In het echt eindigen klokkenluiders zelden als populaire types

Foto de Volkskrant

In films is de klokkenluider doorgaans een held, een David die een grove misstand op het spoor komt en brullend ten strijde trekt tegen een haag van chefs, bazen, machthebbers en een man of vrouw thuis die zegt dat-ie moet ophouden met die onzin. Anderhalf uur later heeft het recht gezegevierd, zitten de frauderende of anderszins foute chefs en machthebbers in het cachot, en is de klokkenluider rijk, beroemd en alom geliefd.

In het echt eindigen klokkenluiders zelden als populaire types. Het zijn dan ook doorgaans geen feestneuzen. Rechtlijnige figuren, doordesemd van plichtsbesef en behept met een rechtvaardigheidsgevoel zo groot dat het vooral henzelf in de weg zit. Protocolneukers en regelfetisjisten, fluistert de haag van chefs en machthebbers graag. Niet zelden worden ze verdacht van complotdenkerij, persoonlijke rancune en querulantie - soms niet geheel ten onrechte.

Het zijn ook: moedige mensen, niet te corrumperen, met een helder besef van goed en kwaad, bereid grote risico's te nemen als de situatie daarom vraagt. Mannen en vrouwen zonder wie de bouwfraude, affaires bij de Nederlandse Zorgautoriteit, ondeugdelijke landmijnen bij Defensie en nog veel meer nooit aan het licht zouden zijn gekomen.

De rehabilitatie komt ook in dat soort gevallen meestal veel te laat, soms pas na hun dood, meestal dankzij een reeks uitzendingen van Zembla of een serie krantenstukjes, en Hollywood-rijk worden ze nooit. De wet beschermt ze tegenwoordig op papier iets beter dan voorheen, maar klokkenluiders blijven bevreesd voor hun baan. En bij het Huis voor Klokkenluiders - zestien maanden geleden geopend om te dienen als veilige plek voor mensen die wantoestanden aan de orde willen stellen - lekt het dak, zo viel afgelopen vrijdag te lezen in de NRC.

Afgelopen zomer kopte de Volkskrant nog vrolijk: 'Op wat weeffouten na, staat het Huis voor Klokkenluiders ferm'. Drie maanden later blijkt het Huis te wankelen. Het is 'crisis', aldus de NRC, zestien maanden na de opening zijn er honderden meldingen van al dan niet vermeende misstanden 'met een maatschappelijk belang' ontvangen, maar is nog geen enkel onderzoek naar een misstand afgerond. Klokkenluiders zijn gefrustreerd. Bestuursvoorzitter Paul Loven zou vorige week uit onvrede zijn opgestapt.

De onvrede zong al rond. Pieter van Vollenhoven, oud-voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, beklaagde zich een aantal maanden geleden op de radio al dat het Huis geen gezag heeft en dat werkgevers niet in hun bedjes liggen te rillen uit angst voor een melding bij het Huis.

Het Huis voor Klokkenluiders kwam er onder meer op aandringen van Ronald van Raak, een Kamerlid voor de SP dat onlangs zelf van nabij heeft meegemaakt wat er gebeurt met een organisatie die getrakteerd wordt op kritische onthullingen van binnenuit. Toen zijn oud-collega Sharon Gesthuizen een boekje opendeed over de manier waarop ze bij de SP met elkaar omgaan, deed de SP exact hetzelfde wat bedrijven doen die door een afvallige medewerker met hun eigen feilen worden geconfronteerd: negeren, bagatelliseren en de boodschapper affakkelen.

Zo blijft het tobben, in het grijze gebied tussen lef en wrok, tussen schandaal en foutje, tussen de goede bedoelingen van een werkgever en de barre praktijk waarin de klokkenluider kapotgemaakt achterblijft.

Meer over