In extasio

Lisa Gerrard, de koningin van de donkere muziek en architect van een eigen klankkathedraal, is herenigd met Brendan Perry. Het Australische Dead Can Dance zingt weer. En hoe.

Als de wereldwijde 'gothic' jongerencultuur ergens in de jaren tachtig een eigen land zou hebben gekregen, ver weg van het schelle licht van onze voortrazende samenleving, dan zou Lisa Gerrard er onherroepelijk zijn gekroond tot koningin van de donkere muziek en aanverwante kunstvormen. Naast haar troon zou Brendan Perry zijn aangeschoven, de andere helft van het Australische duo Dead Can Dance. Samen zouden ze al dertig jaar regeren over een rijk van sombere romantiek, dito poëzie en diepe spiritualiteit, en zien dat het goed is.


Lisa Gerrard (Melbourne, 1961) is adellijke gothic dus we benaderen haar met gepaste eerbied, in het Londense platenkantoor, om de hoek bij de Tower Bridge. Verrassing: Gerrard zit niet in een duister hoekje van een vergaderzaal, maar straalt aan een lange witte tafel, beschenen door het flikkerende licht van haar laptop.


Majesteitelijk oogt Gerrard wel. Als uit marmer gehouwen gelaatstrekken, kaarsrechte gestalte, bedachtzame gebaren. Let op de handen: decent in elkaar gevouwen, soms een uitstapje makend om iets met een trage, zwierige beweging te verduidelijken. Spreken doet ze met hyperbeschaafde tongval, bijna vorstelijke dictie, waarin we bijna de krachtige mezzosopraan van Gerrards zangstem herkennen. Die stem die geen bestaande, menselijke woorden voortbrengt maar een eigen klanktaal, waarmee de zangeres vergeten oudheden kan oproepen; tuinen van farao's, ridderhoven, kruistochten. Een stem waarmee ze zowel schrik kan aanjagen als vredige berusting kan brengen.


Maar nu eerst geeft Gerrard een kort knikje, ten teken dat het interview kan beginnen. Want Gerrard praat graag, zegt zij, over het werk van het duo. 'Omdat dat nogal abstract is.' Daarbij, zegt Gerrard: 'Voelen wij een verantwoordelijkheid voor ons publiek, om uit te leggen waarom wij weer bij elkaar zijn gekomen. Waarom we na veertien jaar weer een plaat hebben gemaakt als Dead Can Dance, waarom we weer optreden.'


Klassiek ontploft met een knal was Dead Can Dance niet, zegt Gerrard. De groep, die begin jaren tachtig stemmige postpunk op de synthesizer maakte en zich later meer bewoog richting middeleeuwse en sacrale wereldmuziek, was volgens de zangeres in een slaaptoestand geraakt, waaruit ontwaken steeds moeilijker werd. 'De samenwerking tussen Brendan en mij was altijd lastig geweest. We leverden strijd, maar leerden omgaan met conflicten. Na onze laatste plaat Spiritchaser in 1996 moesten we onze eigen gang gaan. We waren als duo bijna twintig jaar bij elkaar. We wilden allebei een ander muzikaal pad op.'


Dat pad bleek voor Gerrard geen kronkelig karrenspoor door een mistig bos, maar werd een geplaveide weg richting grote successen. Gerrard legde zich toe op filmscores, werd ontdekt als zangeres die de perfecte sfeer kon brengen in grote films als Gladiator, Fateless en The Insider. Voor de soundtrack bij Gladiator, die zij deels schreef, won de zangeres zelfs een Golden Globe. En toch, zegt Gerrard, toch ontbrak er iets.


Zij voelde vaag iets van incompleetheid, onthand zijn, maar liet de verwarring daarover rusten. Tot in Australië in 2009 de hevigste bosbranden in jaren uitbraken, en huize Gerrard telefoon kreeg uit Ierland. Perry aan de lijn: of de boel nog niet in de fik stond.


Gerrard: 'We hadden elkaar meer dan vijf jaar niet gesproken. Maar Brendan had me via het internet goed in de gaten gehouden, hij wist wat ik had gedaan, had er een mening over. Het contact werd hersteld, en we begonnen elkaar weer eens wat bestanden op te sturen. We kregen ideeën voor een nieuw album, een plaat die moest gaan over oprichting en wedergeboorte - niet noodzakelijk de onze. Uiteindelijk ben ik dus naar Ierland gereisd om opnamen te gaan maken.'


Op het net verschenen album Anastasis lijkt het of Dead Can Dance is doorgegaan vanaf exact hetzelfde punt waar de groep veertien jaar geleden was gestrand. De poëtische liefdesliedjes en gezongen levenslessen van Brendan Perry klinken vertrouwd, al heeft zijn stem er met het klimmen der jaren een niet onaangenaam hees randje bij gekregen. Het aandeel van Gerrard, in abstracte liedstukken als Agape en Anabasis, is spookachtig mooi als voorheen: haar stem kringelt in extase omhoog langs muzikale bouwwerken van antiek instrumentarium. In Kiko geeft Gerrard stem aan een oud-Griekse dans, als een eindeloos vertraagde sirtaki, opgenomen in de echoput van de vergankelijkheid.


'Verbaast het je dat we precies zo klinken als vroeger? Het was voor ons een uitgangspunt. We wilden weer bij elkaar én bij ons publiek aansluiten, en daarvoor moesten we op dat ene punt aankomen waar we elkaar altijd gevonden hadden.' Muziek geïnspireerd door culturele diversiteit en de oudheid, volgens Gerrard. Tijdloze muziek die de luisteraar 'dichter bij zijn eigen ziel kan brengen', die naar boven wijst en naar binnen. Gerrard: 'De manier waarop wij als duo zijn geëvolueerd is volgens ons bijzonder en uniek, ons werk is organisch, heeft een levenslijn. Het is muziek die volgens mij ook door niemand anders wordt gemaakt, of kán worden gemaakt. Het lijkt me logisch dat we dus de draad van Dead Can Dance weer oppakken, en niet driftig proberen nieuwe inspiraties en ontdekkingen in ons geluid te verwerken.'


Strijd


Niet dat de samenwerking nu ineens liep als over een oliespoor. 'Verder gaan, bleek ook hernieuwde strijd', zegt Gerrard. 'Brendan heeft nog steeds graag controle over de processen, ik wens nog altijd geen concessies te doen aan mijn vocale werk. Ik moet zingen in een veilige omgeving, waarin ik contact kan maken met wat ik mijn artistieke centrum noem. Als ik me gevangen voel in de studio, in de val gelopen, dan verstik ik. Dat levert nog steeds problemen op: Brendan heeft overal een praktische oplossing voor, ik ben op zoek naar die vocale perfectie en spirituele beleving. Dat conflict zal er bij ons altijd zijn, en wordt misschien ook wel steeds groter, omdat je als je ouder wordt minder geneigd bent je aan te passen aan de ander. Je bent gevormd, en wijkt minder snel af van wat je wilt.'


Toch toont het duo zich graag tevreden over het album, zal er mogelijk nog wel eens een plaat volgen ('niets is onmogelijk') en is Dead Can Dance een uitputtende tournee gestart langs de grotere wereldzalen. Dinsdag zal de band worden verwelkomd in een uitverkocht Vredenburg Leidsche Rijn, waar het modebeeld toch vooral weer gothic zal zijn: veel zwart, ruisend kant en knerpende lederen korsetten.


Het verwart de zangeres dat zij nog altijd wordt gezien als icoon van die gothiccultuur. 'We hebben ons nooit gothic gevoeld, hebben volgens ons ook nooit gothicmuziek gemaakt.' Een verklaring heeft zij wel. 'In het begin van de jaren tachtig was er maar weinig muziek die afweek van de gebaande paden, buiten de mainstream. Alles wat destijds maar even anders klonk, werd onmiddellijk opgenomen door de alternatieve jongerenbeweging. De donkere, diepe postpunk, zoals wij die in het begin maakten, werd in Engeland opgepikt door de jonge beweging van gothic rockers, die uit de punk waren gegroeid. Toen wij jaren later uitreikten naar culturele diversiteit en wereldmuziek, eigenlijk heel andere muziek gingen maken, bleven de liefhebbers van het eerste uur ons volgen. Ik heb weleens vals gedacht: zouden we tot de gothic worden gerekend omdat het woordje 'dead' in onze naam zit?'


Wat Gerrard verheugt, is de ontdekking van Dead Can Dance door een nieuwe generatie op internet, die met de oude subculturen weinig van doen heeft. 'Onze video's worden bekeken, er worden nieuwe films gemaakt bij onze muziek, prachtig. Aan de commentaren onder de filmpjes zie je hoe verschillend ons werk wordt geïnterpreteerd. De een hoort tragiek en melancholie in een liedje als Persephone, die ander ziet het als een aanmoediging om sterker te worden, zich op te richten uit het verdriet. Het is een godsgeschenk als je muziek kunt maken die iets voor mensen betekent. Misschien, en hopelijk, ontsluit onze muziek dan toch echt iets in de ziel.'


DEAD CAN DANCE SPEELT DINSDAG IN VREDENBURG LEIDSCHE RIJN (UITVERKOCHT).


De cd Anastasis is verschenen bij PIAS.


MEDITERRANE INVLOED

Het Australische duo Dead Can Dance zegt zich te laten inspireren door


muziek uit de oudheid en klanken uit de landen rond de Middellandse Zee. Hoe dat zo? Zangeres Lisa Gerrard: 'We groeiden op in de multiculturele wijken van Melbourne, tussen Grieken, Turken en Italianen. We pikten hun muziekstijlen op toen we in restaurants werkten, in de bediening.'


DUISTERE EIGHTIES

Dead Can Dance was vanaf het begin van de jaren tachtig een van de belangrijkste en best verkopende bands van het onafhankelijk, alternatieve Britse label 4AD van Ivo Watts-Russel en Peter Kent. Het label kleurde de jaren tachtig, in niet al te vrolijke tinten, met invloedrijke postpunk en later dwarse rock. Een tijdsbeeld in vier platen:


1


Cocteau Twins - Garlands (1982).

Debuutplaat van de groep rond zangeres Elizabeth Fraser en gitarist Robin Guthrie. Donkere en rollende bassen en gitaren rond tikkende drummachines en de buitenwereldse vocalen van Fraser.


2


This Mortal Coil - It'll End In Tears (1984).

Huisproject van labelbaas Ivo Watts. Het eerste album bevat een hemelse versie van Tim Buckleys Song To The Siren, van Elizabeth Fraser. Totale betovering.


3


Clan of Xymox - Clan of Xymox (1985).

Hollands gothtrots Clan of Xymox tekende bij 4AD, en werd pleitbezorger van de darkwave: gedragen, melancholische liedjes rond dikke lagen synthesizer en stuurse beats.


4


Dead Can Dance - Spleen And Ideal (1985).

De tweede plaat van het Australische duo Dead Can Dance bepaalde het bandgeluid: mystieke vocale klanken rond middeleeuws koper, brommende kerkorgels en het Chinese hakkebord van zangeres Lisa Gerrard.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden