Reportage

In het ebola-vrije Sierra Leone is arts een gewild beroep

Ebola heeft de zwakte van de gezondheidszorg in Sierra Leone blootgelegd: 163 artsen op 6 miljoen inwoners. In dorpen worden nu gezondheidswerkers opgeleid.

Tonkolili district, Northern Province. Begraafplaats van Ebola slachtoffers dichtbij het dorp Rosinth. Beeld Sven Torfinn

Voor de huizen langs de rode zandweg die het dorpje Rosint markeert, drentelen de dorpelingen gespannen heen en weer. Het dorp is in afwachting van het begrafenisteam dat een ebola-test moet afnemen van de dode die ze deze snikhete dag in het oerwoud achter het dorp willen begraven. 'We hebben gisteravond al gebeld naar het controlecentrum', zegt Osman Conteh die sinds de ebola-uitbraak verantwoordelijk is voor het melden van verdachte doden of zieken in zijn dorp. 'Maar nu neemt niemand de telefoon meer op.'

Zelf heeft hij geen beltegoed meer en ook geen geld om het aan te vullen. 'Het nieuwe waarschuwingssysteem is niet waterdicht', geeft hij lachend toe. Zijn dorp Rosint in Bombali-district in het tropische hart van Sierra Leone werd onevenredig hard getroffen door ebola. Bijna 15 procent van de 300 inwoners is gestorven, twaalf personen overleefden de ziekte. Mabinty Conteh (20) is een van hen. Twee weken geleden schonk ze het leven aan een zoon, die nu als een van de eerste 'ebola-baby's' in het land wordt gemonitord door de ebola-survivalkliniek in de regionale hoofdstad Makeni. Niemand weet immers nog wat de risico's en ziekteverschijnselen zijn van de overlevenden, laat staan wat er bij de nakomelingen aan het licht kan komen.

(Tekst gaat door onder de foto)

Beeld De Volkskrant
Mabinty Conteh heeft samen met haar man Ebola overleeft, zit met haar twee weken jonge baby samen met familieleden voor haar huisje. Beeld Sven Torfinn

Opgenomen

Mabinty Conteh heeft de bekende post-ebolaverschijnselen zoals pijn aan gewrichten en ogen. Ze kreeg vorig jaar ebola samen met haar dochter en man. Haar dochter overleed vrijwel direct in het ziekenhuis, zijzelf moest in quarantaine blijven. 'Ik ben weggelopen want toen ik om me heen iedereen zag doodgaan dacht ik: hier ga ik zeker dood.' Terug in het dorp werd ze zo ziek dat ze alsnog moest worden opgenomen. 'Ik gaf bloed op en had alle hoop opgegeven.'

Sierra Leone werd op 7 november ebola-vrij verklaard. De epidemie, die ook toesloeg in Liberia en Guinee, trof ruim 8.700 personen in Sierra Leone, van wie er 3.589 zijn overleden. De ziekte kon zich zo snel verspreiden door een fatale cocktail van factoren: te laat ingrijpen door zowel de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) als de Sierra Leoonse overheid en een diepgeworteld wantrouwen in de gezondheidszorg door een vrijwel analfabete bevolking die zijn heil van oudsher zoekt bij traditionele genezers en hekserij. Zowel de erbarmelijke kwaliteit van de zorg als het gebrek aan opleiding van de bevolking is de trieste erfenis van de burgeroorlog (1991-2002) waarvan Sierra Leone enigszins was opgekrabbeld toen het vorig jaar door ebola werd getroffen.

Invasie vanuit Mars

Toen de eerste hulpverleners uiteindelijk in hun witte steriele pakken, kaplaarzen en maskers de dorpen bestormden om zieken en doden weg te halen, werd dat als een invasie vanuit Mars ervaren. 'Mensen verstopten hun zieken en doden en stierven liever in het bos dan dat ze naar een kliniek gingen', vertelt zuster Beatrice Nancy die al drie decennia de scepter zwaait in het regionaal gezondheidscentrum. 'Mensen dachten dat ze in een ziekenhuis zeker zouden sterven. In de ambulances werd bovendien zo veel chloor gebruikt om te ontsmetten dat mensen daaraan onderweg naar het ziekenhuis bezweken.' Of dit verhaal nu waar is of niet, niemand durfde nog in een ambulance.

De eerste reactie werkte averechts, maar vanaf begin dit jaar kreeg de overheid geholpen door tal van internationale hulporganisaties langzaam grip op de epidemie. Zieken en complete dorpen werden geïsoleerd, het leger werd ingeschakeld om het logistieke proces en de bescherming van burgers te organiseren en de praktijk van traditionele begrafenisrituelen waarbij doden worden gewassen en verzorgd werd verboden, evenals de florerende traditionele geneeskundige praktijk. In de afgelegen dorpen stortte een keur van hulporganisaties zich op abstracte zaken als 'community building', 'awareness training' en 'early warning-systemen' om te zorgen dat burgers beter zijn geïnformeerd, alerter reageren en sneller toegang krijgen tot noodzakelijke medische zorg. Met succes.

Te weinig mannen

In Rosint knuffelen de vrouwen de baby van ebola-overlevende Mabinty Conteh. Van stigmatisering willen ze niets weten. Ze helpen elkaar. Zoals de oude vrouw Isatu Bangura die haar echtgenoot, drie kinderen, vier kleinkinderen en drie zwagers verloor. 'Het is een wonder dat ik het niet heb gekregen', zegt ze. 'Ebola is als een duivel die zijn slachtoffers uitpikt.' Van hulporganisatie Care heeft ze groentezaden gekregen om weer op te krabbelen, maar haar grootste zorg is hoe ze het land moet bewerken. 'Er zijn geen mannen meer in mijn familie om het zware werk te doen.'

Sinds 7 november brokkelt de opgebouwde ebola-waakzaamheid zienderogen af. De vele checkpoints langs de weg, waar temperatuur werd opgenomen en handen moesten worden gewassen, zijn krap een maand later nagenoeg onbemand. Op het hoofdkwartier van het District Ebola Response Center (DERC) hangen de telefonisten lusteloos achter hun bureau tot het bureau officieel wordt opgeheven op 31 december, in de kamer ernaast kijken militairen televisie. Ook de meeste internationale hulporganisaties trekken zich eind van het jaar terug (zie kader). De ebola-klus is geklaard, het donorgeld is op.

Kennisoverdracht

Sierra Leone wil ebola zo snel mogelijk achter zich laten. Nog dagelijks vieren mensen feest omdat ze weer onder elkaar kunnen zijn zonder angst voor besmetting. Op de speciale ebola-begraafplaats bij Makeni werkt een bewaker het logboek bij. Zittend op een omgekeerde emmer in de schaduw van aan afdakje noteert hij de namen van de slachtoffers; 'Nummer 661: Yemena Kabu, 20 jaar', schrijft hij in sierlijke letters terwijl hij meeneuriet met de Afrikaanse reggae die achter hem klinkt. Een vrouw zoekt tussen de zee van identieke grafheuvels naar de rustplaats van haar moeder.

Verderop bij Masanga Hospital, een voormalig missieziekenhuis voor leprapatiënten diep in het oerwoud van Sierra Leone, worden lokale zorgverleners opgeleid tot basischirurg. 'De enige structurele oplossing voor dit land is kennisoverdracht', zegt de Nederlandse tropenarts Jurre van Kesteren, die de ebola-uitbraak in zijn tweejarige uitzending intensief meemaakte. 'Het zet geen zoden aan de dijk om hier als buitenlander tijdelijk een kliniekje te runnen en weer weg te wezen als de nood voorbij is. Dat beklijft niet.'

De Nederlandse tropenarts Jurre van Kesteren leidt in het Masanga Hospital jonge chirurgen op Beeld Sven Torfinn

Tijdens de medische overdracht deze ochtend bespreekt Van Kesteren de patiënten met acht van zijn studenten. De jonge zorgverleners zonder voltooide artsenopleiding leren de belangrijkste chirurgische ingrepen, waarmee 80 procent van de hulpvraag kan worden beantwoord. Het is het enige werkbare alternatief voor een land met slechts 163 artsen op 6 miljoen inwoners. 'De toekomst hangt van jullie af, jongens', zegt Van Kesteren als de chirurgen in opleiding de bezoekers hebben uitgelegd waarom ze meedoen aan de training. 'Mijn oudste zus is in het kraambed gestorven. Dat had niet gehoeven als er een chirurg in de buurt was geweest', motiveert Chernor Jallok zijn deelname.

Hoewel ebola bijna 10 procent van de zorgverleners het leven heeft gekost, lijkt de motivatie om in de zorg te werken niet aangetast. Integendeel. 'Ik heb zo veel mensen nodeloos zien sterven. Dat gaf me de passie om dit te doen', zegt een andere student, nadat hij het overzicht heeft gegeven van de operaties voor vandaag. Een ontwrichte kaak, iemand met een groot abces op de bil.

(Tekst gaat door onder de foto)

Door de Ebola crisis is het gezondheidssysteem in Sierra Leone zwaar op de proef gesteld Beeld Sven Torfinn

Op ronde door het ouderwetse missieziekenhuis krijgt een zorgverlener een standje. 'Waarom draag je geen masker? ', vraagt Van Kesteren streng. De zorgverleners nemen nog steeds geen enkel risico. Ook uit de eenvoudige voetwond die de man verzorgt, kan met ebola besmet wondvocht spatten.

De werkomstandigheden in het oude ziekenhuis zijn alles behalve ideaal. Op de hobbelige zandweg die naar het ziekenhuis leidt, is enkele maanden terug de laatste ambulance kapotgegaan. Een nieuwe ambulance zit er niet in.

Trainingen

Masanga Hospital is een kliniek die in 2006 is heropgericht door een aantal internationale sponsoren met het idee het ziekenhuis na tien jaar over te dragen aan de overheid. Dat plan is op de lange baan geschoven nu ebola de zwakte van het Sierra Leoonse gezondheidssysteem heeft blootgelegd. Ondertussen gaat het ziekenhuis door met zijn missie: het trainen van lokale zorgverleners. Zo organiseert het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) managementtrainingen en investeert het in de verbetering van de opleiding voor verpleegkundigen. Binnenkort begint het ziekenhuis met een training voor laboratoriumpersoneel.

Terug in het dorp Rosint laat het begrafenisteam nog altijd op zich wachten. In het dichtbegroeide oerwoud zijn de mannen alvast begonnen met het delven van een graf. Om de beurt hakken ze in de harde roodstenen grond, achter hen liggen de versgedolven grafheuvels van de ebola-slachtoffers in hun dorp. Het dorpshoofd die het tafereel gadeslaat, zegt zich nu keurig aan de overheidsvoorschriften te houden. 'We begraven niemand zonder dat er een monster is afgenomen.' Totdat de overheid zegt dat het niet meer nodig is. 'Dan doen we het gewoon weer zoals vroeger.'


Hulporganisaties vertrekken, wat nu?

Het Nationale Ebola Response Center (NERC), dat de epidemie in Sierra Leone wist te beëindigen, houdt er eind dit jaar mee op. Ook de meeste hulporganisaties trekken zich voor het eind van het jaar terug. Hulporganisaties vrezen dat er een gat valt tussen de zogeheten directe 'ebola response' en de noodzakelijke structurele verbetering van de gezondheidszorg, waarvoor onder meer de Wereldbank honderden miljoenen euro's heeft toegezegd.

'Wij zijn bezig met een inventarisatie van de lessen die zijn geleerd uit de ebolacrisis', zegt Brima Kargbo, hoofd medische zaken van het ministerie van Gezondheidszorg en Sanitatie in Freetown, de hoofdstad van het West-Afrikaanse land. De regering heeft beloofd meer zorgverleners in dienst te nemen. Tijdens de ebola-uitbraak werkten honderden zorgverleners als vrijwilliger. Ondanks de grote tekorten aan zorgpersoneel hebben zij nog geen vast contract. 'Ebola heeft de zwakte van het gezondheidssysteem in Sierra Leone blootgelegd', zegt Marjan Kruijzen van Cordaid in Freetown. 'Nu moet je doorpakken. Wij kunnen als hulporganisaties de bouwstenen voor verbetering aanleveren door bijvoorbeeld mensen op te leiden, maar het is de overheid die ze moet implementeren in beleid. De overheid is verantwoordelijk voor het betalen van zorgpersoneel en de verbetering van infrastructuur. In veel gebieden is geen elektriciteit, geen mobiel netwerk en de wegen zijn zo slecht dat er geen ambulances kunnen rijden. Dat kun je noch adequaat doorverwijzen noch adequate medische hulp bieden.'

Consultant en risicomanager Ob Sesay, die vorig jaar oktober vanuit Groot-Brittannië werd aangetrokken om het National Ebola Response Center (NERC) te leiden, verwacht dat de overheid lering heeft getrokken uit de epidemie. 'Er is veel expertise en medische capaciteit opgebouwd en er is meer samenhang nu we alles in kaart hebben gebracht. In het ene dorp waren wel twintig hulporganisaties actief en in sommige regio's was helemaal niets', zegt Sesay. 'Het leek alsof de hulporganisaties ons land regeerden. Als de overheid ons werk nu goed overneemt, is Sierra Leone weer in charge.'

Kruijzen vreest dat de regie van de overheid beperkt blijft bij de verdeling van het donorgeld. 'Hulporganisaties kiezen nu eenmaal voor hun eigen hobby's of de meest sexy onderwerpen. Dat is niet per se de meest noodzakelijke zorg.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden