En dat lukt niet in taal, die op z'n best ieders tweede taal is. Vrijwel niemand, docent noch student, beheerst het Engels zo goed, dat hij of zij daarin optimaal van gedachten kan wisselen, of in staat is de schoonheid en waarde van het bestudeerde in alle finesses over te brengen. Wat je dan ziet is dat iedereen onder z'n kunnen werkt: de docent die in een steenkolenengels college geeft en de student die in z'n scriptie ontzettend z'n best doet om zijn gedachten in houterig Engels te gieten. Of dat buitenlandse studenten - zij zijn voor de universiteiten een belangrijke reden om Engelstalige colleges aan te bieden - in een gebrekkige lingua franca les krijgen en leren schrijven.

Het heeft iets armoedigs, iets zieligs. Niemand ontwikkelt echt z'n talent, en anderen kunnen dat niet op waarde schatten. Wie een goede journalist zoekt, krijgt door een in correct maar bloedeloos Engels geschreven masterscriptie geen idee van het schrijftalent van de sollicitant.

Wie een internationale carrière in de wetenschap ambieert, doet er goed aan het Engels op topniveau te leren, op veel hoger niveau dan nu. De vier docenten bevelen daarom voor promovendi en studenten van research masters een degelijke cursus academisch Engels aan.

Maar het merendeel van de letterenstudenten zal geen baan in de wetenschap krijgen. Wel in de dienstensector, het onderwijs, de journalistiek en communicatie. 'Het is de perfecte beheersing van hun moedertaal die bepaalt of ze in eigen land kunnen meedraaien op het hoogste niveau', schrijven de auteurs terecht. Aan het niveau van de moedertaal van de eerstejaars mankeert nogal wat. Vandaar dat de UvA en de VU taaltoetsen afnemen. Het is al heel wat als tegen de tijd dat de studenten een bachelor-scriptie moeten schrijven, hun Nederlands flink is verbeterd. Het is een illusie dat ze dan ook een tweede taal perfect beheersen.

Studeren doe je niet alleen voor jezelf, maar ook voor de samenleving. Dit is het sterkste argument in dit manifest: 'Onze kinderen en kleinkinderen moeten op school les krijgen van docenten die zich zorgvuldig uitdrukken, zij die deelnemen aan maatschappelijke debatten moeten weten wat ze zeggen, en bestuurders en politici moeten in staat zijn hun standpunten helder en welsprekend over het voetlicht te brengen.' Als de universiteit zulke mensen niet opleidt, wie dan wel?

Ironisch genoeg wordt dit manifest gepubliceerd in de week waarin bekend werd dat de faculteit geesteswetenschappen van de UvA drastisch moet bezuinigen. De opleidingen gaan op de schop; men denkt aan een breed Liberal Arts College, naar Amerikaans model. De oude vakken kunnen weg; de meeste studenten weten toch niet wat ze willen. Ook een vorm van ontbladering. Wat concurrerende universiteiten natuurlijk wél de kans biedt om de beste studenten te werven met hoogwaardig taal- en literatuuronderwijs en gespecialiseerde docenten.

Aleid Truijens is schrijfster, literatuurrecensente en biografe.
Reageren? opinie@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.