In Haïti moet je snel leren improviseren

AMC-chirurg Kees Jan Ponsen was drie weken in Haïti – om zijn gewone werk te doen. Vorige week woensdag keerde hij terug en de volgende ochtend liep hij zijn normale ronde....

Eigenlijk, zegt Kees Jan Ponsen, was het business as usual. Alleen was de omgeving waarin hij honderden botbreuken probeerde te herstellen primitiever. En moest er wat meer worden geïmproviseerd. Zoals de keer dat ze een stalen liniaal ter plekke bijvijlden tot medische beitel.

Ponsen, in het dagelijks leven traumachirurg in het AMC in Amsterdam, vertrok drie weken geleden naar Haïti met twee teams van elk een chirurg met operatiekamerverpleegkundige, een anesthesist met medewerker en twee algemeen verpleegkundigen. Het was zo’n twee weken na de aardbeving. Voor een groot aantal slachtoffers was het de eerste keer dat naar hun verwondingen werd gekeken.

Zoals de Haïtiaanse man en vrouw die werden aangevoerd in de laadbak van een pick-uptruck. Ponsen: ‘Ze hadden drieënhalve week op een matje gelegen in een kamp. Mensen met zware bekkenbreuken. Op drie uur rijden van onze noodkliniek. Een vreselijk pijnlijke reis. En een dag later hebben we ze opnieuw per pick-up naar een andere plek gereden voor röntgenfoto’s. En weer terug.’

In Nederland zouden de patiënten zijn geopend om de gebroken bekkens handmatig te herstellen. ‘In dit geval zijn we met pennen en fixateurs (metalen raamwerken waarmee botstukken in de gewenste stand kunnen worden gehouden, red.) aan de slag gegaan. De bekkens staan nu in een stand die niet optimaal is, maar waarmee wel te leven is.’

Ponsen praat uiterst nuchter over zijn belevenissen – een arts zoals je die zelf na een aardbeving zou willen tegenkomen. Praktisch, niet emotioneel. ‘Ik ben misschien een beetje bot.’ Dat klinkt uit de mond van een chirurg als een aanbeveling.

Hij is al vaker naar het buitenland afgereisd, maar dat ging meestal om het helpen van Nederlanders na busongelukken, zoals in Egypte en Frankrijk. In Amsterdam ving hij in zijn eigen Academisch Medisch Centrum al slachtoffers op van de cafébrand in Volendam en de crash van het Turkse vliegtuig op Schiphol.

‘Dit is het werk dat wij altijd doen. Je weet nooit van te voren wat je krijgt. Het grootste verschil is de omvang van de gebeurtenissen in Haïti. Ik herinner me het grote ziekenhuis van Port-au-Prince, totaal ingestort, met honderden mensen erin. En de achterstand in medische behandeling: geïnfecteerde wonden, breuken die niet zijn gezet. Wat er onder in haast gezet gips uitkwam was niet altijd even fraai.’

Kort na de ramp werd het AMC benaderd door hulporganisatie Cordaid Mensen in Nood. Of ze een chirurgisch team konden sturen. Alleen als ze echt chirurgisch werk konden doen en niemand in de weg zouden lopen, was het antwoord van Ponsen.

Het was het begin van hectische dagen. De operatiekamer die ze zelf moesten regelen. De kist met cruciale medicatie die eerst niet, toen wel mee mocht aan boord van het vliegtuig dat via Parijs naar de Dominicaanse Republiek vloog – buurland van Haïti.

Vanaf het vliegveld van Santo Domino ging het in vrachtwagens met 25 kubieke meter medisch materiaal naar Port-au-Prince. Binnen een dag werden in een klein kliniekje de operatiekamers ingericht, met hulp van zes man van een Nederlandse waterleidingbedrijf, die eerder elders mobiele waterzuiveringsinstallaties hadden geïnstalleerd.

‘Iedereen had de neus dezelfde kant op. In de ochtend uitladen en ’s avonds waren we up and running.’

Wie was uw eerste patiënt?

‘Een heel klein mannetje van anderhalf met een verpletterde voet. Ik dacht dat hij Jeff heette. De namen kende ik niet allemaal. We hadden een registratiesysteem met genummerde armbandjes. De patiënten kregen zelf een kartonnen kaart met hun gegevens en diagnose mee. We hebben hem een aantal keer geopereerd en dat is uiteindelijk goed gelukt.

‘Veel mensen waren doodsbang voor een ingreep, een amputatie of het zetten van een breuk, zonder anesthesie. Pas couper! Niet afhakken! – dat hebben we vaak horen schreeuwen.

‘Uiteindelijk hebben we geen amputaties hoeven uitvoeren. We hebben een paar honderd mensen een behandeling kunnen bieden. Met de twee teams hebben we vijftig operaties uitgevoerd, uiteenlopend van een paar uur tot een half uurtje. Ons gebruikelijke tempo haalden we niet, alleen al omdat het steriliseren van de apparatuur veel tijd kostte.’

De aarde nog voelen beven?

‘We hebben een lichte naschok gehad. Ik stond buiten en plotseling stormde iedereen de deur uit, met een patiënt in de armen. De plavuizen waren uit de vloer omhoog gedrukt, de operatiekamer in. Eén knal en het was over.

‘Die dag hebben we doorgewerkt in een tent. Je leert snel improviseren. Je bedenkt van te voren wat je wilt doen. Zonder röntgenonderzoek, zonder de patiënt open te maken. Dat ben je niet meer gewend. Een beetje zwabberen met dat been, om te voelen waar de breuk zit. En met timmermansoog uitrichten. Zo kom je toch een heel end.’

Wat dacht u bij vertrek uit Haïti?

‘Wat hebben deze mensen voor leven over zes maanden? En over twaalf maanden? We hebben een ziekenhuis opgestart en hebben veel mensen een goede primaire behandeling gegeven. Maar het is cruciaal dat ze straks ook nog ergens terecht kunnen.

‘Mijn grootste zorg is dat veel medische teams al vertrekken. Sommigen blijven een half jaar, zoals een team uit Baltimore. Daar proberen we voor onze patiënten nu aansluiting bij te vinden.’

Vorige week woensdagavond keerde Ponsen weer terug op Schiphol. Donderdag liep hij weer de ronde langs zijn patiënten in het AMC. Vrijdag stond er een amputatie op het programma. ‘Nee, ik had niet iets van: wat een luxe hier. In Haïti gaat het om pure survival, maar in Nederland gaat het ook om wezenlijke dingen.’

Ponsen is bezig met de voorbereiding van het volgende team dat het ziekenhuisje moet gaan bemannen. ‘Ook hier loopt de discussie al hoelang we nog blijven. Het AMC en de andere ziekenhuizen die hun personeel uitlenen, moeten ook doordraaien tenslotte. Mijn hoop is dat de gezamenlijke hulporganisaties verder gaan in Haïti.’

‘Ikzelf? Het klinkt onaardig, maar professioneel ben ik in voor alle soorten rampen. We doen dit werk elke dag op kleine schaal. En soms grootschalig. Dus wat mij betreft ga ik weer.’

De twee Haïtianen die werden gebracht per pick-uptruck zijn inmiddels weer enigszins op de been. ‘Heb ik gehoord. De complicaties van die breuken zouden anders enorm vervelend zijn geworden. Ze kunnen weer voort. Je hebt echt iets voor ze kunnen betekenen. En dat is toch de kern van ons vak.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden