In Emmen ben je nooit alleen

Voetbal, vrienden en familie. 'Waarom zou je het avontuur zoeken als je alles bij de hand hebt?'..

Ze hebben gewerkt, gegeten met de vriendin en een spijkerbroek aangetrokken. Nu gaat het met z'n tweeën naar de Betaald Voet bal Organisatie Emmen. 'Kijk', zegt Jan als hij de wijk uitrijdt, 'in dat gebouw heeft m'n vader zijn hond bijna vermoord.' De lift met vader ging al naar de derde verdieping terwijl de hond, aan de riem, nog in de ontvangsthal stond. Gelukkig gebruikte vader zo'n riem die je met een knopje kunt verlengen.

Het is tien minuten rijden naar sportpark De Meerdijk. Onderweg zie je van alles. Bij een kruispunt fietsen de schoonouders van Mark-Jan, merkt Sander: 'Toeteren.' Verderop komt binnenkort een collega te wonen en in het bankfiliaal met de witte lamellen slijt Mario z'n dagen. Ze parkeren naast de auto van Sanders' vader en ritsen de ski-jacks dicht. Het is dinsdagavond, half acht - het kan koud zijn op de Zuidtribune.

Straks begint Emmen-Zwolle - een belangrijke wedstrijd in de Eer ste Divisie. Nu staan Jan en Sander op de eerste rang met een bekertje koffie om zich heen te kijken. Aan de overkant zien ze Mark-Jan met een relatie praten. Een paar rijen ernaast herkennen ze Richard aan een zwarte jas. Beneden is Jan Willem met een thermosfles onderweg naar z'n broer op de Oosttribune en komt een kennis op krukken voorbij. 'Wat nu?' vraagt Jan. 'Ben je komen te strompelen?'

'Enkelbanden', zegt de kennis en kijkt weg. 'Zaalvoetbal.'

In Emmen ben je nooit alleen. Overal zie je bekende gezichten en herkennen ze de jouwe. Je weet er alle straten, bedrijven en gebouwen, je hebt er je familie, vrienden en de oude voetbalclub. Hier is het veilig, vertrouwd en kom je nooit voor verrassingen te staan. Zonder files en parkeerproblemen vind je alles wat je nodig hebt. En mocht het onverwacht misgaan met de verkering, steken je vrienden op zondagmiddag de kachel voor je aan.

Mooi of spannend is Emmen niet. Het is geen dorp of stad - het is een plaats van ruim vijftigduizend inwoners met een stel dorpen eromheen. Tussen een stuk of zes ruime nieuwbouwwijken staat een inwisselbaar stadscentrum met winkelpromenades en een egale dorpsvloer. Alleen vanuit een vliegtuig moet het prachtig zijn - op luchtfoto's lijkt Emmen op een veld met boerenkool.

Wat Emmen wel weer heeft, is industrie - volgens lokale verslaggevers is het de allergrootste industriekern van het noorden. De Emm tech maakt er kunstvezels, de Honeywell elektrische apparatuur en de aaf is een bekende filterfabriek. Met de diensten wil het niet erg vlotten. Daarvoor wonen er niet genoeg mensen met een diploma. Als Emme naren eenmaal gaan studeren, komt het grootste deel alleen nog maar voor Kerstmis even terug.

De rest moet met Emmen enorm tevreden zijn - één vriendengroep is dat tenminste wel. Ze haalden een hbo-diploma in Groningen of Zwolle en namen daarna snel de bus weer terug. Hier vinden ze het leven fijn en overzichtelijk. Om zes uur staat het eten klaar en bezoek komt met de koffie. Zaterdags kun je dan nog de wekelijkse boodschappen doen, een uitje maken met oma of voetballen met het derde van Drenthina; zondag is voor de vriendin.

Nu doet iedereen aardig tegen elkaar, vroeger heerste een rellerig soort hiërarchie. Stijgen deed je door borrelnoten te trappen in het mintgroene tapijt van een jarige met smetvrees, speciaal naar het theater te gaan om Frank Boeijen uit te schelden, over de voorkant van een auto te plassen als daarin twee dames friet aten of door onbekende mannen te bewegen hun snor af te scheren. Als je thuisbleef om voor proefwerken te leren, kon je de week erop opnieuw beginnen met je te misdragen.

Zaterdags werd er gevoetbald, zondags gewerkt in het restaurant van het Noorder Dierenpark en zomers op campings in Luxemburg of de Dordogne. 'Pizza', 'Swieber' en 'Lammert' vonden alles wat niet deugde 'vies', en iedereen hoorde overal het uniform, de 'soepkleren', te dragen: vrolijk gekleurde All Star-gymschoenen, een wit T-shirt en een te strakke 501-spijkerbroek. Hoogste goed voor de coolsten was het lange krullenkapsel van die leuke jongen uit de serie Spijkerhoek, maar niemand stond het permanent zo goed als dat ie het deed op de tv.

Sommigen zagen vooral de grap van de codes. Anderen voelden zich vrij omdat ze bij een andere club voetbalden en Mark-Jan was voor veel geëxcuseerd. Die had namelijk al vroeg verkering met het mooiste meisje van de dierentuin, zat zaterdagavond bij zijn schoonouders op de bank en we zagen hem hopelijk later wel in de discotheek. Maar als Mario het waagde om in het café te komen in een vies colbertje, kon hij meteen terug naar huis om zijn soepkleren te gaan halen.

Nu zijn het allemaal goedmoedige kerels van rond de dertig. Ze doen klusjes voor hun ouders, bordspelletjes met andere stelletjes en nemen oude familieleden mee uit wandelen. 'Ik ben een familiemannetje', zegt Mario. En Mark-Jan vindt: 'Als je op je 30ste nog niet burgerlijk bent, doe je iets verkeerd.'

De gezichten zijn dikker geworden en bij sommigen is de symmetrie er wat uit verdwenen, voor de rest is bij v.v. Drenthina alles hetzelfde als vijftien jaar geleden. Witte Jan draagt nog dezelfde blauwe pet en rookt nog steeds sigaren, de kakker op puntlaarzen drin kt het liefst een potje bier bij zijn patat en de man in het strakke trainingspak heeft nog steeds een hekel aan kinderen. Als ze hem voor de voeten lopen, sluit hij ze op in de container voor het oud papier.

Zaterdagmiddag om half twee verzamelt het derde zich aan de zijlijn van het hoofdveld. Sander is een echte lijnkeeper, zegt iemand, Jan is een intuïtieve spits, Pepijn de zekere centrale middenvelder en Mario heeft het altijd koud. Het enige probleem van dit elftal is: de tegenstanders trainen wel. Vorige week is voor het eerst een wedstrijd gewonnen. Als dat vandaag tegen Zuidwolde 2 opnieuw gebeurt, staan ze niet langer onderaan.

Aan de combinaties kun je nog zien hoe goed het vroeger ging; Drenthina verliest met 1-2. In de kantine is het evengoed gezellig. Samen rond een lange tafel met een trots kratje Amstelbier erop. 'Lekker bier', zegt Pepijn, 'maar w t een kleine flesjes.' Jan heeft het in de hartstreek en krijgt snel een biertje aangereikt: 'Je moet ook naar je lichaam luisteren.'

'Dit vind ik nou mooi', zegt Sander. 'Dit blijf ik zo lang mogelijk doen.' Wat hij wil zeggen: van de zaterdagmiddag moeten ze afblijven. Pas als die dreigt af te lopen, gaat het gezamenlijk zonder klagen in Mario's leasewagen terug naar de nieuwbouwwijk. Het loopt tegen zessen. Vanavond is er vast weer iemand jarig.

André Bakker heette vroeger naar zijn voorletters: Apunt Jpunt. Tot voor kort was hij nog nooit de Noorderstraat uit geweest. Hij deed de havo, de meao en de heao. Hij liep stage bij een boekenwinkel in de Noorderstraat en ging daar na de studie werken. Vervelend of beklemmend vond hij het niet om tot z'n 26ste op een flatje bij z'n moeder te wonen. 'Ik had een tv op mijn kamer.'

Vroeger had ApuntJpunt twee problemen. Door z'n krullen wilde z'n matje maar niet dalen en hij speelde ook nog eens bij de verkeerde voetbalclub: Angelslo. Als André jarig was, zaten de jongens van de ene club tegenover die van de andere. 'Jullie zijn dom', zei dan de ene groep. 'Nee jong, jullie zijn pas dom.' Met z'n voorhoofd tegen een keukenkastje wachtte André tot iedereen vertrok.

Zondagmiddag heeft hij met zijn moeder gekletst en gekaart. Net als vroeger, alleen gaat het nu niet meer om geld. Van haar appartement is het twee minuten lopen naar café De Brasserie. Kortgeleden hebben ze de boel daar mooi verbouwd. Op zolder hebben ze een themacafé van donker hout gemaakt, met kruisbeelden aan de muren en Belgisch bier in de tap. André wil dat weleens zien.

'Best mooi', zegt hij binnen. André 'moet geen bier maar 7 up'. Twee jaar geleden is namelijk de 'gemakzucht afgeschud' en solliciteerde hij zo ineens bij een accountantskantoor in Hoogeveen. Daar krijgt hij opleidingskansen, doorgroeimogelijkheden en de kantoor uren die er heersen, zijn 'wereldtijden'. 's Avonds is hij al 'bezig met de volgende dag' en hangen in de kantine is er ook niet meer bij. Geen seconde denkt André aan verhuizen. 'Hier is mijn leven', zegt hij. 'Waarom zou je het avontuur zoeken als je alles bij de hand hebt?'

De week begint gewoon op maandagochtend - overal gaan de wekkers vroeg. In altijd dezelfde volgorde worden er douches genomen, gezonde drinkontbijtjes in de tas gestopt en in mooie auto's gesprongen. Om half negen draait alleen Dennis Steenhuis zich nog eens om, maar die woont dan ook nog steeds in Groningen. De andere jongens hebben voor het gemak gekozen en zijn aan elkaar blijven hangen, zegt hij. Dat is niet goed voor je ontwikkeling. Zelf 'verveelt hij zich liever in Groningen'.

In een Fortis bankfiliaal aan de Wilhelminastraat in Emmen is Den nis' vriend 'Pizza' eindelijk 'de heer Caria geworden'. Daar gedraagt hij zich ook naar. In een donker pak met een stropdas van oudroze strepen wandelt hij vanochtend tevreden naar z'n werkplek; een ruimte met kantoorbenodigdheden. Mario heeft veel kroegavonden moeten missen om z'n diploma's te halen en nu al bijna senioraccountmanager te worden. 'Ik ben niet de slimste', zegt hij trots. 'Ik heb de mentaliteit.'

Laatst nog had z'n baas een examenformulier vervalst met het cijfer 4 erop, en hem een weekend laten zweten op het idee dat nu maar iemand anders senior moest worden. Mario vindt zulke dingen grappig en zegt: 'Ik ben het wel gewend.' Toch gebruikt hij het woord onzekerheid in iedere zin. Hij heeft een stabiele relatie, dus die onzekerheid is weggewerkt. Hetzelfde geldt voor z'n appartement, z'n baan, het witleren bankstel en de Alfa Romeo. 'Ik ben geen lul', zegt hij, 'ik heb de dingen graag netjes voor elkaar.'

Met zo'n mentaliteit ben je als Emmense accountmanager op je plek in Emmen. Als je Mario een straatnaam met nummer geeft, vertelt hij je hoe dat huis eruit ziet. Als hij voor zijn werk een bedrijf moet benaderen, is hij daar om andere redenen al eens geweest. Nieuwe klanten kent hij meestal van gezicht, en anders kennen ze zijn vader wel. Die dingen geven rust, vertrouwen en houden de zenuwen in bedwang. Dus ja: 'Als ik hier mijn hele leven moet blijven, is het prima.'

Als verzekeringsman komt Jan Kamerling bij de mensen thuis. Dat gebeurt meestal buiten kantooruren, maar dinsdag heeft een echtpaar uit Bargeres speciaal voor Jan een middag vrij genomen. Dit echtpaar is rond de veertig en heeft zich allerlei dingen laten aansmeren. Het stomste: een waterbed omkleed met afbetalingsregelingen en op aandelen berustte spaarsystemen, waar ze, zo heeft Jan ze voorgerekend, in totaal 89.000 gulden voor moeten betalen. Onder het contract staat: 'Wij wensen u een prettige nachtrust.'

Sommigen wisten al vroeg wat ze wilden worden, sommigen zijn ergens ingerold, op zijn eerste dag als verzekeringsagent was Jan zelf nog niet eens verzekerd. Vroeger was hij het middelpunt van de groep, nu maakt Jan in het café nog steeds 'de meeste meters', maar bij klanten gedraagt hij zich kalm en trefzeker. Hij laat ze uitpraten over hun droom - het huis verkopen en een weeshuis op het platteland beginnen. Precies als het gesprek op het dode punt is, zegt hij: 'Wilt u hier even tekenen?'

Om de droom te verwezenlijken, moeten eerst allerlei regelingen en systemen worden afgekocht en vervangen door gezondere. Waarom nog langer gespaard voor hun 75ste? Misschien zijn ze dan wel 'dood en begraven?' Als mevrouw zegt dat ze het dan misschien wel heel mooi krijgen, zo helemaal zonder oorlog en verdriet, pakt meneer de kat nog eens van tafel: 'Ach, we eten hier toch ook weleens een gebakje?'

Veel liever zou Jan z'n geld verdienen met iets waarin hij goed is - een eigen camping of een hotel op Schiermonnikoog. Hij heeft de sportacademie niet afgemaakt en is via horecabaantjes in dit rayon terechtgekomen. 'Vroeger moest je idealen hebben om iets te bereiken', zegt hij. 'Nu hoef je nergens meer iets voor te doen.' Alleen daarom zit hij soms ontevreden met een leuke vriendin in een prachtig huis naar de katten te staren.

Pakken staan mooi en je kunt moeilijk in andere kleren op het werk verschijnen. Maar in het centrum van Emmen wijzen ze je na en vragen of je soms professor bent. Thuis op de bank zitten nette kleren ook niet lekker. Elke dag om zes uur gaan ze daarom uit. Sommigen nemen het er goed van en gaan in joggingbroek aan tafel. Als Jan Willem Horstman om half zeven de laatste restjes witlof met een beker melk heeft weggespoeld, rent hij op sokken naar boven om een mapje lievelingsartikelen te halen. 'Leuk, hè?', zegt hij bij ieder artikel dat hij geschreven heeft.

De Drentse Courant mag blij zijn met zo'n enthousiaste verslaggever. Jan Willem is gek op Zuidoost-Drenthe. Een paar maanden geleden heeft hij een cursus Historisch Emmen gevolgd. Nu weet hij precies waaraan de wijk Emmermeer z'n naam ontleent en waarom de straat die erlangs ligt, de Walstraat heet. Andere steden vallen ook wel in de smaak - Arnhem is ook leuk, of Maastricht. Aan deze kant van Nederland begrijpt hij tenminste de mentaliteit.

In Emmen geniet hij van de directe contacten bij het voetbal en de slager. Als Katelijne en hij gaan fietsen in de Emmerdennen of het Valtherbos, kan dat niet zonder pen en papier. Van een verjaardag komt hij nooit terug zonder drie verhaalideeën en hij gaat fluitend naar de raadsvergadering. Het is ook nog eens een vrij beroep - tussen de middag kun je rustig met oma naar de kapper.

Om gelukkig te zijn hoeft Jan Willem niet op vakantie naar Indo ne sië of werken bij een grotere krant. 'Ik offer mijn ambities niet op aan vriendschap en familie', zegt hij. 'Mijn ambitie is namelijk: mooie verhalen maken.' Dat gaat het beste als hij zich nergens zorgen over hoeft te maken - altijd lachen met z'n vrienden en zaterdags brengt vader de kruidkoek die hij zo lekker vindt.

In Emmen kun je ook mooi wonen. Iedereen heeft een huis met een tuin, meestal in de nieuwbouwwijk en iets groter dan die van hun ouders. De straten heten Grauwe Gans, Balingerbrink of Eidereend, de buren zijn van dezelfde leeftijd en de katten kleuren bij een romantisch interieur - overal staan glazen frutsels per twee in de vensterbanken, hangen decoratieve schilderijen aan de muren en vind je koloniale tafels in de keuken.

Om tien voor acht gaat Sander Spithoven op slippers naar de eerste verdieping. Daar hangen kleine spotjes in het systeemplafond en op de overloop kun je achter louvredeurtjes je kleren opvouwen. 'Gelukkig hebben we geen zolder', zegt hij, 'je weet hoeveel troep de vrouwtjes anders verzamelen.' De slaapkamer is geverfd in warme kleuren, de hobbykamer is nog niet in gebruik en in de badkamer moeten ze het zonder aparte douchecel doen. Op de trap naar beneden ontdekt hij een zwart vlekje in de lichte vloerbedekking. 'Sylvia!' roept hij daarom naar zijn vriendin, 'slecht nieuws!'

In de kamer is de vloer van hout, tegen de muren is okerkleurige lambrisering getimmerd en in de tuin ligt een enorme vijverpartij van kiezelstenen. Als een hoger gedeelte volloopt, gaat het overtollige water via stenen kruikjes naar beneden. Sander werkt 36 uur per week als intercedent bij een uitzendbureau. Een vrije dag besteedt hij het liefst aan het schoonmaken van de filters. En tv-kijken met een stukje droge worst erbij. Als het maar nieuws, sport en spel is, dan is het goed.

'Ik ben doorsnee', zegt hij. 'Ik heb geen behoefte om een unieke persoonlijkheid te zijn. Zolang je geen vaatwasser hebt, mis je hem ook niet. Zo is het ook met een spannend leven. Koffie?' Het is acht uur, Sander houdt een zakje stroopwafels omhoog. 'Hier eet ik er elke dag wel eentje van op', zegt hij en wrijft over z'n buik. 'Je kunt wel merken dat je ouder wordt.'

Op tafel blijft de biervoorraad niet zo koud als in de koelkast, maar bezoekers krijgen het gevoel dat ze gezellig zijn. Om half tien komen er hapjes bij de borrel. Woensdagavond heeft de vriendin van Pepijn Zweerink hun zoontje naar bed gebracht en bladert ze gezellig in een televisiegids. De volgende dag, om dezelfde tijd, knutselt de vrouw van Mark-Jan Steermann een tiendagenpakket in elkaar. Als haar schoonzus volgende week bevalt, krijgt ze dit rieten mandje cadeau - tien dagen lang mag ze er elke dag iets uitnemen.

Als je volgens het boekje leeft, hoef je nergens over na te denken. Mark-Jan zat al vroeg in het 'stelletjescircuit'. Vorig jaar zijn hij en Heleen getrouwd en nu verwachten ze het eerste kind. Mark-Jan tikt tevreden met zijn trouwring tegen de tafel. Hij komt uit een lange traditie van vertegenwoordigers, maar deze Steermann heeft het het verst geschopt. Het aansturen van jongere Choco mel-vertegenwoordigers gaat zo goed, dat het radioprogramma Arbeidsvita minen hem kortgeleden uitriep tot 'Baas van de Week'.

Over Pepijns' vaderschap zeggen z'n vrienden: hij is erin geluisd. Dat komt: zes jaar lang keek hij in een paarse joggingbroek naar Eurosport. Af en toe wandelde hij even naar de gokhal om te kijken hoe goed anderen konden flipperen. Hij kreeg verkering en vlak daarna een kind. Zelf weet hij beter hoe het is gegaan: 'Met Liesbeth kwam er ook een mentaliteitsverandering.' Nu heeft hij een baan en een gezin, en is hij halverwege een heao-diploma. Met Pepijn is gelukkig alles goed gekomen.

Tegen de tijd dat vrijgezellen naar het café fietsen, reiken deze stelletjes elkaar de toastjes aan. Om elf uur liggen ze in een goed bed waarvoor hard is gewerkt. Ze kruipen dicht tegen elkaar en zeggen 'Fijn, hè?', tegen elkaar.

Vroeger was het leuk om de barkeeper te beledigen tot hij de groep het café uitstuurde. Erg was dat niet, aan de overkant had je nog wel een café. Later liep de barkeeper ook daar naar binnen. 'Zeg snor', zei Richard, 'nu heb je het mooi verbruid: nu gaat ons geld naar dit café.' Tevreden stelde de barkeeper zich voor als 'tevens eigenaar van dit café'. 'Doe er dan maar snel een slag in', zei Richard, 'viezerd.'

In café Groothuis is vrijdagmiddag de hele club in vrijetijdskleding bij elkaar. Ze schudden handen, knijpen in schouders en hebben belangstelling voor het herstel van een zieke moeder. Pepijn en André praten rustig aan de bar, Mark-Jan staat in de hoek met het beste overzicht, Jan Willem is verlaat vanwege laatste nieuws en na drie biertjes drentelt Jan weer rond en charmeert de mensen per tafel tegelijk. Verborgen, dat wel, maar onder een zijden blouse heeft Richard als enige zijn soepkleren aangetrokken.

Dit vinden ze leuk en moeten ze zeker vaker doen. Maar om één uur is men moe. Morgen staan personeelsfeesten op het programma, Mark-Jan moet nog behang afstomen in de babykamer en voor Jan Willem wordt het een spannend weekend. De Drentse Courant en het Nieuwsblad van het Noorden gaan fuseren; zondag krijgen overbodige journalisten een telefoontje van de hoofdredacteur. 'Als ze maar niet bellen onder Studio Sport', zegt hij bij vertrek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.