In een dominee zit net zo'n mooi onderwerp als in een gangster

The Apostle van Robert Duvall. Tijdens het Filmfestival Rotterdam te zien: vandaag in Venster 3 om 22.15 uur, op 4 februari in Luxor (11.30 uur) en op 6 februari in Pathé 1 (12.00 uur)....

Wat doet een dominee die ontdekt dat zijn mooie jonge vrouw vrijt met de hulppredikant uit zijn eigen kerk? Bidt hij om genade, schenkt hij de zondaars na een innerlijk gevecht vergiffenis? Nee, Robert Duvall doet het anders. Hij neemt een flinke teug uit de heupflacon, stroopt de mouwen op, en helpt de ongelukkige youth minister met een honkbalknuppel naar de andere wereld.

Met die knock-out begint The Apostle, het relaas van Euliss 'Sonny' Dewey, de charismatische voorganger van een bloeiende pentecostal kerkgemeente in Texas, die wijd en zijd geliefd is om zijn extatische, van halleluja's vergeven preken. Duvall maakt van Sonny een fascinerende figuur, een met zijn eigen zwakheden worstelende doordouwer die evenzeer afstoot als charmeert, en het opmerkelijke is dat zijn val en wederopstanding nauwelijks in termen van goed of kwaad te vangen zijn.

Er is meer waarin deze film zich onderscheidt van het vertrouwde formulewerk. Er ontbreekt niet alleen een duidelijk gedefinieerde schurk, er komt niet één smakelijke vecht- of vrijpartij in voor (de weinige klappen die vallen zijn opzettelijk onspectaculair), het tempo is laconiek, vol 'slordige' overgangen, en in plaats van krachtige four letter words horen we een zondvloed van glory's en thank you lord's. Geen wonder dat Duvall geen enkele grote studio in zijn script wist te interesseren. En gelukkig maar, constateer je achteraf, doordat de 68-jarige hoofdrolspeler ten slotte maar zelf optrad als producent en regisseur heeft hij er ongestoord iets heel moois van kunnen maken.

Duvall betaalde de film ook nog uit eigen zak. Dat kon hij doen doordat hij sinds zijn memorabele rollen in The Godfather en Apocalypse Now ook voor bijrollen stevige honoraria ontvangt. Toch moest The Apostle nog min of meer op een koopje worden gemaakt. Afgezien van gerenommeerde namen als Billy Bob Thornton (die weer net zo'n boerenkinkel speelt als in Sling Blade) en Farrah Fawcett werkte Duvall daarom voornamelijk met amateurs.

Al die amateurs stofferen Duvalls portret van het onglamoureuze, 'achterlijke' Amerika buiten de grote steden, waar de voortvluchtige Sonny zijn toevlucht zoekt. Meteen na zijn daad duwt hij zijn dure auto in het water, gooit er al zijn papieren achteraan, en begint een lange voettocht die hem voert naar een godverlaten dorp diep in Louisiana. Daar bouwt hij een nieuw bestaan op en klimt andermaal op de kansel. Hij begint in een krot met anderhalve man en een paardenkop, maar dank zij de holy ghost power staat er aan het eind toch weer een knappe kerk vol gelukzalig amen roepende gelovigen: one way to heaven!

Het verhaal loopt natuurlijk niet goed af, maar daar gaat het eigenlijk niet om. Duvall maakte een intrigerend, liefdevol portret van religieus Amerika, zonder ironie of intellectuele distantie, waarmee hij laat zien dat je over dominees net zulke goede films kunt maken als over gangsters.

Erik van den Berg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.