Column

In het echt is de natuur op zijn armoedigst

Natuur

Nooit zie ik eens spelende vosjes, twee neukende herten of een stervende wisent.

De natuur verbergt zich voor mij. Trekt zich terug als ik een woud betreed. Nooit zie ik eens spelende vosjes, twee neukende herten of een stervende wisent. Ik was rond de Kerst een week in de Ardennen en ik vertel u eerlijk wat ik daar aan natuur heb gezien: een ekster, een koolmeesje en een meeuw. Niks met vier poten.

Dat stelde me teleur. Eksters zijn arme-mensenvogels. Die drinken nog net geen koffie met je. Vlak voor mijn raam bevindt zich altijd de plaatselijke hangplek voor oninteressante dieren. Soms wassen ze zich, maar nooit spectaculair. Nooit eens in slow-motion. Ik zie slechts oliedom gespetter. Het is de natuur op zijn armoedigst.

Dat ik dat zo beleef, komt door de film over de Oostvaardersplassen. Daarin wemelt het van de betrapte natuur. Het speelt zich allemaal af in Nederland, wat normaal gesproken geen aanbeveling is als het om natuurfilms gaat. (Commentaarstem: 'De Groningse Vlierbesfluiter wacht, wacht, wacht en besluit dan toch maar volgend jaar te paren.') In de film gaat, net als in buitenlandse natuurfilms, bijna een jong paardje dood. Inclusief het dramatische commentaar.

Dat zou ik nu zo graag eens live doen, de bijna dood van een heel ziek paardje becommentariëren. Niet vanuit een schuilhut, maar gewoon, er vlak naast. Kijken en dan vertellen wat ik zie. Met zo'n natuurstem. 'Het jonge, hulpeloze veulen, nog ingesloten door een vlies, probeert wanhopig op te staan. Het staat nu naast me. Nee, daar gaat hij toch weer door zijn pootjes. Nou ja, pootjes. Hij kijkt mij nu aan. Het doodzieke diertje denkt dat ik zijn moeder ben. Niet dus. Nu maakt hij een heel hoog geluid. Een vastlopende keukenmachine. Luistert u maar mee. Zo klinkt een stervend paardje. Want ja, ook dat zijn de Oostvaardersplassen.'

Daar droom ik van, dat ik op zoiets inloop. Het mag ook springlevend zijn. Dat ik alleen door het bos loop om bepaalde dingen op een rijtje te zetten of zo, en dat ik dan vlak voor mij 14 duizend eekhoorns iets zie doen dat nog nooit door mensenogen is waargenomen. Samen vormen ze een Disney-figuur. Dat soort dingen gebeurt ook altijd in natuurfilms. Er zit altijd iets in dat nog nooit eerder is gefilmd. Een huilende bever of twee spreeuwen die met een elastiekje om de poten bungeejumpen aan de wijze oude eik, die daarna dan altijd dramatisch wordt getroffen door de bliksem. (Commentaarstem: 'En zo neemt de natuur wat haar is gegeven. Maar... morgen begint alles weer van voor af aan.')

Als ik heel diep nadenk, heb ik maar één keer in mijn leven een soort van natuurfilmmoment meegemaakt. Ik zat in mijn auto, die ik had stilgezet op een van de parkeerplaatsen langs de snelweg. Het was een uur of tien 's ochtends. Om mijn auto heen lagen tientallen tissues vol mensenzaad. Ik at een gehaktstaaf. Een goede. Hard van buiten en van binnen mooi gegaard.

Opeens maakte zich uit de zoom van de bosjes een dier los. Het had oortjes en vier poten. Dat weet ik zeker. Het keek mij aan. Met twee ogen. Daarna snuffelde het aan een van de papieren zakdoekjes. Het dier bewoog de staart, maakte een klaaglijk geluid en likte. Ik hoorde mijzelf zeggen: 'En zo gaat er in de natuur niets verloren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.