Reportage

In dienst van Gerrie

Hij was een publiekslieveling: wielrenner Gerrie Knetemann, beter bekend als De Kneet. Maar hij is er niet meer. Zijn vrouw Gré blikt terug.

Gré Donker en Gerrie Knetemann trouwen in 1974, in Krommenie.Beeld foto uit privecollectie

Gré Knetemann had de achterdeur bij vertrek op een kier gezet, zodat Gerrie bij thuiskomst makkelijk naar binnen kon glippen. Zij moest voor haar moeder een horlogebandje kopen, en hij had 't in zijn kop gekregen om met z'n maten een rondje te fietsen, op de mountainbike, in de duinen bij Schoorl.

'Als je nu weg gaat, en jij komt straks terug, dan ben ik weg', zei Gerrie, voordat ze hun huis in Krommenie uitliep, op 2 november 2004. En toen ze terug kwam, was hij er niet, zoals hij al had aangekondigd, het duurde echter wel lang trouwens - waar bleef-ie toch? - langer dan normaal. Maar wat was normaal, die dag, want het was de dag dat in Amsterdam Theo van Gogh van vermoord en daarover had ze in de winkels horen praten.

Gré zat op de bank, en hoorde de bel gaan. Daar stond John Engelsma, zijn fietsmaat, voor de deur. Nee hè, zei ze, nog voordat Engelsma zijn mond had opengedaan. Ja hè, reageerde hij. Ze dacht dat Gerrie een ongelukje had gehad, maar toen kreeg ze dus die ene boodschap, zoals ze het noemt.

In de duinen was de ketting van Gerries mountainbike eraf gevlogen. 'Rijden jullie maar door, ik kom er aan', riep hij zijn vooruit crossende fietsmaten na, en werd vervolgens onwel. Toen het te lang duurde voordat hij weer aansloot, fietsten zijn maten terug. Daar lag hij. Later zou blijken dat een longembolie hem fataal was geworden.

Gerrie zei op gezette tijden tegen Gré dat hij niet oud zou worden: liever een kort leven met plezier, dan een lang leven zonder plezier. Hij was als de dood dat-ie wat ging mankeren, zo op het eind. Alleen, moest dat nou, maar 53 jaar worden, dat is wel een heel kort leven. Niet dat ze het hem kwalijk neemt. Maar ze kreeg het wel zo op d'r boterham, want daar zat ze dan, helemaal alleen, met drie kinderen. Verdorie.

Nog steeds noemt ze het sneu dat-ie niet meer is, alweer elf jaar verder. Stel je toch eens voor dat Gerrie nog leefde, en ze saampies konden gaan fietsen, of wandelen, of lekker een wedstrijdje van hun fietsende dochter Roxane kijken.

Denk nou niet dat ze het allemaal romantiseert, of alles van de mooie kant bekijkt, over hoe ze het hebben gehad. Ook in Krommenie werd weleens met deuren geslagen, maar waar niet. Maar ja, eerlijk is eerlijk, ze kan nu wel zomaar de hort op als verzorger in de Parkhotel Valkenburg-wielerploeg. Als Gerrie nog had geleefd, kon dat niet, anders kwam-ie aandacht te kort. Alleen als ze thuiskomt, is ze thuis in een leeg huis. Geen mens vindt dat leuk.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Gré Knetemann in haar huis in Krommenie.Beeld Marie Wanders
Beeld foto uit privecollectie

Deur op een kier

Wat trouwens wel gek was, was dat ze na zijn dood nog een week lang de deur op een kier heeft gelaten. Alsof-ie opeens thuis zou komen. Zoiets zat blijkbaar in d'r achterhoofd.

Gré (63) heeft net Cipo uitgelaten, vernoemd naar ex-wielrenner Mario Cipollini. De hond is van dochter Roxane die op hoogtestage is met haar ploeg. Om haar heen in de huiskamer veel onuitgepakte dozen, en vanuit alle hoeken en gaten kijkt Gerrie Knetemannn met zijn trouwe hondenogen de kamer in.

Een glasschilderij van zijn overwinning op het WK wielrennen van 1978 hangt naast een kunstwerk dat hij net voor zijn dood in Italië kocht: een wielrenner kijkt in de spiegel en ziet daarin de beeltenis van een treurig kijkende clown.

Kordaat

Zij was dus ook een goeie fietser, Gré Donker, en was tweede geworden in de Ronde van Surhuisterveen, eerste bij een wedstrijd in Rotterdam en tweede in een koers in Mierlo, voordat ze in 1972 Gerrie ontmoette. Hij had een oogje op de slagersdochter uit Krommenie en zag haar kordaat rondjes rijden op de wielerbanen in Amsterdam en Alkmaar.

En zij? Ze vond 'm maar een praatjesmaker. Toen ze op een dag zonder bandjes kwam te zitten, hielp hij haar. Dat vond ze wel leuk, net als de ansichtkaarten die hij uit het buitenland stuurde. Niet dat-ie veel te melden had, want verder dan groetjes kwam-ie doorgaans niet. Maar ach, welke fietsende slagersdochter krijgt nou een kaart uit Oost-Berlijn? Zo liet-ie toch weten, dat-ie aan d'r dacht.

De eerste afspraak was op de bruiloft van een wielrenner die met een wielrenster trouwde. Op die bruiloft hebben ze voor het eerst gezoend. Tenminste, daar gaat ze vanuit. Zo'n charmeur was Gerrie nou ook weer niet. Hij was meer een verlegen jongetje dat zich altijd groot hield. Want dan zei-ie heel stoer dat het dameswielrennen niks voorstelde, maar tegelijkertijd verzorgde hij wel tiptop haar materiaal.

Kort daarna ging ze met hem naar de bioscoop. Gerrie wilde graag naar de The Fall of the Roman Empire. Zo'n film moest iets met geschiedenis te maken hebben, daar lag zijn passie. Dat kwam goed uit, want Gré hield ook van geschiedenis, vooral van vaderlandse geschiedenis.

Gré Donker en Gerrie Kneteman trouwen in 1974 in Krommenie.Beeld foto uit privecollectie

Wisselwerking

In 1974, het jaar dat Gerrie Knetemann de eerste keer de Amstel Gold Race won, zijn ze getrouwd, zonder dat hij haar echt heeft gevraagd. Dat zat zo. Hij wilde met haar op vakantie, maar haar vader zei: dat gebeurt niet. Toen zei Gerrie: en als ik met haar trouw? Dan was het goed. Ze zijn getrouwd, met een feest met alle toeters en bellen, en hup op vakantie.

Waarom hij voor haar viel, dat weet ze niet. Daar liet hij zich nooit over uit, nou ja, niet dat ze zich echt goed herinnert, zulke dingen vervagen, gek genoeg. Hij zei tegen haar: 'Als jij geeft, dan neem ik wel'. Of: 'Ik zorg dat het geld binnenkomt, en jij zorgt dat het binnenblijft.' Ze hadden elkaar nodig, het was een wisselwerking, en een onveranderlijke rolverdeling.

Ze was als het ware in dienst van hem, dat vond ze eigenlijk wel fijn. Ze is nou eenmaal het zorgzame type.

Zie het zo voor je, in het geval Gerrie een criterium moest fietsen. Zij pakte dan de auto in, ze reed de auto, en zat langs de koers op een koelbox te breien, met naast zich de reservewielen en de bidons. Hij hoefde alleen maar in te stappen en te fietsen.

Er was niemand die zo lekker de bidon kon aangeven als z'n eigen Gré.

Hij fietste, en als het moest, zorgde hij goed voor Gré's fiets, en dat was dat. Niks geen verdere huishoudelijke beslommeringen. Één keer bemoeide Gerrie zich met de tuin. Hij trok er een paar plantjes uit, en het onkruid liet hij staan. Zo, zei hij, daar ben ik niet geschikt voor, dat hoef ik nooit meer te doen.

Een grote wielrenner was hij niet, tenminste zo zei Gerrie Knetemannn het zelf. Hij miste het echte talent, maar door het trainen en vooral het afzien is hij heel ver gekomen. O o, zegt Gré, wat kon die jongen diep gaan, zich helemaal leeg rijden. Hij haalde het van onder zijn zolen vandaan. Ze heeft 'm weleens in de auto gehad, dat-ie niet meer tot tien kon tellen.

Schit-te-rend

Dat-ie nog een keer de Amstel Gold Race won, in 1985, dat was nou echt Gerrie, dat was zo mooi. Wie had gedacht dat hij na die valpartij in 1983 in België - waarbij hij door de achterruit van een auto werd gelanceerd en er met een slagaderlijke bloeding, een gebroken pols en onderbeen van af kwam - ooit nog zou fietsen?

Gré zat thuis voor de televisie, en zag dat hij op de Keuterberg lek was gereden. Zet het vuur onder de kroketten maar uit, zoals hij het altijd zei. Het was gebeurd, dacht ze, en liep de kamer uit. Toen ze terugkwam, bleek-ie zich te hebben opgericht en te zijn aangesloten bij de koploper. Daarna was het erop en erover, en op de finish stond-ie voor de microfoon van Mart Smeets te snotteren.

Schit-te-rend, zegt Gré.

Bij grote koersen werden vrouwen niet toegelaten. Gré volgde de Tour de France thuis, of bij haar ouders, zittend voor de radio en televisie om maar iets op te vangen over hoe het ging met Gerrie. Ze kreeg dan wel een lijst met telefoonnummers van hotels in Frankrijk waar hij tijdens de ronde verbleef. Maar vaak werd er niet opgenomen, en als ze haar niet begrepen, gooiden ze zomaar de hoorn erop. Dan kreeg ze hem niet te spreken.

Beeld Marie Wanders

Cursus Frans

Haar kennis van de Franse taal was ook niet om over naar huis te schrijven. Daarom volgde ze een cursus Frans bij de Vereniging van Plattelandsvrouwen. Kon ze in ieder geval tegen Franse hotelreceptionisten zeggen dat ze Gerrie Knetemannn uit Holland zocht, en wat zijn kamernummer was.

Ze zegt dat ze veel alleen was, als wielrennersvrouw. Als ze mee mocht naar een koers, werd ze vaak meegevraagd met andere wielervrouwen om wat te drinken in een kroegje. Of nog erger: om te winkelen. Nou dan zat ze zich maar te vergriezelen; wat moest ze daar in dat café? En wat duurde dat lang? Ze wilde de koers zien, ze wilde Gerrie zien fietsen.

De meeste wielrenners hadden aandacht van andere vrouwen, en Gerrie ook. Dat viel haar toen al op. Kijk, met zo'n rondemiss, daar moest-ie mee op de foto, dat hoorde erbij. Maar ze werd echt jaloers en zelfs pissig als zo'n rondemiss het er duimen dik oplegde. Ja dat voelde ze, en dacht ze van 'Hé hallo, waar gaat dat naar toe'. Maar dan zei hij: 'Gré, maak je niet druk, 't is maar show.'

Wat ook niet makkelijk was, was dat hij werd onthaald als een godheid, en zij er maar een beetje bij bungelde. Want hij had het dan wel vaak over z'n Gré, en iedereen wist echt wel wie ze was, maar toch werd ze soms genegeerd. Nou, dat was niet leuk om mee te maken. 'Joh', zei Gerrie dan. 'Laat ze het lekker uitzoeken, je bent van mij, en de groeten.'

Dat vond ze fijn om te horen. Want alles wat ze voor Gerrie deed, vond ze vanzelfsprekend om te doen. En dan was het lekker dat ze bij het succes werd betrokken. Hij leefde serieus voor zijn vak en daar hield ze rekening mee. Een echt sociaal leven hadden ze niet. Alles stond in het teken van fietsen. De verjaardagen werden gevierd, maar dat was het. Niks geen gekkigheid, er werd een stoel versierd met closetpapier.

Zwarte gat

En feessies hoefden voor hem niet. Ze hebben weleens voor de deur gestaan bij de verkiezing van Sportman en Sportvrouw van het Jaar, en dan zei hij: 'Ik heb geen zin, we gaan weer naar huis, ik heb morgen een wedstrijd. Het past niet in mijn voorbereiding'. Nadat-ie gestopt was, gingen ze wel en dan zei hij: 'Ik doe het voor jou, alleen voor jou.'

Het zwarte gat, daar hebben ze het uitentreuren over gehad. Daar kon hij wel om lachen, want wat heet een zwart gat? Als je stopt met fietsen dan vallen een hoop dingen weg, maar je kunt het ook opvangen, zei ze hem. Het duurde even, en toen had hij de slag te pakken: hij volgde een computercursus, hij ging hardlopen. Hij deed spreekbeurten voor bedrijven en werd bondscoach. Gré overtuigde 'm ervan samen op pad te gaan en ouderavonden van zijn kinderen te bezoeken.

En hij ging koken. Overheerlijke romige champignonsoep, daar legde hij zijn ziel en zaligheid in. Risotto natuurlijk, goed voor na het fietsen, om te herstellen. Dat wist-ie, dat had-ie uit een boekie gehaald. Want hij was echt een lezer. Al die geschiedenisboeken over Grieken en Romeinen, heeft-ie allemaal gelezen. Hij is echt zijn grenzen gaan verleggen.

Beeld foto uit privecollectie

Grafnummer 78

Op de plek in de Schoorlse duinen waar hij werd gevonden, is nu een zelf opgericht monument. Je kunt er niet zomaar komen, eerst moet je een half uur lopen. Beter is het, zegt ze, om naar de Algemene Begraafplaats te gaan, niet ver rijden van hun huis.

Op de weg naar het kerkhof staat een bord: 'Wielrijders afstappen'. Gerrie Knetemannn ligt in grafnummer 78. Dat wilde Gré zo, als verwijzing naar 1978, het jaar dat hij wereldkampioen werd. Er is een plaquette te zien, en een regenboogtrui, de trui van de wereldkampioen. Iemand heeft er een kabouter neergezet. Gré gaat dan op het bankje zitten, naast het graf.

Toen-ie nog fietste, zat ze voor de televisie te wachten op die ene glimp. Hé, daar gaat-ie, dacht ze dan. En dan was haar dag weer goed. Ze was toch gek van 'm. Ze heeft het nog steeds. Als ze 'm nu op televisie ziet fietsen, krijgt ze een opgetogen gevoel.

Het stak 'r wel eens dat tijdens de Tour de France zo weinig beelden van hem te zien waren. Gelukkig is dat veranderd, en nu gaat het elk jaar wel een keer over De Kneet dit, en De Kneet dat. Dat geeft 'r een blij gevoel, zeker in combinatie met die beelden. Goh ja, denkt ze dan, daar is-ie weer, Gerrie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden