In het bedrijf leert de meester de gezel het vak

Het beroepsonderwijs in Oostenrijk is een succes met een systeem dat is geënt op het oude gildensysteem. Verdient dat navolging bij ons?

In het trappenhuis van de fabriek hangt een ingelijste afbeelding van een adelaar die eruitziet alsof hij standrechtelijk wordt geëlektrocuteerd - het nationale wapen van Oostenrijk. 'Uitstekend Leerbedrijf' staat eronder, een zeldzame onderscheiding.


De firma Riegler fabriceert en repareert al generaties lang motoren en generatoren in een loods op een industrieterrein in Linz. Het is een van de 35 duizend officiële leerbedrijven in Oostenrijk, maar dus niet zomaar de eerste de beste.


Meer dan de helft van de Oostenrijkse beroepsbevolking komt uit 'Die Lehre', de twee tot vierjarige beroepsopleiding die je een vak leert in dienst van een bedrijf. Iedereen van 16 jaar en ouder mag solliciteren naar een leerplek, een middelbare-schooldiploma is niet nodig. De leerlingen gaan tien weken per jaar naar school, voor lessen vaktheorie, Duits, Engels en maatschappijleer.


Voor Robert (17), een diep in zijn zwarte sweater weggedoken elektrotechnicus in opleiding, zitten die tien weken er net op. Gelukkig. Want hij was nou juist een vak gaan leren om niet op school te hoeven zitten. Veel liever zit hij hier in de loods, waar sigarettenrook de binnenvallende zonnestralen marmert en de lucht dik is van het mannenzweet - van de vijftig medewerkers bij Riegler is er welgeteld één vrouw. 'Hier leer je tussendoor', zegt Robert. 'En dan leer ik veel meer dan als iemand zegt: ik ga je nu leren hoe je een elektromotor repareert.'


Maar schoolschuwte is geen noodzakelijke voorwaarde om een ambacht te leren. Alexander (17), die naast Robert motoronderdelen sorteert, combineert zijn vakopleiding met een vwo-diploma, 'zodat hij daarna alle kanten op kan, zelfs naar de universiteit'.


Vraag aan een willekeurige Oostenrijker of hij trots is op het onderwijs in zijn land en zijn hoofd kleurt van schaamte zo rood als zijn vlag. Oostenrijk zit achterin de Europese middenmoot op de PISA-ranglijsten en heeft een opvallend laag percentage afgestudeerden aan een universiteit of hogeschool: 26,3 procent tegenover 42, 3 procent in Nederland.


Dat ze met hun wijdvertakte stelsel van leerbedrijven een ruwe parel in huis hebben, weten de Oostenrijkers pas sinds de economische crisis het continent geselt, de jeugdwerkloosheid in de zuidelijke buurlanden over de grens van 25 procent jaagt en een stok steekt in de spaken van de in Nederland nog altijd vurig aanbeden kenniseconomie. In Den Haag klinkt nu heimwee naar de degelijkheid van de vakschool en wordt gejammerd om de teloorgang van de LTS. En dus komen internationale onderwijsdelegaties opeens buurten in de Alpen.


Want in de Alpenlanden en Duitsland - vooral Zuid-Duitsland - zijn de leerbedrijven een belangrijke verklaring van de lage jeugdwerkloosheid. In Oostenrijk bedraagt die 7,7 procent. Met 10,5 procent doet Nederland het overigens ook niet slecht.


Wat in modern onderwijsjargon het duale systeem heet, is in wezen het oudste en meest natuurlijke manier van kennisoverdracht: al doende de kunst afkijken van hen die het al kunnen. Deze manier van leren werd voor het eerst geïnstitutionaliseerd in de middeleeuwse ambachtsgilden, waar jongens in dienst gingen als leerling. Bij goede prestaties en gedrag werden ze bevorderd tot gezel en konden het uiteindelijk tot Meester schoppen. De Meesterproef, die bestaat in Oostenrijk nog steeds.


In de Alpenlanden genieten ambacht en vakwerk van oudsher hoger maatschappelijk aanzien dan elders in Europa. Dat het duale systeem hier geconserveerd bleef, is dus niet gek. Een Oostenrijkse jongere kan kiezen tussen 199 leerberoepen: van metselaar tot kok, van skiliftbediende tot winkelier, of kapper.


Duaal systeem

Met de Beroepsbegeleidende Leerwegtrajecten (BBL) in het mbo heeft Nederland een eigen variant van het duale systeem, maar op veel kleinere schaal dan in Oostenrijk. Bovendien neemt het aantal BBL-leerlingen de afgelopen jaren af, vooral omdat Nederlandse bedrijven in crisistijd niet zo happig zijn op het betalen van opleidingen.


Als Robert en Alexander straks klaar zijn met hun opleiding bij Riegler, leggen ze de 'Lehrabschlussprüfung' af, een theoretisch en praktisch examen waarin ze moeten bewijzen dat ze voldoen aan de nationaal vastgestelde leerdoelen voor hun vakgebied. Als hij slaagt, heeft Robert een baan, hier bij Riegler. In elk geval voor een jaar - dat is wettelijk verplicht, maar waarschijnlijk krijgen ze 'gewoon' een vast contract.


Waarom werkt het duale systeem? 'Omdat het van de arbeidsmarkt zelf is', zegt Thomas Mayr, directeur van het IBW, een Oostenrijks instituut dat onderzoek doet naar de invloed van onderwijs op de economie. 'Bedrijven beschouwen het niet als iets wat hen wordt opgedrongen door de overheid. Nee, ze spreken over 'onze' opleidingen.'


Het bedrijfsleven bepaalt de leerdoelen en lesprogramma's dan ook zelf. Die worden om de paar jaar uitonderhandeld door vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers, waarna een overheidsambtenaar er een stempel onder zet.


Ook beslissen bedrijven zelf hoeveel leerplekken ze per jaar beschikbaar stellen, afhankelijk van het verwachte aantal vacatures. Hierdoor ontstaan er zelden stuwmeren van leerlingen die een beroep leren waarmee geen droog brood te verdienen valt. Op die regel is overigens een uitzondering: de kapper, al jaren het meest gekozen beroep onder meisjes. Omdat de meesten na hun opleiding voor zichzelf beginnen, wordt Oostenrijk geplaagd door een wildgroei aan kapsalons.


'Het bewijs dat het systeem werkt, is dat bedrijven bereid zijn voor de opleidingen te betalen', zegt Mayr. 'Dat zouden ze niet doen als het zich niet uitbetaalde.' Gemiddeld kost een opleidingsjaar een bedrijf 15 duizend euro per leerling. Maar in de meeste beroepen leveren leerlingen al snel zoveel op, dat ze in het derde jaar kostenneutraal zijn.


Wie in de leer wil, moet solliciteren. Het is volledig aan de bedrijven om te bepalen wie ze aannemen en wie niet. Het gevolg is dat er onherroepelijk aspirant vakkrachten buiten de boot vallen. Zij kunnen terecht bij overheidsbedrijven. Bemiddelaars proberen hen vervolgens alsnog in dienst te krijgen bij een gewoon bedrijf, al dan niet gesubsidieerd.


Linz, de hoofdstad van Oberösterreich, ligt als een zweer van asfalt, beton en metaal tussen de tere groene heuvels. De stad is gedoemd een industriestad te zijn. Vanwege de Donau was het altijd al een handelsknooppunt. De Habsburgse heersers lieten er textielfabrieken bouwen. En Hitler, geboren Oberösterreicher, gaf eind jaren dertig de staalindustrie een slinger. Staalfabrikant Voest Alpine is nog steeds de grootste werkgever en opleider in de stad.


Oberösterreich is het zelf benoemde centrum van het duale systeem. Waar landelijk 40 procent van de 16-jarigen in de leer gaat, is dat hier ruim de helft, vertelt Rudolf Riegler trots. Hij is de zoon van de oprichter van de firma Riegler en leerde het vak van zijn vader. Later trok hij als elektrotechnisch freelancer door het Midden-Oosten. Terug in Oostenrijk streek hij neer bij de provinciale 'Wirtschaftskammer', die opkomt voor de belangen van bedrijven, waar hij bedrijven stimuleert om leerbedrijf te worden en subsidies verstrekt. Wie nog niet overtuigd is van de voordelen het systeem raakt het wel door het enthousiasme van Riegler.


'Wij investeren in mensen', staat er op een loods pal naast de dampende hoogovens van Voest Alpine. Hier leidt het bedrijf 400 leerlingen op in 22 verschillende vakken. In de loodsen en klaslokalen worden ze in kleine groepjes onderwezen. Dat zijn vooral eerstejaars, zegt Hubert Haider, hoofd opleidingen - zelf ook uit 'de leer' afkomstig. De ouderejaars brengen het grootste deel van hun tijd door in het bedrijf zelf, in de hoogovens, of de laboratoria.


De cultuur snappen

Ruim 70 procent van de leerlingen vindt een baan binnen een van de binnen- of buitenlandse vestigingen van Voest Alpine. 'Wat je voor deze vakken moet kunnen, is in de hele wereld hetzelfde', zegt opleidingshoofd Hubert Haider. 'Maar met eigen leerlingen is het toch anders. Je weet wat je in huis hebt - dat het Voestler zijn, dat ze de cultuur snappen.'


Aan de koffie in het kantoor van Haider, tussen de wervingsposters met breed lachende vakleerlingen, blijkt dat zowel Riegler als hij zich zorgen maakt over de toekomst van het systeem. Waar andere Europese landen hun bekomst krijgen van de PISA-wedloop en de obsessie met studeren, lijkt dat in Oostenrijk juist te beginnen. 'Ik hoor de geluiden ook al in mijn kennissenkring hier', sombert Riedler. 'Gaat een kind naar het gymnasium, dan is het 'oh' en 'ah'. Gaat hij in de leer dan spreken mensen de hoop uit dat het uiteindelijk toch wat zal worden met dat kind.'


Voest Alpine stimuleert leerlingen om hun opleiding te combineren met hun vwo-diploma en om hun Meesterproef te doen, zegt Haider. Als ze willen kunnen ze daarna voor een Master naar de universiteit. En dan maar hopen dat ze terugkeren bij het bedrijf. Riegler lacht argwanend: 'Je zult altijd zien dat er een paar bij zijn die je verliest aan een studie filosofie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.