ReportageStreekproducten

In Frankrijk heeft de streekboer een marketingmachine achter zich – nu hier nog

Forelkweker Ludovic Huin in het Franse La Petite-Verrière. Beeld Joris Van Gennip

De consument moet vaker streekproducten van boeren in de buurt kopen, vindt Landbouwminister Schouten. In Frankrijk is produceren voor de nabije omgeving de normaalste zaak van de wereld. Hoe krijg je dat voor elkaar?

Forelkweker Ludovic Huin schudt zijn hoofd. ‘Non, non’, van grote supermarktketens als Carrefour en Intermarché moet hij niets hebben. Omdat ze te weinig betalen voor zijn vissen, maar ook vanwege de grootschaligheid van dergelijke bedrijven.

‘Ik ben van de menselijke maat’, zegt hij uitkijkend over zijn bescheiden 500 vierkante meter aan kweekvijvers, prachtig gelegen in een kleine vallei van het heuvelachtige Franse natuurpark de Morvan. Op de achtergrond roert zich een aftakking van de Chaloire, het riviertje dat Huin van zijn water voorziet. ‘Ik wil niet werken zoals de grote kwekers.’

Huin is een echte regioproducent, daar in het groenste deel van de Bourgogne. Vier van de vijf forellen worden aan de eindgebruiker verkocht op de plek waar zijn vissen in vier jaar tijd tot een paar kilo uitgroeien. Een groot deel ervan gaat eerst nog wel via de keuken van het eigen restaurant, waar ook weer andere producten uit de omgeving op de kaart staan – zoals de escargot, de gekookte landslak. Met zijn vrouw kan Huin er goed van leven; in de zomer is het alle dagen reserveren in hun restaurant Le Moulin.

De drukte in het gehucht La Petite-Verrière wordt sinds 2016 nog wat opgestuwd door het stempel dat Huin tegen zijn muur mag dragen. Toen kwam de organisatie van de destijds ruim vijftig Franse nationale parken, waar de Morvan er een van is, met een overkoepelend merk voor producten uit die gebieden. Producenten uit deze natuurparken die zich houden aan een aantal milieu-, arbeids- en sociale regels, kunnen sindsdien – naast hun eigen logo en beeldmerk – het predicaat Valeurs Parc Naturel Régional dragen.

Het is enigszins paradoxaal, een marketingmachine die vanuit metropool Parijs de producten van de kleine man uit de (krimp)regio onder de aandacht brengt. Maar voor Huin is het een fijne bijkomstigheid. En het werkt volgens hem. ‘Zij betalen voor mijn marketing’, zegt hij. ‘Zo organiseren ze over een maand weer een beurs waar de producten uit de Morvan aan winkeliers worden gepresenteerd. Dat zijn allemaal extra’s.’

Binnenlandse handelsmissie

Een nationaal merk voor duurzame producten uit de regio, zou het een idee zijn voor de Nederland? Landbouwminister Carola Schouten wil immers de streekboer beter op de kaart zetten in Nederland, kondigde ze eind vorig jaar aan. Met een heuse binnenlandse handelsmissie (op 3 en 4 juni) wil ze de consument bewuster maken van waar zijn eten vandaan komt en de prijs voor de boer verbeteren. Aardappelen die op het eigen erf, in een speciaalzaak of via directe verkoop aan een dorpssuper worden verkocht, leveren immers meer op dan wanneer ze in bulk de grens overgaan of bij een grote super via inkooporganisaties in de ruime schappen verdwijnen.

Het probleem is alleen, zegt Jan Willem van der Schans, onderzoeker korte voedselketens aan de Wageningen Universiteit, dat het Nederlands landbouwbeleid altijd gericht is geweest op exportbevordering. Dit vraagt om grote hoeveelheden tegen lage prijzen. ‘In Frankrijk, maar ook in Oostenrijk en Spanje hebben ze een heel andere visie op landbouw. Oostenrijkers voeden Oostenrijkers, is daar het adagium. Een aanzienlijk deel van de Europese landbouwsubsidie gaat in dit soort landen dan ook naar het bevorderen van korte ketens. Nederland heeft dit nooit gedaan.’

In Nederland gebeurt desondanks het nodige met streekproducten, bijvoorbeeld vanuit de stichting Streekeigen Producten Nederland (SPN), die de landelijke streekcriteria bewaakt. Regio-initiatieven zoals Waddengoud, Dubbel Drents of Zeker Zeeuws zijn voorbeelden die aan de SPN-voorwaarden voldoen.

‘Wat SPN doet is aardig, maar tamelijk ad hoc; er zit geen systematische marketingcampagne achter’, zegt Van der Schans. ‘Het is in Nederland te versplinterd, zonder nationale infrastructuur, waardoor bijvoorbeeld apps te weinig bezoekers krijgen om te renderen. In Oostenrijk is er een nationale app met routeplanner die je leidt naar de verantwoorde streekproducenten.’ 

Daar komt volgens Van der Schans bij dat streekproducten in Nederland vaak bewerkte en verpakte producten betreffen, terwijl de behoefte vanuit de markt tegenwoordig juist ligt bij onbewerkte versproducten. Met Valeurs Parc Naturel Régional proberen ze in Frankrijk beide te ondersteunen. Een mooi initiatief, vindt Van der Schans. ‘Het komt ook overeen met de agriparc-gedachte die ik aan het promoten ben in Nederland, die weer is gebaseerd op projecten bij Milaan en Barcelona.’ 

Om te kijken hoe dit uitpakt voor de boer zelf, reden we een dag door de Franse Morvan. Om van producenten als forellenkweker Huin te horen wat zij ervan vinden.

Wijnmaker Quentin Gornouvel proeft zijn eigen wijn in de winkel van het wijnhuis in Saint-Père, nabij Vézelay.Beeld Joris Van Gennip

Het begon met wijn

De dag begint met wijn. Hoe kan het ook anders. Met wijn begon in Frankrijk ook de gewoonte om regioproducten te erkennen en beoordelen. Zo is ‘grand cru’ een classificatie uit de 19de eeuw om de beste wijn uit een streek mee aan te duiden. Later kwam daar in 1935 de erkende herkomstverwijzing ‘appellation’ bij. Tegenwoordig bestaat die in Frankrijk ook voor zuivel en andere landbouwproducten.

Rond Vézelay hebben wijnmakers op de kalkgronden zo’n appellation voor hun vooral witte wijnen. Aan de voet van het dorp op ‘de eeuwige heuvel’ – een van de Franse vertrekplaatsen voor de bedevaartsroute naar Santiago de Compostela – ontkurkt de jonge wijnmaker Quentin Gornouvel (31) rond tien uur ’s ochtends een eerste grand vin de Bourgogne.

‘De druiven zijn van hier. De mensenhanden die het hebben gemaakt zijn van hier. En grofweg de helft wordt hier rond Vézelay verkocht’, zegt de man die voor een coöperatie van twaalf wijnboeren het productieproces voor zijn rekening neemt in het dorpje Saint-Père. Onafhankelijk van elkaar zijn ze te klein om een wijnfabriekje rendabel te krijgen. Verenigd onder Vignerons de la Colline Éternelle lukt dit wel.

‘Alleen als we samenwerken kunnen we de Morvan ontwikkelen. Helemaal nu het al lastig is om mensen op het platteland te houden’, zegt hij na het uitspugen van een slok wijn. In het winkeltje van zijn bescheiden wijnhuis staat hij met zijn rug naar een kast met andere streekproducten, zoals honing en jam. ‘Geen samengestelde producten met aardbeien uit Marokko en suiker uit Brazilië. Mensen die hier komen willen producten met een eigen, lokaal verhaal.’

Een gezamenlijk merk vanuit de regio helpt dan volgens Gornouvel. ‘Het vergroot niet alleen ons verkoopnetwerk. Het vertelt ook ons verhaal aan een groter publiek. Over werken in een kleine gemeenschap, met minimale inzet van chemicaliën (strikt biologisch produceren is geen vereiste van het merk, red.). Hoe we werken met respect voor mensen, bodem en het klimaat.’

Op de wijngaarden langs de hellingen van Vézelay schijnt een vroege voorjaarszon op twee boeren, die met snoeischaren hun wijnranken klaarmaken voor een nieuw seizoen. ‘Het is niet altijd zo fijn werken als vandaag, hoor’, zegt een van hen, terwijl een jonge hond aan hun voeten speelt. Klagen doen ze niet, met uitzicht vanaf hun werkplek op de basiliek Sainte-Marie-Madeleine, vertrekpunt naar West-Spanje voor de bedevaartgangers. Van deze groep bezoekers moet Gornouvel het niet per se hebben. ‘Al steken velen voor hun ‘camino’ wel een fles in hun rugzak.’

Imker Pascal Vignaud uit Marrault laat zijn bijen zien.Beeld Joris Van Gennip

Streekproducten hier geen publieke taak

Na hetzelfde gedaan te hebben, wacht imker Pascal Vignaud tussen zijn honingpotten naast zijn huis in Marrault. Op de etiketten staan zijn eigen merk en vormgeving, op de deksels prijkt prominent het logo van Valeurs Parc Naturel Régional. ‘Van Corsica tot de Vogezen, in alle parken zien mensen dit beeldmerk’, zegt Vignaud. ‘Dat helpt gewoon.’ Maar, zegt hij ook over het initiatief uit 2016: ‘Het mag nog wel wat bekender worden.’

Dit mag zo zijn, René de Bruin van stichting Streekeigen Producten Nederland kijkt verlekkerd naar dergelijke buitenlandse initiatieven. Hij erkent ruiterlijk dat het er in Nederland – ‘helaas’ – een stuk minder professioneel aan toegaat. Wat volgens hem voor Nederland de uitdaging is, naar Frans voorbeeld: een overkoepelend, sterk merk, zonder afbreuk te doen aan het regionale karakter van producten.

‘Door gebrek aan budget bloeden veel initiatieven hier nu weer snel dood’, zegt De Bruin. ‘Dit komt doordat de Nederlandse overheid en provinciebesturen zich nooit echt druk hebben gemaakt om streekproducenten. De ontwikkeling en promotie wordt hier ook niet, zoals in Zuid-Europese landen, als publieke taak beschouwd.’ Volgens hem ontbreekt het in Nederland ook aan een goede beschermingsregeling, waardoor producenten het niet allemaal even nauw nemen met productiemethoden en de herkomst van hun waar. 

Dat kleine ondernemers een bijdrage kunnen leveren aan de lokale economie en het behoud van biodiversiteit in het buitengebied, staat volgens De Bruin sinds vorig jaar wel op de politieke agenda. Op een ruimer budget hoeft De Bruin nog niet te rekenen. In haar Kamerbrief zegde Landbouwminister Schouten vorig jaar alleen toen toe te zullen meedenken met de sector en regionale overheden over slimme manieren om bijvoorbeeld ‘via een regionale aanpak de logistieke problemen, zoals de transportkosten, van regioproducten te verminderen en andere belemmeringen weg te nemen’. 

Over het Franse initiatief is Schouten enthousiast (zie kader), maar ze ziet het als de taak van de boeren zelf om regionale afzetmarkten te vinden. ‘Ik weet zeker dat de Nederlandse agrariërs voldoende ondernemend zijn om hier mogelijkheden in te vinden’, zegt de minister. Volgens haar laten de diverse initiatieven in het land dit ook zien. Wel heeft ze de Taskforce Korte Keten gevraagd te onderzoeken wat ondernemers nog nodig hebben om initiatieven tot een succes te maken.

Reactie Landbouwminister Carola Schouten

‘Het initiatief in Frankrijk is inspirerend. Ik benijd de Fransen wel een beetje om hun geweldige eetcultuur en hun waardering voor voedsel. Die eetcultuur zou ik graag in Nederland willen versterken. Er is nog een wereld te winnen als het gaat om Nederlanders bekend te krijgen met wat de Nederlandse boeren in hun streek produceren, wat van dichtbij komt, gezond en ook nog eens lekker is. En waar de producenten waardering voor verdienen.’

‘Kom,’ zegt Vignaud, ‘we gaan ze wakker maken.’ Door het heuvelachtige coulisselandschap van de Morvan, waar stekelhagen fungeren als afrastering van weilanden en aangrenzende bossen, is hij in zijn Peugeot Partner even later amper bij te houden. Aangekomen bij zijn bijenkasten verkreukelt hij een krantenfoto van president Macron en stopt die in zijn beroker. Met wat stro erbij gaat de fik erin – de rook is om de abrupt gewekte bijen wat te kalmeren.

Zelf zegt de energieke Vignaud, inmiddels gehuld in imkerpak, wel zonder het nationale merk te kunnen. Hij krijgt zijn 20 duizend kilo biologische honing per jaar ook wel verkocht als hij het zelf aan de man moet brengen. Toch vindt hij het belangrijk om mee te doen, omdat het een transparante methode is die de herkomst van producten garandeert. Maar vooral gaat het hem om duurzame plattelandsontwikkeling. 

‘Om daar de bedrijvigheid te houden is het keurmerk een belangrijk instrument’, zegt hij. ‘Het is goed voor kleine ondernemers dat onze producten door de landelijke organisatie gebundeld worden aangeboden aan verkopers.’

Forelkweker Ludovic Huin voert zijn vissen in La Petite-Verrièr.Beeld Joris Van Gennip

Bereik is een probleem

In het stadje Saulieu heeft een verkoper van streekproducten eind februari nog weinig klandizie. Dat trekt pas aan rond Pasen, weet ook de zuidelijker gelegen forelkweker en restauranthouder Ludovic Huin. Dan trekken Parijzenaren weer naar hun tweede huis en beginnen toeristen de smalle weggetjes van de Morvan weer langzaam te overspoelen.

De kronkelige infrastructuur is nog een reden waarom Huin niet kán leveren aan grote afnemers. ‘Die grote vrachtwagens kunnen op deze afgelegen plek helemaal niet komen’, zegt hij. Hetzelfde geldt ook geregeld voor het telefoonsignaal, wat voor een kleine ondernemer als Huin dan weer wel een handicap is.

De zon hangt al laag als hij in de namiddag rustig door zijn vallei scharrelt. Het enige rumoer komt uit zijn vijver als Huin die nog eens laat golven door een schep voer erin te gooien. Gebrekkig telefoonbereik heeft ook wel weer een voordeel, zegt hij dan. ‘Je wordt niet steeds afgeleid.’

Lees ook:

Is de buurtsuperboer het antwoord op de protestboer?
Terwijl boze boeren meermaals het land hebben platgelegd om onder meer een betere prijs te eisen van supermarktketens, is de jonge melkveehouder Joris Cremers te vinden in zijn eigen melkfabriekje. Op zijn eigen erf produceert hij voor de lokale supermarkt. ‘Heb je al met jouw buurtsuper gesproken over een samenwerking?’

De Franse ‘groene fee’ absint krijgt eindelijk bescherming als officieel streekproduct
Destilleerder Guy maakte een einde aan het verbod op absint, hét aperitief van 19de-eeuws Frankrijk. Nu heeft hij een nieuwe mijlpaal bereikt: de drank wordt een officieel streekproduct.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden