ReportageHongarije

In het Detroit van Hongarije is het in de autofabriek beangstigend stil

Györ is dé autostad van Hongarije, Audi heeft hier een fabriek (zo’n 13 duizend werknemers), en het is lang niet de enige. Maar sinds het coronavirus lopen overal in de stad arbeiders zonder baan. ‘De elektrische auto was al een bedreiging, maar dan dit.’

De stad Györ in Hongarije.Beeld Akor Stiller

In de oude stad van Györ loopt een man in een wit maanpak. Met een hogedrukspuit ontsmet hij alles wat op zijn pad komt: de prullenbakken, de bomenperkjes, de tegels in het wegdek die ervan gaan glimmen. Hij doet het zo grondig dat je er haast bang van wordt. Niemand ontkomt aan de ontsmettingsman.

Ook Jelena Grmusa (48) niet, althans, als het om haar baan gaat. Grmusa werkt normaal gesproken in de auto-industrie, maar zit sinds twee weken thuis. In de lentezon drinkt ze haar eerste koffie van de dag. Voor mensen zoals zij is het alsof niet alleen het straatvuil, maar ook al het andere wordt weggespoten. Baan, toekomst, inkomen, het dreigt allemaal in het afvoerputje van de mondiale pandemie te spoelen. Terug naar Servië, waar vier van haar kinderen wonen, gaat Grmusa nog niet. ‘Ze zeiden: je krijgt je baan terug.’

Györ is een echte autostad, zeg maar gerust het Detroit van Hongarije, met een ideale ligging in de driehoek tussen Boedapest, Bratislava en Wenen. Het Duitse Audi heeft er een grote fabriek (bijna 13 duizend werknemers), en er zitten toeleveranciers met minder bekende namen als Imperial, Bos, Federal en Dana. Volgens een schatting van metaalbewerkersvakbond Vasas zijn er in maart en april meer dan duizend arbeidskrachten in de hele productieketen op straat gezet, met name uitzendkrachten.

Bij een woonflat voor Servische gastarbeiders, een paar straten zuidwaarts, is de sfeer bedrukt. Een deel van de bedden is onbeslapen. Zo’n vijftien bewoners hebben hun spullen gepakt nadat ze door het uitzendbureau op straat waren gezet. 

De Audi-fabriek in Györ in Hongarije.Beeld Akor Stiller

Gewraakt reddingsplan

In goede, coronavrije tijden stond de auto-industrie garant voor zo’n 25 procent van de Hongaarse export. Vanwege de vestigingen van BMW, Audi en Mercedes zijn vooral de banden met Duitsland erg goed, met als gevolg dat bondskanselier Angela Merkel zich nooit al te hard uitlaat over haar Hongaarse collega Viktor Orbán. Dat die laatste nog lid is van de Europese christen-democratische familie (de EVP waartoe ook Merkels CDU behoort), is voor een flink deel te danken aan de onverwoestbare Duitse connectie.

Orbáns economie – toch al sterk afhankelijk van de grillen van de mondiale conjunctuur – krijgt nu harde klappen. Sinds het begin van de pandemie verloren minstens 60 duizend mensen hun baan, en het einde is nog lang niet in zicht. Begin deze maand lanceerde het kabinet het ‘grootste reddingsplan’ uit de geschiedenis: 28 miljard euro om (onder meer) werkgevers fiscaal te ontzien en grote bedrijven in staat te stellen goedkoop te lenen.

Bij oppositie en werkgeversorganisaties ontstond gemor: de plannen waren veel te klein van opzet, bureaucratisch en bovendien niet sociaal. Er is alleen een vangnet voor werknemers die gekort worden op hun uren. Nieuwe werklozen staan met lege handen. Tsjechië, Duitsland en andere EU-landen zijn beduidend royaler. Vijftien economen, onder wie een ex-minister uit Orbáns eerste kabinet, schreven een brandbrief met daarin de zin: ‘De regering begrijpt of erkent de ernst van deze crisis niet.’

Hongaarse groentestoof

Volgens Agota Scharle, onderzoeker aan het Budapest Institute en medeondertekenaar, laat de regering zwakke groepen in de kou staan. ‘Ouders met schoolgaande kinderen, alleenstaande moeders en dagloners (zoals in de auto-industrie, red.) voor wie de huisvesting gekoppeld is aan werk, krijgen totaal geen steun. Dat is niet alleen weinig sociaal, het is slecht voor het consumptiepeil.’ Zelfs werkgeversorganisaties dringen er nu op aan de WW-uitkering (met drie maanden de kortste in de hele EU) tijdelijk te spekken. Maar volgens Orbán is dat niet nodig: er zullen meer banen bijkomen, beloofde hij, dan er oude verdwijnen. 

Balazs Pollreisz legt eten klaar voor mensen in nood in Györ.Beeld Akor Stiller

‘Onze lokale economie staat op één been, en dat is Audi’, schildert Balász Pollreisz (41), de man die namens de socialisten tweede werd bij de laatste burgemeestersverkiezingen. ‘De elektrische auto was al een bedreiging, en daar komt nu het virus bij.’ Met een partij-activiste steekt hij een pleintje over, de handen vol plastic soepkommetjes. In de bakjes zit Hongaarse groentestoof. Pollreisz schuift ze in een wandkast, waar daklozen ze kunnen ophalen.

Spotje van de overheid

Verderop in de stad, onder een geel gesausde flat, hangen handwerkers verveeld rond. Veel van hen moeten sinds kort zelf de huur ophoesten, geld dat ze eigenlijk niet hebben. Een plukje Mongolische gastarbeiders loopt druk pratend voorbij – ze hebben langer lopende contracten en zijn voorlopig veilig. In de buurtwinkel klinkt een overheidsspotje dat de nieuwe plannen monter aanprijst: ‘Corona is niet alleen een bedreiging voor uw gezondheid, maar ook voor uw werk.’

Dat wisten ze in Györ al. ‘Ik schat dat er bij ons honderd mensen op straat zijn gezet’, bromt een 34-jarige Hongaar (‘anoniem graag, ik mag niet in de media’) wiens werkgever koelsystemen bouwt voor Audi, BMW en Ford. Om zijn nek bungelt een gouden kruis, ten teken dat de hoop van boven moet komen, niet van hier. ‘Ik kan ieder moment ontslagen worden.’

Bob Marley

Op een bankje verderop zit Zsuzsanna Vati (42) met de verveling op schoot. Ze krijgt zo’n 550 euro per maand voor het maken van panoramadaken, maar zit al weken zonder werk. Uit een open raam klinkt de lome stem van Bob Marley. Dan begint Vati’s telefoon te trillen. Het is een chatbericht van haar teamleider: de fabriek blijft voorlopig nog dicht. Duidelijkheid over de salarissen heeft hij ook niet. ‘Eigenlijk weet niemand wat er gaat gebeuren’, zegt ze terwijl ze haar telefoon wegstopt. Een week later komt er bericht uit Györ: bij haar fabriek zijn 75 mensen op straat gezet. Vati zit er niet bij. Nog niet.

lees ook

De Oost-Europese landen kregen pas laat te maken met het coronavirus en tellen weinig ziektegevallen. Toch is er bezorgdheid over de capaciteit van de gezondheidszorg. We bellen met correspondent Jenne Jan Holtland in Boedapest. ‘In Hongarije is het omkopen van artsen gebruikelijk uit angst pas aan de beurt te zijn als je dood bent’

Een wetsvoorstel van Viktor Orbáns regering baarde Hongaarse journalisten  eind maart veel zorgen. ‘Paniek zaaien’ met ‘onwaarheden’ over de coronapandemie kan tot vijf jaar cel leiden. ‘Er kan een sfeer ontstaan waarbij het publiek zich tegen ons keert.’

Deze crisis vraagt om leiderschap. Wie kunnen we ons lot toevertrouwen? En wie vooral niet? Bekijk onze special over leiders en losers in crisistijd.

De coronacrisis heeft het debat over de schaduwzijden van neoliberalisme flink aangezwengeld. Staan we voor een kantelpunt naar een samenleving waarin de staat terrein herovert op de markt?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden