In een tunnel naar de top

Over het talent van Lars Boom (22) bestaan geen twijfels, ook als hij morgen geen wereldkampioen veldrijden wordt. Hij is een Nederlandse artiest in een Vlaams circus....

Mark Misérus

In een hotel van bordkarton, op een paar kilometer van het WK-parcours, hangt Sven Nys vrijdagochtend de somberman uit. De beste veldrijder van België zoekt in Noord-Italië naar verklaringen voor zijn fysieke malheur en probeert antwoorden te vinden die er niet zijn. Tenminste, nog niet.

Er is altijd wat in de aanloop naar de wereldtitel, gaat Nys de wedstrijden uit het verleden na. Vaak beroofde zijn mentale kwetsbaarheid hem van zijn grootste illusie. Anders is het wel lichamelijke tegenslag die zijn plannen doorkruist. Zoals nu, in Treviso.

De ontgoocheling over zijn zeldzame twaalfde plaats in Hoogerheide, vorige week, biedt de Belg slechts één voordeel. Niet hij, maar een 22-jarige jongen uit het Nederlandse Vlijmen is de favoriet voor de wereldtitel. ‘Het neemt een hoop druk weg’, zegt Nys, zowaar met een grijns.

Maar van pressie is in het hotel van de Nederlandse equipe niets te merken geweest, de avond tevoren. Met twinkelende ogen oppert Nys’ grootste concurrent dat er nodig een grap moet worden uitgehaald om het Belgische kamp om de tuin te leiden.

Misschien kan de pers in de wereld helpen dat hij met ovalen banden van start gaat, of anders met een speciaal ontworpen klapstuur? Richard Groenendaal, de routinier, lacht mee met Lars Boom, die op zijn hotelkamer verder belooft te broeden op het snode plan.

Uitgevoerd wordt het zeker niet aan de boorden van het Bandie-meer. Met de besneeuwde Alpentoppen als een ansichtkaartachtig decor zal het WK uitdraaien op een strijd van man tegen man. Het wordt Boom versus Nys, of Nys versus Boom. Met de Belgen Wellens en titelhouder Vervecken als de outsiders van het veld.

Na jaren is de dans om de wereldtitel weer een tweestrijd geworden tussen een Belg en een Nederlander. Er wordt zonder meer verwacht dat Boom het podium haalt, ook al zal niemand hem erop kunnen afrekenen als hij zich morgen niet tot kampioen laat kronen. Dan nog loopt hij voor op alle schema’s.

Hij is niet degene geweest die zichzelf tot favoriet heeft uitgeroepen, zegt Boom. ‘Ik wil topvijf rijden, daar ben ik eerlijk in. Zo’n Wellens zegt: ik word wereldkampioen, ze moeten mijn wiel houden. Maar ik ga die koers hier niet maken. Ik moet toeslaan op het juiste moment.’

Wel heeft hij er alles aan gedaan om zo optimaal mogelijk voorbereid te zijn. Hij schreef zich dit seizoen voor 26 wedstrijden in, niet bepaald een duizelingwekkende hoeveelheid voor een crosser.

Waar sommige concurrenten met gemak de vijftig wedstrijden halen, en rond de Kerst elke dag op de fiets stapten om startgeld binnen te sprokkelen, vulde Boom vooral zijn tijd met trainen. Dat soort keuzes maken, past bij de serieuze maar ontspannen manier waarop hij sport beleeft.

In tegenstelling tot Nys is hij bij de belangrijkste wedstrijden nooit bevangen geraakt door de zenuwen. Het komt door zijn karakter en misschien doordat hij al aan tien WK’s heeft deelgenomen.

‘Ik verbaas me er echt over hoeveel zorgen Nys zich voor elk WK maakt. Dat heb ik in zijn biografie gelezen. Maar ik maak me gewoon van nature niet zo druk. Het komt zoals het komt, en verder zien we wel. Gelukkig lukt het me steeds om in een soort tunnel te leven voor een WK, maar toch van bovenaf op die tunnel te kunnen neerkijken. Zo moet het volgens mij ook zijn.’

Sinds hij in 2002 zijn eerste contract tekende bij Rabobank, is hij gewend geraakt doelen te stellen en naar belangrijke wedstrijden toe te werken. Met trainer Louis Delahaye en ploegleider Nico Verhoeven bepaalt hij wekelijks hoeveel trainingskilometers hij maakt en wanneer hij zijn rustmomenten inpast. Ze hebben, samen met zijn ouders, voor een groot deel bijgedragen aan zijn ontwikkeling, zegt hij.

Boom kan zich niet voorstellen dat hij op zichzelf woont en zelf moet doen waarnaar hij thuis nooit heeft hoeven omkijken. Zijn vader verzorgt zijn materiaal, zijn moeder kookt en wast. Zo gaat het al jaren. Als hij ze later kan terugbetalen, zal hij het doen. Maar ze weten hoe dankbaar hij ze is, zegt hij, dus hebben ze er meer aan als hij wereldkampioen wordt.

En dat hun zoon van onbesproken gedrag blijft, voegt hij er aan toe. Boom waakt ervoor niet verwikkeld te raken in vervelende affaires met concurrenten of met toeschouwers, zoals zijn landgenoten Groenendaal en De Knegt is overkomen.

‘Zo’n klap of schop, daar ben ik serieus bang voor’, zegt hij. ‘Omdat je in de publiciteit staat en de Belgische pers alles een beetje wil opkloppen. Ik ben er altijd duidelijk in geweest dat ik niet naar de cross kom om te gaan vechten.

‘Natuurlijk drinkt bijna iedere supporter in België bier, of hij nu voor Nys, Wellens of wie dan ook is. Als iemand gedronken heeft, wordt diegene licht ontvlambaar. Dat heb ik zelf ook. Maar als renner moet je in je achterhoofd houden dat ze dan helemaal in het supporteren meegaan. Dus doe ik altijd vriendelijk, ook naar fans van Nys en Wellens toe.’

Als artiest in een Vlaams circus kent hij de regels van het spel. ‘Gelukkig kan ik goed acteren. Je kunt niet met een dikke nek komen aanrijden in je Porsche en voorbijlopen als een jong mannetje om een handtekening of foto vraagt. Negen van de tien keer stop ik.’

Zijn optredens hebben hem over de grens meer bekendheid geschonken dan in eigen land. Behalve in Vlijmen wordt hij vrijwel nergens herkend. ‘In België hoor je langs de kant toch altijd: hé, dat is d’n Lars. Het is apart, maar je gaat al zo lang mee in die wereld, je weet hoe het volk in België is.

‘Ik verbaas me niet over het wereldje. Het kan steeds gekker en het wordt steeds gekker. Voor de wereldbekerwedstrijd in Pijnacker word ik vier keer door een Belgische krant gebeld. Dan heb je doorlopend interviews op een dag, voor alle soorten media. Gelukkig heb ik sinds kort een nieuw nummer.’ Hij lacht. ‘Nee hoor, het maakt me niets uit.’

Veel schuchterder was de jongen die zich twee jaar geleden aan de telefoon meldde. In de krant was voor het eerst melding gemaakt van een bijzondere, jonge sportman wiens talent zich niet beperkte tot één discipline.

Toen al ging het over de keuze die hij eens zou moeten maken. Inmiddels, ‘ouder en zeker wijzer’, heeft hij bepaald wanneer hij het veldrijden verruilt voor een definitief bestaan als wegrenner. Hij wil volgend jaar wereldkampioen worden in Hoogerheide, om zijn loopbaan als crosser naar tevredenheid te kunnen besluiten.

Meer geld verdienen is een van de redenen voor de overstap naar de weg, maar het is niet zijn hoofddoel. Wie een Audi rijdt, hoeft zich geen zorgen te maken over zijn financiële situatie. ‘Bij de cross zit je op een gegeven moment aan je limiet, qua prestaties en geld. Ik wil iets bereiken waar ik al heel lang aan denk en waar ik van droom: wereldkampioen worden bij de elite. Als me dat binnen drie jaar lukt, kan ik met een gerust hart verder werken aan mijn carrière.’

Zijn loopbaan voltrekt zich volgens de weg der geleidelijkheid. Zijn vader bracht het mountainbiken op hem over, waarna het veldrijden de volgende logische stap was. In tegenstelling tot Nys raakte hij nooit een BMX-fiets aan. Dat tekort aan techniek denkt hij te hebben gecompenseerd, ook al is Boom nogal lang voor een veldrijder, 1 meter 91.

Zijn lengte hindert hem als hij kort en snel moet draaien in een wedstrijd, maar voedt zijn ‘motor’, waarin volgens de kenners meer vermogen schuilgaat dan in die van Nys. Als Boom dit seizoen won, was het vaak met grote overmacht. Dat kan van Nys alleen worden gezegd bij diens zege in Baal.

Boom werd wereldkampioen bij de junioren en bij de beloften, vorig jaar in Hooglede. Meteen na zijn triomf in West-Vlaanderen ging het al over de verwachtingen die men mocht hebben van zijn overstap naar de elite, en de vele confrontaties met Nys.

‘Een afscheid met een wereldtitel: mooier kan niet. Ik heb inmiddels een naam opgebouwd in het veldrijden, maar moest helemaal op nul beginnen bij de elite. Dat zal ook zo zijn als ik over twee jaar in de Protour debuteer.’

Hij zal als wegrenner duurvermogen moeten opbouwen, hard moeten werken aan zijn vaardigheden om bergop te kunnen meerijden en zal ongetwijfeld met het gedrang in het peloton en bijbehorende valpartijen te maken krijgen. Maar Nederlands wielrenner van het jaar is hij vorig jaar al geworden.

Er waren er die die verkiezing in november verrassend vonden. Ook Thomas Dekker, die sinds het afscheid van Michael Boogerd wordt beschouwd als de grote hoop van het wegwielrennen, uitte er zijn ongenoegen over.

‘Maar de mensen in de zaal vonden het niet verrassend’, reageert Boom. ‘Ik zou graag het palmares van Thomas hebben. Maar twee keer wereldkampioen worden bij de junioren, in het veld en in de tijdrit, is ook niet niks. Ik denk niet dat hij het me misgunt, maar dat hij is teleurgesteld in de mensen die mij hebben gekozen. Dat zijn echter wel mensen van Club 48, oud-renners met een groot verleden. Die hebben ze niet van straat geplukt.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden