In elk theehuis een pitstop

Vervolg van pagina 1.

Zo nu en dan komen we een herder tegen onderweg, verder zien we niemand. Maar de dorpen langs de route liggen steeds zo'n vijf tot tien kilometer uit elkaar, dus ver van de bewoonde wereld zijn we nooit.

Mijn medewandelaars, de meesten ervaren lange-afstandslopers, zijn goed te spreken over de nieuwe route. 'De natuur is niet spectaculair, maar het landschap is stil en leeg, je kunt ver kijken', zegt de een. 'Ik heb mooiere tochten meegemaakt, maar de gastvrijheid van de mensen is werkelijk bijzonder', meent de ander. In elk dorp waar we aankomen om te overnachten wordt meteen koffie en thee aangedragen, de kachel in het theehuis wordt opgestookt om onze modderschoenen te laten drogen. Aan vrouwen in het theehuis is men absoluut niet gewend, maar niemand die dat laat blijken.

In Da¿yenice zien we mannen met een opvallende donkere huidskleur. Roma, vertelt het dorpshoofd, hier in het verleden terechtgekomen vanuit de Balkan na een zoveelste volksverhuizing. Migratie is in de geschiedenis van Thracië een terugkerend thema. Op weg naar Boyal¿k passeren we een netwerk van bunkers, volgens Çak¿r stammend uit de Russisch-Turkse oorlog van eind 19de eeuw. Het verhaal gaat dat het onderaardse gangenstelsel doorloopt tot Istanboel. Lang na Süleymans tijd, maar toch.

Çak¿r is een gepassioneerd routemaker, altijd op zoek naar nog mooiere paden, om de route steeds aantrekkelijker te maken. Dat valt de ene keer beter uit dan de andere. De avond waarop ik me bij de groep wandelaars aansluit, zitten veel van hen onder de schrammen. Met kniptangen hadden ze zich een weg moeten banen door doornstruiken. De Sultansroute is - zoals elk nieuw lange-afstandswandelpad - werk in uitvoering, en zal dat ook nog wel een tijdje blijven. Aan de markering wordt inmiddels ook gewerkt door twee plaatselijke natuurverenigingen en de lokale autoriteiten.

'De bewoners begrijpen absoluut de lol van wandelen niet', vertelt Çak¿r. 'Lopen doe je alleen als het niet anders kan en uitsluitend om van A naar B te komen. Maar ze willen wel heel graag onderdeel zijn van de Sultan's Trail. Ze zien bijna nooit toeristen, zijn vereerd als je hun dorp bezoekt en willen je overal mee helpen. En sommigen hopen wat te verdienen natuurlijk.'

In elk plaatsje onderweg, blijkt Çak¿r vrienden te hebben, of anders maakt hij ze ter plekke. Toch zal hij nog heel wat missiewerk moeten verrichten om de Turken zelf aan het wandelen te krijgen - een van de dingen die hij hoopt te bereiken met zijn Sultansroute.

Hoe weinig men aan wandelaars gewend is, blijkt als ik de laatste dag een stuk alleen loop. Niemand van de groep heeft zin om te voet het hectische Istanboel te doorkruisen, maar zelf heb ik me erop verheugd om al lopend vanuit het platteland de stad dichterbij te zien komen.

De weg naar het laatste echte dorp voor Istanboel, ¿amlar, voert langs een stuwmeer, een drinkwaterreservoir voor de metropool. Door mensen gemaakt, en vol kikkers. Zwaluwen scheren laag over het water. Tegen de heuvels in de verte liggen twee dorpen. Of ik bij het linker- of het rechterdorp uitkom, blijft een verrassing omdat de weg zich in scherpe bochten slingert. Na drie kwartier stopt er een politieauto. De agenten maken zich zorgen om mijn veiligheid, zeggen ze. Bij het zien van mijn wandelgids van de Sultansroute lijken ze gerustgesteld. Maar steeds opnieuw word ik gevolgd door weer een andere politie-auto; kennelijk mag ik als vrouw alleen niet uit het oog verloren worden.

Uiteindelijk voert het pad naar het linkerdorp. Dat wordt, inclusief moskeetje-met-minaret, prachtig weerspiegeld door het water van het stuwmeer. Via een dam die aan weerszijden uitzicht biedt over het water bereik ik ¿amlar, waar ik theedrink en eten voor onderweg koop. Als ik het dorpje uit wandel langs oude, uit tanig hout opgetrokken boerenhuizen en via een steile weg de bebouwde kom verlaat, is er - zo'n 25 kilometer van het stadshart - nog altijd niets wat erop wijst dat dit weidse groene heuvelland nu heel snel plaatsmaakt voor de dynamiek van een metropool.

Maar dan is het zover. Boven aan de weg verschijnt de skyline van Istanboel. In de verte - het is nog flink wat uren lopen naar de stad. Vanwege de permanente en ongevraagde politie-escorte ontbreekt me ineens de lust om verder te wandelen. Ik neem de bus. Bij nader inzien misschien wel het beste vervoermiddel om te zien hoe de groene rafelranden van de stad geleidelijk overgaan in moderne flatwijken, totdat de stadsmuren van het stadsdeel Fatih en het Byzantijnse aquaduct uit de vierde eeuw het begin van oud-Istanboel markeren.

Daar in Fatih rukt de volgende dag een militaire kapel in Ottomaanse kledij uit, speciaal voor de afsluiting van de wandeltocht. De Istanboelers, toch wel wat gewend, hangen uit de ramen als de kapel opmarcheert naar het officiële eindpunt van de route, het graf van sultan Süleyman achter de naar hem genoemde moskee.

In het spoor van de sultan

Sultan Süleyman I (1494-1566 ), bijgenaamd 'de Prachtlievende', was in zijn tijd, samen met Karel V, een van de twee machtigste mannen op aarde. Zijn rijk strekte zich uit van Constantinopel tot Bagdad, van Mekka tot Oujda in Marokko en van Boedapest tot Bakoe. Verschillende keren trok hij op naar Wenen. Het pad van de Sultansroute volgt - in omgekeerde richting - globaal de weg die Süleyman met zijn troepen is gegaan bij zijn veroveringstochten naar het Westen. Een paar tastbare overblijfselen zijn:

Eyüp Sultan-moskee (Istanboel), waar Süleyman in 1520 tot sultan werd gewijd.

Süleymaniye-moskee (Istanboel). De op een na grootste moskee van de stad, gebouwd in opdracht van Süleyman door de eerdergenoemde architect Mimar Sinan. Bij de moskee bevinden zich de graftombes van sultan Süleyman en zijn vrouw Roxelana.

In de gids van de Sultansroute staat een acht kilometer lange stadswandeling van Eyüp naar de Süleymaniye-moskee.

Brug over de Maritsa, Svilengrad (Bulgarije, net over de grens met Edirne). In 1529 gebouwd in opdracht van Süleyman.

Fort Sziget in Szigetvár (Hongarije): hier stierf Süleyman in 1566 tijdens zijn laatste poging om Wenen te veroveren.

'Turkenkelder' in Purbach am Neusiedler See (Oostenrijk): In 1532 belandt een van Süleymans soldaten, Murat, in een wijnkelder en wordt dronken. Als hij wakker wordt, is het leger al verder getrokken. Murat wordt gespaard en tot slaaf gemaakt van de huisbewoner. Daar, aan de Schulgasse 9, is tegenwoordig een restaurant, Türkenkeller geheten. Op de schoorsteen staat een buste van Murat.

Simmering (huidig stadsdeel van Wenen): Slot Neugebäude. Hier sloeg Süleyman in 1529 zijn tentenkamp op voor hij Wenen belegerde.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden