In een staat van schizofrenie

Wie zich bij het aanschouwen van de jongste islamitische razernij over een vermeende pauselijke onheusheid afvraagt of de wereld van de islam zich ooit zal weten te ontworstelen aan de gesel van extremisme en fanatisme, die moet ter opbeuring Chinese Lessons van John Pomfret lezen....

Mao Zedong en de zijnen hebben hun leer opgelegd met een missionaire ijver en een ongenaakbaarheid die in de geschiedenis hun weerga vrijwel niet hebben. Ze hebben onnoemelijk menselijk leed veroorzaakt, zoals Chinese Lessons nog eens in alle scherpte laat zien. Maar het ging inderdaad niet veel verder dan opleggen, zo kan in retrospectief worden vastgesteld. De nieuwe maoïstische mens bleef een papieren constructie, de socialistische heilsverwachting doofde uiteindelijk even snel als ze was opgelaaid. Na decennialang leuzen tegen het kapitalisme en de klassenvijand te hebben geschreeuwd, bleek de overgrote meerderheid van de Chinese bevolking in een oogwenk het kapitalisme te kunnen omarmen en in de huid van de klassenvijand te kruipen – nog steeds diezelfde leuzen uitkramend, als dat van overheidswege weer werd verlangd.

Het bijzondere van Pomfrets boek is dat de overgang van het rigide maoïsme naar het ‘kapitalisme met een communistische voorgevel’ geheel van binnenuit wordt beschreven. Chinese Lessons is een kroniek van iemand wiens leven twintig jaar lang goeddeels vervlecht was met de Volksrepubliek. Pomfret was in 1981 een van de eerste Amerikanen die van de Chinese regering toestemming kregen om in China te studeren. Hij schreef zich in aan de geschiedenisfaculteit van de universiteit van Nanjing en nam zijn intrek in een kamer van een studentenhuis die hij moest delen met zeven Chinese aspirant-historici. Sommige van hen hadden nog nooit eerder een westerling ontmoet.

Na voltooiing van zijn studie in Nanjing beproefde Pomfret zijn geluk in andere delen van Azië, totdat hij een baan kreeg bij het persbureau Associated Press (AP), dat hem prompt uitzond naar China. Dankzij zijn persoonlijke connecties had hij een uitnemend zicht op de democratiseringsbeweging, die in juni 1989 haar dramatische einde vond toen veiligheidstroepen het Plein van de Hemelse Vrede in Peking met geweld ontruimden en de belangrijkste leiders oppakten.

Voor AP was Pomfret de ideale verslaggever, maar de Chinese autoriteiten waren minder ingenomen met zijn kennis en goede contacten. Tien dagen nadat het ‘tumult’, zoals de revolte van regeringswege werd aangeduid, de kop was ingedrukt, kreeg hij te verstaan dat hij het land moest verlaten.

Het leek het einde van zijn verbintenis met China, maar het lot beschikte anders. Halverwege de jaren negentig trad hij in dienst van The Washington Post, en ook daar achtte men hem bij uitstek gekwalificeerd om correspondent in Peking te worden. De Chinese ambassade raadde de krant dringend aan een andere kandidaat naar voren te schuiven, maar rekende daarbij buiten de waard, in casu de vastberaden uitgeefster Katharine Graham, die aan alle touwtjes in haar netwerk begon te trekken en wist te bereiken dat Pomfret alsnog werd geaccepteerd.

En zo kon hij de ontwikkelingen in China opnieuw vanaf de eerste rij aanschouwen – en achterhalen hoe het zijn studiegenoten, en dan met name het vijftal waarmee hij in het bijzonder bevriend was geraakt, in de loop der jaren was vergaan.

Het zijn hun levensverhalen die de rode draad van het boek vormen en de kroniek van het veranderende China zo indringend maken. Bijna allemaal zijn het kinderen van de Culturele Revolutie, hetzij als slachtoffer, hetzij als voorvechter, hetzij als meeloper, en niet zelden in wisselende hoedanigheden, want stemmingen konden snel omslaan, en veel Chinezen hebben in die periode geleerd dat grote wendbaarheid is geboden om te overleven.

Zo is er Old Wu (bijna alle personages in het boek zijn, naar goed Chinees gebruik, getooid met bijnamen – deze Wu dankt de zijne aan het feit dat hij een jaar ouder is dan de schrijver), de zoon van een vooraanstaand academicus en als zodanig automatisch verdacht tijdens de Culturele Revolutie, die bij toeval hoorde dat zijn ouders waren vermoord doordat twee Rode Gardisten vergenoegd zaten te vertellen over de finale bestraffing van twee capitalist roaders.

En er is Book Idiot Zhou (deze bijnaam vloeit voort uit de verachting van een communistische functionaris voor diens studieuze instelling) die als 15-jarige Gardist drie dagen achtereen zijn eigen moeder publiekelijk uitschold wegens haar ‘bourgeois’-mentaliteit, een vernederingsactie die ze overigens gelaten, zo niet begripvol onderging: ’s avonds ging ze weer gewoon met zoonlief naar huis om voor haar gezin te koken en te wassen.

Ook wanneer de ergste excessen van de Culturele Revolutie voorbij zijn en China door toedoen van Deng Xiaoping een wat meer ontspannen klimaat heeft gekregen, botsen Pomfrets studiegenoten voortdurend op de grenzen van hun ontplooiingskansen. De een krijgt een bepaalde baan niet omdat hij de plaatselijke partijchef onvoldoende ter wille is geweest, de ander loopt een promotie mis omdat een collega hem zwart heeft gemaakt bij de autoriteiten.

Maar dan wordt een uitweg geboden door het informele contract dat Deng zijn onderdanen aanbiedt en dat ook diens opvolgers in ere houden: ‘Je kunt rijk worden als je verder je mond houdt.’ Zoals miljoenen Chinezen grijpen de meeste van Pomfrets studiegenoten de kans om via zakelijke activiteiten een minder afhankelijk en comfortabeler bestaan te leiden.

Zo begint geschiedenisdocent Zhou een bedrijfje dat uit openbare toiletten afkomstige urine verwerkt voor de farmaceutische industrie. De onderneming dreigt in de beginfase bij herhaling schipbreuk te lijden, her en der moeten lokale functionarissen worden omgekocht, maar na een paar jaar gaat de zaak goed lopen. Thans is het niet ongewoon dat Zhou de dag begint met een college waarin hij de kapitalistische exploitatie aan de kaak stelt en de lof zingt van het socialisme, om vervolgens als ondernemer met volle inzet de vrije markt te bespelen.

Het is dit vermogen om creatief te schipperen met politieke doctrines dat het hedendaagse China z’n bijzondere uitstraling geeft. Ook Pomfret heeft er een groot zwak voor. Toch is hij per saldo niet optimistisch gestemd over de duurzaamheid van het Chinese model. De scheiding tussen communistische theorie en kapitalistische werkelijkheid (compleet met exorbitante welvaartsverschillen) leidt tot een permanente staat van schizofrenie.

Het maoïsme heeft veel traditionele waarden vernietigd, de maoïstische waarden hebben zichzelf ontmaskerd, en het gevolg is een natie met een ernstige geestelijke leegte. Een natie die bovendien nog steeds onmachtig is om de gruwelijkheden van het maoïstische tijdperk onder ogen te zien. Geen Chinese leider waagt zich aan zelfs maar een begin van openbare zelfreflectie, die zich in het naoorlogse Duitsland en zelfs in het post-communistische Oost-Europa wel heeft voorgedaan. Het verleden blijft daardoor als een steen op de maag liggen – ook al is die maag de afgelopen twintig jaar nog zo spectaculair uitgedijd.

Paul Brill

John Pomfret: Chinese Lessons – Five Classmates and the Story of the New ChinaHenry Holt and Company, import Nilsson & Lamm315 pagina’seuro 24,95ISBN 08 050 7615 8Henry Holt and Company, import Nilsson & Lamm315 pagina’seuro 24,95ISBN 08 050 7615 8

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden