In dienst van de ontevreden meerderheid

De moderne burger wil dat de overheid streng optreedt, maar hij wil zelf niet lastig gevallen worden. Het nieuwe kabinet lost deze tegenstrijdigheid op, zo blijkt uit het regeerakkoord....

INFORMATEUR Donner had zijn akkoord graag een motto gegeven. Maar de VVD en de LPF vonden Hersteld vertrouwen te hoogdravend. Dus is het uit de titel geschrapt, maar niet uit de tekst. Daarin staat nog steeds een scherpe analyse van de vertrouwenscrisis die zich in de laatste maanden van het vorige kabinet openbaarde en van de manieren waarop het kabinet dat vertrouwen hoopt te herstellen. Het akkoord richt zich daarbij vooral op de ontevreden meerderheid. Deze ontevreden burgers komen met twee ogenschijnlijk tegenstrijdige eisen. Ze willen dat de overheid daadkrachtiger optreedt als het gaat om veiligheid, zorg of onderwijs, maar tegelijkertijd willen ze zelf niet lastiggevallen worden door diezelfde overheid. Ze willen bediend én met rust gelaten worden.

In zijn recente boek De veiligheidsutopie vergelijkt de criminoloog Hans Boutellier de moderne burger met de bungy-jumper, die ervan droomt totaal vrij door de lucht te zweven maar wel zeker wil weten dat hem niets kan overkomen. Hij noemt het een utopie, omdat deze combinatie van totale veiligheid en vrijheid onmogelijk is. De vrijheid van de één levert immers belemmeringen op voor de vrijheid van de ander. Iedereen wil onbelemmerd over de weg kunnen razen, maar omdat iedereen dat wil, staan we gezamenlijk in de file.

Het nieuwe kabinet krijgt zo een paradoxale opdracht. De overheid moet terugtreden voor zover zij een lastpak is en de vitaliteit van de burgerij knevelt, en optreden om de burgerij maximale bescherming te bieden. De oplossing zoekt het kabinet in de christen-democratische traditie. Daarin wordt vrijheid beteugeld door verantwoordelijkheid. De overheid is de sluitsteen, zoals Donner schrijft. Burgers en hun organisaties zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk. De overheid dient daaraan zoveel mogelijk ruimte te laten. Verplichtingen van bovenaf zijn in deze benadering alleen maar een belemmering.

Bureaucratie is lastig. Dus moet er een einde komen aan de regelzucht. Scholen mogen nu zelf bepalen of ze wel of niet het studiehuis of de basisvorming invoeren. Zij kunnen daar immers het beste over oordelen. Individuen krijgen ook meer keuzevrijheid. Zorg kan het beste verstrekt worden in de vorm van een persoonsgebonden budget zodat de betrokkene zelf kan bepalen waar dit geld aan besteed wordt. Het nieuwe levensloopbeleid van het kabinet heeft evenzeer de bedoeling om de zeggenschap van individuen over het eigen leven te vergroten. Door op jongere leeftijd te sparen kunnen zij op latere leeftijd of gefaseerd met pensioen zonder financiële zorgen.

Donners vertrouwen in de kracht van individuen en maatschappelijke instellingen is echter beperkt. De vrijheid is voorwaardelijk. Als mensen zich niet houden aan de maatschappelijke norm, krijgen ze te maken met de strenge kant van de staat. Op zichzelf is dat een consistent verhaal. Maar de uitwerking is anders. Rekeningrijden past bijvoorbeeld zeer goed bij het beginsel van de gespreide verantwoordelijkheid. Als een burger veel auto rijdt en zo het milieu belast, moet hij daarvoor een forse prijs betalen. Vreemd genoeg wordt hier het mechanisme van de gespreide verantwoordelijkheid niet ingezet. De overheid verschijnt hier niet als instantie die de betrokkenen op hun verantwoordelijkheid wijst, maar als een lastpak die bezig was met automobilisten pesten. De vrije burger wenst zo niet te worden toegesproken. Dus moet het kwartje van Kok worden teruggegeven als Fortuyn-korting.

Het is niet de enige ongerijmdheid in het akkoord. Gemeenten en provincies krijgen meer zeggenschap over de ruimtelijke ordening. Zij moeten de afweging maken tussen economische ontwikkeling en natuurbehoud. Het kabinet kiest voor deze decentrale aanpak omdat de vitaliteit van de ontwikkeling niet beknot mag worden door de groene behoudzucht. In het akkoord staat vervolgens geen enkele gedachte hoe dit gecorrigeerd kan worden als blijkt dat gemeenten en provincies hun verantwoordelijkheid niet kunnen dragen en meegesleept worden in een proces van beleidsconcurrentie waardoor elke gemeente zijn eigen villawijkje en bedrijventerreintje wil openen. Op andere gebieden wordt de vrijheid van de gemeenten daarentegen beknot. Gemeenten mogen niet meer hele groepen in de bijstand een extraatje geven als ze menen dat dit nodig is. Dat is inkomensbeleid voeren en dus taboe. Hier geldt dus weer niet dat men op lokaal niveau het beste de afwegingen kan maken.

Het is het oude beeld van George Orwells anticommunistische parabel De Dierenboerderij, nadat de varkens de macht hebben overgenomen. Alle dieren zijn gelijk, maar niet helemaal. De moderne variant is dat iedereen even vrij is, maar de een is vrijer dan de ander. In het akkoord tekent zich een scheidslijn af tussen de gegoede burgerij waarvan de keuzevrijheid wordt vergroot en de marginalen die juist onder strenge curatele komen te staan. De overheid belooft de eerste groep dat ze hen zo min mogelijk zal lastig vallen. De tweede groep krijgt daarentegen te maken met een bemoeizuchtige overheid. De bezwaren tegen de regelzucht van de bureaucratie gelden hier niet. Integendeel. Hier wordt juist een hele nieuwe bureaucratie in het leven geroepen. De politie moet bijvoorbeeld worden afgerekend op de resultaten van haar veiligheidsbeleid. Dat daar een gigantische administratie bij komt kijken, wordt voor het gemak niet vermeld.

De roep om onverschrokken aanpak geldt allereerst mensen die de wet overtreden. Het kabinet 'dient te streven naar een herstel van de balans tussen de bescherming van de samenleving en (potentiële) slachtoffers tegenover de rechten van (potentiële) daders en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.' Dus presenteert het kabinet plannen voor de uitbreiding van de opsporingsbevoegdheden. De coalitie wil recidivisten hogere straffen geven en criminele verslaafden verplicht laten afkicken.

Veelplegers zijn verantwoordelijk voor een groot deel van de alledaagse misdaad. Een fermer optreden is dan ook op zijn plaats. Er zitten teveel mensen in de WAO en de integratie valt tegen. Ook daaraan moet wat worden gedaan. Maar waar het om gaat is, dat de regering niet meer de moeite neemt te begrijpen waarom de resultaten tegenvallen. Zij heeft haar verklaring klaar. Het is onwil. De mensen moeten een schop voor hun kont krijgen en dan komt alles goed. De nieuwe strengheid getuigt zo van denkluiheid en gebrek aan inlevingsvermogen.

Het strenge regime geldt voor grote groepen migranten. Niet alleen nieuwkomers, maar ook de zogenaamde 'oudkomers' die afhankelijk zijn van een uitkering, moeten beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Wie onvoldoende Nederlands spreekt, moet op straffe van korting op de uitkering zich laten inburgeren. De bijbehorende budgetten van gemeenten worden echter wel gekort.

De nieuwe voorwaarden voor het vormen van een gezin met een lid van buiten de Europese Unie ademen ook de nieuwe strenge geest. Pas op 21-jarige leeftijd mag iemand een bruid of bruidegom over laten komen en dan moeten hij of zij ook nog 130 procent van het minimuminkomen verdienen. Schattingen van het CBS laten zien dat 40 procent van de 21- tot 35-jarigen niet aan deze eisen kunnen voldoen. Waar de strengheid ten aanzien van criminelen nog te begrijpen valt uit het verlangen naar veiligheid, geldt dat voor de nieuwe houding ten aanzien van migranten niet. Dit vergt een andere verklaring.

De Amerikaanse econoom John Kenneth Galbraith typeerde de huidige tijdgeest als een cultuur van zelfingenomenheid. De tevreden meerderheid had zich volgens hem met succes losgemaakt van de zwakkeren in de samenleving. Ze woonden niet in dezelfde wijken, gingen niet meer naar dezelfde scholen, waren niet meer aangewezen op dezelfde voorzieningen en verzekeringen. Galbraith was bang dat de beter gesitueerden geen enkele interesse meer zouden hebben in het op peil houden van de verzorgingsstaat.

Vandaag de dag is de meerderheid echter niet content, maar juist ontevreden. Ze zijn niet onverschillig ten aanzien van de marginalen van de samenleving, maar etaleren wat Bas van Stokkom heeft genoemd, neerwaartse jaloezie. Ze vinden dat het de zwakkeren van de samenleving wel erg makkelijk wordt gemaakt, terwijl zij het zelf moeilijk hebben. De migranten, werklozen en andere niet-actieven worden in hun ogen verwend.

Het principe van de eigen verantwoordelijkheid stelt hoge eisen aan de burgers. Iedereen moet zelfredzaam zijn. Dit levert stress op. Deze stress wordt afgereageerd op de burgers die hun positie als slachtoffer gebruiken om extra hulp te krijgen. Waarom 'zij' wel en 'wij' niet - dat lijkt het dominante sentiment. We hebben genoeg begrip gehad.

Zo ontstaat het gevoel dat de zwakkeren in de samenleving te pas en te onpas schermen met hun slachtofferstatus en zo misbruik maken van de welwillendheid van de meerderheid. Hier openbaart zich de achterkant van het vertoog over eigen verantwoordelijkheid. Het christen-democratische verhaal is dan een opmaat voor een Amerikaans geloof in de maakbaarheid van het eigen leven, waarbij mislukkingen ook de schuld zijn van het individu.

De harde aanpak wordt verdedigd met een paternalistische redenering. Het is voor uw eigen bestwil. De Nederlandse taal beheersen is een voorwaarde voor een goede integratie, dus is het in uw belang dat wij u dwingen Nederlands te leren. Een huwelijkspartner zoeken in het land van herkomst is slecht, dus moet u blij zijn dat wij u daarvoor behoeden. Pubers kunnen vaak moeilijk wennen na migratie, dus is het in uw belang dat we maximale leeftijd verlagen waarop kinderen via gezinsvereniging naar Nederland mogen komen.

Hier is geen sprake meer van eigen verantwoordelijkheid. Wij weten wat goed voor u is. Tegelijkertijd is de strengheid een geruststelling aan de gegoede burgerij: denk niet dat we ze er gemakkelijk vanaf laten komen. Dit vertoon van strengheid lijkt soms zelfs belangrijker dan het resultaat. Zo is kabinet van plan om drastisch te korten op de kinderbijslag voor kinderen in het buitenland. Dat wordt verkocht als maatregelen om gezinsvereniging tegen te gaan. Het effect zal natuurlijk andersom zijn. Het is een premie om kinderen vroegtijdig naar Nederland te halen.

Hetzelfde geldt voor de gezondheidszorg. Als er wordt gekozen voor vraagfinanciering, staat er geen rem meer op de uitgavengroei. Zo kan de overheid zich nog flink in de vingers snijden als ze voor de laagste inkomens de ziektekosten blijft compenseren. Of de overheid kiest ervoor om uiteindelijk de uitgaven voor zorg niet vrij te laten, maar dan verandert er weinig ten aanzien van het huidige stelsel.

De nieuwe strengheid is ook asymmetrisch. Het stellen van eisen staat voorop, het bieden van mogelijkheden komt later wel. Waarom staat er in het regeerakkoord ontzettend veel over verplichte inburgeringscursussen, maar geen plannen hoe de kwaliteit van het vmbo kan worden verbeterd, terwijl daar het gros van de allochtone jongeren zit? Waarom wordt wel de vrijstelling van sollicitatieplicht voor 57-jarigen afgeschaft, maar worden er geen plannen gepresenteerd om leeftijdsdiscriminatie tegen te gaan? Wie gelooft in gespreide verantwoordelijkheid, moet mensen ook in staat stellen om die verantwoordelijkheden waar te maken. Maar voor de ontevreden burgers is dat te ingewikkeld. Zij willen zich niet inleven in de beperkingen en de problemen van anderen. Hun geduld is op. En omdat hun geduld op is, moeten de minder fortuinlijken dat voelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden