In elk lab zit wel een gat

In Amerika staat een wetenschapper terecht wegens het ongeoorloofd vervoeren van pestbacterieën. Een heksenjacht, vinden collega's...

Door Michael Persson

Op twee warme zomerse dagen, in juni vorig jaar, reed de Amerikaanse onderzoeker Thomas Campbell Butler vijftienhonderd kilometer van Lubbock, Texas, naar Fort Collins, Colorado, met een verzameling pestbacteriën in zijn kofferbak. Dodelijk spul, voor wie ermee in aanraking komt en geen antibiotica bij de hand heeft.

Hij had de monsters Yersinia Pestis twee maanden daarvoor persoonlijk opgehaald in Tanzania en in zijn handbagage door de Amerikaanse douane gesmokkeld. Later dat jaar zou hij ook nog met een voorraad pestbacteriën van Texas naar de Amerikaanse oostkust vliegen, en bovendien een pakketje terugsturen naar Tanzania. Gewoon, met Federal Express. Het etiket vermeldde 'laboratoriummateriaal'.

Dat mag niet. Begin november is in Lubbock de rechtszaak tegen de professor begonnen. Behalve de drie transporten worden Butler nog 66 andere misdrijven aangewreven, van liegen tegende FBI tot belastingontduiking. In totaal hangt hem 469 jaar gevangenisstraf boven het hoofd.

Het Amerikaanse ministerie van Justitie juicht. 'Een incident dat wijde paniek over bioterrorisme had kunnen veroorzaken, is in de kiem gesmoord. Deze zaak is een uitstekend voorbeeld van de manier waarop de autoriteiten in het huidige klimaat het publiek koelbloedig beschermen', zegt de aanklager.

Maar wat heeft de 61-jarige Butler nu helemaal gedaan? Hij leverde zijn Tanzaniaanse pestmonsters niet af bij terroristen, maar op onverdachte bestemmingen als het Center for Disease Control and Prevention (CDC) en het instituut van het leger dat onderzoek doet naar infectieziekten. Pure vaderlandsliefde, zeggen collega's.

Bovendien: pestbacteriën zijn wijdverspreid op de Texaanse prairie, in eekhoorns en coyotes.

Butler is slachtoffer van een heksenjacht, vinden dan ook collega-wetenschappers die voor hem in de bres zijn gesprongen. De FBI reageert zich af op Butler, is de suggestie, omdat justitie nooit de afzender van de miltvuur-brieven heeft kunnen vinden, die in 2001 vijf levens eisten.

'Hysterie van de eerste orde', vindt ook prof. dr. Willy Spaan, die bij het Leids Universitair Medisch Centrum virussen onderzoekt. 'Een bedenkelijke ontwikkeling', zegt zijn collega prof. dr. Ab Osterhaus, viroloog aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam.

Aan de andere kant, zegt Spaan, bestaan er voor transporten van biologische ziekteverwekkers wel gewoon wettelijke voorschriften. Y. Pestis is een klasse-3 bacterie, op een gevarenschaal van één tot vier, en die moet in Nederlandin drie lagen verpakt door een erkende koerier worden vervoerd. 'Als iemand zoiets in zijn eigen bagage meeneemt, dan is dat geen slordigheid meer. Je neemt dan grote risico's. Dat is vragen om moeilijkheden.'

Maar die dingen gebeuren, weet hij ook. Toen in zijn ziekenhuis een patiënt aan de lassa-koorts overleed, wilde een medewerker het virus voor extra onderzoek naar Berlijn sturen. 'Hij wilde dat zelf met de auto brengen. Ik heb hem dat verboden. Maar als hij niets had gezegd, dan hadden we niets geweten.'

De rechtszaak tegen Butler valt samen met een aanscherping van de Amerikaanse regels voor biologische laboratoria. De FBI is bezig alle negenduizend medewerkers van de 512 Amerikaanse labs te screenen en te registreren, inclusief hun vingerafdruk.

De deadline voor deze operatie lag eigenlijk op 12 november. Laboratoria die vóór die datum niet waren goedgekeurd, moesten hun activiteiten opschorten. Omdat de FBI die datum niet haalde, heeft het bureau alle laboratoria een tijdelijke vergunning gegeven.

De screening is een vervolg op een wet die sinds 1 februari van kracht is. Alle laboratoria moeten precies bijhouden hoeveel 'select agents' zij in huis hebben en wat ermee gebeurt. Het gaat om een lijst van 82 virussen, bacteriën en giffen. In de toekomst mogen alleen nog geregistreerde wetenschappers met deze geregistreerde stoffen werken.

In Nederland bestaan die registratieverplichtingen niet, behalve voor genetisch gemodificeerde organismen. Wel zijn er fysieke voorschriften voor de laboratoria. Die lopen op naar gelang de benodigde veiligheid, het Bio Safety Level (BSL). Een lab van de hoogste categorie, BSL-4, bestemd voor onderzoek naar actieve, dodelijke ziekteverwekkers, vereist luchtsluizen, drukverschillen, en medewerkers in maanpakken. Zo'n lab wordt volgend jaar gebouwd bij het volksgezondheidsinstituut RIVM in Bilthoven. Rotterdam wil er ook eentje.

Ook bestaan er weliswaar regelingen voor de gang van zaken in de laboratoria, maar die betreffen alleen criteria voor de kwaliteit en arbo-voorschriften. Die laatste zijn meer gericht op de gezondheid van het personeel dan op de volksgezondheid.

Niemand heeft echter een overzicht van welke ziekteverwekkers er in de Nederlandse laboratoria voorhanden zijn. Helaas, laat de Inspectie voor de Gezondheidszorg weten. De inspectie weet daardoor niet in welk lab welk onderzoek wordt gedaan. 'Daarvoor is tot onze spijt niets wettelijk geregeld, ook al heeft de Wereldgezondheidsorganisatie daarop aangedrongen.'

Dat zou ook weinig zin hebben in de strijd tegen terrorisme, zegt Spaan in Leiden. 'Registratie is verdomd lastig.' Voor zijn eigen administratie houdt hij natuurlijk wél bij wat er op de plank staat, zegt hij. Maar dat zijn geen exacte hoeveelheden. 'Hoe zou je dat kunnen controleren? Wanneer iemand een beetje vloeistof uit een flesje haalt, en dat weer aanvult met water, dan zal niemand merken dat er iets ontbreekt.'

Ook Osterhaus, behalve hoogleraar ook lid van de commissie Bioterrorisme van de Gezondheidsraad, denkt dat het moeilijk is om een waterdicht systeem te ontwerpen. Volgens hem moet de beveiliging van laboratoria vooral zitten in het limiteren van de toegang.

De medewerkers in laboratoria wordenechter niet gescreend, zoals dat nu in de Verenigde Staten gebeurt. Osterhaus, die zelf in zijn BSL-3 lab werkt met virussen van de op één na hoogste categorie, acht zichzelf verantwoordelijk voor zijn aannamebeleid. 'Ik gebruik mijn gezond verstand. En dan kijk ik vooral naar de motieven van mijn sollicitanten en studenten. Die zijn het belangrijkst.'

Hij heeft studenten en medewerkers uit allerlei landen, ook uit de zogeheten risicolanden, zoals een vluchteling uit Irak. Alle medewerkers worden telkens doorgelicht, wanneer hij een gevaarlijk virus uit de Verenigde Staten wil laten komen. 'Dan wordt het doopceel van mijn hele lab gelicht.' De verzending van een apenvirus liet om die reden een jaar op zich wachten.

Ook dr. Fred Zijderveld van CIDCLelystad, dat in Nederland poederbrieven, MKZ en vogelpest onderzocht, vindt het personeel belangrijk. Maar tegelijk is het de zwakste plek. 'Het enige dat je nooit in de hand hebt, zijn je medewerkers. Ook al heb je ze zelf geselecteerd.'

Volgens Osterhaus lopen de Amerikanen met hun verscherpte controle van wetenschappers het gevaar dat ze een soort schijnzekerheid creëren. 'Het lijkt straks allemaal wel veilig en gecontroleerd, maar voor iemand met kwade bedoelingen is het echt nog steeds geen probleem om aan gevaarlijke ziekteverwekkers te komen.'

Ander gevaar: dat Amerikaanse onderzoekers, juist nuttig voor het bestrijden van bioterrorisme, huiverig lijken te worden voor de ijverige FBI. Osterhaus: 'De Amerikanen moeten oppassen dat ze het kind niet met het badwater weggooien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden