In een gouden koets door de Afrikaanse bush

Wanneer het luxe paradepaard van de Zuid-Afrikaanse spoorwegen Johannesburg achter zich heeft gelaten, ervaar je de essentie van de Blauwe Trein: vijftienhonderd kilometer doornstruiken....

Op de late avond van de tweede dag, na opnieuw een voortreffelijke maaltijd - struisvogel met ratatouille, een dessert van delicate peertjes, een Zuid-Afrikaans kaasplateau met verrassende Natal beetroot en peperkaas, alles omspoeld door een krachtige rode Veenwouden Classic - móet ik het weten.

Vier keer is de bediening deze avond al voorbijgesneld met bladen vol glazen met een mysterieuze witte substantie, bestemd voor de groep Japanse zestigplussers die het zacht schommelende dinerrijtuig met ons deelt.

Vast een bijzondere sake-cocktail, denk je nog bij het eerste rondje. Smaakt kennelijk beter dan al die mooie Kaapse wijnen die geheel inclusief bij het diner worden geschonken, bij nummer twee. Ronde drie: stevige drinkers, die taaie pensionado's uit het Oosten.

De argwaan komt als de Japanners na de vierde gang nog steeds keurig rechtop zitten, en ook geen noemenswaardig kabaal maken.

Melk!

Okito, de jonge reisleidster van het gezelschap, moet zelf giechelen wanneer ze het vertelt. 'Dit zijn oude mensen. Als ze een wijnkaart zien, weten ze niet wat ze moeten kiezen. Dan hakt er een de knoop door: 'Ik neem melk.' De rest volgt. Zo is onze oude generatie.'

Is er aan boord van wat de mooiste trein ter wereld heet te zijn, de Blauwe Trein van Pretoria naar Victoria Falls, nu echt niets beters te doen dan het beloeren van de consumpties van medereizigers?

Zeker. Vooral de eerste uren. Dan kun je aan het raam zitten, een stevige brandewijn en een schaaltje nootjes onder handbereik, en de achterkant van Gauteng - de Zuid-Afrikaanse equivalent van de Randstad - langzaam voorbij zien glijden. Onvoorstelbaar, hoeveel mensen ze rond Johannesburg in gammele woonhokken in achtertuintjes bij elkaar proppen.

Zo is in het begin de trein, het vorig jaar voor miljoenen guldens verfraaide paradepaard van de Zuid-Afrikaanse staatsspoorwegen, even een boeiende sociaal-economische excursie. Maar na Krugersdorp, wanneer de stedelijke agglomeratie is gepasseerd, is het voorbij.

Dan zie je nog slechts doornstruiken, en heb je nog twee dagen voor de boeg. Dan pas ervaar je de essentie van de Blauwe Trein: in een onwerkelijke gouden koets in bedaard tempo door de Afrikaanse bush. Vijftienhonderd kilometer, met vooral veel doornstruiken.

Reken maar dat je dan onwillekeurig gaat letten op de eigenaardigheden van Japanners. En op het inneemvermogen van Zuid-Afrikaanse autoverkopers, de andere dominante groep op deze reis. De mannen, met hun vrouwen op incentive, doen de naam van de trein pas echt eer aan: na het ontbijt meteen aan de cognac, en het zo al vroeg bereikte promilage consequent op peil houden. Inderdaad, alle drank, op de Franse champagne na, is op de Blauwe Trein bij de prijs inbegrepen.

Gelukkig zijn er ook nog andere liefhebbers aan boord. Bob Sharp bijvoorbeeld, gepensioneerd spoorwegman uit Foster City, Californië. Bob maakt samen met zijn vrouw Katherine de mooiste railreizen ter wereld. Als iemand op deze trein kan beoordelen of de Blauwe Trein de titel 'beste ter wereld' verdient, moet het affeccionado Sharp zijn.

Ik kom hem na het diner tegen in het prachtige lounge-rijtuig. De Japanse vutters, zachtjes naschuimend van alle glazen gepasteuriseerde melk, zijn al naar bed. De Zuid-Afrikaanse autokolonie heeft bezit genomen van het voorste barrijtuig.

Buiten in het donker trekt de bush van Botswana voorbij. Volgens het spoorboekje passeren we Linchwe, Dibete, Mmabula, Capricorn, Phala Road en Bonwapitse, niet meer dan wat lichtjes tussen de oneindige doornstruiken. Alle tijd voor een goed treingesprek.

Is dit de beste trein ter wereld, Bob?

Er komt een milde glimlach op zijn gezicht. 'Ik heb een groot deel van mijn leven met treinen te maken gehad, dus ik weet hoe moeilijk het is om een product met een consistente hoge kwaliteit op de rails te zetten.'

Neemt een verwende Amerikaan hier een aanloopje om de trots van Zuid-Afrika's staatsspoorwegen neer te sabelen? 'No sir. Ik zie dat dat de Zuid-Afrikanen echt hun best doen. Wat materieel betreft hebben ze zeker een van de mooiste treinen op aarde.' Maar alleen met glanzende rijtuigen, schitterende compartimenten, mooie wijnen en vergulde badkranen ben je er niet, verklaart Bob. 'Voor wereldklasse heb je ook speciaal personeel nodig. En daar zie je dat ze nog niet aan de top staan.'

De geest van het oude staatsbedrijf waart hier en daar nog door de Blauwe Trein, vindt Bob. 'Het jongere personeel doet het wel goed, maar neem de treinmanager. Toen Katherine en ik vanmiddag in de lounge zaten, kwam hij langs voor een praatje. 'Geniet van ons eten, van onze wijn,' kregen we te horen.' Hij schiet in de lach. 'Het klonk als een bevel. Je ziet dat zo'n man zijn best doet, dat hij waarschijnlijk nog speciaal naar een cursus klantvriendelijk optreden is gestuurd. Maar het zit niet in zijn genen, hij blijft wat hij is: een spoorwegbeambte van de oude stempel.'

Nee, voor echte vijfsterrenservice moet je de grote concurrent van de Blauwe Trein nemen, zegt Bob Sharp. 'Die trein heet terecht de Trots van Afrika. Nog iets duurder, maar dan ook in alle opzichten perfect. Weet je hoe dat komt? Het is het troetelkind is van één man, Rohan Vos. Een treinengek die van zijn hobby zijn bedrijf heeft gemaakt. Total dedication, that's what it takes to be world class.'

Het is even slikken. Denk je op de beste trein ter wereld te zitten, blijkt er volgens een echte kenner nog een betere te zijn. En Vos rijdt ook nog eens op dezelfde routes: van Pretoria zowel naar Victoria Falls als naar Kaapstad.

Heeft Bob gelijk? Afgaande op het standaardwerk Southern Africa by Rail van Paul Ash wel. 'Moeilijk te verslaan als het om luxe en romantiek gaat,' oordeelt Ash over de Trots van Afrika.

Rovos, de treinonderneming van Rohan Vos, schuwt het avontuur niet. Eens per jaar vertrekt de Trots van Afrika voor een reis die het summum in de nostalgische luxe treinwereld schijnt te zijn. Van Kaapstad dwars door het zuiden van Afrika naar Dar es Salaam in Tanzania, zeventien dagen lang, en vaak nog langer. Want tegen een ontspoorde lokale goederentrein kan ook de Trots van Vos niet op. Een kaartje kost bijna twintigduizend gulden: waarschijnlijk het duurste enkeltje ter wereld.

Buiten trekt inmiddels het westen van Zimbabwe voorbij. Prachtig, die doornstruiken in het ochtendlicht. We zijn de grens bij Plumtree al vroeg gepasseerd. Het bad - lichte golfslag op de wissels, een bijzondere sensatie - en het ontbijt zijn gedaan, de Zuid-Afrikanen zitten weer in hun eigen barrijtuig aan de cognac, de Japanners wisselen de melk af met thee. Nu is het tijd om diep onderuit gezakt in de zachte kussens van de lounge te bladeren door de wondere wereld die trein heet.

Heerlijk boek, Southern Africa by Rail. Auteur Paul Ash, in het dagelijks leven verbonden aan het Zuid-Afrikaanse reisblad Out There, is het type mens dat met bielzen in het bloed is geboren. De familie Ash zat in de stoomlocomotieven, en Paul zelf heeft bijna elke kilometer spoorbaan die het zuiden van Afrika rijk is inmiddels onder zich door zien gaan.

Nooit geweten dat er nog zoveel rails in bedrijf zijn in dit deel van de wereld. Goed, de befaamde Benguela-lijn, van de Angolese haven Lobito aan de Atlantische Oceaan naar het mineraalrijke binnenland van Congo, is vele jaren geleden door krijgshandelingen gestaakt, maar verder is er in ieder land in het zuiden van Afrika toch minstens één mooie treinreis te maken. En: voor vaak heel schappelijke bedragen.

Vanuit Kaapstad of Johannesburg is bijvoorbeeld Namibië per trein bereikbaar. De reiziger op dit traject moet wel van een passend loom tempo houden, want vooral het laatste stuk, door de schitterende leegte van de Kalahari, duurt eeuwen. Vanuit de Namibische hoofdstad Windhoek zijn er lijnen (in een passagiersrijtuig dat aan een goederentrein is gehangen) naar kustplaatsen als Lüderitz en Walvisbaai. Er is zelfs een speciale Woestijnexpres naar Swakopmund.

In Zuid-Afrika beveelt Ash vooral het reizen aan door de Karoo, de lange leegte van het binnenland, en de trein van Durban naar de Mozambikaanse hoofdstad Maputo. Deze Trans-Lubombo heeft de reistijd de afgelopen jaren spectaculair verkort, van 50 tot slechts 22 uur. Hij boemelt door de schoonheid van Swaziland en heeft op het laatste stuk een speciale attractie: langs het spoor liggen nog steeds de wrakken van voorgangers die rebellen opbliezen tijdens de Mozambikaanse burgeroorlog.

Zelfs een treinreis naar Victoria Falls hoeft niet prijzig te zijn. In plaats van de Blauwe Trein of de Trots van Afrika, waarvoor een enkele reis ongeveer tweeduizend gulden kost, kan in Pretoria ook worden gekozen voor de gewone trein. Dat kost minder dan honderd gulden in eerste klasse, in degelijke jarenvijftigcoupés.

Vooral de Victoria Falls Mail, de trein van de Zimbabwaanse spoorwegen die het laatste traject van Bulawayo naar Victoria Falls voor zijn rekening neemt, is volgens Ash een mooie belevenis. Een nachttrein vol gewone mensen die de volgende dag naar hun werk moeten. Kom daar maar eens om op de Blauwe Trein.

Voor het ultieme Afrikaanse treingenot moet de liefhebber echter naar Xai-Xai in Mozambique. Vanuit deze kustplaats, tweehonderd kilometer ten noorden van Maputo, vertrekt eens per week de Xai-Xai Flyer. De bestemming is Manjacaze, vijftig kilometer verder in het binnenland, en de antieke stoomloc doet er zeker drie dagen over. Meestal is het langer, want lichte ontsporingen en panne aan de loc zijn eerder regel dan uitzondering.

Kosten van een retour op de Flyer: een tientje. Geboden comfort: nul. Je mag wel op het dak zitten, 's nachts in de koele luchtstroming onder Afrika's sterrenhemel, tussen de balen en het stookhout op een platte wagen, of een kijkje nemen bij de stoker op de vuurplaat. Dagdromend over deze prachttrein soes ik langzaam weg op het lome ritme van de spoorbielzen, geholpen door de zachte kussens en de airconditioning van het meest luxe salonrijtuig ter wereld.

Het is diep in de ochtend van de derde dag wanneer de Blauwe Trein zijn eindpunt bereikt. De Zuid-Afrikanen en de Japanners hebben de voorraad cognac en melk aan boord bijna helemaal soldaat gemaakt, op het koloniale stationnetje staat het personeel van het majestueuze Victoria Falls Hotel al klaar om de koffers van de treingasten te ontvangen.

Maar eerst mogen we nog de brug op over de Zambezi. Via de geluidsinstallatie beveelt de treinmanager ons naar de ramen. Links: de watervallen. Rechts: de Zambezi.

Waarom kunnen we nu niet even het dak op?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden